Allergie

Zowel het aantal als de ernst van de allergische reacties nemen toe (publicatie nr. 8513 van de Hoge Gezondheidsraad). De meest voorkomende voedselallergieën zijn die op koemelk, kippenei, vis, noten, tarwe, soja en pinda's. Maar omdat allergie mogelijk is op elk voedingsmiddel is het voorkomen van een allergische reactie bijna onmogelijk.

Is er een voedselintolerantie of -allergie door de behandelende arts vastgesteld, kan hij je doorverwijzen naar een diëtist of je kan zelf een diëtist zoeken via www.vbvd.org.


Zuigelingen en allergie

De darmwand van een baby is nog heel gevoelig en meer doorlaatbaar voor voedingseiwitten vergeleken met die van een groter kind. Voedingseiwitten komen meestal rechtstreeks uit de voeding, maar kunnen ook voorkomen op de handjes van een baby. En doordat een baby vaak zijn handjes in de mond stopt, komen eiwitten in het lichaam terecht.

Bij een voedselallergie maakt het lichaam afweerstoffen aan tegen bepaalde voedingseiwitten. Een allergische reactie is mogelijk op bijna alle eiwitten: koemelk, kippenei, vis, noten, tarwe, soja, pinda's, … Koemelkeiwitten zijn de eerste eiwitten waarmee de darm van een baby in contact komt via de voeding. De allergie voor koemelk eiwit is dan ook de meest voorkomende en de meest bekende. 

Bij starten van vaste voeding vanaf de leeftijd van (4-) 6 maanden geeft men gevarieerde evenwichtige voeding, waarin potentieel allergeniserende voedingsmiddelen (vis, ei, koemelk en afgeleiden...) ook worden geïntroduceerd; dit zowel bij kinderen met als bij kinderen zonder atopische/allergische aanleg. En het uitstellen van geven van allergeniserende voedingsmiddelen beschermt niet tegen het ontwikkelen van allergie tegen die stoffen, integendeel: daardoor wordt de kans op allergische reactie zelfs groter.

Zes maanden uitsluitend borstvoeding geven, zorgt voor een bescherming tegen allergie, met name eczeem (atopische dermatitis) en astma.

Als borstvoeding niet mogelijk blijkt, kan hypo-allergene zuigelingenvoeding ook een beschermende werking bieden.





Koken

Wanneer je kind voedselallergie heeft, moet je voorzichtig omspringen met voedingsmiddelen. Omdat soms een zeer kleine hoeveelheid van een allergeen al een ernstige allergische reactie kan uitlokken, moet je tijdens de maaltijdbereiding alle maatregelen nemen, om kruisbesmetting te voorkomen.

  • Respecteer het strikt mijden van bepaalde voedingsmiddelen.
  • Voorkom kruisbesmetting door tijdens de voedselbereiding het gebruikte keukenmateriaal, de snijplank en het werkoppervlak grondig te reinigen om (zelfs zeer kleine) resten van het allergeen te verwijderen alvorens andere voedingsmiddelen te hanteren. Het is nog veiliger om apart keukenmateriaal te voorzien voor een allergische kind. 
  • Soms wordt aangeraden om eerst de maaltijd te bereiden voor het allergische kindje. Zo start je met proper materiaal in een propere werkomgeving en verminder je het risico op kruisbesmetting (proper betekent hier zonder allergene eiwitten).
  • Respecteer een strikte handhygiëne.
  • Kijk steeds de verpakking van de voedingsproducten na. De producenten zijn wettelijk verplicht om op voorverpakte voedingsmiddelen de aanwezigheid van de 14 stoffen of producten die allergieën of intoleranties veroorzaken te vermelden.
  • Meer en meer staat op verpakkingen ‘kan sporen bevatten van …’ of ‘wordt gemaakt in een bedrijf waarin ook … verwerkt wordt‘ waarbij niet kan uitgesloten worden dat er toch zeer kleine hoeveelheden van het allergeen aanwezig zijn. Er kunnen zich immers al allergische reacties voordoen als er nog maar enkele sporen aanwezig zijn. Deze producten mogen dan ook niet gebruikt worden voor iemand die voor die stoffen allergisch is. Meer info in de nieuwsbrief van het federale voedselagentschap van maart-april 2013.

In de opvang

De kans is groot dat er in elke opvang wel een kindje met een voedselallergie is. Het kan gaan om een gekende voedselallergie. Maar een kind kan ook plots allergisch reageren op een voedingsmiddel zonder dat dit gekend was, bv. als een nieuw voedingsmiddel de eerste keer wordt aangeboden in de opvang, of een felle reactie op een voedingsmiddel waarop bij eerste aanbieding weinig reactie was.

