Op het menu


Algemene aandachtspunten

Een baby weigert niet langer de smaken ‘bitter’ en ‘zuur’. Hij kan met het gezin mee-eten, maar zijn voeding moet evenwichtig en gevarieerd blijven en er zijn nog enkele aandachtspunten. Hij mag nog meer soorten fruit en groenten en gebakken vlees krijgen. Hij kan ook veel beter kauwen, dus het extra fijnmaken is niet meer nodig.

Wees voorzichtig met volkorenproducten. Geef een baby nog niet te veel voedingsvezels.

Extra drinken

Vocht is onmisbaar voor het lichaam. Dit geldt ook voor kinderen. Een baby drinkt nu borstvoeding of ongeveer 350 à 500 ml melkvoeding. Dit is voldoende. Teveel melk kan soms de oorzaak zijn dat kinderen nog weinig honger hebben en geen zin meer hebben in andere noodzakelijke voedingsmiddelen zoals boterhammen e.d.
Wil hij gewoon nog iets anders drinken, dan kan dit gerust. Overdrijf echter niet met drank tussenin, want dit remt de eetlust.


Water

Water geniet de dagelijkse voorkeur. Het is de beste dorstlesser. Lichte kruiden- of vruchtenthee (kamille, linde, venkel, rozenbottel, enz.) zonder suiker of honing kunnen eens een leuke afwisseling zijn. Geef zelf een smaakje aan het water door stukjes fruit, groenten of kruiden wat te laten trekken in het water.

Let op:

  • Beperk het gebruik van frisdrank. Suiker is immers slecht voor de tanden en remt de eetlust af. Daarnaast levert frisdrank te veel energie en geen noodzakelijke voedingsstoffen.
  • Koffie, zwarte of groene thee en alcohol zijn niet geschikt voor kinderen. 
  • Let op met appelsap: te veel kan diarree veroorzaken.
  • Een goede verhouding tussen drinken en vaste voeding is erg belangrijk.
  • Bij koorts, diarree of zeer warm weer, heeft het kind extra vocht nodig.
  • Melk, (ongezoet) fruitsap, groentesap en groentesoep zijn vochtleveranciers, maar ze bevatten daarnaast ook specifieke voedingsstoffen zoals calcium, vitamine C of voedingsvezels. Ze horen daarom thuis in de donker- en lichtgroene groep van de voedingsdriehoek en kunnen een aanvulling zijn op voldoende water. Ze kunnen geen vers fruit of groenten vervangen.

Leidingwater

Voor baby's vanaf 12 maanden is leidingwater bruikbaar mits enkele voorwaarden.

  • Water moet zo weinig mogelijk nitraat en natrium (= zout) bevatten. Nitraat op zich is niet schadelijk. Wel kan nitraat omzetten in nitriet. Een teveel aan nitriet leidt tot onvoldoende zuurstoftransport in het bloed. Voor baby's ouder dan 4 maanden is maximaal 25 mg nitraat per liter water veilig. In bepaalde streken kan dit nitraatgehalte overschreden worden. Meer informatie is verkrijgbaar bij je watermaatschappij. Respecteer sowieso de ontluchtingstijd: laat het water even stromen alvorens het op te vangen.
  • Gebruik alleen koud water rechtstreeks uit de kraan, want lauw of warm water afkomstig uit geisers of boilers kan metalen bevatten.
  • Onderhoud de kraan en de onmiddellijke omgeving ervan zeer goed.
  • Het water hoeft niet gekookt te worden.
  • Het water mag niet uit loden leidingen komen.
  • Gebruik geen ontsmettingsmiddelen.
  • De Hoge Gezondheidsraad raadt het gebruik van waterfilters, ook tafelmodellen, af.

Meer informatie

Restjes

Hier wordt het onderscheid gemaakt tussen restjes bewaren en groentepapporties op voorhand bereiden om in te vriezen.

