Op het menu


Extra drinken

Melkvoeding is nog altijd het belangrijkste. Een baby van 8 maanden drinkt nog borstvoeding of minstens een 1/2 l melkvoeding. Wil een kind gewoon wat meer drinken dan alleen zijn melkvoeding, dan kan dit gerust. Laat de baby zeker niet constant aan een (zoet) drankje zuigen. Dit kan namelijk tandcariës bevorderen. Elk kind heeft wel andere behoeften: het ene vraagt nooit om drinken, terwijl het andere zoveel drinkt dat het ten koste gaat van zijn eetlust. Wees zeker alert op een goede verhouding tussen drinken en vaste voeding. Voldoende drinken is een belangrijk onderdeel van gezonde voeding.

Water geniet de dagelijkse voorkeur. Het is de beste dorstlesser. Kies voor mineraalarm niet-bruisend flessenwater.

Lichte kruiden-of vruchtenthee (kamille, linde, venkel, rozenbottel, enz.) zonder suiker of honing kunnen eens een leuke afwisseling zijn. 

Let op:

  • Koffie, zwarte en groene thee en alcohol zijn niet geschikt voor kinderen.
  • Let op met appelsap: teveel kan diarree veroorzaken.
  • Bij koorts, diarree of zeer warm weer, heeft een kind extra vocht nodig.

Soep

Op 9 maanden komt er meer variatie in de voeding van je baby. Hij mag nu soep drinken bij of na zijn groente- of broodmaaltijd.
  • De soep maak je best zelf. Vermijd de toevoeging van zout en bereid alles met verse ingrediënten. Kan je baby al stukjes kauwen, dan hoef je de soep niet meer fijn te maken.
  • Soep kan de groentemaaltijd niet vervangen. Bij kleine eters kan het aangewezen zijn dit na de maaltijd te geven. Het is vooral een goede vochtleverancier. Eventueel kan men soep aan de groentepap toevoegen. Zo wordt ze iets minder droog.

Restjes

Hier wordt het onderscheid gemaakt tussen restjes bewaren en groentepapporties op voorhand bereiden om in te vriezen.

Restjes zijn overschotten  die nog onnodig arm gehouden werden, of te lang staan en bewaard leven 

  • Het bewaren en heropwarmen van restjes houdt risico’s op infecties in. De voeding verliest ook vitaminen.
  • Bewaar restjes zeker niet langer dan één dag in de koelkast.
  • Raak restjes niet aan met de handen, laat ze snel afkoelen en bewaar ze afgedekt in de koelkast.
  • Warm restjes snel op, verhit het door en door (meer dan 70 °C tot in de kern). Roer het regelmatig om.

Daarnaast is er het bereiden van groentepap met het oog op het invriezen van kleinere porties. Ga steeds uit van verse groenten. . Vries deze na bereiding snel in en bewaar maximum 3 maanden. Ontdooien kan in de microgolfoven of traag in de koelkast.

Tussendoortjes

  • Voor kinderen jonger dan 9 maanden is een kinderkoek alleen geschikt wanneer het geprakt wordt met vloeistof zoals in een fruitpap of met melkvoeding in een papje, om verslikken te voorkomen. Gebruik niet dagelijks kinderkoek in de fruitpap, want dit leidt tot de gewoonte om op het moment dat fruitpap overgaat in stukjes fruit, ook dagelijks een koek aan je kind te geven.
  • Vanaf 9 maanden kan je een droog kinderkoekje geven, maar eigenlijk heeft een kind hier nog geen behoefte aan. Er bestaan bovendien gezonde alternatieven, zoals een rijstwafel of een broodkorstje. 
  • Geef niet regelmatig rijstkoeken als snack. Varieer dus voldoende met andere gezonde tussendoortjes.
  • Laat je baby nooit alleen met een koekje, voor het geval hij zich zou verslikken.

