Vanaf 6 maanden

Een baby kan nu uit een beker leren drinken. Op 8 à 9 maanden houdt hij de beker zelf vast. Hij geeft meestal zelf aan wanneer hij eraan toe is om over te schakelen naar een beker.

  • Geef een baby de tijd om deze nieuwe vaardigheid te leren.
  • Vóór het 1ste jaar is het niet nodig om alle voeding uit een beker te laten drinken.
  • Hou rekening met de zuigbehoefte van de baby.
  • Leert een baby pas na 12 maanden uit een beker drinken, dan duurt het veel langer vooraleer het ontwend is aan het drinken uit een zuigfles.
  • Geef een baby vanaf 6 maanden tussen de maaltijden regelmatig wat water. Zo voorkom je dat het later geen water lust en het enkel zoete dranken wil.

Tips

  • Geef ook niet te veel water, om de eetlust niet te verstoren.
  • Heeft het kind het moeilijk om slokjes uit een beker te nemen, morst of verslikt het zich vaak, vul de beker dan met halfvloeibare voeding, bv. ingedikte flesvoeding of soep. Naarmate een baby makkelijker slokjes neemt, kan de voeding weer verdund worden.
  • Gebruik een gewone beker en geen tuitbeker.  Het drinken aan een zuigfles of een tuitbeker houdt het infantiel zuigen in stand. Met een open beker leert een baby de vloeistof aan te zuigen en juist te doseren, en zijn lippen rond de bekerrand te sluiten. Dit is goed voor zijn latere taalontwikkeling en voor de stand van zijn tanden. Er bestaan ook bekers met een uitsparing, zodat de baby zelf kan zien hoeveel vloeistof er naar zijn mond komt.
  • Doe tong- en lipspelletjes: tong uitsteken, klakken met de tong, ...