Flessen afbouwen

  • De leeftijd van 6 à 8 maanden is de kritische periode waarin het aangewezen is een baby uit een open beker te leren drinken. De baby leert de vloeistof aan te zuigen, juist te doseren en zijn lippen rond de bekerrand te sluiten. Door in die periode een beker aan te bieden leert hij een goede drinktechniek aan.

  • Leert een baby pas na 12 maanden uit een beker drinken, dan blijft een kind langer in het primitieve zuig- en slikpatroon en duurt het veel langer vooraleer hij het drinken uit een zuigfles ontwend is.

  • Onder de leeftijd van 12 maanden volstaat het nu en dan water aan te bieden in een open beker en is het niet nodig om alle voeding uit een beker te laten drinken. Het is immers belangrijk dat je baby voldoende melkvoeding drinkt. Behoud dus gerust het flesje voor de ochtend- en avondvoeding.

  • Tussen 15 en 18 maanden is de beste leeftijd om ook de melkvoeding geleidelijk aan in een open beker te geven. 

Het langdurig niet-nutritief (fopspeen) en nutritief (flesvoeding) zuigen kan spraakstoornissen (tussentandse spraak) en mond- en gebitsproblemen veroorzaken. Tijdig aanleren uit een beker te drinken heeft daardoor ook invloed op de latere taalontwikkeling en de vorm van het gebit.

Daarnaast is het stoppen met flesvoeding een belangrijk onderdeel in het voorkomen van de slechte gewoonte om tussen de maaltijden en/of ‘s nachts suikerbevattende dranken (melk, vruchtensappen, andere gezoete dranken) in te nemen, wat early childhood cariës (tandbederf) kan veroorzaken. Zowel de vorm als de structuur van het gebit wordt daardoor beïnvloed.


Hoe definitief afbouwen?

  • Ga niet plotseling te werk. Het flesje betekent voor je peuter vaak een rustig, knus gebeuren.

  • Leg uit dat het beter is voor de groei van de tandjes en dat het kind te groot wordt voor een flesje.

  • Kies een rustige periode. In een periode waarin andere spannende dingen te gebeuren staan, kan het kind juist het comfort van het flesje drinken, al dan niet op iemands schoot extra opzoeken.

  • Ga wel vastberaden te werk: het kind heeft jouw steun en volharding nodig om van zijn flesje afscheid te kunnen nemen. Wanneer het voelt dat jij er zelf niet goed bij voelt of twijfelt of het wel zal lukken, zal het kind ook onzeker worden. Geloof erin en geef het kind ook dit signaal.

  • Zoek eventueel samen een alternatief, bv. een doekje of knuffeltje. Met het stoppen met het flesje blijft het doekje of knuffeltje over en is het een minder heftig afscheid.

  • Zodra je peuter zittend één of meer deciliter(s) melk(voeding) uit een kopje kan drinken, kan je de fles geleidelijk aan stopzetten.