Noten

Nootjes zijn aantrekkelijke tussendoortjes, maar de kauwfunctie van jonge kinderen is onvoldoende ontwikkeld om nootjes fijn te maken. Hierdoor kunnen zij zich gemakkelijk verslikken. Het verslikken in een pindanoot is een belangrijke oorzaak van spoedgevallen. Het risico op verslikken beperkt zich niet tot de pindanoten, maar geldt algemeen voor hele noten.

Het is niet evident een arbitraire leeftijd te zetten wanneer noten wel veilig kunnen gegeten worden, zij houden immers ook bij volwassenen risico’s in. Kind en Gezin houdt er zeker aan om tot de leeftijd van 4 jaar noten te vermijden in de voeding. Maar ook daarna blijft het aangewezen voorzichtig te zijn.

Enkele adviezen om de risico’s te beperken:

  • Vermijd hele noten bij jonge kinderen.
  • Zet noten buiten het bereik van jonge kinderen. Wees alert voor (resten van) nootjes die kinderen kunnen vinden op de grond, in zetels, ... Hou steeds toezicht.
  • Laat kinderen niet al etend rondlopen of spelen.

Brood

Schakel geleidelijk aan over naar brood: week bv. stukjes lichtbruin brood in melkvoeding en laat de baby af en toe op een broodkorstje knabbelen of maak een papje van melkvoeding met voorgekookte fijne melen of granen. Er bestaan verschillende kindermelen en graanvlokken. Geef na een paar keer de melkvoeding apart, besmeer het brood met vetstof en leg eventueel wat zacht beleg op.

Start een echte broodmaaltijd met ’s morgens 1/2 of 1 sneetje lichtbruin brood.

  • Brood dat 1 à 2 dagen oud is, is minder plakkerig en makkelijker te kauwen.
  • Gebruik als vetstof zachte, plantaardige margarine rijk aan onverzadigde vetstoffen.
  • Heeft een kind al voldoende tanden en kan het goed kauwen, dan mag het beschuiten of geroosterd brood eten. Ze hebben dezelfde voedingswaarde als gewoon brood. Ze bevatten wel minder vocht en zijn daardoor lichter verteerbaar. Geef geen te grote stukken.
  • Voor brood met hele korrels of vlokken is al een betere kauwtechniek nodig. Wacht hier zeker nog mee tot na de leeftijd van 1 jaar. 
  • Volkorenbrood en andere volkorenproducten kan je starten zodra het kind hiervoor mondmotorisch klaar is. In de loop van het tweede levensjaar mag je de voeding geleidelijk aanvullen met volle, bruine rijst, havermout, volkorendeegwaren en brood. Een teveel aan voedingsvezels kan tot krampen en winderigheid leiden. Bovendien kan de opname van mineralen verstoord worden.
  • Laat een baby nooit alleen terwijl het een korstje eet, hij zou zich kunnen verslikken.
  • Beperk het gebruik van wit brood en fantasiebrood (bv. sandwiches, suiker- of rozijnenbrood), want dit is bereid uit witte bloem en bevat weinig interessante voedingsstoffen. De onbewerkte granen en graanproducten zijn namelijk rijk aan ijzer, B-vitamines en voedingsvezels. Bij het raffineren verwijdert men een groot deel van de kiem en de zemel (= buitenste vliesje) van de graankorrel, waarin juist heel veel vitamines, mineralen en vezels zitten.

Als de broodmaaltijd 's morgens goed gaat, kan je na een tijdje ook 's avonds een melkvoeding vervangen door een boterham. Let wel dat je baby dagelijks nog voldoende melkvoeding drinkt.

Broodbeleg

Besmeer de boterham van je baby van bij het begin altijd in met een beetje zachte, plantaardige margarine rijk aan onverzadigde vetstoffen. Kinderen hebben dit vet nodig als energiebron om te groeien en zo leren ze dat ook kennen. Vermijd minarine, want hierin zit te weinig vet. 

