Veelgestelde vragen

Overzicht veelgestelde vragen en antwoorden per thema.

Dagelijkse verzorging (5)

  • Het is belangrijk om je baby dagelijks te ' reinigen'. Dit moet niet absoluut door een volledig badje te geven, maar het mag zeker wel. Gebruik bij voorkeur water en reinigende baby-olie, dat houdt de huid van de baby soepel. Na elke verluiering was je de luierstreek met water en zeep.

    De meeste baby's genieten wel van het dagelijks badje, het maakt je baby niet alleen proper, maar het is een uniek moment om samen met je baby bezig te zijn. Je kan je baby gelijk wanneer een badje geven, 's morgens op een rustig moment of 's avonds als beide ouders thuis zijn. 's Avonds is een badje rustgevend en goed voor de nachtrust.

  • Laat een kindje zo veel mogelijk blootsvoets lopen. Weet dat schoenen niet dienen om de voeten te vormen, maar om ze te beschermen. Kies daarom als 'eerste schoentje' voor soepele schoenen met maximaal bewegingscomfort.

    Kies voor:

    • een gesloten schoen of een sandaal met gesloten hiel (tot de leeftijd van 2 jaar);
    • leren schoenen voor een goede warmte en vochtregulatie;
    • een platte, stevige en soepele zool;
    • rubber: is slijtvast, slipbestendig en licht;
    • een vetersluiting: die is individueel aanpasbaar en omsluit de wreef goed;
    • een klittenbandsluiting: handig om aan en uit te doen.

    Tips

    • Schoenen zijn pas nodig als het kindje effectief kan lopen.
    • Neem het kindje mee wanneer je schoenen gaat kopen. Zo kan zijn voetje gemeten worden. Laat je helpen bij het zoeken naar de geschikte maat.
    • Controleer om de 3 maanden of de schoentjes nog ruim genoeg zitten.
    • Laat het kind geen ‘afdankertjes’ van broer/zus dragen.
  • Reinigen met water en zeep is voldoende. Dek nadien de navelstomp éénmalig (24u) af met droog compres of een kleine kleefpleister. Als het naveltje blijft bloeden, laat dit dan nakijken door de behandelende arts.

  • Tegenwoordig wordt regenwater gebruikt om verspilling tegen te gaan. Het gaat om gefilterd regenwater, dat kan dienen om toiletten door te spoelen, kledij te wassen en de schoonmaak van je woning en auto te doen. De tuin met regenwater sproeien kan ook perfect.

    Omwille van hygiënische redenen raden we wel ten sterkste af om regenwater te gebruiken voor persoonlijke hygiëne: bv. wassen, baden en douchen. Ook de afwas wordt het best niet met regenwater gedaan. Hiervoor is leidingwater het meest geschikt.

  • Het is belangrijk om eerst en vooral uit te zoeken wat je kind niet leuk vindt aan haren wassen: is het uit angst? is het door het water? is het omwille van het gevoel van de schuim? ... Heel wat kinderen vinden de sproeier niet leuk, omdat die op de een of andere manier een bepaalde angst oproept. Een peuter is vaak ook bang doordat hij of zij niet helemaal begrijpt wat er allemaal gebeurt.

    Toon begrip voor de angsten van je kind, maar leer het er ook stapsgewijs mee om te gaan. Kinderen moeten weten dat de angst voorbij gaat, maar ook dat ze soms zelf oplossingen kunnen vinden om hun angst te overwinnen. Rond de leeftijd van 5 à 6 jaar kan een kind ook begrijpen dat haren wassen om een rationele reden gebeurt (om het gezond te houden).

    Tips

    1. Kondig duidelijk aan je peuter aan dat het badtijd is en dat vandaag de haartjes zullen gewassen worden. 
    2. Beschrijf en overloop alle stappen die er bij dit haren wassen zullen gebeuren. Dat geeft duidelijkheid aan je kind, hij of zij weet waaraan zich te verwachten.
    3. Als je kind in bad zit, beschrijf dan nog elke handeling.
    4. Hou het wassen zo kort mogelijk en gebruik niet-prikkende shampoo.
    5. Je kan je kind eventueel de keuze laten: aan het begin van de badtijd de haren wassen of eerst spelen en dan haren wassen.
    6. Misschien vindt je kind het minder erg als je samen in bad of onder de douche gaat?
    7. Je kind kan de haren eventueel zelf nat maken.
    8. Als het vooral een probleem van shampoo in de ogen blijkt te zijn, kan een duikbrilletje de oplossing zijn.
    9. Beloon je kind op het einde, als het (redelijk) vlot gegaan is door samen een leuk spelletje te spelen.

    Meer informatie bij dagelijkse verzorging en gedrag en opvoeding

Kind en Gezin Magazines (2)

Meest gestelde vragen (8)

  • De Hoge Gezondheidsraad raadt zwemmen met baby’s jonger dan 12 maanden af in de Belgische zwembaden.

    • Een baby (kwetsbaar wegens hyperactieve slijmvliezen of immature longen) komt best nog niet met chloordampen in contact.
    • De voordelen van zwemmen en bewegen voor een heel jong kind in het water wegen op dit moment niet op tegen het risico van mogelijke infecties.
    • Neem zelf meer tijd voor de gewenning van je baby aan het water tijdens het badritueel of momenten van samen onder de douche thuis.

