Hoe geven?

  • Ga zitten en neem de baby op de schoot.
  • Leg hem in halfzit.
  • Zorg dat je arm steun heeft.
  • Laat zijn hoofdje rusten in de plooi van je elleboog.
  • Zorg dat de speen altijd met melk gevuld is.
  • Zuigt de baby de speen plat, schroef dan de dop wat losser.
  • Zitten er luchtbelletjes in de fles terwijl de baby drinkt, dan is de dop goed aangeschroefd.
  • Zorg dat de speen tijdens het drinken altijd goed vol blijft. Zo slikt de baby geen lucht. 

Tips

  • Geef liever eerst het badje en daarna de fles of laat er voldoende tijd tussen.
  • Voed afwisselend links en rechts. Dit is belangrijk voor een symmetrische motorische ontwikkeling.
  • Zorg voor oogcontact. Dit is goed voor de ontwikkeling van de baby.
  • Belangrijk is dat de baby tijdens de voedingen aandacht, liefde en warmte krijgt.
  • Test de temperatuur niet door zelf te drinken van de fles, zo kunnen infecties overgaan op de baby.
  • Leg nooit een fles in het bed of de wieg van de baby. Drinkt hij voortdurend, dan kan hij zich verslikken. Het is bovendien slecht voor de (vaak nog niet doorgebroken) tanden.
  • Geef een kind geen zoete drank (risico op zuigflescariës).

Tweelingen

Om een tweeling tegelijk de fles te geven, zijn verschillende manieren mogelijk:

  • allebei op de schoot, met hun rug naar jou toe. Hou je armen rond hen en neem een fles in elke hand.
  • allebei liggend op één arm.
  • eentje op schoot en eentje in een zitje.
  • allebei liggend in een zitje.

Boertje

  • Zolang een baby rustig drinkt, hoef je de voeding niet te onderbreken om je baby te laten boeren. Het boertje komt toch meestal pas na de voeding.
  • Drinkt een baby heel gulzig of maakt hij veel geluidjes onder het drinken, dan slikt hij meer lucht. Het kan dan wel nuttig zijn om tussenin te stoppen voor een boertje.
  • Je baby boert makkelijker als hij tegen je aanleunt met zijn hoofdje en armpjes boven je schouder. Ook wisselen van houding kan wel eens helpen.
  • Drinkt een baby rustig en krijgt hij ruim de tijd om te boeren, dan is het niet erg als hij toch niet boert.
  • Neem altijd voldoende tijd voor een boertje. Een baby die vaak oprispingen heeft, heeft minder last als hij 20 tot 30 minuten rechtop gehouden wordt na de voeding.
  • Huilt de baby een tijdje na de voeding nog of blijft hij onrustig, probeer dan opnieuw om hem te laten boeren.
  • Hikken heeft hetzelfde effect als boeren. Als je baby na de voeding de hik krijgt, hou je het ook nog een tijdje recht, maar het is mogelijk dat er geen boertje meer komt.