Restjes zijn overschotten  die nog onnodig arm gehouden werden, of te lang staan en bewaard leven 

  • Het bewaren en heropwarmen van restjes houdt risico’s op infecties in. De voeding verliest ook vitaminen.
  • Bewaar restjes zeker niet langer dan één dag in de koelkast.
  • Raak restjes niet aan met de handen, laat ze snel afkoelen en bewaar ze afgedekt in de koelkast.
  • Warm restjes snel op, verhit het door en door (meer dan 70 °C tot in de kern). Roer het regelmatig om.

Daarnaast is er het bereiden van groentepap met het oog op het invriezen van kleinere porties. Ga steeds uit van verse groenten. . Vries deze na bereiding snel in en bewaar maximum 3 maanden. Ontdooien kan in de microgolfoven of traag in de koelkast.

Tussendoortjes

Vermijd dat de baby de hele dag door eet en drinkt, want: 

  • Hoe meer eetmomenten, hoe groter de kans op tandbederf.
  • Leeft een kind op tussendoortjes, dan raakt zijn voedingsevenwicht uit balans.
  • Eet een baby energierijke tussendoortjes, dan heeft het geen honger meer bij de volgende hoofdmaaltijd waardoor er geen aanbreng is van noodzakelijke voedingsstoffen.
  • Een baby kan elke gemoedstoestand beginnen te koppelen aan een bepaalde smaak, bv. troosten met zoet, tv-kijken met chips, ...

Kies voor gezonde snacks: fruit, stukjes rauwe groenten, een sneetje brood, een rijstwafel, ontbijtgranen, ... Geef niet regelmatig rijstkoeken als snack. Varieer voldoende met andere gezonde tussendoortjes.

Noten

Nootjes zijn aantrekkelijke tussendoortjes, maar de kauwfunctie van jonge kinderen is onvoldoende ontwikkeld om nootjes fijn te maken. Hierdoor kunnen zij zich gemakkelijk verslikken. Het verslikken in een pindanoot is een belangrijke oorzaak van spoedgevallen. Het risico op verslikken beperkt zich niet tot de pindanoten, maar geldt algemeen voor hele noten.

Het is niet evident een arbitraire leeftijd te zetten wanneer noten wel veilig kunnen gegeten worden, zij houden immers ook bij volwassenen risico’s in. Kind en Gezin houdt er zeker aan om tot de leeftijd van 4 jaar noten te vermijden in de voeding. Maar ook daarna blijft het aangewezen voorzichtig te zijn.

Enkele adviezen om de risico’s te beperken:

  • Vermijd hele noten bij jonge kinderen.
  • Zet noten buiten het bereik van jonge kinderen. Wees alert voor (resten van) nootjes die kinderen kunnen vinden op de grond, in zetels, ... Hou steeds toezicht.
  • Laat kinderen niet al etend rondlopen of spelen.

Melk en afgeleide producten

Kinderen krijgen bij voorkeur een aangepaste melkvoeding tot de leeftijd van 3 jaar. Op deze leeftijd is dat borstvoeding of een aangepaste melkvoeding. Samen met de bijvoeding leveren zij voldoende eiwitten en voedingsstoffen om in de dagelijkse behoefte van een kind te voorzien. Kies je voor flesvoeding dan geef je opvolgvoeding of indien mogelijk groeimelk. Het is immers vrijwel onmogelijk om met uitsluitend gewone koemelk binnen de Europese en Belgische voedingsaanbevelingen voor baby's en peuters betreffende eiwit-, ijzer- en vitamine D-inname te blijven.

Hou je aan de aanbevolen hoeveelheid van 350 à 500 ml melkvoeding per dag, dit is voldoende, zo krijgt de baby niet te veel eiwitten binnen.
Deze hoeveelheden zijn noodzakelijk voor een evenwichtig en gevarieerd eetpatroon. Meer is overdreven. Dan krijgt je kind te veel eiwit en calcium binnen. Als je kindje te veel melk drinkt, kan dat soms de oorzaak zijn dat kinderen nog weinig honger hebben en geen zin meer hebben in andere noodzakelijke voedingsmiddelen zoals boterhammen e.d. waardoor er tekorten aan ijzer, zink en essentiële vetzuren kunnen voorkomen.

