Intensief en langdurig een fopspeen gebruiken heeft een negatieve invloed op de ontwikkeling van tong-, lip- en kauwspieren. Dit heeft op zijn beurt weer een negatieve invloed op de ontwikkeling van het gebit en de spraak en taal. 

Ook al stopt een kind met de fopspeen voordat de tanden wisselen of voor de taalontwikkeling op volle vaart is, kan dit een negatieve invloed hebben op de verdere ontwikkeling door de verslapping van de mondmotorische spieren. Hoe sneller een kind stopt met een fopspeen te gebruiken, hoe sneller en beter het spierevenwicht zich kan herstellen

Gebruik een fopspeen verstandig, beperkt en niet te lang

  • Niet elke baby heeft een fopspeen nodig. Als je baby erg veel behoefte heeft aan veiligheid en geborgenheid, gepaard met een sterke zuigreflex, dan kan een fopspeen helpen. 
  • Duim- en vingerzuigen heeft een grotere impact dan het gebruik van een fopspeen en is moeilijker af te leren. Je kan daarom overwegen om een fopspeen in te zetten om duim- en vingerzuigen op jonge leeftijd tegen te gaan. 
  • Beperk het gebruik van een fopspeen tot de eerste levensmaanden en enkel tot momenten van inslapen. Gebruik de fopspeen niet te veel als een susmiddeltje.  
  • De vorm van de fopspeen heeft geen invloed op spraak- en taalontwikkeling. De duur van het gebruik van een fopspeen wel.  
  • Het materiaal van de fopspeen is best zo flexibel mogelijk (bv. rubber of siliconen).
  • Let op met fopspenen die worden ingezet om het stoppen te bevorderen. Vaak zijn dit fopspenen met een gevuld, massief zuiggedeelte. Hoe harder het materiaal, hoe meer impact dit heeft op de vorm van het gebit en het verhemelte. We raden het gebruik van deze fopspenen daarom af.  

Lees meer over het gebruik van een fopspeen en over taalontwikkeling

Taal Dagelijkse verzorging

Uit onderzoek blijkt dat tablets of tv (en ander 'hightech'-speelgoed) niet bijdragen aan de taalontwikkeling van een jonge baby. 

Een baby heeft vooral interactie nodig. Baby's moeten kunnen communiceren met hun omgeving om zich (talig) te ontwikkelen. Bij een tablet of tv is die interactie er niet. Door niet te delen wat het kind op het scherm zag, wordt deze interactie beperkt.

Betekent dit dat tablets en tv slecht zijn voor een baby? Neen, op voorwaarde dat ze gebruikt worden binnen een taalrijke context of samen met de ouders, grootouders of andere opvoeders. Je kijkt bv. samen naar een filmpje en vertelt er bij of je kijkt samen tv en zingt, ... 

Het is pas later, als een kind ouder is dan twee jaar, dat de tv een effect kan hebben op taalontwikkeling en woordenschat.  

Lees meer over taalontwikkeling

Taal Ontwikkeling en gedrag

Een baby herkent redelijk snel geluiden, ongeveer tussen 0 en 3 maanden. Een huilende baby die in het begin pas rustig wordt nadat je hem of haar oppakt, zal na enkele maanden leren stil te worden als je tegen hem of haar praat.

Het begrijpen van taal van je kind gaat veel sneller dan het spreken. Ook al zegt je kind nog geen woordjes, hij of zij zal al snel begrijpen wat je bedoelt als je bijvoorbeeld zegt ‘we gaan naar buiten’.

Je baby begint de eerste woordjes zoals ‘mama’, ‘bal’ te herkennen vanaf ongeveer 6-8 maanden en begrijpt steeds meer van wat jij zegt, ook al kan je baby zich nog niet in woorden uitdrukken. Vraag maar eens ‘Waar is je auto?” en je baby zal er wellicht naar op zoek gaan. Je baby zal ook de verschillende toonvariaties begrijpen en zal dus het verschil herkennen tussen een vriendelijke of een boze toon.

Lees meer over taalontwikkeling.

Taal Ontwikkeling en gedrag

Zeker! Iedereen die een taal genoeg én kwaliteitsvol kan praten met je baby draagt bij aan de taalontwikkeling van je kind in een bepaalde taal. Grootouders dus ook!

