Meertalig opvoeden

Of je kind nu opgroeit met één of met meerdere talen, de taalontwikkeling verloopt grotendeels op eenzelfde manier. Bovendien zal een kind op jonge leeftijd geen onderscheid maken tussen de verschillende talen. Ze zijn met elkaar verbonden.

Het 'ijsbergmodel' van expert Jim Cummins geeft meer inzicht over hoe meerdere talen zich verhouden tot elkaar en voortdurend met elkaar in verbinding zijn.

ijsbergmodel van expert Jim Cummins

Ga snel naar

    Soorten meertaligheid

    Afhankelijk van het moment waarop een kind met twee of meerdere talen in contact komt, wordt er een onderscheid gemaakt tussen twee soorten meertaligheid.

    Meerdere talen van bij de geboorte

    Ook wel simultane meertaligheid genoemd. Een kind groeit vanaf de geboorte op met twee of meerdere talen tegelijk. Dat is bijvoorbeeld zo als de ouders consequent twee of meerdere talen tegelijk tegen hun kind spreken of als het kind twee talen tegelijkertijd leert (bv. thuistaal en Nederlands in de opvang).

    Een tweede taal leren op een later moment

    Ook wel successieve meertaligheid genoemd. Een kind legt eerst een basis in één taal (thuistaal) en leert een tweede taal op een later moment, bijvoorbeeld op school. 

    Fasen van successieve taalontwikkeling

    Elk kind zal op zijn of haar tempo en op zijn of haar manier een tweede taal verwerven. De taalontwikkeling verloopt stap per stap.

    Meer over successieve taalontwikkeling
    Link naar video: Hebben tweetalige kinderen een taalachterstand?
    Hebben tweetalige kinderen een taalachterstand?

    Meertalig opvoeden in het gezin

    'Zal mijn kind het goed doen op school als we thuis een andere taal spreken?' 'Kunnen we meer dan één taal spreken thuis?' 'Kiezen we niet beter voor Nederlands als thuistaal, ook al spreken we het zelf niet zo goed?' Ouders die het Nederlands niet als thuistaal hebben, kampen vaak met deze vragen.

    De moedertaal doorgeven is belangrijk voor de relatie tussen ouders en kind. Taal is ook een deel van onze identiteit. Een stevige basis in de thuistaal is bovendien cruciaal in het verwerven van een tweede taal. Daarom is het belangrijk dat ouders vrij kunnen kiezen welke taal ze zullen spreken met hun kind.

    Een taalkeuze maken is soms niet makkelijk voor ouders. Allerlei factoren kunnen een rol spelen:

    • In welke taal communiceren de ouders zelf het natuurlijkst?
    • Welke taal spreken de ouders het liefst?
    • Welke ta(a)l(en) heeft het kind nodig om te communiceren met familieleden?
    • Welke ta(a)l(en) heeft het kind nodig om zijn of haar roots niet te verliezen?
    • Welke talen geven het kind de meeste mogelijkheden (nu en later), op persoonlijk maar ook op sociaal of maatschappelijk vlak?

    Tips voor ouders die voor een taalkeuze staan

    1. Spreek met je kind de taal waarin je zelf voelt, denkt en die je het best kunt.
    2. Denk na over hoe je je kind de verschillende talen zal aanbieden. Duidelijkheid is voor je kind belangrijk, bv. ‘met de ene ouder spreek ik altijd Turks, met de andere Nederlands’.
    3. Wees positief tegenover alle talen waarmee je kind geconfronteerd wordt. Ga positief om als het kind in een andere taal dan de thuistaal spreekt, bv: ‘Wow! Ken je al zoveel woordjes in het Nederlands? Leer mij ook eens eentje.’
    4. Geef je kind een positief signaal door zelf de taal te leren dat je kind veel gebruikt, bv. in de kinderopvang of op school. Dat toont aan dat ook die taal belangrijk is.
    5. Een rijke thuistaal is belangrijk. Praat veel met de kinderen, stel vragen, speel, lach, zing… in welke taal dan ook.

    Meertalige kinderen ondersteunen

    Door je bewust te zijn van de fasen bij het leren van een tweede taal, vergroot de kans dat je meertalige kinderen beter kan begrijpen en begeleiden in hun taalleerproces.

    Alle tips voor de algemene taalstimulering gelden ook voor meertalige kinderen.

    Tips om meertalige kinderen te ondersteunen: 

    1. Gebruik rijke taal in combinatie met eenvoudige opdrachten. Bijvoorbeeld: “We gaan onze handen wassen. Was je handen maar met deze zeep. Die zeep ruikt zo heerlijk!”
    2. Maak alles concreet. Gebruik visuele tekens en materialen, bv. prenten, boeken, foto’s, voorwerpen en poppen.
    3. Ondersteun wat je wil zeggen: breng info over met een gebaar, een actie of een directe blik.
    4. Speel meertalige muziek en gebruik gebaren om de liedjes verstaanbaar te maken.
    5. Zorg voor activiteiten die taalgebruik stimuleren in het spel. Geef de voorkeur aan ‘veilige’ activiteiten waarbij er geen einddoel voorop staat en er dus ook geen angst is om fouten te maken.
    6. Gebruik de naam van het kind regelmatig zodat hij of zij zich betrokken voelt.
    7. Zorg voor antwoordkansen door herhaling, bv. bij het vertellen van een verhaal.
    8. Ga positief in op elke poging tot communicatie, zowel in de thuistaal als in het Nederlands. Ook op non-verbale communicatie, zoals oogcontact en knikken.
    9. Betrek een kind in kleine groepjes met andere kinderen die een goed rolmodel vormen van de te leren taal. Moedig kinderen aan om goed te luisteren naar elkaar.
    10. Zorg voor activiteiten en routines die stimuleren dat kinderen onder elkaar spelen en spreken.
    11. Betrek het kind in sociale verantwoordelijkheden zoals het uitdelen van koekjes of werkjes.
    12. Zorg ook voor momenten waarop een kind kan spelen met anderen die dezelfde taal spreken. Zo kunnen ze elkaar helpen als ze iets niet verstaan.
    13. Dwing kinderen niet tot spreken, maar blijf wel tegen ze praten, ook als ze niet reageren. Ondersteun je taal met gebaren, prenten, voorwerpen, eventueel woordjes in de thuistaal.
    14. Observeer meertalige kinderen in hun welbevinden, betrokkenheid en taalontwikkelingsproces en wees geduldig.

    Twijfels of vragen? Wij staan voor je klaar!

    Opvoeden loopt niet altijd zoals je dacht en zoals je wil. Ook als je je kind meertalig opvoedt, is het normaal dat je het soms niet meer weet of twijfelt. Praat erover met een medewerker van Kind en Gezin op het consultatiebureau of tijdens een huisbezoek of contacteer de Kind en Gezin-Lijn. Samen met jou zoeken we een oplossing of bekijken we of er in je buurt organisaties zijn waar je terecht kan.