Groeimelk

Tussen 12 en 18 maanden wordt overgeschakeld op groeimelk. Groeimelk is verrijkt met mineralen, vitaminen en essentiële vetzuren t.o.v. koemelk.

Geef bij voorkeur groeimelk die niet gezoet is (zie benamingen bij koolhydraten die wijzen op aanwezigheid van suikers) en geen toegevoegde smaak bevat. Bij groeimelk met toegevoegde smaak kan een kindje namelijk de originele melksmaak verleren.


Sojadrank

De samenstelling van gewone sojadranken is niet aangepast aan de behoeften van baby’s jonger dan 3 jaar. Er bestaan melkvoedingen op de markt op basis van soja-eiwitten die geschikt zijn voor baby’s. Momenteel is dit alleen groeimelk.

Volkorenproducten

Volkorenproducten leveren veel voedingsvezels en zijn zwaar verteerbaar. Bij kinderen kunnen ze krampen en winderigheid veroorzaken. Wacht met volkorenbrood totdat het kindje voldoende tandjes heeft om het te kauwen.

  • Start met lichtbruin brood en geef geleidelijk aan brood met meer vezels.
  • Vanaf 18 maanden mag de voeding van het kindje aangevuld worden met volle bruine rijst, volkorendeegwaren en -brood. Beperk rijst tot 1x per week.
  • Lust een baby geen volkorenbrood, dan is bruin brood een goed alternatief.
  • De hele boterham opeten, met korstjes erbij, is een leerproces. Laat het kind kennismaken met de smaak van brood door het een korstje te geven. Later wil de baby misschien geen korstjes meer hebben. Op zich is dit geen probleem, maar bied ze in elk geval aan.
  • Geef niet te veel voedingsvezels, want hierdoor worden bepaalde mineralen (ijzer) minder goed opgenomen.
  • Bij een vezelrijke voeding is het belangrijk voldoende te drinken.

Ontbijtgranen

Vanaf de leeftijd van 12 maanden kan een baby ook cornflakes, gepofte rijstkorrels en ontbijtgranen eten. Maak ze wel fijn. Door het lange weken kunnen grote graanvlokken immers kleverig worden en wordt het moeilijker om ze door te slikken. Kies niet-gesuikerde ontbijtgranen.

Fruit en groenten

  • Vanaf nu mag het kind een aantal fruitsoorten eten met pitten of die moeilijker verteren zoals druiven, kersen, bessen en ananas.
  • Het dagelijks toevoegen van een koek aan fruitpap is niet nodig. Het leidt immers tot de gewoonte om op het moment dat fruitpap overgaat in stukjes fruit ook apart nog een koek te geven. Ook dat is niet nodig.
  • Als je kind al goed kan kauwen, kan je proberen om de fruitpap te vervangen door een portie fijngesneden fruit. Bij de groentemaaltijd kan je eens fijngesneden of geraspte rauwe groenten uitproberen zoals sla, tomaat, wortel … Snij de rauwkost heel fijn, omdat de baby zich niet zou verslikken.

Voedingsvezels

Voedingsvezels zijn plantaardige stoffen die zich in de celwand van planten bevinden en in onze darmen niet verteerd worden. Ze zijn belangrijk voor een goede werking van maag en darmen.

Zodra fruit en groenten met eventueel granen worden gegeven, krijgt een baby meer voedingsvezels. Geef tot de leeftijd van 2 jaar niet te veel voedingsvezels, aangezien zij ook risico’s kunnen inhouden voor jonge kinderen. In babyvoeding zijn het vooral granen, (licht)bruin brood, fruit, groenten, aardappelen en peulvruchten die voedingsvezels aanbrengen.