In het begin is broodbeleg behalve margarine, niet echt nodig, maar het mag. Overdrijf er niet mee en kies beleg dat geschikt is voor baby’s:

  • geplet vers fruit (bv. meloen of banaan)
  • vruchtenmoes zonder suiker (bv. appelmoes)
  • groentemousse (wortelmousse)
  • ei of gekookte vis (fijngeplet)
  • hummus of notenpasta (zelf bereid, zonder extra toevoegingen zoals kruiden en/of suiker)

Kies geen:

  • zoet beleg (bv. choco)
  • kaas (zoals harde en zachte kazen, geitenkaas …)
  • vette of bereide vleeswaren (worst, salami, filet americain)
  • bereid gehakt

Deze voedingswaren zijn bewerkt en dus meestal sterk gezouten en bevatten veel verborgen vet. Kinderen krijgen hierdoor ook te veel eiwitten. Bovendien worden bij de bereiding bewaarmiddelen gebruikt.

Honing

Geef geen honing aan een baby jonger dan 1 jaar. De kans bestaat dat de honing besmet is met de Botulismebacterie. Bij volwassenen groeit deze bacterie in het algemeen niet in de darm. Bij baby’s kan dat wel, aangezien hun darmflora nog niet voldoende ontwikkeld is. Dit wordt ‘infantiel botulisme’ genoemd. Botulisme kan leiden tot verlamming en zelfs tot de dood. Hoewel infantiel botulisme heel zeldzaam is en de kans op besmetting zeer klein blijft, zijn de gevolgen te ernstig om onnodige risico’s te nemen.

Kinderkoekjes of babyvoeding waarin honing verwerkt is, kunnen geen infantiel botulisme veroorzaken. Deze producten zijn namelijk bewerkt en verhit.

(plantaardige) Eiwitbronnen in een vegetarische voeding

Vegetarisch eten is er bewust voor kiezen om zonder dierlijke eiwitbronnen (vlees, vis, ei, zuivel, ...) te eten. Daarbinnen zijn er verschillende strekkingen. De lacto-ovovoeding is de bekendste: wel zuivel (lacto) en eieren (ovo), maar geen vlees of vis. Wordt geen enkel dierlijk product gegeten, dan gaat het over veganisme.

Veganisme

Het is soms moeilijk om een evenwichtige nutritionele balans te bereiken wanneer alle dierlijke producten weggelaten worden. Het kan een tekort aan energie, eiwit, calcium, ijzer, vitamine D en vitamine B12 veroorzaken. Risico’s zijn een vertraagde groei, rachitis (een botaandoening) en bloedarmoede. Extra vitamines, mineralen en verrijkte voedingsmiddelen zijn noodzakelijk om de tekorten op te vangen. De voorkeur gaat voor hen naar een lacto(ovo)-vegetarische voeding. Laat je goed informeren als je je kind vegetarisch wil opvoeden. 


Je baby heeft zeker niet elke dag vlees nodig, maar baby’s zijn in volle groei en hebben een grote behoefte aan eiwitten: zowel dierlijke eiwitten (in een vegetarische voeding bv. eieren, kaas en melk) als plantaardige eiwitten (peulvruchten, deegwaren, granen, meel en brood). Naast de hoeveelheid is ook de eiwitkwaliteit van belang in een vegetarisch voedingspatroon. De eiwitkwaliteit is afhankelijk van de verteerbaarheid en de aanwezigheid van essentiële aminozuren. Vegetariërs dienen naast een verhoogde inname ook extra aandacht te schenken aan de juiste combinatie van (plantaardige) eiwitbronnen zodat alle essentiële aminozuren in voldoende mate worden aangebracht. Het combineren is niet noodzakelijk per voedings- of maaltijdmoment, het is voldoende wanneer alle essentiële aminozuren in voldoende mate over een volledige dag aangeboden worden. 

