Verlies van een kind

Een zwangere vrouw heeft al snel een sterke band met het kindje in haar buik. De mama is fysiek, geestelijk en sociaal ingesteld op het moederschap. Ook de partner voelt al verbondenheid met het kindje en heeft zich eraan gehecht. Sterft het kindje, dan veroorzaakt dit een diep verdriet.

De confrontatie met de omgeving en het alledaagse leven biedt soms steun, maar is vaak ook moeilijk. Het overlijden van een kindje dat er voor de omgeving en de samenleving ‘nog niet was', wordt soms nog te weinig beschouwd als een verlies. Beide partners hebben evenwel recht op rouwen, moeten het verlies verwerken en een plaats geven in hun leven.

Ga snel naar

    Als het anders gaat dan verwacht..


    Het verhaal van Amelia en haar man neemt een onverwachte wending 24 uur na de geboorte van hun jongste dochtertje. Hun dochter overlijdt thuis, totaal onverwacht, tijdens haar slaap. 

    Wat kan je doen bij alarmsignalen?

    • Bel bij alarmsignalen tijdens de zwangerschap onmiddellijk je arts of vroedvrouw. Ze kunnen je uitsluitsel geven over de reden ervan. Zo is beperkt bloedverlies bv. ook mogelijk door innesteling van de bevruchte eicel in het baarmoederslijmvlies.
    • Gaan liggen of zitten kan helpen om krampen of pijn in de onderbuik op te vangen.
    • Verlicht de pijn door het aanbrengen van warmte tegen de rug of op de onderbuik.
    • Zorg ervoor dat je niet alleen bent.

    Het verwerken van het verlies van een kindje

    Hoe er wordt omgegaan met het verlies van een kindje, is een heel persoonlijke keuze. Volgende handvatten kunnen het rouwproces misschien ondersteunen:

    • Rustig afscheid nemen kan door je kindje vast te houden, kleertjes aan te trekken, mee te nemen naar de kamer, een afscheidsritueel, …
    • Herinneringen, zoals een voetafdruk, handafdruk, haarlok, foto's, … kunnen misschien helpen om het verlies te verwerken. Vaak kunnen ze bewaard worden in het ziekenhuis en kan je ze als ouder ook later nog komen halen als je dit wenst.
    • Het kennen van gegevens als lengte, gewicht, ... helpen het bestaan van je kind te concretiseren.
    • Het is aan te raden je kindje toch te zien. Misschien vorm je anders een beeld dat erger is dan de realiteit.
    • Het is erg belangrijk dat je over je gevoelens praat, ook al verwerkt iedereen het verdriet op zijn manier. Luister naar je partner en probeer mekaar te steunen.
    • Praat met vrienden, familie en buren over het kindje. Vaak praat niemand erover wat het verdriet alleen maar erger maakt. Ouders, grootouders, broertjes en/of zusjes, peter, meter, ... hebben recht om te rouwen, om over het kindje te spreken, … 
    • Bescherm jezelf. De omgeving zal misschien, denkend te helpen, kwetsende dingen zeggen. Neem het hen niet kwalijk. Het gebeurt misschien zonder het te beseffen.
    • Rouwen is niet gelijk aan vergeten. Het is leren houden van en leven doorheen de afwezigheid.
    • Je kan contact opnemen met een zelfhulpgroep van ouders die eenzelfde verlies hebben meegemaakt (zie 'meer weten' onderaan deze pagina).

    Mogelijke oorzaken van het verlies van een kindje: 

    • Je kindje heeft een aandoening waardoor het niet levensvatbaar is.
    • Er liep iets fout bij de innesteling van de vrucht in de baarmoeder.
    • De baarmoeder heeft een afwijking.
    • Er is een hormonale stoornis.
    • Er is een infectie.
    • De mama heeft een ziekte.
    • De mama had een ongeval.

    Een arts kan mogelijk de oorzaak achterhalen.
     

    Officiële regelingen bij verlies van een kind

    De rechten en plichten na een overlijden verschillen naargelang de zwangerschapsduur en het tijdstip van overlijden. Vanaf 31 maart 2019 geldt volgende regelgeving volgens de ‘Wet van 19 december 2018 tot wijziging van diverse bepalingen inzake de regelgeving betreffende het levenloos kind’:

    Geboorte levenloos kindje waarvan de moeder bevallen is na een zwangerschapsduur van 140 dagen tot en met 179 dagen na de bevruchting:

    • keuze voor aangifte en vrijwillige opmaak van akte van een levenloos kind
    • ouders kunnen een voornaam geven (familienaam niet voorzien)
    • kindje kan worden begraven of gecremeerd.

    Ook bij een zwangerschapsverlies vóór 140 dagen vanaf de bevruchting, ongeacht de zwangerschapsduur, heb je het recht je kindje te laten begraven of cremeren.

    Geboorte van een levenloos kindje waarvan de moeder bevallen is na een zwangerschapsduur van 180 dagen te rekenen van de bevruchting:

    • aangifteplicht op de burgerlijke stand van de geboorteplaats
    • ouders hebben keuze om een voornaam/familienaam op te nemen in akte van een levenloos kind 
    • namen van beide ouders kunnen vermeld worden in akte (zowel indien gehuwd als ongehuwd) 
    • wettelijke plicht het kindje te begraven of te laten cremeren
    • Wordt je kindje levenloos geboren vanaf een zwangerschapsduur van 180 dagen, dan blijft het recht op moederschapsrust bestaan

    Kindje werd levend geboren

    • aangifteplicht op de burgerlijke stand van de geboorteplaats
    • overlijden moet worden aangegeven op de burgerlijke stand van de plaats van overlijden
    • indien geboorteaangifte samen met deze van het overlijden wordt gedaan, dan wordt het kindje ingeschreven in het overlijdensregister
    • wettelijke plicht het kindje te begraven of te laten cremeren
    • het recht op moederschapsrust blijft bestaan

    Startbedrag bij verlies van een kind

    Ook voor een kind dat levenloos geboren wordt na zes maanden zwangerschap heb je recht op het startbedrag. Je uitbetaler heeft hiervoor de akte van aangifte van een levenloos kind nodig. Contacteer je uitbetaler als je hierover vragen hebt.

    Overgangsmaatregel

    Binnen een jaar na de inwerkingtreding kunnen ouders die na een zwangerschapsduur van 180 dagen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand al een akte van een levenloos kind hadden laten opmaken, vragen de naam van hun kind te vermelden.

    Ouders die onder de vroegere regelgeving geen akte van een levenloos geboren kind konden laten opmaken, kunnen dit binnen een jaar na de inwerkingtreding mits een medisch attest de zwangerschapsduur van 140 dagen tot en met 179 dagen aantoont. De overgangsbepalingen vermelden geen tijdslimiet in het verleden om die inschrijving te kunnen uitvoeren.

    Je kan terecht bij de Burgerlijke Stand van de gemeente, de sociale of pastorale dienst van het ziekenhuis, een psycholoog, een begrafenisondernemer, …

    Ter info:
    • Op het tijdstip van maandstonden wordt vaginaal bloedverlies mogelijk niet herkend als pril zwangerschapsverlies.
    • Volgens een Koninklijk Besluit van 17/6/1999 spreekt men van doodgeboorte bij het verlies van een kindje waarvan het gewicht bij de geboorte gelijk of hoger is dan 500 g (of indien het gewicht bij de geboorte niet gekend is, die de overeenstemmende zwangerschapsduur (22 volle weken) of de overeenstemmende lichaamslengte (25 cm van kruin tot hiel) heeft bereikt).