    Watergewenning en babyzwemmen kan zodra je baby 1 jaar oud is in goede hygiënische omstandigheden en in gecontroleerde zwembaden.

    Zwemmen is aan te raden voor kinderen vanaf 4 jaar. Pas dan kan een kind de zwemtechniek goed aanleren en zich juist in het water bewegen.

    • Hou voortdurend toezicht! In openbare zwembaden kan een kind eventjes aan het zicht van de redders ontsnappen.
    • Leer je kind niet te lopen rond het zwembad: doordat de vloer nat is, kan je kind makkelijk wegglijden in het water.
    • Let op de veiligheidsvoorschriften die door pictogrammen of geschreven instructies zijn aangegeven.
    • Leer je kind het verschil tussen diep en ondiep water.

    Lees meer over veiligheid in en rond het water

  • Vocht is onmisbaar voor het lichaam. Dit geldt ook voor kinderen.

    Maar: de eerste 6 maanden heeft de baby alleen melkvoeding (borst- of kunstvoeding) nodig. Extra drank vermindert de eetlust waardoor je baby geen melkvoeding zal drinken.
    Bij borstvoeding zorgt extra drank voor een verstoring van de melkproductie.

    Na de leeftijd van 6 maanden drinkt je baby per dag nog minstens een halve liter melkvoeding of borstvoeding op vraag. Naast de vaste voeding die vocht bevat, heeft je baby ook nood aan extra drinken, zeker bij warm weer. Vaker aanleggen kan bij borstvoeding tegemoet komen aan die extra behoefte. Een beetje water geven kan ook.

    Kies bij voorkeur plat, mineraalarm water.

  • Je mag met je pasgeboren baby direct buiten komen. Dat is gezond voor je kindje. De zonnestralen zorgen voor de aanmaak van vitamine D en stevige botten. 
    Pas de kleding van je baby en zijn bedekking (wandelwagen ...) aan de omgevingstemperatuur aan. Bescherm je kindje in de zomer extra tegen de zon en in de winter tegen de koude. Is de baby te vroeg geboren of is zijn gewicht erg laag, vraag dit dan toch even na bij de arts.

  • Hou er rekening mee dat een kindje tijd nodig heeft om op andere manieren te leren drinken. Dwingen heeft een averechts effect en vermijd je beter. Blijf zelf rustig en biedt een fles aan als je kindje ontspannen is. Enkele tips die kunnen helpen:

    • Verwacht niet onmiddellijk succes, het is heel normaal dat je kindje even moet wennen aan de nieuwe ervaring.
    • Gebruik de eerste keren vers afgekolfde melk, zodat er geen smaakverschil is.
    • Laat iemand anders, die rustig en ontspannen is, de fles geven terwijl mama niet in de buurt is.
    • Bied het flesje aan bij de eerste hongersignalen of iets eerder dan het gebruikelijke voedingsmoment: een te hongerige baby raakt sneller overstuur.
    • Duw de speen niet in het mondje, maar laat je baby zelf aanhappen.
    • Leid je baby af en maak hem of haar weer rustig door rond te wandelen, te wiegen, zacht te zingen of te praten.
    • Kies een andere voedingshouding of voed je baby in de draagzak of terwijl hij of zij in een relaxstoeltje zit.
    • Probeer eens een andere speen uit: een andere vorm, ander materiaal… of dompel het speentje eventueel eerst in moedermelk.
    • Blijf geduldig en forceer niet. Als je baby enkele keren weigert en overstuur raakt, probeer dan een uurtje later opnieuw. Als je baby blijft weigeren, biedt dan niet onmiddellijk de borst aan.
    • Als het de bedoeling is om de borstvoeding gedeeltelijk of volledig af te bouwen: bied dan verschillende dagen na elkaar, steeds op hetzelfde tijdstip, het flesje aan.
    • Afhankelijk van de leeftijd van je kind kan je andere manieren van voeden overwegen: ingedikt papje, cupje, bekertje…

     

    Twijfels of vragen?

    Als je kindje blijft weigeren of als je echt ongerust bent, kan je advies en ondersteuning aan je verpleegkundige vragen. Soms is een individuele aanpak nodig. Zij zal samen met jou op zoek gaan naar de meest geschikte oplossing die rekening houdt met jouw specifieke situatie.

  • Steviolglycosiden (beter bekend als Stevia) zijn extracten uit de blaadjes van de steviaplant, een plant uit Zuid-Amerika. Deze zoetstof:

    • is 200 tot 300 keer zoeter dan gewone suiker
    • heeft geen effect op de bloedsuikerspiegel en is daarom geschikt voor mensen met diabetes
    • is tandvriendelijk
    • is van natuurlijke oorsprong (niet synthetisch zoals aspartaam of cyclamaten)
    • is veel duurder dan suiker
    • heeft een bittere, drop-achtige nasmaak die niet door iedereen geapprecieerd wordt. De bitterheid neemt af als stevia wordt gemengd met suikers zoals sacharose, fructose of glucose.
    • levert geen calorieën. Producten waarin stevia is verwerkt, bevatten wel calorieën omdat in het algemeen maar een derde van de suiker vervangen kan worden door stevia omwille van de bittere nasmaak. Producten gezoet met Stevia hebben wel vaak tot 30% minder calorieën dan vergelijkbare producten. 
    • is hittestabiel dus ook geschikt voor gekookte en gebakken producten. 