  • Geef dagelijks nog voldoende melkvoeding (borstvoeding of een 1/2 l tweedeleeftijdsmelk). Zo krijgt de baby voldoende eiwitten, maar ook ijzer, calcium en vitamines D en B12 binnen. Bij borstgevoede zuigelingen gaat de aandacht naar de inname van een volwaardige gezonde voeding door de mama.  
  • Plantaardige dranken zoals notendrank, rijstdrank, enz. zijn geen volwaardige vervanging. Ze bevatten niet de juiste voedingsstoffen om een baby goed te laten groeien en ontwikkelen.
  • Graanproducten vormen samen met peulvruchten, groenten en fruit de basis in een vegetarische voeding. Granen zijn belangrijke leveranciers van eiwitten, ijzer en vitamines, bv. rijst, maïs, gierst, boekweit, quinoa, tarwe, rogge, gerst, haver, kamut, spelt, enz. Beperk rijst tot 1x per week. Wees voor jonge kinderen nog voorzichtig met volkorenproducten.
  • Kies bij elke maaltijd voor voldoende groenten en fruit. Ze bevatten vitaminen en mineralen, bv. vitamine C en ijzer. Vitamine C bevordert de opname van ijzer in het lichaam. IJzer uit plantaardige voedingsmiddelen wordt minder gemakkelijk opgenomen. Gezien de diverse samenstelling is variëren tussen donkere bladgroenten, groene en gele groenten belangrijk.

(plantaardige) Eiwitbronnen vanaf 8 maanden:

  • 1/2 ei of 1 eierdooier
  • 20-40 g sojakaas (tofoe)
  • 35-70 g gare gepureerde en gezeefde peulvruchten (= 1-2 eetlepels)
  • 20-40 g mycoproteïne (Quorn™)

Wacht met andere eiwitbronnen zoals seitan en tempé tot de leeftijd van 1 jaar.

Meer weten? pdf Vegetarische voeding, informatiebrochure (VVK) (2MB) en pdf Voedingsleer vegetarische voeding (VVK (2MB))

Noten

Noten, behalve kokosnoten, zijn rijk aan onverzadigde vetzuren en leveren ook veel energie. Het zijn zeer geconcentreerde voedingsmiddelen. Daarom worden deze producten slechts aanvullend in kleine hoeveelheden gebruikt (1 eetlepel notenpasta of -moes). Het zijn geen vleesvervangers. Geschikte noten zijn o.a. wal-, hazel-, pinda-, amandelen en cashewnoten. Ook zaden en pitten kunnen gebruikt worden: pompoen- en pijnboompitten of sesam-, lijn-, en maanzaad. Naast gezonde vetten bevatten noten veel eiwitten, vezels en verschillende vitamines. Grotere hoeveelheden zijn niet aanbevolen, door de aanwezigheid van belemmerende factoren die de opname van bepaalde mineralen en vitaminen kan verminderen.

  • Geef aan kinderen jonger dan 4 jaar geen hele noten om verslikking te vermijden. Kies daarom voor hen een notenpasta of -moes, zonder toevoegingen van suiker en extra vet. Lees hierover meer bij Tussendoortjes.

Vegetarische burgers

Vegetarische burgers, kaasburgers, groentemengsels en bewerkte producten op basis van peulvruchten, soja of granen krijgen de voorkeur niet omdat ze vaak weinig eiwitten bevatten en ook niet altijd evenwichtig samengesteld zijn. Daarenboven zijn ze meestal gepaneerd waardoor ze bij het bakken behoorlijk veel vet of olie opslorpen.

Andere eiwitbronnen

Nieuwe vleesvervangers zoals wieren, algen en insecten zijn nog in volle ontwikkeling. Er is meer onderzoek nodig. Niet alle soorten zijn even geschikt (voedingswaarde, schadelijke stoffen, ...).   Zeewieren en algen Zeewieren en algen kunnen hoge gehaltes aan arseen en zware metalen bevatten. Zij worden voor zwangere vrouwen en jonge kinderen afgeraden . 

Sommige voedingsmiddelen worden verkeerdelijk als vleesvervanger gezien.

