Besmettingen


Cytomegalovirus (CMV)

Cytomegalie is een virusziekte die ontstaat door contact met afscheidingen van een besmet persoon (bv. bloed, speeksel, urine, tranen, vaginale secretie, sperma, …). Zwangere vrouwen worden meestal besmet door intensief contact met een besmet kind. Vooral op plaatsen waar kleine kinderen samen leven en spelen (kinderopvang, kleuterklassen, ...) is er een sterke verspreiding en overdracht van het virus. 

Een kind dat op jonge leeftijd besmet wordt is zelf niet ziek maar is wel een onopgemerkte verspreider van het virus. Zwangere vrouwen moeten de nodige voorzorgsmaatregelen in acht nemen bij contact met lichaamsvochten van jonge kinderen. Vooral contact met speeksel en urine van jonge kinderen moet zoveel mogelijk vermeden worden. Jonge mama’s, die reeds 1 of meerdere jonge kinderen in huis hebben, zullen dus extra voorzichtig moeten zijn.

Gevaarlijk voor zwangere vrouwen en hun kind

Bij infectie tijdens de zwangerschap, bestaat er een kans dat het ongeboren kind op zijn beurt wordt besmet. Voor de meeste kinderen heeft de infectie geen gevolgen. Soms kunnen gehoor- of gezichtsstoornissen, groeivertraging, mentale achterstand of diverse neurologische problemen optreden.

Een zwangere vrouw kan nooit met zekerheid vermijden dat ze het virus opdoet tijdens de zwangerschap, maar ze kan wel een aantal maatregelen nemen die het risico op besmetting verlagen.

Preventiemaatregelen thuis en bij sociale contacten met jonge kinderen tot 6 jaar, in het bijzonder 1- tot 2-jarigen.

  • Was de handen zorgvuldig met water en zeep of ontsmet ze met handalcohol na contact met speeksel of urine (na verluiering, verzorging van het kind, schoonmaken potje, contact met vuile was van kleine kinderen, ...) of draag beschermende handschoenen. 
  • Geef jonge kinderen geen kusjes op de mond. Een kusje op het hoofd of een knuffel geven kan wel.
  • Neem geen gebruikte fopspeen in de mond
  • Neem geen door het kind gebruikt eetgerei in de mond (bv. lepel aflikken, uit zelfde beker drinken). Neem voor elk kind afzonderlijk eetgerei.
  • Reinig geregeld speelgoed, werkbladen en andere oppervlakken die in contact komen met lichaamsvocht van jonge kinderen. 

Preventie maatregelen gelden ook voor de partner. Het virus kan immers via kussen of vrijen doorgegeven worden aan elkaar.

Bijkomende preventiemaatregelen (naast die voor de thuissituatie):

  • Strikte handhygiëne en andere hygiënische maatregelen.
  • Gebruik wegwerphanddoekjes.
  • Draag geen ringen, armbanden, uurwerken en kunstnagels.
  • Maak werkoppervlakken (verzorgingskussen, werkoppervlak keuken, ...) regelmatig schoon.

Kinderen besmet met het CMV-virus mogen naar de opvang komen.

Het opsporen van besmette kinderen of personeel is moeilijk en is ook niet nodig. Zwangere medewerksters moeten wel extra voorzichtig zijn en de hygiënemaatregelen toepassen. De arts van de arbeidsgeneeskundige dienst beslist over het al dan niet verwijderen van de werkvloer. Als zelfstandige overleg je best met je behandelend arts.

Toxoplasmose

Toxoplasmose is een infectieziekte die veroorzaakt wordt door een parasiet. De parasiet komt via uitwerpselen van katten in het milieu terecht.

Besmetting kan optreden:

  • via besmette voeding
  • via ontlasting van katten
  • door contact met besmette grond of water

Alleen als een vrouw tijdens een zwangerschap voor het eerst in contact komt met de parasiet en een infectie oploopt, bestaat er een kans op besmetting van het kind. Besmetting tijdens de zwangerschap kan ernstige gevolgen hebben voor het kind: van afwijkingen van zijn zenuwstelsel, oogafwijkingen tot zelfs een miskraam.

Bij een toxoplasmose-infectie treden er bij de vrouw weinig of geen ziekteverschijnselen op. Het doormaken van de ziekte geeft immuniteit.

Een bloedonderzoek in het begin van de zwangerschap bepaalt of er al dan niet antistoffen zijn tegen toxoplasmose.

Wie niet immuun is voor een toxoplasmosebesmetting:

  • vermijd contact met besmette grond of water
  • vermijd contact met ontlasting van katten
  • let op haar voeding

Draag handschoenen bij het tuinieren of bij contact met aarde (bv. bij verpotten van planten). Was daarna grondig de handen en nagels met water en zeep.

Laat de kattenbak elke dag schoonmaken door iemand anders of doe het met handschoenen aan. Was daarna altijd grondig de handen en de nagels met water en zeep.
Ook zandbakken kunnen verborgen kattenuitwerpselen bevatten. Het is evenwel niet bekend of zandbakken een rol spelen bij besmetting.

Bekijk ook ...