  • Voedingsvezels in fruit en groenten vertragen de lediging van maag en darm.
  • Voedingsvezels in brood en graanproducten nemen water op uit de dikke darm. Hierdoor krijgt de ontlasting een groter volume, wordt zij zachter en verkort de doorgangstijd.
  • Een voeding die rijk is aan voedingsvezels is ook een voeding die weinig energie bevat, terwijl baby’s net veel energie nodig hebben. Bijgevolg kan een te vezelrijke voeding aanleiding geven tot een vertraagde groei en ontwikkeling.
  • Voedingsvezels kunnen de opname van bepaalde mineralen in het lichaam verminderen (calcium, ijzer, zink, koper, fosfor en magnesium, ...). Voedingsvezels worden geleidelijk ingeschakeld. Een snelle inschakeling kan immers leiden tot buikklachten. 
  • Voldoende vezels geven alleen een optimaal resultaat als er ook voldoende bij gedronken wordt.

Vlees

Voortaan mag vlees gebakken of geroosterd worden. Laat het niet zwart, hard of taai worden. Wissel vooral veel af. Let er op dat het vlees volledig gaar is. Snij het vlees heel fijn en je kan het dan samen prakken met de groenten en de aardappelen.

Vis

Alle verse zeevis, zoals kabeljauw, rog, schelvis, tong, staartvis, tonijn, pladijs en zalm, is geschikt voor baby’s. Koop liefst gefileerde vis en pas op voor graten. Maak de vis gaar door hem bv. te stomen samen met de aardappelen en groenten.

Maatjesharing, ansjovis en gerookte vis zijn niet geschikt.

Gezonde en schadelijke stoffen in vis

  • Vis is een goede bron van volwaardige eiwitten, essentiële vetzuren, ijzer en vitamine A en D. Meestal bevat vis minder vet en is makkelijker verteerbaar dan vlees.
  • Vet van vis heeft een andere samenstelling dan het vet van vlees, met een gunstige invloed op de cholesterol in het bloed.
  • Vette vis bevat heel wat goede, onverzadigde vetzuren. Voor baby’s zijn de essentiële vetzuren in vis (omega 3) o.a. belangrijk voor de groei van de hersenen en de ontwikkeling van de ogen.
  • De Hoge Gezondheidsraad beveelt aan om 1 tot 2 x per week vis te eten, waarvan 1x vette vis. Wanneer er vis op het menu staat, is 20 g vis genoeg voor de baby. Breng zo veel mogelijk variatie in de voeding, om het risico van vreemde stoffen nog meer te verkleinen.
  • Geef een baby nooit rauwe vis, maar verhit de vis voldoende, dan worden alle bacteriën gedood.
  • Geef vis onmiddellijk na de bereiding. Bij bewaring kan vis opnieuw besmet worden (via de handen, de lucht, ...) en bederven.
  • Combineer geen nitraatrijke groenten met vis. Nitraat kan zich namelijk omzetten in nitriet. Nitriet kan in het lichaam reageren met de aminozuren uit vis en omgezet worden in nitrosamines. Die stoffen zijn schadelijk voor het lichaam: ze kunnen kankerverwekkend zijn. Niet iedereen is het daar echter over eens. Uit voorzorg adviseren we toch om vis niet te combineren met nitraatrijke groenten. Dat geldt ook voor potjesvoeding en kant-en-klare babymaaltijden, maar niet voor zalm en makreel: met die vissoorten worden geen nitrosamines gevormd. 
  • Kies voor vis met een kwaliteitslabel (op de verpakking). Dit staat voor duurzame kweek en vangst.
  • Sommige soorten vis zijn bedreigd, bv. tonijn, en eet je dan ook beter niet (teveel).