  • Kaas is eiwitrijk, maar bevat ook veel vet en zout.
  • Champignons, tuinbonen en sperziebonen zijn relatief arm aan eiwitten en voldoen niet aan de richtlijnen van een vleesvervanger. 
  • Quinoa en andere granen worden niet gezien als volwaardige vleesvervangers, want ze bevatten te weinig eiwitten.
  • Noten bevatten veel eiwitten maar ook veel vetten. Door de hoge vetaanbreng en de mogelijke aanwezigheid van belemmerende factoren die de opname van bepaalde mineralen en vitaminen kan verminderen, worden zij maar in kleine hoeveelheden aangeraden. Omwille van deze redenen horen ze niet thuis bij de vleesvervangers.
  • Vegetarische tapenades, pasta’s en hummus worden eerder als broodbeleg gezien. Ze zijn vet- en zoutrijk, gebruik ze dus met mate.

Ei

Eieren zijn rijk aan voedingsstoffen zoals eiwit en onverzadigde vetten. Daarnaast bevatten ze veel vitamines en mineralen.

Dit maakt eieren een volwaardige vleesvervanger.

  • Kook een kippenei 10 min. volledig gaar in water. Plet daarna 1/2 ei fijn met een vork.
  • Rauwe of onvoldoende verhitte eieren kunnen besmet zijn met Salmonella en een kind ziek maken. Ze zijn ook moeilijker verteerbaar en bovendien bevatten ze avidine. Deze stof zorgt ervoor dat ons lichaam bepaalde vitaminen niet kan opnemen. Het ei koken vernietigt deze stof.
  • Geef geen zelf bereide bavarois, chocolademousse en aardappelpuree waarin een rauw ei verwerkt is.
  • Eendeneieren en ganzeneieren zijn meestal besmet met salmonella. Deze bacteriën worden alleen vernietigd bij voldoende verhitting: voor eendeneieren betekent dit 10 min. koken en voor ganzeneieren 15 min. Geef ze veiligheidshalve niet aan kinderen.

Kruiden en bouillonblokjes

Voeg zachte kruiden toe aan de groentepap, zoals peterselie, bieslook, kervel, basilicum en venkel.

Wees voorzichtig met sterk smakende kruiden en pikante specerijen. Die kunnen het maag-darmkanaal van kinderen te hard prikkelen. Probeer ze voorzichtig uit.

Vermijd de toevoeging van zout aan de voeding van het kind. Het zout dat van nature in de voedingsmiddelen zit is voldoende.

Bouillonblokjes zijn geconcentreerde extracten van groenten, vlees, kip of vis met kruiden en veel zout. De nieren van het kind kunnen overbelast raken. Het zijn vooral smaakmakers. De hoeveelheid vlees, vis of groenten is te verwaarlozen. Er bestaan vetarme en zoutarme bouillonblokjes, maar ook deze bevatten nog vrij veel zout. Bij een kind wordt al snel de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid bereikt. Bouillonblokjes bevatten ook vooral smaakversterkers en kleurstoffen en hebben geen nutritionele meerwaarde. Je gebruikt ze dus beter niet.  Trek zelf bouillon van soepvlees, kip (beenderen) of vis (graten) met groenten en kruiden.

Stoom, pocheer of rooster de producten of bereid ze in eigen nat om de natuurlijke smaak te behouden. Voeg een beetje vetstof toe.

Voedingsvezels

Voedingsvezels zijn plantaardige stoffen die zich in de celwand van planten bevinden en in onze darmen niet verteerd worden. Ze zijn belangrijk voor een goede werking van de maag en darmen. Ze mogen geleidelijk ingevoerd worden in de voeding van de baby. Zolang de baby melkvoeding krijgt, is de aanvoer van voedingsvezels beperkt.

