Zelfstandigen

De moederschapsrust bestaat uit een ‘verplichte’ periode en een ‘niet-verplichte’ periode. Je moet verplicht 3 weken nemen: 1 week voor en 2 weken na de bevalling. De overige 9 weken (of 10 weken bij een meerling) kan je naar keuze opnemen in periodes van 7 kalenderdagen en dit vanaf 3 weken tot 7 dagen voor de bevalling en vanaf de derde week tot 38 weken na de geboorte. De vrij te kiezen moederschapsrust kan ook halftijds worden opgenomen, in periodes van 7 kalenderdagen. Je werkt dan halftijds. Die halftijdse moederschapsrust duurt maximum 18 weken (20 weken bij een meerling). In dat geval wordt de moederschapsuitkering gehalveerd.

De moederschapsuitkering wordt door het ziekenfonds betaald.

Als je kindje na de geboorte nog minstens een week in het ziekenhuis moet blijven, kan je vragen om je moederschapsrust met nog een aantal weken (maximum 24) te verlengen. Die verlenging komt overeen met het aantal volledige weken hospitalisatie van je pasgeboren kind.

De zelfstandige moeder betaalt geen sociale bijdragen in het kwartaal dat volgt op het kwartaal van de bevalling. Er zijn geen gevolgen voor de sociale rechten. Die vrijstelling wordt toegekend aan zelfstandigen die bevallen vanaf 1 oktober 2016.

Informeer voor de bevalling bij je ziekenfonds.

Meer weten?