Aanpak

De ouder/opvoeder is verantwoordelijk voor een aantal preventieve regels. Als volwassene heb je niet alles zelf in de hand en kan er  hulp gezocht worden. Afhankelijk van de oorzaak van het probleem en de toestand van het kind, worden verschillende strategieën toegepast. Hiervoor moeten verschillende deskundigen samenwerken: arts, verpleegkundige, logopedist, diëtist en psycholoog.

Logopedische begeleiding

Is de mondfunctie niet zo goed ontwikkeld, dan veroorzaakt dit problemen om te eten en drinken. Soms kan dit leiden tot sondevoeding. De logopedische begeleiding pakt verschillende problemen aan.

Onaangename ervaringen voorkomen

  • Krijgt een kind het benauwd tijdens het drinken en verslikt het zich vaak (door een slechte coördinatie van zuigen, slikken en ademhalen, door hart- of longproblemen, door anatomische afwijkingen, enz.): veranderen van houding, fles of manier van aanbieden.
  • Kokhalst een kindje (maag-darmproblemen, verkeerde voeding of te veel voeding, enz.): voorkomen van spuwen.
  • Wil een kindje eten of drinken, maar kan het niet: problemen herkennen en goede aanwijzingen geven.

Stimuleren van positieve prikkeling in het mondgebied (orale responsiviteit)

  • Door over de wang geaaid te worden, de speen of tepel tussen de lippen te houden en warme voeding in de mond te voelen krijgt een baby prikkels die hem de kans geven om actief en positief te reageren.
  • In tegenstelling tot: wegzuigen van slijmen, sonde inbrengen, pleisters op de wang kleven of operaties in het mondgebied. Dit is dikwijls medisch noodzakelijk, maar leidt tot een vlucht- of weigergedrag.  

Stimuleren van de mondmotoriek

  • Bij het drinken en eten zijn de bewegingen van lippen, wangen, kaken, tong en gehemelte op elkaar afgestemd: tot 3 à 4 maanden gebruikt de logopedist mondreflexen om de motoriek te stimuleren.
  • Verkeerde lichaamshoudingen en bewegingen worden gecorrigeerd.
  • Als het kindje onervaren is met eten of met een verkeerde techniek eet, kunnen de lippen, wangen of kaken ondersteund worden om het kind krachtiger te laten zuigen. Soms moeten de fles en de speen aangepast worden, de voeding dikker of vloeibaarder gemaakt worden. 

Het begeleiden van de ouders

  • Het herkennen van onzekerheid, verdriet en onmacht bij de ouders. 
    Uitleggen hoe en waarom helpt ouders anders naar hun kind te kijken. Ze kunnen dit aan de omgeving doorvertellen. 
  • Adviezen om kinderen positief te stimuleren. 
  • Duidelijk stappenplan met haalbare doelstellingen: de gelegenheid om positief met voeding en met een kindje bezig te zijn.

Aanleren van nieuwe eettechnieken

Voor elke eettechniek bv. afhappen van een lepel, drinken uit een beker, brokjes leren eten, is er een optimaal moment om ze aan te leren. Te vroeg of te laat starten kan tot problemen leiden. Bv.:

  • Eet de baby in het begin moeilijk van de lepel, dwing hem dan niet. Is zijn mondje open omdat hij huilt en steek je er voedsel in, dan slikt de baby dat reflexmatig door. Op deze manier is eten allesbehalve aangenaam. Blijft hiermee doorgegaan worden, dan leidt dit soms tot voedselweigering. Wacht nog even tot het kind deze nieuwe eettechniek aankan om dit te voorkomen.