Zodra fruit en groenten met eventueel granen worden gegeven, krijgt de baby meer voedingsvezels. Geef tot de leeftijd van 2 jaar niet te veel voedingsvezels, aangezien zij ook risico’s kunnen inhouden voor jonge kinderen. In de babyvoeding zijn het vooral granen, (licht)bruin brood, fruit, groenten, aardappelen en peulvruchten die voedingsvezels aanbrengen.

  • Voedingsvezels in fruit en groenten vertragen de lediging van maag en darm.
  • Voedingsvezels in brood en graanproducten nemen water op uit de dikke darm. Hierdoor krijgt de ontlasting een groter volume, wordt zij zachter en verkort de doorgangstijd.
  • Een voeding die rijk is aan voedingsvezels is een voeding die weinig energie bevat, terwijl baby’s net veel energie nodig hebben. Bijgevolg kan een te vezelrijke voeding aanleiding geven tot een vertraagde groei en ontwikkeling.
  • Voedingsvezels kunnen de opname van bepaalde mineralen in het lichaam verminderen (bv calcium, ijzer, zink, koper, fosfor en magnesium). Voedingsvezels worden geleidelijk ingeschakeld. Een snelle inschakeling kan immers leiden tot buikklachten.
  • Voldoende vezels geven alleen een optimaal resultaat als er ook voldoende bij gedronken wordt.

Melk en afgeleide producten

Vanaf het moment dat de baby lepelvoeding eet, mag pap of pudding. Let wel, gebruik de melkvoeding als basis. Maak bv. een papje van melkvoeding met voorgekookte melen of graanvlokken voor zuigelingen. Voeg de gevitamineerde granen of melen gewoon toe aan de lauwe melkvoeding. Zo lossen ze makkelijk op. Ook niet-voorgekookte melen en granen (bv. griesmeel of puddingpoeder) zijn goed om een papje te maken.

  • Borstvoeding of een aangepaste melkvoeding en de bijvoeding leveren voldoende eiwitten en voedingsstoffen om in de dagelijkse behoefte van een kind te voorzien. Een teveel aan melkproducten leidt tot een onevenwichtige voeding: te veel eiwitten en calcium, te weinig ijzer en voedingsvezels. Geef daarom nu nog geen melkproducten (yoghurt, fruitkaasjes of plattekaas). Dit geldt ook voor diverse kaasjes die speciaal voor kinderen aangeprezen worden. Fruitkaasjes zijn bovendien vaak gezoet en stimuleren een baby niet tot het eten van brokjes. Deze vaardigheid leren ze best nu aan.
  • Geef nog geen sojadranken en –producten. De samenstelling van gewone sojadranken is niet aangepast aan de behoeften van baby’s jonger dan 3 jaar. Er bestaan melkvoedingen (zuigelingenvoedingen) op basis van soja-eiwitten die wel geschikt zijn voor baby’s.

Vetten

  • Voeg de aangepaste hoeveelheid vetstof op het einde van de bereiding aan de groentepap toe. De kwaliteit van bepaalde vetten en oliën gaat namelijk achteruit als je ze opwarmt en er worden schadelijke afbraakstoffen gevormd. Dit is afhankelijk van het type vet of olie.
  • Kies bij voorkeur voor een olie, een zachte plantaardige margarine of bak- en braadvet rijk aan enkelvoudige onverzadigde vetzuren, bv. maïs-, olijf-, arachide-, koolzaad- of zonnebloemolie. Enkelvoudig onverzadigde vetzuren zijn beter bestand tegen hoge temperaturen dan meervoudig onverzadigde vetzuren. 

De algemene achtergrondinformatie over vetten vind je hier.

Diepgevroren producten

Een baby mag industrieel niet-bereide diepgevroren voedingswaren (bv. groenten, vlees, vis, ...) eten. Het invriezen heeft geen invloed op de voedingswaarde. Het verlies van voedingsstoffen vindt vooral plaats vóór het invriezen en bij het bewaren. Industrieel diepvriezen gebeurt op -30 tot -40 °C. Thuis zijn de omstandigheden minder ideaal: veel voedingsstoffen gaan verloren, de kwaliteit van het voedingsmiddel daalt en de houdbaarheid is veel beperkter.

