Vaccinaties

Bij het toedienen van vaccins aan zwangere vrouwen moeten 3 factoren afgewogen worden:

  • de kans dat de onbeschermde zwangere vrouw in contact komt met de ziekte
  • de risico’s voor het kindje of de mama bij het oplopen van de aandoening
  • de risico’s voor het kindje of de mama verbonden aan het vaccin

Het is raadzaam om al vóór een zwangerschap met de arts na te gaan welke kinderziekten men heeft doorgemaakt en welke vaccinaties men in het verleden gekregen heeft. Zo kunnen ontbrekende vaccins tijdig worden toegediend.

Vaccins met levende afgezwakte organismen

Vaccinatie met vaccins die levende afgezwakte organismen bevatten wordt vermeden gedurende de zwangerschap omwille van het (theoretisch) risico op infectie en aantasting van het kindje. Wordt er toch gevaccineerd, dan is dat geen indicatie om een zwangerschap te beëindigen.

Vaccins met dode organismen

Voor vaccinatie met vaccins die dode organismen bevatten, bestaat geen bewijs voor toxische effecten of het veroorzaken van misvormingen bij het kindje.


Griep

Als zwangere ben je vatbaarder voor een ernstig verloop van griep en de complicaties ervan. Ook de foetus loopt ernstig risico. Griep kan leiden tot vroeggeboorte, verminderd geboortegewicht en miskraam. Het vaccin is ook tijdens de zwangerschap veilig. De Hoge Gezondheidsraad beveelt daarom de vaccinatie aan voor zwangere vrouwen vanaf 14 weken zwangerschap op het ogenblik van het griepseizoen (gedeeltelijk terugbetaald). De ideale periode van inenting ligt tussen half oktober en half november. Bij vaccinatie is de baby dubbel beschermd: door de antistoffen die hij meekrijgt via de placenta en doordat hij de griep niet kan oplopen via zijn moeder.

Hepatitis B

Sommige mensen zijn besmet met hepatitis B zonder het te weten. Je laat dit best testen. Bij zwangere vrouwen die het hepatitis B virus in zich hebben, is het cruciaal om zo snel mogelijk maatregelen te nemen om de baby bij de geboorte te beschermen (waaronder een vaccinatie binnen de 12 uur na de geboorte).

Bof

Tijdens de zwangerschap worden in principe geen levend verzwakte vaccins, zoals het mazelen-bof-rubellavaccin toegediend. De kans op het doormaken van bof tijdens de zwangerschap hangt af van het feit of je al dan niet immuniteit hebt opgebouwd door vaccinatie of een bofinfectie. Zwangere vrouwen hebben bij het doormaken van bof in het eerste trimester een licht verhoogd risico op een miskraam.

Kinkhoest

De antistoffen tegen kinkhoest dalen en verdwijnen zelfs 5 tot 10  jaar na de laatste kinkhoestvaccinatie. Ook na het doormaken van een natuurlijke kinkhoestinfectie is een levenslange immuniteit tegen de ziekte niet gegarandeerd. Hierdoor ontstaat een groter wordende groep van adolescenten en volwassenen die onvoldoende of niet meer beschermd zijn. Zij maken de ziekte zelf door of geven ze door aan baby's die nog niet (volledig) gevaccineerd zijn. Bij een kind is kinkhoest ernstig en zelfs dodelijk. Om kinderen te beschermen geeft de Hoge Gezondheidsraad van België volgend advies over kinkhoestvaccinatie bij volwassenen.

Voor alle volwassenen wordt de toediening van één dosis dTpa (gecombineerd vaccin tegen difterie, tetanus en kinkhoest voor volwassenen) aanbevolen, ongeacht de voorgeschiedenis van een (volledige of onvolledige) kinkhoestvaccinatie, en zeker diegenen die in contact komen met zuigelingen volgens het principe van de ‘cocoonvaccinatie’ (vb. jonge of toekomstige ouders, grootouders en hun naaste familiecontacten alsook het verzorgend personeel van pediatrische diensten, materniteiten en kinderdagverblijven en onthaalmoeders van jonge kinderen).

Voor iedere zwangere vrouw wordt kinkhoestvaccinatie tussen week 24 en week 32 van de zwangerschap aanbevolen, en dit bij elke zwangerschap, ongeacht of de vrouw voordien een herhalingsinenting kreeg. Op die manier maakt je als aanstaande moeder antistoffen tegen kinkhoest die je via de placenta doorgeeft aan je ongeboren kind. Zo is de baby vanaf de geboorte beschermd in afwachting dat hij zelf antistoffen tegen kinkhoest aanmaakt door de vaccinaties.

Indien de vaccinatie niet tijdens de zwangerschap wordt gegeven, wordt ze zo snel mogelijk postpartum toegediend als onderdeel van de cocoonstrategie.

In geval de zwangere vrouw tijdens de zwangerschap werd ingeënt of men deze inenting onmiddellijk na de bevalling plant, blijft ‘cocoonvaccinatie’ voor partner en andere adolescenten en volwassenen die met de zuigeling in contact komen zeker aanbevolen. Deze ‘cocoonvaccinatie’ wordt best uitgevoerd een paar weken voor de bevalling.

  • Een apart vaccin alleen tegen kinkhoest is niet beschikbaar in België. Het vaccin Boostrix® beschermt niet alleen tegen kinkhoest maar tegelijk ook tegen tetanus (klem) en difterie (kroep). 
  • Er zijn geen contra-indicaties voor de toediening van het vaccin, tenzij de persoon een aangetoonde allergie voor het vaccin heeft vertoond.

Vraag advies aan een arts of vroedvrouw inzake vaccinaties. 

Opgelet!

Een zwangere vrouw die een verre reis plant tijdens haar zwangerschap vraagt best aan haar arts of er voor het gebied waar ze naartoe gaat, bepaalde reisvaccinaties nodig zijn.

Bekijk ook ...