In vis kunnen soms zware metalen zoals kwik en cadmium, en resten van moeilijk afbreekbare stoffen (pcb’s) voorkomen. Er bestaan op dat punt soms grote verschillen tussen zoetwatervis en zeevis. Bij zeevis worden de wettelijke normen niet overschreden. Jonge kinderen zijn gevoeliger voor de effecten van kwik, maar +/- 20 g is te weinig om zich zorgen te maken over schadelijke stoffen.

  • Vissen uit verontreinigd water (bv. rivierpaling) en roofvissen zoals haai, marlijn en zwaardvis te eten bevatten meer kwik dan andere vissoorten.
  • Schaal- en schelpdieren kunnen gegeven worden vanaf 12 maanden.

(plantaardige) Eiwitbronnen in een vegetarische voeding

Vegetarisch eten is er bewust voor kiezen om zonder dierlijke eiwitbronnen (vlees, vis, ei, zuivel, ...) te eten. Daarbinnen zijn er verschillende strekkingen. De lacto-ovovoeding is de bekendste: wel zuivel (lacto) en eieren (ovo), maar geen vlees of vis. Wordt geen enkel dierlijk product gegeten, dan gaat het over veganisme. Het is soms moeilijk om een evenwichtige nutritionele balans te bereiken als alle dierlijke producten weggelaten worden. Het kan een tekort aan energie, eiwit, calcium, ijzer, vitamine D en vitamine B12 veroorzaken. Risico’s zijn een vertraagde groei, rachitis (een botaandoening) en bloedarmoede. Extra vitamines, mineralen en verrijkte voedingsmiddelen zijn noodzakelijk om de tekorten op te vangen. De voorkeur gaat voor hen naar een lacto(ovo)-vegetarische voeding. Laat je goed informeren als je je kind vegetarisch wil opvoeden. Je baby heeft zeker niet elke dag vlees nodig, maar baby’s zijn in volle groei en hebben een grote behoefte aan eiwitten: zowel dierlijke eiwitten (in een vegetarische voeding bv. eieren, kaas en melk) als plantaardige eiwitten (peulvruchten, deegwaren, granen, meel en brood). Naast de hoeveelheid is ook de eiwitkwaliteit van belang in een vegetarisch voedingspatroon. De eiwitkwaliteit is afhankelijk van de verteerbaarheid en de aanwezigheid van essentiële aminozuren. Vegetariërs dienen naast een verhoogde inname ook extra aandacht te schenken aan de juiste combinatie van (plantaardige) eiwitbronnen zodat alle essentiële aminozuren in voldoende mate worden aangebracht. Het combineren is niet noodzakelijk per voedings- of maaltijdmoment, het is voldoende wanneer alle essentiële aminozuren in voldoende mate over een volledige dag aangeboden worden.

  • Geef dagelijks nog voldoende melkvoeding (borstvoeding of een 1/2 l tweedeleeftijdsmelk). Zo krijgt de baby voldoende eiwitten, maar ook ijzer, calcium en vitamines D en B12 binnen. Bij borstgevoede zuigelingen gaat de aandacht naar de inname van een volwaardige gezonde voeding door de mama. 
  • Plantaardige dranken zoals notendrank, rijstdrank, enz. zijn geen volwaardige vervanging. Ze bevatten niet de juiste voedingsstoffen om een baby goed te laten groeien en ontwikkelen.
  • Graanproducten vormen samen met peulvruchten, groenten en fruit de basis in een vegetarische voeding. Granen zijn belangrijke leveranciers van eiwitten, ijzer en vitamines, bv. rijst, maïs, gierst, boekweit, quinoa, tarwe, rogge, gerst, haver, kamut, spelt, enz. Beperk rijst tot 1x per week. Wees voor jonge kinderen nog voorzichtig met volkorenproducten.
  • Kies bij elke maaltijd voor voldoende groenten en fruit. Ze bevatten vitaminen en mineralen, bv. vitamine C en ijzer. Vitamine C bevordert de opname van ijzer in het lichaam. IJzer uit plantaardige voedingsmiddelen wordt minder gemakkelijk opgenomen. Gezien de diverse samenstelling is variëren tussen donkere bladgroenten, groene en gele groenten belangrijk.
  • Schenk voldoende aandacht aan vitamine B en ijzer. In een lacto-ovovoeding zit de vitamine B in melk(producten), ei en granen. IJzer wordt geleverd door ei en plantaardige voedingsmiddelen, zoals groenten, peulvruchten, graanproducten, brood, zilvervliesrijst, (volkoren)deegwaren, tofoe en noten. Beperk rijst tot 1x per week.
  • Wissel regelmatig af.
  • Voeg aan een vegetarische voeding ook wat vetstof toe. Volg gewoon de richtlijnen rond smeer- en bereidingsvetten voor kinderen tot 4 jaar.