Bij aankoop:

  • De temperatuur in de diepvrieskast staat onder -18 °C.
  • Het pakje steekt niet boven de rand uit of is niet met rijm of ijs bedekt, geopend of gescheurd is.
  • Maak gebruik van een diepvrieszak of koelbox om ze te vervoeren en steek ze zo snel mogelijk in de diepvriezer thuis. Bewaar ze thuis bij een constante temperatuur van -18 °C of kouder. Voor langdurig bewaren is -24 °C ideaal.
  • Vermijd industrieel bereide diepvriesgroenten of -maaltijden. De wettelijke normen zijn helemaal anders dan die voor babyvoeding. Zo’n maaltijd bevat te veel zout en te veel vetten. Bij de opwarming gaan er ook heel wat vitamines verloren.

Bij thuis invriezen:

  • Maak de groenten klaar zodra ze zijn geoogst of gekocht.
  • Reinig ze goed, was ze en snij ze. Leg ze gedurende 2 à 5 min. in kokend water zonder ze gaar te koken (blancheren). Laat ze zo snel mogelijk afkoelen.
  • Voeg niets toe en verpak ze in kleine porties. Gebruik alleen speciale verpakkingen om ze in te vriezen en doe dit zo snel mogelijk.
  • Bewaar de groenten op -18 °C of kouder gedurende hoogstens 10 à 12 maanden. Zijn de groenten niet geblancheerd, dan blijven ze maar max. 3 maanden goed.
  • Bereid de groenten zonder ze te ontdooien op dezelfde manier als verse groenten. De bereidingstijd is wel korter.
  • Zelf vlees of vis invriezen voor de groentepap is geen aanrader. De industriële niet-bereide variant is hier te verkiezen.

Vlees

  • Koop vers kwaliteitsvlees dat niet eerder werd diepgevroren.
  • Was de handen grondig.
  • Maak het vlees gebruiksklaar: verpak het in kleine porties in een geschikte verpakking.
  • Voeg niets toe.
  • Vries het zo snel mogelijk in. Leg niet te veel tegelijk in de vriezer.
  • Bewaar het vlees op -18 °C of kouder. Voor langdurig bewaren is -24 °C ideaal. Mager vlees bewaart ongeveer 6 maanden, vet vlees 3 maanden.
  • Gehakt wordt het best niet diepgevroren.
  • Ontdooi het vlees langzaam in de koelkast of in de microgolfoven.
  • Bereid het vlees op dezelfde manier als vers vlees.
  • Ontdooi niet op kamertemperatuur: het vlees verliest meer vocht en de kans op ontwikkeling en vermenigvuldiging van bacteriën is groter.
  • Vries ontdooid, niet-bereid vlees nooit opnieuw in.

Vis

  • Koop verse kwaliteitsvis die niet eerder werd diepgevroren. Alleen heel verse vis kan worden ingevroren.
  • Was je handen grondig.
  • Maak de vis gebruiksklaar: verpak hem in kleine porties in een geschikte verpakking.
  • Voeg niets toe.
  • Vries hem zo snel mogelijk in. Leg niet te veel tegelijk in de vriezer.
  • Bewaar de vis op -18 °C of kouder. Voor langdurig bewaren is -24 °C ideaal.
  • Magere vis bewaart ong. 6 maanden, vette vis ong. 3 maanden.
  • Ontdooi de vis langzaam in de koelkast of in de microgolfoven.
  • Bereid de vis op dezelfde manier als verse vis.
  • Ontdooi niet op kamertemperatuur: de vis verliest meer vocht en de kans op ontwikkeling en vermenigvuldiging van bacteriën is groter.
  • Vries ontdooide, niet-bereide vis nooit opnieuw in.
  • Koop geen vissticks of andere gepaneerde diepvriesvis of -vlees. Die bevatten te veel zout en slorpen veel vet op tijdens het bakken.