    Stevia mag sinds 2011 in de Europese Unie gebruikt worden. Het is een veilige zoetstof zolang het gebruik onder de aanvaardbare dagelijkse inname blijft. Het is niet omdat stevia uit planten gehaald wordt en dus 'natuurlijk' is, dat het onbeperkt kan gebruikt worden. De aanvaardbare dagelijkse inname is op advies van de European Food Safety Authority (EFSA) vastgelegd op 4 mg/kg lichaamsgewicht per dag. In de Europese wetgeving staat voor welke producten het gebruik is toegestaan: in light frisdranken en light bier, yoghurtdranken, ijs, desserts, vruchtennectar, confituur, snoep, chocolade, kauwgom, salades, soepen, sauzen en tafelzoetstoffen. Het is wettelijk verplicht de aanwezigheid te vermelden in de ingrediëntenlijst op het etiket. Voor voedingsmiddelen met steviolglycosiden moet er staan: 'zoetstof: steviolglycosiden' of 'zoetstof: E960'. 

    Bij kinderen wordt de aanvaardbare dagelijkse inname sneller bereikt. We raden voor kinderen het gebruik van (kunstmatige) zoetstoffen, ook stevia, af.

    Bronnenzoetstoffen.euGezondheid en WetenschapVoedingscentrumFederaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen, Gezond LevenVoedingsinformatiecentrum NICE

  • De antistoffen tegen kinkhoest dalen en verdwijnen zelfs 5 tot 10  jaar na de laatste kinkhoestvaccinatie. Ook na het doormaken van een natuurlijke kinkhoestinfectie is een levenslange immuniteit tegen de ziekte niet gegarandeerd. Hierdoor ontstaat een groter wordende groep van adolescenten en volwassenen die onvoldoende of niet meer beschermd zijn. Zij maken de ziekte zelf door of geven ze door aan baby's die nog niet (volledig) gevaccineerd zijn. Bij een kind is kinkhoest ernstig en zelfs dodelijk.

    Om die groep van kinderen te beschermen is het belangrijk dat alle volwassenen zich laten vaccineren.

    De Hoge Gezondheidsraad van België geeft over kinkhoestvaccinatie bij volwassenen de volgende aanbeveling: Voor alle volwassenen wordt de toediening van één dosis dTpa (gecombineerd vaccin tegen difterie, tetanus, kinkhoest voor volwassenen) aanbevolen, ongeacht de voorgeschiedenis van een (volledige of onvolledige) kinkhoestvaccinatie, en zeker diegenen die in contact komen met baby's volgens het principe van de ‘cocoonvaccinatie’ (bv. jonge of toekomstige ouders, grootouders en hun naaste familiecontacten alsook het verzorgend personeel van pediatrische diensten, materniteiten en opvangvoorzieningen van baby's en peuters).

    Cocoonvaccinatie is het vaccineren van de personen in de nabije contactomgeving van baby's.

    Daarnaast beveelt de Hoge Gezondheidsraad kinkhoestvaccinatie ook aan voor iedere zwangere vrouw tussen week 24 en week 32 van de zwangerschap en dit bij elke zwangerschap, ongeacht of de vrouw voordien een herhalingsinenting kreeg.

    Op die manier maakt de aanstaande moeder antistoffen tegen kinkhoest aan, die ze via de placenta doorgeeft aan het ongeboren kind. Zo is de baby vanaf de geboorte beschermd in afwachting dat hij of zij zelf antistoffen tegen kinkhoest aanmaakt door de vaccinaties.

    Vanaf 1 juli 2014 stelt de Vlaamse overheid combinatievaccins tegen tetanus, difterie en kinkhoest gratis ter beschikking om zwangere vrouwen te vaccineren en om een herhalingsinenting toe te dienen aan volwassenen.

    Als de vaccinatie niet tijdens de zwangerschap wordt gegeven, wordt ze zo snel mogelijk na de bevalling toegediend als onderdeel van de cocoonstrategie.

    In geval de zwangere vrouw tijdens de zwangerschap werd ingeënt of deze inenting onmiddellijk na de bevalling gepland is, blijft ‘cocoonvaccinatie’ voor partner en andere adolescenten en volwassenen die met de baby in contact komen zeker aanbevolen. Deze ‘cocoonvaccinatie’ wordt best uitgevoerd een paar weken voor de bevalling.

    Een apart vaccin alleen tegen kinkhoest is niet beschikbaar in België. Er wordt gebruik gemaakt van een combinatievaccin. Dit combinatievaccin beschermt niet alleen tegen kinkhoest maar tegelijk ook tegen tetanus (klem) en difterie (kroep).

    Er zijn geen contra-indicaties voor de toediening van het vaccin, tenzij je een aangetoonde allergie voor het vaccin hebt vertoond.

    Lees meer over vaccinatie

  • Knuffels kunnen het hoofd bedekken, waardoor een baby te warm kan krijgen.

    • Leer een baby onder de 6 maanden niet aan om met een knuffel te slapen. Onderzoek toont aan dat knuffels voor deze baby's nog geen emotionele rol vervullen.
    • Vanaf de leeftijd van 6 maanden kan een knuffel of doekje een geborgen gevoel geven. Een kind dat wakker is kan met zijn knuffel spelen of er troost bij zoeken.
    • Heeft je kind zijn of haar knuffel nodig om in slaap te raken, neem hem dan weg zodra je kind slaapt. Zet de knuffel op een plekje waar je kind hem kan zien.