Er zijn wel een aantal belangrijke dingen om rekening mee te houden:

  • Hoe vaak zien de grootouders het kind?
  • Zijn er veel gesprekken tussen grootouder en kind als zij elkaar zien? 
  • Is de grootouder zelf taalvaardig in die taal?

Enkele voorbeelden: Als een grootouder een dag per week op je kind past en doorheen de dag actieve gesprekken voert, zingt,… in zijn of haar moedertaal, is er veel kans dat je kind die taal vlot zal leren. Een baby die een taal maar twee uren per week via de grootouders hoort, krijgt weinig kansen om die taal te leren.

Lees meer over meertalig opvoeden

Taal Ontwikkeling en gedrag

Er wordt vaak gedacht dat baby’s die verschillende talen horen van hun ouders in de war geraken. En dat ze deze talen niet van elkaar zullen kunnen onderscheiden en niet goed kunnen leren. Dit is een veel voorkomende misvatting.

Meerdere talen tegelijk aanbieden is meestal geen probleem. Baby’s die vanaf de geboorte met twee of meerdere talen worden opgevoed, leren die talen net zo goed als kinderen die één taal leren.

Als je de taal spreekt die je zelf goed kan en de verschillende talen vaak en goed worden aangeboden, kan je kind verschillende talen tegelijk leren.

Lees meer over meertalig opvoeden

Taal Ontwikkeling en gedrag

De zwangerschap is een heel goed moment om stil te staan bij hoe je je kind meertalig wil opvoeden.

Het allerbelangrijkste is dat je baby zoveel mogelijk en op een natuurlijke manier in contact komt met de talen die je voor hem of haar kiest! Op voorhand samen nadenken en afspraken maken helpt om het vol te houden. Tegelijkertijd kan het zijn dat je na een tijd andere keuzes maakt, en ook dat is normaal.

Op de pagina meertalig opvoeden vind je heel wat interessante informatie. 

Taal Ontwikkeling en gedrag

Wanneer je als professional geen toegang hebt tot de eForms, kan je je informatie niet rechtstreeks aan Opgroeien bezorgen. Vraag dan aan de ouder/begunstigde om het medisch inlichtingenformulier en de vragenlijsten op te laden via het digitaal portaal Mijn Kind en Gezin.

  1. Download het medisch inlichtingenformulier of een specifieke vragenlijst.
  2. Vul het sjabloon in.
  3. Bezorg het sjabloon ingevuld aan de ouder/begunstigde die als contactpersoon kan inloggen op Mijn Kind en Gezin.
  4. Vraag aan de ouder/begunstigde om het medisch inlichtingenformulier en de specifieke vragenlijsten op te laden via de vragenlijstenpagina.
Formulieren en vragenlijsten
Opgelet!

Om aanvragen vlot te kunnen verwerken, vragen we om de documenten niet op te sturen via de fysieke post of per e-mail.

De status van een aanvraag wordt automatisch op Dossier volledig gezet als Opgroeien het psychosociaal en het medisch inlichtingenformulier ontvangen en nagekeken heeft.

Dat beide formulieren ontvangen werden, betekent echter niet dat Opgroeien over alle nodige informatie beschikt. Er worden bijkomende documenten opgevraagd als:

  • Er nog elementen ontbreken om een zo getrouw mogelijke evaluatie te kunnen doen. Soms bevatten de formulieren voldoende informatie om een evaluatie te kunnen uitvoeren, maar ontbreken er nog specifieke documenten om met bepaalde zaken rekening te kunnen houden bij het toekennen van de punten.
  • De formulieren onvoldoende informatie bevatten om een evaluatie te kunnen uitvoeren.
Status

Aanmelden op het digitaal portaal moet gebeuren door de ouder of persoon die ook begunstigde is van het Groeipakket. Die ouder of begunstigde staat in het aanvraagdossier vermeld als contactpersoon en kan als enige inloggen in de digitale toepassing.

Zijn er twee begunstigden voor je kind? Dan is de contactpersoon:

  • Diegene die op hetzelfde adres woont als je kind
  • Of de jongste is van beiden (wanneer beiden op hetzelfde adres wonen)
Formulieren en vragenlijsten
Abonneer op