Verloop

De rol van de partner is erg belangrijk. De partner kan de mama voortdurend aanmoedigen en ondersteunen. Als bij een vaginale geboorte het hoofdje tevoorschijn komt, kan de partner bv. een spiegel aanreiken. Zo ziet de mama het hoofdje geboren worden. De partner kan ook de navelstreng doorknippen, het gezicht van de mama verfrissen, ... 


Naderende bevalling

De bevalling kondigt zich op een van de volgende manieren aan, door:

  • het verliezen van bloed of de slijmprop;
  • het breken van de vliezen (en verlies van vruchtwater);
  • regelmatige pijnlijke weeën, voelbaar in de buik en/of onderrug.

Doet één van deze tekenen zich voor, ga dan naar de kraamkliniek of contacteer de arts of vroedvrouw.

Bij een eerste bevalling denken veel aanstaande ouders dat ze misschien te laat in de kraamkliniek zullen aankomen of de vroedvrouw of arts zullen contacteren. Dat is normaal, maar onnodig. Tussen de eerste tekenen en de eigenlijke bevalling ligt er meestal nog een hele tijd.

  • Bij de 1ste bevalling duurt de arbeid meestal het langst.
  • Bij volgende bevallingen is de periode van de arbeid meestal korter.

De slijmprop bevindt zich in de baarmoederhals en sluit de baarmoeder af. Ze beschermt het kind tegen infecties. Het verliezen van de slijmprop met wat bloed wordt ook wel het ‘tekenen’ genoemd. Het wijst erop dat de baarmoederhals zich langzaam opent. De hoeveelheid bloedverlies is niet groter dan bij beginnende maandstonden.

De vliezen kunnen onverwacht breken. Daarom is het nuttig de matras met een stuk plastic te beschermen gedurende de laatste weken van de zwangerschap. De vliezen breken evenwel dikwijls pas tijdens de eigenlijke ontsluitingsfase. Het breken van de vliezen doet op zich geen pijn. Het vruchtwater kan druppelsgewijs of met een grote stroom naar buiten vloeien.
Vruchtwater is normaal helder met wat witte vlokjes en is in tegenstelling tot urine niet op te houden.

Aanvankelijk voelen de weeën als pijn bij maandstonden. Geleidelijk volgen ze elkaar  sneller op. Ze worden regelmatiger en pijnlijker. Het wordt moeilijk om tussenin te ontspannen. De druk in de rug en/of het bekken neemt toe.


Vaginale geboorte

  • Ontsluitingsfase

Door regelmatige weeën wordt de baarmoederhals korter totdat hij volledig is verstreken. Daarna opent de baarmoederhals zich totdat hij volledig is ontsloten.

  • Uitdrijvingsfase

Is de baarmoederhals volledig geopend, dan mag de mama meepersen. De persweeën duwen het kind door de vagina naar buiten. De weeën zullen elkaar nu niet zo snel meer opvolgen. Het hoofdje wordt zichtbaar bij elke perswee. Er komt een ogenblik dat de vagina zo ver is opengerekt dat het hoofdje niet meer terugglijdt aan het einde van een wee.

De druk in het geboortekanaal is erg groot. Het weefsel tussen de vagina en de anus wordt tot het uiterste gespannen. Een arts of vroedvrouw kan het geboortekanaal zo nodig verruimen door een knip in dit weefsel te geven om te verhinderen dat het inscheurt. Het knippen gebeurt met een schaar, onder verdoving of op het hoogtepunt van een wee.

Net voor het hoofd geboren wordt, voelt de mama een branderige pijn. Na de geboorte van het hoofd zal de arts of vroedvrouw voelen of de navelstreng niet rond de nek zit. Vervolgens worden de schouders geboren. De rest van het lichaampje volgt als vanzelf. Het kindje is geboren en wordt, als er geen problemen zijn, op de buik van de mama gelegd.

Een pasgeboren kindje is nog altijd met de moederkoek verbonden door de navelstreng. Zo kan het even wennen aan zijn nieuwe omgeving. Er stroomt nog zuurstofrijk bloed naar het kindje. De navelstreng wordt vervolgens afgebonden en doorgeknipt. Dat betekent dat het kindje nu helemaal zelfstandig ademt.

Soms laat een kind tijdens de bevalling lang op zich wachten. De arts kan dan meehelpen en bv. een vacuümextractie (verlossing met de zuiger) uitvoeren.

  • Nageboorte

Ongeveer 10 tot 30 minuten na de geboorte zal de mama nog persen om de moederkoek met de daaraan verbonden navelstreng en vliezen uit te drijven. De moederkoek wordt zorgvuldig onderzocht om te zien of hij volledig is. Achtergebleven delen kunnen verwikkelingen zoals infecties en bloedingen veroorzaken. Op de plaats waar de moederkoek vergroeid was met de baarmoeder ontstaat nu een wonde die tijd nodig heeft om te helen. Kreeg de mama een knip of ontstond er een scheur, dan worden de wondranden gehecht.

  • Voornaamste onderzoeken

Gedurende de ontsluitingsfase volgt een vroedvrouw of arts door middel van vaginaal onderzoek regelmatig de ontsluiting en verstrijking van de baarmoederhals.

Gedurende de ontsluitings- en uitdrijvingsfase worden de harttonen van het kindje en de weeën regelmatig en nauwgezet opgevolgd met een monitor.


Keizersnede

Het kindje wordt via de buik geboren. Een keizersnede gebeurt meestal onder epidurale verdoving, zodat de moeder de geboorte bewust kan meemaken.

Het plaatsen van een epidurale verdoving is niet altijd mogelijk, bv. bij een spoedkeizersnede. In dit geval wordt gekozen voor volledige verdoving.


Het is raadzaam om vooraf met een arts of vroedvrouw de mogelijkheden van pijnstilling, het verloop van de ingreep, … te bespreken.