(plantaardige) Eiwitbronnen vanaf 12 maanden:

  • een ei of een eidooier
  • 25 g tofoe/tempé
  • 50 g gare peulvruchten
  • 25 g mycoproteïne (beter bekend onder de naam Quorn)
  • 25 g seitan/vegetarische burger

Vegetarische burgers, kaasburgers, groentemengsels en bewerkte producten op basis van peulvruchten, soja of granen krijgen de voorkeur niet omdat ze vaak weinig eiwitten bevatten en ook niet altijd evenwichtig samengesteld zijn. De burgers zijn meestal vet- en zoutrijk. Daarenboven zijn ze meestal gepaneerd waardoor ze bij het bakken behoorlijk veel vet of olie opslorpen.

Andere eiwitbronnen

Nieuwe vleesvervangers zoals wieren, algen en insecten zijn nog in volle ontwikkeling. Er is meer onderzoek nodig. Niet alle soorten zijn even geschikt (voedingswaarde, schadelijke stoffen, ...).

Peulvruchten

Peulvruchten zijn de eetbare rijpe zaden van planten. Tijdens hun groei zitten ze opgeborgen in een peul. Wanneer de zaden rijp zijn, worden de peulvruchten geoogst, gedroogd en gedorst. De peul zelf wordt niet gegeten.

In de voedingsdriehoek bevinden peulvruchten zich in de donkergroene groep met voedingsmiddelen van plantaardige oorsprong  omdat ze veel plantaardige eiwitten bevatten. Ze zijn ook een goede bron van ijzer, B-vitamines, voedingsvezels en zetmeel. De verschillende soorten peulvruchten hebben allemaal ongeveer dezelfde voedingswaarde, met uitzondering van de sojaboon. Deze is rijker aan eiwitten van hogere kwaliteit dan de andere peulvruchten.

Meer weten? Bereiding van peulvruchten

Seitan

Seitan is een product op basis van de eiwitten uit tarwe. Het lijkt qua consistentie op vlees. Het is eiwitrijk, maar iets minder volwaardig dan soja- of QuornTM-eiwit. Vandaar dat het geen volwaardige vleesvervanger is en je seitan het best combineert met andere eiwitbronnen zoals peulvruchten, melkproducten of ei. Seitan is vetarm en erg zout. Het is rijk aan calcium en vitamine B3.

Je kan het geven vanaf 1 jaar als vlees- of visvervanger.

Tempé

Tempé ziet eruit als een beige, platte, vochtige koek waarin de sojabonen duidelijk zichtbaar zijn. Er worden hele sojabonen in verwerkt. Door gisting krijgt het product een licht zure smaak. Tempé is rijk aan eiwitten en essentiële aminozuren en bevat voldoende vitamines en mineralen.

Noten

Noten, behalve kokosnoten, zijn rijk aan onverzadigde vetzuren en leveren ook veel energie. Het zijn zeer geconcentreerde voedingsmiddelen. Geschikte noten zijn o.a. wal-, hazel-, pinda-, amandelen cashewnoten. Ook zaden en pitten kunnen gebruikt worden: pompoen- en pijnboompitten of sesam-, lijn-, en maanzaad. Naast gezonde vetten bevatten noten veel eiwitten, vezels en verschillende vitamines. Gebruik ze voor je baby aanvullend en in kleine hoeveelheden (1 eetlepel notenpasta of -moes).