    In de opvang

    Het advies hierboven geldt ook voor de kinderopvang, maar omdat dit advies niet letterlijk in de regelgeving is opgenomen, kan Kind en Gezin het niet afdwingen. De kinderopvang kan zelf beslissen om er van af te wijken en nagaan of de veiligheid op een andere manier kan gewaarborgd worden. Zo kan je bijvoorbeeld beslissen om een tijdje het toezicht te verhogen (bv. bij het zoeken naar een oplossing rond een knuffel).

    Voor de opvang is het echter niet eenvoudig om zomaar af te wijken van aanbevelingen: als er iets met een kind gebeurt, kan de opvang door een rechter aansprakelijk worden gesteld.

    Bovendien zijn de aanbevelingen van Kind en Gezin op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd en hebben ze hun succes in de praktijk bewezen: sinds ouders en kinderopvangvoorzieningen ze toepassen, zijn het aantal sterfgevallen omwille van wiegendood sterk gedaald.

    Lees meer over veilig slapen

  • Een baby die steeds in slaap valt aan de borst, is erg lastig voor de mama. 

    In de eerste weken zou je baby minstens 8 tot 12 voedingen per 24 uur moeten hebben om een goede melkproductie op gang te brengen. Tijdens de borstvoeding zou je baby minstens 10 à 20 minuten actief moeten drinken. Meestal hoort je als mama de baby ook ook slikken. 

    Als je baby minder frequent borstvoeding vraagt of tijdens de borstvoeding te passief is, zal je baby minder melk binnen krijgen dan hij of zij nodig heeft. Je baby zal dan minder plassen en stoelgang maken en zijn of haar groei zal vertragen. Een ander gevolg is dat de melkproductie onvoldoende gestimuleerd wordt of dat de borst onvoldoende leeggedronken wordt, wat op een verstopt melkkanaaltje of een borstontsteking kan veroorzaken.

    Het is dus zowel voor de baby als voor de mama belangrijk dat de slaperige baby goed gewekt wordt voor een voeding.

    Mogelijke oorzaken

    • een langdurige bevalling of bepaalde medicijnen die de mama tijdens de bevalling gekregen heeft
    • lichamelijke problemen bij je baby zoals geelzucht of een infectie

    Tips

    • Als je baby moeilijk te wekken is of als je denkt dat hij of zij te weinig voeding krijgt, raadpleeg dan je verpleegkundige, vroedvrouw of lactatiekundige. Mogelijk is ook een controle door een arts nodig om uit te sluiten dat er een medisch probleem aan de oorzaak van de slaperigheid ligt.
    • Extra aandacht is nodig bij een baby met geelzucht. Een baby met een hoge bilirubineconcentratie in het bloed is vaak suf. Hij of zij lijkt tevreden, maar is te slaperig om voldoende te eten. Herken je dit, neem dan zo snel mogelijk contact op met je arts.

    Voor de borstvoeding

    • Houd je baby rechtop en praat tegen hem of haar.
    • De handjes en de voetjes masseren en over zijn of haar rug wrijven maakt je baby alert. 
    • Door kleedjes uit te doen en de luier te wisselen, wek je je baby. 
    • Je kan zijn of haar voorhoofd en gezichtje met een koele vochtige doek deppen. 
    • Masseer enkele druppels moedermelk uit je tepels.

    Tijdens de borstvoeding

    • Een voldoende alerte baby zal zijn of haar mondje ver open doen tijdens het aanhappen.
    • Maak huidcontact bij het aanleggen.
    • Probeer een zittende houding aan (bv. rugbyhouding)
    • Wissel vaker van borst tijdens 1 borstvoeding.
    • Borstcompressie zorgt ervoor dat de melk sneller zal stromen waardoor je baby minder snel terug in slaap zal vallen. Omvat daarom, op het moment dat je baby zuigt, je borst stevig en zo dicht mogelijk bij de ribbenkast. Je mag gerust wat druk uitoefenen, zolang het maar geen pijn doet. Wanneer je baby stopt met zuigen, laat je de druk weg. Je kan je hand nu eventueel een beetje verplaatsen en zodra je baby weer zuigt, de druk verhogen op een andere plaats, maar steeds dichtbij de borstkas en dus achter de gevulde melkklieren.

Inkomenstarief (33)

  • Sinds april 2021 hebben alle nieuwe elektronische identiteitskaarten een beter beveiligde contactchip.  Heb je problemen met inloggen op Mijn Kind en Gezin met een recente eID? Doe dan een update van je software op het toestel dat je hiervoor gebruikt. Meer info op de website van eID.

  • STAP 1:

    Surf naar 'Mijn Kind en Gezin', klik op de tegel 'Inkomenstarief Aanvragen of simuleren' en log in met je digitale sleutel. Klik na het inloggen opnieuw op de tegel 'Inkomenstarief Aanvragen of simuleren'.

    Stap 1

    STAP 2:

    Klik op de knop 'Attest inkomenstarief aanvragen'. Wil je enkel je inkomenstarief berekenen of simuleren, zonder een attest aan te vragen, klik dan op de knop 'Inkomenstarief berekenen'.

    inkomenstarief

    STAP 3: Vraag je attest aan:

    • Kies of je je inkomen bekend wil maken of niet:
    • Als je klikt op 'ja', dan betaal je volgens je inkomen.
    • Als je klikt op 'nee', dan betaal je voor de opvang het maximumtarief.
    • Duidt aan of het een eerste aanvraag is of niet. Kies de optie 'Nee' voor een eerste aanvraag.
    Attest aanvragen

    STAP 4: Klik op 'Verder'. De gegevens van je gezin worden nu automatisch opgehaald bij de kruispuntbank.

