Vroeggeboorte

Vaak blijft een te vroeg geboren kind achter in het ziekenhuis. Ouders kunnen dan in samenspraak met een verpleegkundige van Kind en Gezin de thuiskomst van het kind voorbereiden. Bij het verlaten van het ziekenhuis krijgt het kind informatie mee met alle gegevens voor zijn opvolging.

Er bestaan heel wat diensten ter ondersteuning van (ouders van) te vroeg geboren kindjes. Je kan voor de verdere opvolging ook terecht bij Kind en Gezin.
Vraag raad bij je behandelend arts of verpleegkundige.

Preventie en opvolging van vroeggeboorte


Deze teksten willen bijdragen tot meer kennis over de preventie en opvolging van vroeggeboorte. Een betere inschatting van het risico op vroeggeboorte is belangrijk, om door vroeg ingrijpen de uitkomst van de zwangerschap en het kind te verbeteren.


Een laatste tekst biedt ondersteuning bij pdf overlijden na vroeggeboorte .


Als je na het lezen van deze teksten nog vragen hebt, bespreek deze dan zeker met je arts, vroedvrouw of verpleegkundige.

Borstvoeding

Ook voor te vroeg geboren kinderen is borstvoeding de beste keuze.

  • De antistoffen in moedermelk zijn heel belangrijk, omdat een kind deze stoffen nog niet zelf kan aanmaken. Borstvoeding beschermt tegen infecties.
  • Moedermelk is licht verteerbaar. Ze belast het kwetsbare spijsverteringsstelsel niet. Verschillende stoffen in moedermelk bevorderen de rijping van de darmen.
  • De moedermelk is aangepast aan de behoeften van een te vroeg geboren kind vanaf 36 weken zwangerschap: meer antistoffen, eiwitten, calorieën en zouten. Is een baby nog vroeger geboren (voor 36 weken zwangerschap), dan zijn de noden nog hoger en worden extra voedingsstoffen toegevoegd aan de afgekolfde melk.
  • Hoe het te vroeg geboren kind drinkt, hangt af van de zwangerschapsduur, van zijn gewicht en van zijn conditie. Rond 34 weken ontwikkelt de zuig-slikreflex zich.

Afkolven

Premature kindjes die nog te zwak zijn om aan de borst te zuigen kunnen afgekolfde melk krijgen via een infuus, sonde, cupje of fles, tot ze genoeg aangesterkt zijn. Wanneer het kind klaar is om zelf te zuigen, kan het aangelegd worden.


Eetproblemen

  • Tijdens hun verblijf in het ziekenhuis krijgen te vroeg geboren kindjes veel onaangename prikkels in de mondstreek: het intuberen ter ondersteuning van de ademhaling, het plaatsen van een maagsonde, het wegzuigen van slijmen, enz.
  • Bij een aantal blijft een onrijp zuigpatroon bestaan: snelle, oppervlakkige, weinig doeltreffende zuigbewegingen afgewisseld met pauzes.
  • De lippen omsluiten de speen of de tepel niet volledig. Zo kan een kind zich gemakkelijk verslikken.

Dit alles veroorzaakt een afkeer tegen prikkels in de mondstreek en overdreven kokhalsreacties.