  • Geef aan kinderen jonger dan 4 jaar geen hele noten om verslikking te vermijden. Kies daarom voor hen een notenpasta of -moes. Lees hierover meer bij Tussendoortjes.

Vetten

  • De kwaliteit van vetten en oliën gaat achteruit als je ze opwarmt en er worden schadelijke afbraakstoffen gevormd. Dit is afhankelijk van het type vet of olie. Hoe hoger de temperatuur, hoe sneller de vetten degraderen. Wanneer een olie begint te roken (en verbranden) is de temperatuur te hoog en worden schadelijke stoffen gevormd.
  • Kies bij voorkeur voor een olie, een zachte plantaardige margarine of bak- en braadvet rijk aan enkelvoudige onverzadigde vetzuren, bv. maïs-, olijf-, arachide-, koolzaad- of zonnebloemolie. Enkelvoudig onverzadigde vetzuren zijn beter bestand tegen hoge temperaturen dan meervoudig onverzadigde vetzuren. Er bestaan ook enkele oliën rijk aan verzadigde vetten die niet de voorkeur krijgen: kokos- en palmolie.
  • Vermijd vetrijke tussendoortjes, groenten in vette saus of mayonaise.

Kies voor:

  • brood: zachte broodsmeersels arm aan verzadigde vetzuren en rijk aan onverzadigde vetzuren, bv. zachte plantaardige margarine.
  • koude bereidingen: alle oliën zijn geschikt, bv. saffloer-, druivenpit-, zonnebloem-, koolzaad-, soja-, maïs-, arachide-, sla-, olijfolie,... Soja-en slaolie mogen alleen gebruikt worden voor koude bereidingen.
  • bakken en braden: bereidingsvet met een laag gehalte aan verzadigde en een hoog gehalte aan onverzadigde vetzuren, bv. zachte plantaardige margarine, bak- en braadvet en oliën.

De algemene achtergrondinformatie over vetten vind je hier.

Kruiden en bouillonblokjes

Voeg zachte kruiden toe aan de groentepap, zoals peterselie, bieslook, kervel, basilicum en venkel.

Wees voorzichtig met sterk smakende kruiden en pikante specerijen. Die kunnen het maag-darmkanaal van kinderen te hard prikkelen. Probeer ze voorzichtig uit.

Vermijd de toevoeging van zout aan de voeding van het kind. Het zout dat van nature in de voedingsmiddelen zit is voldoende.

Bouillonblokjes zijn geconcentreerde extracten van groenten, vlees, kip of vis met kruiden en veel zout. De nieren van het kind kunnen overbelast raken.  Er bestaan vetarme en zoutarme bouillonblokjes, maar ook deze bevatten nog vrij veel zout. Bij een kind wordt al snel de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid bereikt. Bouillonblokjes bevatten ook vooral smaakversterkers en kleurstoffen en hebben geen nutritionele meerwaarde. Je gebruikt ze dus beter niet.

Trek zelf bouillon van soepvlees, kip (beenderen) of vis (graten) met groenten en kruiden.

Stoom, pocheer of rooster de producten of bereid ze in eigen nat om de natuurlijke smaak te behouden. Voeg een beetje vetstof toe.

Diepgevroren producten

Een baby mag industrieel niet-bereide diepgevroren voedingswaren (groenten, vlees, vis, ...) eten. Het invriezen heeft geen invloed op de voedingswaarde. Het verlies van voedingsstoffen vindt vooral plaats vóór het invriezen en bij het bewaren. Industrieel diepvriezen gebeurt op -30 tot -40 °C. Thuis zijn de omstandigheden minder ideaal: veel voedingsstoffen gaan verloren, de kwaliteit van het voedingsmiddel daalt en de houdbaarheid is veel beperkter.