    Geen Belgisch aanslagbiljet?

    • Vul in het veld 'Bruto maandinkomen' het loon in van de maand vóór de aanvraag van het attest. Start de opvang vlak na het moederschapsverlof: het loon van de laatste maand voor het moederschapsverlof.
    • Als je met een formeel document kan aantonen dat je geen inkomen hebt, vul dan het bedrag '0' in.
       

    STAP 5: Vul de gegevens van je kinderen aan:

    • Duid aan of er een meerling is in je gezin. 
    • Vul de ontbrekende gegevens aan van je kinderen ten laste.
    Kinderen

    STAP 6:

    Vul in of er een specifieke situatie is. De lijst van specifieke situaties verschilt naargelang het inkomen.

    STAP 7:

    Klik op de knop 'Verder' en je krijgt een overzicht van de aanvraag en het inkomenstarief.

    Overzicht Aanvraag

    STAP 8:

    Vul eventueel een tweede e-mailadres in. Ga akkoord met de voorwaarden en klik op de knop 'Maak mijn attest aan'. 

    mailadres

    Stap 9:

    Je kan nu een samenvatting van je aanvraag en je attest(en) downloaden en printen.

    laatste stap
    • Vind je jouw attest inkomenstarief niet terug met jouw digitale sleutel, probeer dan die van jouw partner. 
    • Vind je het dan nog niet terug? Dan kan jouw opvang je helpen bij het opzoeken van je attest inkomenstarief.
    • Heb je toegang tot Mijn Kind en Gezin, dan vind je jouw attest inkomenstarief daar. 
    • Heb je geen toegang tot Mijn Kind en Gezin, dan kan je opvang het attest voor jou opzoeken.
  • Er zijn drie mogelijkheden:

    • De e-mail is bij je ongewenste e-mails (spam) terecht gekomen.
    • Je aanvraag is niet volledig gelukt.
    • Je opgegeven e-mailadres is fout.  De opvang kan dit controleren.
  • Maakte je een fout bij de aanvraag van je attest inkomenstarief? Bijvoorbeeld: het aantal kinderen ten laste is niet aangevinkt, de startdatum van het attest is verkeerd ...

    Je kan dit zelf niet meer rechtzetten. Geef dit door aan je opvang. Zij zal contact opnemen met Kind en Gezin om dit te corrigeren. Soms kan dit met terugwerkende kracht, soms niet. 

  • Jouw opvang kan een attest inkomenstarief voor jou aanvragen.

    • Vraag je een wijziging van kinderen ten laste of gezinssamenstelling in december aan, dan krijg je een attest inkomenstarief met startdatum 1 januari. Dit tarief is het nieuwe inkomenstarief. Hierin zit de index al verwerkt.
    • Is je inkomenstarief al geïndexeerd en vraagt je hierna in december een wijziging van het aantal kinderen ten laste of gezinssamenstelling aan, dan gaat Kind en Gezin na welk tarief correct is op basis van de regelgeving en aanwezigheden van het kind:
      • Is de wijziging terecht, dan verwijderen we de indexering en telt het herberekende tarief.
      • Is de wijziging onterecht, dan verwijderen we ze en telt het tarief van de indexering.
  • Het is mogelijk dat je voor kinderen binnen éénzelfde gezin de attesten op andere tijdstippen krijgt. De attesten worden niet opgemaakt volgens een bepaald stramien.

    • Ofwel is je e-mail verloren gegaan.
    • Ofwel is de e-mail in de SPAM-folder (ongewenste e-mails) van je mailbox terecht gekomen. Kijk in die folder.
    • Ofwel ben je van e-mailadres veranderd? Kijk in je oude e-mails. Vraag dan aan je opvang om je nieuwe e-mailadres aan Kind en Gezin door te geven.
    • Ofwel hebben we je e-mailadres niet en stuurden we jou een brief. 
    • Ofwel moest je nu je tarief herberekenen. Je kreeg dan een andere e-mail met de vraag om te herberekenen. Een herberekening is nodig als:
      • jouw kind 3,5; 6 of 9 jaar wordt.
      • je individueel verminderd tarief vervalt. Dit verminderd tarief is geldig tot het einde van het kwartaal na 1 jaar.
  • Hiervoor zijn twee verklaringen mogelijk: 

    • Ofwel wordt jouw kind in het nieuwe jaar 3,5 of 6 of 9 jaar. Je zal dan je tarief moet herberekenen. We verwittigen je op dat ogenblik per e-mail.
    • Ofwel kreeg je eerder een attest met een individueel verminderd tarief. Dit verminderd tarief is geldig tot het einde van het kwartaal na 1 jaar. Daarna zal je jouw tarief moeten herberekenen. We verwittigen je op dat ogenblik per e-mail.
  • Elk jaar op 1 januari wordt het inkomenstarief geïndexeerd. Het inkomenstarief is het resultaat van verschillende stappen:

    1. het inkomenstarief 
      Het inkomenstarief wordt met geïndexeerd, nog voor de eventuele korting.
    2. de kindkorting 
      • Heb je korting vanaf het 2e kind ten laste of voor een meerling? Deze korting wordt ook geïndexeerd. Ze wordt afgetrokken van je inkomenstarief. 
      • Heb je een kind dat in 2019 13 jaar wordt, dan telt het niet meer mee voor de kindkorting.
    3. Heb je een individueel verminderd tarief
      Ook dat wordt geïndexeerd.
  • Bij een maximumtarief omwille van een steekproefcontrole, kan je pas na 6 maanden een herberekening uitvoeren.