Een voedselallergie is geen reden om een kindje uit de opvang te weren. Als opvang bekijk je best samen met de ouders hoe jullie tegemoet kunnen komen aan de specifieke behoefte van het kind.

Sommige opvangvoorzieningen kregen al te maken met een kindje dat ernstig allergisch reageerde op een voedingsmiddel. Dit kon gebeuren door onzorgvuldig handelen en het gekende allergeen toch toe te dienen of doordat een kindje een nog niet gekende voedselallergie had. Daarom raden we aan om vooraf goed na te denken welke stappen je in dat geval zou zetten. Meer info bij crisisprocedure.

Voor elk kindje is er in de opvang een inlichtingsfiche aanwezig waarop onder meer de allergieën vermeld staan.

  • Vraag eventueel aan de ouders bijkomende informatie wanneer ouders die kregen, bv. van een diëtiste, van de behandelende arts.
  • In specifieke gevallen kan gedetailleerde medische informatie nodig zijn. Daarom raden we aan om best een medisch attest op te vragen.
  • Als je op de hoogte bent van een kind met voedselallergie, maak je best duidelijke afspraken met de ouders over: Op welke voedingsmiddelen reageert het kind? Welke voedingsmiddelen moeten vermeden worden? Welke stoffen moeten vermeden worden? Staat dit altijd op het etiket van de verpakkingen? In ernstige gevallen kan het niet haalbaar zijn voor de opvang om de maaltijden te bereiden. Maak afspraken met de ouders over het meebrengen van voedingsmiddelen naar de opvang. Of maak gebruik van vooraf bereide maaltijden.
  • Vraag welke signalen kunnen wijzen op een allergische reactie bij het kind, zodat je een allergische reactie snel kan herkennen en tijdig de nodige stappen kan zetten.
  • Zorg ook dat de contactgegevens van de ouders steeds in de nabijheid zijn, zodat de ouders op tijd verwittigd kunnen worden.
  • Maak afspraken wanneer jullie eventueel zelf een arts raadplegen.
  • Een goede wederzijdse communicatie tussen de opvang en de ouders is heel belangrijk.
De medewerkers in de  opvang moeten geïnformeerd zijn over de problematiek van voedselallergieën en op de hoogte zijn van de risico’s voor het allergische kind. Je kan ervoor kiezen om een vorming te organiseren over dit thema.
 
  • Zorg dat je de samenstelling van de bereide maaltijden kent.
  • Werk met receptenfiches voor groepsopvang
  • Als je werkt met een externe dienst, moet deze de afwezigheid van allergenen kunnen garanderen. Maak duidelijke afspraken met de externe leverancier. 
  • Het FAVV begeleidt bedrijven bij hun communicatie over allergenen naar de consument (tekst en video). 

Maaltijden door ouders

Als je de afwezigheid van een bepaald allergeen niet kan garanderen, kan je ervoor kiezen om de maaltijden te laten meebrengen door de ouders. Maak hierover duidelijke afspraken met de ouders. Neem in dit geval volgende aanbevelingen in acht:

  • Als ouders een bereide maaltijd meebrengen naar je opvang moeten ze steeds een etiket aanbrengen met de naam van het kind en de datum van bereiding. 
  • De risico’s van deze werkmethode moeten gekend zijn door de opvang en de ouders. Gepaste maatregelen moeten genomen worden om de veiligheid van de voedingsmiddelen te verzekeren. Het verdient de voorkeur om hierover een gesprek te voeren met de ouders om hen de nodige informatie te geven. Denk aan het hygiënisch bereiden, correct bewaren en transporteren naar de opvang. Kies voor niet snel bederfbare voedingsmiddelen.
  • De ouders zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van de meegebrachte maaltijden (bv. versheid, bereidingswijze, …). Jij bent verantwoordelijk voor alle verdere stappen vanaf de ontvangst van de maaltijden (bv. gekoelde bewaring, opwarmen, …). Maak hierover duidelijke afspraken. Je kan er bv. voor kiezen om deze verdeling van verantwoordelijkheden op te nemen in het huishoudelijk reglement of je maakt een schriftelijke overeenkomst met de ouders.

Andere aandachtspunten

  • Hou toezicht tijdens de eetmomenten.
  • Handjes en gezichtjes wassen na eten en drinken, ook best voor de maaltijd de handen wassen.
  • Schoonmaken met zeep verwijdert allergenen prima. Ook bijvoorbeeld pinda- en notensporen. 
  • Zorg voor proper materiaal: schoon speelgoed en meubilair en een schone vloer.

Voor groepsopvang

De wettelijke verplichting inzake traceerbaarheid geldt niet voor voedingswaren en bereide maaltijden die ouders uitzonderlijk meebrengen naar je opvang, bv. omwille van gezondheidsredenen. 