Bij aankoop:

  • De temperatuur in de diepvrieskast staat onder -18 °C.
  • Het pakje steekt niet boven de rand uit of is niet met rijm of ijs bedekt, geopend of gescheurd.
  • Maak gebruik van een diepvrieszak of koelbox om ze te vervoeren en steek ze zo snel mogelijk in de diepvriezer thuis. Bewaar ze thuis bij een constante temperatuur van -18 °C of kouder. Voor langdurig bewaren is -24 °C ideaal.
  • Vermijd industrieel bereide diepvriesgroenten of -maaltijden. De wettelijke normen zijn helemaal anders dan die voor babyvoeding. Zo’n maaltijd bevat te veel zout en te veel vetten. Bij de opwarming gaan er ook heel wat vitamines verloren en kan er nitriet gevormd worden.

Bij thuis invriezen:

  • Maak de groenten klaar zodra ze zijn geoogst of gekocht.
  • Reinig ze goed, was ze en snij ze. Leg ze gedurende 2 à 5 minuten in kokend water zonder ze gaar te koken (blancheren). Laat ze zo snel mogelijk afkoelen.
  • Voeg niets toe en verpak ze in kleine porties. Gebruik alleen speciale verpakkingen om ze in te vriezen en doe dit zo snel mogelijk.
  • Bewaar de groenten op -18 °C of kouder gedurende hoogstens 10 à 12 maanden. Zijn de groenten niet geblancheerd, dan blijven ze maar maximum 3 maanden goed.
  • Bereid de groenten zonder ze te ontdooien op dezelfde manier als verse groenten. De bereidingstijd is wel korter.
  • Zelf vlees of vis invriezen voor de groentepap is geen aanrader. De industriële niet-bereide variant is hier te verkiezen.

Vlees

  • Koop vers kwaliteitsvlees dat niet eerder werd diepgevroren.
  • Was de handen grondig.
  • Maak het vlees gebruiksklaar: verpak het in kleine porties in een geschikte verpakking.
  • Voeg niets toe.
  • Vries het zo snel mogelijk in. Leg niet te veel tegelijk in de vriezer.
  • Bewaar het vlees op -18 °C of kouder. Voor langdurig bewaren is -24 °C ideaal. Mager vlees bewaart ongeveer 6 maanden, vet vlees 3 maanden.
  • Gehakt wordt het best niet diepgevroren.
  • Ontdooi het vlees langzaam in de koelkast of in de microgolfoven.
  • Bereid het vlees op dezelfde manier als vers vlees.
  • Ontdooi niet op kamertemperatuur: het vlees verliest meer vocht en de kans op ontwikkeling en vermenigvuldiging van bacteriën is groter.
  • Vries ontdooid, niet-bereid vlees nooit opnieuw in.

Vis

  • Koop verse kwaliteitsvis die niet eerder werd diepgevroren. Alleen heel verse vis kan worden ingevroren.
  • Was je handen grondig.
  • Maak de vis gebruiksklaar: verpak hem in kleine porties in een geschikte verpakking.
  • Voeg niets toe.
  • Vries hem zo snel mogelijk in. Leg niet te veel tegelijk in de vriezer.
  • Bewaar de vis op -18 °C of kouder. Voor langdurig bewaren is -24 °C ideaal.
  • Magere vis bewaart ongeveer 6 maanden, vette vis ongeveer 3 maanden.
  • Ontdooi de vis langzaam in de koelkast of in de microgolfoven.
  • Bereid de vis op dezelfde manier als verse vis.
  • Koop geen vissticks of andere gepaneerde diepvriesvis of -vlees. Die bevatten te veel zout en slorpen veel vet op tijdens het bakken.
  • Ontdooi niet op kamertemperatuur: de vis verliest meer vocht en de kans op ontwikkeling en vermenigvuldiging van bacteriën is groter.
  • Vries ontdooide, niet-bereide vis nooit opnieuw in.