  • Als je een herberekening vraagt omdat je attest inkomenstarief vervalt én tegelijk het aantal kinderen ten laste of de gezinssamenstelling aanpast, dan gaat het nieuwe attest in op de eerste van de volgende maand.

    1. Als je kind al een attest inkomenstarief heeft:
      • Neem zelf het initiatief om een nieuw attest inkomenstarief aan te vragen als:
        • je attest vervalt,
        • er een extra kind in het gezin ten laste is (vanaf een tweede kind ten laste krijg je kindkorting),
        • de personen van wie het inkomen het tarief bepaalde, veranderd zijn. Dit kan door echtscheiding, huwelijk, samenwonen …,
        • je een individueel verminderd tarief wil.
      • Kind en Gezin neemt het initiatief als je attest is vervallen. Kind en Gezin vraagt jou om een nieuw aan te maken: 
        • op het einde van het kwartaal waarin je kind 3 en een half, 6 of 9 jaar wordt,
        • op het einde van het kwartaal nadat je één jaar je individueel verminderd tarief kreeg,
        • op het einde van de maand waarin je attest met maximumtarief wegens steekproefcontrole vervalt.
      • Elk jaar op 1 januari wordt je inkomenstarief geïndexeerd. Je krijgt dan automatisch een nieuw attest.
    2. Als een ander kind uit jouw gezin in de opvang start:
      • Per kind in de opvang heb je een attest nodig. 
      • Heb je al een kind in de opvang met een attest inkomenstarief en start het broertje of zusje ook in de opvang? 
        • Zodra het broertje of zusje geboren is, vraag je voor het kind dat al in de opvang is, een herberekening. Je krijgt dan een korting voor een extra kind ten laste.
        • Als het broertje of zusje in de opvang start, vraag je voor dat kind een apart attest aan. 
        • Je kan een aanvraag voor een nieuw attest niet combineren met een verandering van het aantal kinderen ten laste voor een bestaand attest. 
  • Je kan een attest inkomenstarief aanvragen voor een kind tot en met de leeftijd van 14 jaar.

  • Bij de aanvraag van een attest inkomenstarief op Mijn Kind en Gezin wordt het aantal kinderen die op jouw adres gedomicilieerd staan vanuit het Rijksregister opgeladen. Als dit niet klopt, dan kan je dit manueel aanpassen.

    Alle kinderen waarvoor jij (of de persoon wiens inkomen meetelt) financieel verantwoordelijk bent, tellen mee als kinderen ten laste, ook als ze niet op jouw adres gedomicilieerd zijn, bijvoorbeeld bij co-ouderschap, nieuw samengesteld gezin of pleegkind.

  • Dan kan je dit omzetten via www.valuta.nl. Doe dit met de koers van de maand waarop het inkomen betrekking heeft.

    • Als er geen aanslagbiljet is, dan wordt het inkomenstarief berekend op basis van een maandinkomen. Dat inkomen kan aangetoond worden met een formeel document: een loonfiche, een rekeninguittreksel, een afdruk van de mutualiteit, een document van een andere organisatie waarop de gegevens van het inkomen volledig en duidelijk zijn. Voor zelfstandigen komt ook een verklaring van een boekhouder in aanmerking.
    • Als er geen inkomen is, dan volstaat een schriftelijke bevestiging dat het inkomen 0 is, door een organisatie zoals het Rode Kruis, OCMW, CAW … Als er geen inkomen is, dan kan ook de kinderopvang dit document opmaken.
  • Ja, haar/zijn inkomen telt mee voor de berekening van het inkomenstarief.

  • Deze gegevens worden automatisch opgehaald uit het Rijksregister. Zijn alle personen op dit adres correct ingeschreven bij de dienst bevolking, maar verschijnen ze toch niet in de lijst van inwonende personen voor inkomenstarief? Dan kan de opvang in jullie plaats een attest inkomenstarief aanmaken.

    • Ben je meerderjarig, dan wordt het inkomenstarief berekend op jouw inkomen (ook als dit 0 euro is) én op het inkomen van één van je ouders. 
    • Ben je minderjarig, dan wordt het inkomenstarief berekend op de inkomsten van je ouders. 
  • Neen. Enkel de inkomens van de mensen die op hetzelfde adres gedomicilieerd zijn, tellen mee. Als de hoofdverblijfplaats van je partner bij jou is, meld je dit bij de dienst bevolking van je gemeente.

  • Je kan een attest inkomenstarief vragen met als startdatum de eerste van de vorige maand. Is dit niet voldoende, vraag dan hulp aan je opvang.

    Let op! Een herberekening van je attest inkomenstarief kan niet met terugwerkende kracht. Het nieuw tarief gaat altijd in op de eerste dag van de maand die volgt op je aanvraag.

  • Het attest inkomenstarief start de eerste dag van de maand waarin je kind voor het eerst zonder jou in de opvang is. 

    • Als je samen met je kind gaat wennen in de opvang, heb je geen attest inkomenstarief nodig. 
    • Zodra je kind alleen gaat wennen, heb je een attest inkomenstarief nodig.
  • Het attest inkomenstarief start de eerste dag van de maand waarin je kind voor het eerst zonder jou in de opvang is:

    • ofwel is dat de dag waarop je kind zonder jou gaat wennen;
    • ofwel is dat de eerste opvangdag.
    • Je kan je op Mijn Kind en Gezin registreren wanneer je wil, bijvoorbeeld in het begin van je zwangerschap.
    • Het attest inkomenstarief zelf kan je ten vroegste 2 maanden voor de start van de opvang aanvragen. 
    • Let op! Een herberekening van je attest inkomenstarief kan niet met terugwerkende kracht. Het nieuw tarief gaat altijd in op de eerste dag van de maand die volgt op je aanvraag.
  • Heb je meer dan één kind ten laste? Dan krijg je vanaf het tweede kind een korting op je inkomenstarief. Voor meerlingen is er een bijkomende korting voorzien. Je hebt er dus alle belang bij om onmiddellijk na de geboorte van een bijkomende kind, je ‘aantal kinderen ten laste’ aan te passen op mijn.kindengezin.be. Meer hierover in de brochure voor ouders.

    Let op: Heb je sinds je laatste attest minder personen ten laste of een hoger inkomen, dan kan je inkomenstarief hoger zijn. Heb je meer personen ten laste of een lager inkomen, dan kan je inkomenstarief lager zijn.

  • Ja. Dit is mogelijk omdat de parameters van de berekening anders zijn.

    • Bij een herberekening wordt de berekening volledig opnieuw gemaakt. Hierbij kan het inkomen bijvoorbeeld in een andere inkomensschijf vallen dan het jaar ervoor. Ook het aantal kinderen ten laste speelt een rol.
    • Bij een indexering is er enkel een procentuele aanpassing van het toegekende tarief.
  • Als je een nieuw attest inkomenstarief aanvraagt, dan wordt de laatst beschikbare informatie over je gezinssamenstelling en inkomen automatisch opgeladen. 

    Heb je sinds je laatste attest minder personen ten laste of een hoger inkomen, dan kan je inkomenstarief hoger zijn. Heb je meer personen ten laste of een lager inkomen, dan kan je inkomenstarief lager zijn.

  • Ofwel via Mijn Kind en Gezin

    • klik op de tegel 'Attest inkomenstarief' en log in met je digitale sleutel.
    • Klik op 'Simulatie van mijn inkomenstarief'. 
    • Let op! De simulatie geeft enkel een indicatie over hoeveel je op dit moment zou betalen. Je vraagt hiermee niet jouw attest aan.

    Ofwel in de tabel van de brochure inkomenstarief.  Zoek op in welke inkomenscategorie je valt en wat je zou betalen. Vergeet niet de eventuele kortingen af te trekken. Die vind je ook in de brochure.

  • Heb je geen mogelijkheid om zelf een attest inkomenstarief aan te vragen, dan kan je bij jouw opvangvoorziening ook ter plaatse een attest aanvragen. Neem je e-ID en pincode mee of, als je daarover beschikt je smartphone met itsme.

    Samen met je opvangverantwoordelijke doorloop je de volledige aanvraagprocedure op de computer van de opvangvoorziening. Het aanvragen van een attest inkomenstarief via trap 2 is enkel mogelijk via jouw eigen digitale sleutel (is toegang bij de federale overheid met je eID, federaal token of itsme).

    STAP 1

    Je registreert je met jouw digitale sleutel op Mijn Kind en Gezin via de computer van je opvangvoorziening. Bij je registratie wordt je e-mailadres gevraagd. Meer informatie, zie het volledige stappenplan voor registreren met een digitale sleutel

    STAP 2

    Er wordt een bevestigingsmail naar jouw e-mailadres gestuurd.

    STAP 3

    Klik op de link in de bevestigingsmail om de registratie te vervolledigen. Hierbij moet je opnieuw inloggen met jouw digitale sleutel op Mijn Kind en Gezin.

    • Beschik je over een mobiele telefoon zonder itsme en kan je jouw mailbox bij je opvangvoorziening ter plaatse raadplegen:
      • Open je mailbox op je mobiele telefoon.
      • Stuur de bevestigingsmail van Mijn Kind en Gezin door naar het e-mailadres van de opvangvoorziening.
      • De opvangverantwoordelijke opent deze mail op de computer van je opvangvoorziening (waaraan de kaartlezer met jouw e-ID is gekoppeld) en klikt op de bevestigingslink.
    • Heb je geen mobiele telefoon bij de hand:
      • Open je mailbox via de computer van de opvang (waaraan de kaartlezer met jouw e-ID is gekoppeld). 
      • Van hieruit kan je de link in de bevestigingsmail aanklikken.
      • Tip: Ben je het wachtwoord van je mailbox vergeten? Maak dan een nieuw persoonlijk wachtwoord aan.

    STAP 4

    Je komt terug op het portaal van Mijn Kind en Gezin met de boodschap: 'Je bent er bijna! Daarna kan je gebruik maken van alle toepassingen van Kind en Gezin. Gelieve nogmaals in te loggen.'   
    Om je registratie af te ronden moet je opnieuw inloggen met je digitale sleutel op Mijn Kind en Gezin. Klik hiervoor op de knop 'Inloggen'. 
    Opgelet: Pas na het opnieuw inloggen met je digitale sleutel is je registratie voltooid! Daarna kan de opvangverantwoordelijke samen met jou het attest inkomenstarief aanvragen voor je kind.

    inloggen op Mijn Kind en Gezin met digitale sleutel
  • Neen, het aanvragen van een attest inkomenstarief door één ouder is voldoende. Echter, het attest inkomenstarief zal enkel beschikbaar zijn op het profiel van de ouder die het attest inkomenstarief heeft aangemaakt op Mijn Kind en Gezin.

Mijn Kind en Gezin (68)

  • Sinds april 2021 hebben alle nieuwe elektronische identiteitskaarten een beter beveiligde contactchip.  Heb je problemen met inloggen op Mijn Kind en Gezin met een recente eID? Doe dan een update van je software op het toestel dat je hiervoor gebruikt. Meer info op de website van eID.

  • STAP 1:

    Surf naar 'Mijn Kind en Gezin', klik op de tegel 'Inkomenstarief Aanvragen of simuleren' en log in met je digitale sleutel. Klik na het inloggen opnieuw op de tegel 'Inkomenstarief Aanvragen of simuleren'.

    1

    STAP 2:

    Kik op de knop 'Overzicht van jouw attesten'. 

    2

    Je krijgt het overzicht van alle attesten verbonden aan je profiel.

    3
  • STAP 1:

    Surf naar 'Mijn Kind en Gezin', klik op de tegel 'Inkomenstarief Aanvragen of simuleren' en log in met je digitale sleutel. Klik na het inloggen opnieuw op de tegel 'Inkomenstarief Aanvragen of simuleren'.

    1

    STAP 2:

    Klik op de knop 'Attest inkomenstarief aanvragen'.

    Wil je enkel je inkomenstarief berekenen of simuleren, zonder een attest aan te vragen, klik dan op de knop 'Inkomenstarief berekenen'.

    inkomenstarief

    STAP 3: Vraag je attest aan:

    • Kies of je je inkomen bekend wil maken of niet:
    • Als je klikt op 'ja', dan betaal je volgens je inkomen.
    • Als je klikt op 'nee', dan betaal je voor de opvang het maximumtarief.
    • Duidt aan of het een eerste aanvraag is of niet. Kies de optie 'Ja' voor een herberekening.
    • Herberekening voor dit kind? Vul 'ja' in en klik de reden aan: attest vervalt, gezinssituatie wijzigt, aantal kinderen ten laste wijzigt, je vraagt een individueel verminderd tarief, of je had je inkomen niet bekend gemaakt bij vorige aanvraag.
    • Attest nodig voor een ander kind van dit gezin? Doe een aparte aanvraag.
       
    5

    STAP 4:

    Klik op 'Verder'. De gegevens van je gezin worden nu automatisch opgehaald bij de kruispuntbank.

    Geen Belgisch aanslagbiljet?

    • Vul in het veld 'Bruto maandinkomen' het loon in van de maand vóór de aanvraag van het attest. Start de opvang vlak na het moederschapsverlof: het loon van de laatste maand voor het moederschapsverlof.
    • Als je met een formeel document kan aantonen dat je geen inkomen hebt, vul dan het bedrag '0' in.
       

    STAP 5:

    Vul de gegevens van je kinderen aan:

    • Duid aan of er een meerling is in je gezin. 
    • Vul de ontbrekende gegevens aan van je kinderen ten laste. Vul de kindcode in.
    12

    STAP 6:

    Vul in of er een specifieke situatie is. De lijst van specifieke situaties verschilt naargelang het inkomen. Meer info in de brochure inkomenstarief.

    STAP 7:

    Klik op de knop 'Verder' en je krijgt een overzicht van de aanvraag en het inkomenstarief. 

    7

    STAP 8:

    Vul eventueel een tweede e-mailadres in. Ga akkoord met de voorwaarden en klik op de knop 'Maak mijn attest aan'. 
     

    13

    STAP 9:

    Je kan nu een samenvatting van je aanvraag en je attest(en) downloaden en printen.

    9
  • STAP 1:

    Surf naar 'Mijn Kind en Gezin', klik op de tegel 'Inkomenstarief Aanvragen of simuleren' en log in met je digitale sleutel. Klik na het inloggen opnieuw op de tegel 'Inkomenstarief Aanvragen of simuleren'.
     

    1

    STAP 2:

    Klik op de knop 'Inkomenstarief berekenen'. Bereken je attest inkomenstarief zonder een attest aan te maken.

    2

    STAP 3: Bereken je attest:

    • Kies of je je inkomen bekend wil maken of niet:
    • Als je klikt op 'ja', dan betaal je volgens je inkomen.
    • Als je klikt op 'nee', dan betaal je voor de opvang het maximumtarief.
    • Duidt aan of het een eerste aanvraag is of niet. Kies de optie 'Nee' voor een eerste aanvraag.
    • Heb je al een attest voor dit kind en wil je herberekenen? Kies de optie 'Ja' en vul de reden van herberekenen in.
    3

    STAP 4:

    Klik op 'Verder'. De gegevens van je gezin worden nu automatisch opgehaald bij de kruispuntbank.

    Geen Belgisch aanslagbiljet?

    • Vul in het veld 'Bruto maandinkomen' het loon in van de maand vóór de aanvraag van het attest. Start de opvang vlak na het moederschapsverlof: het loon van de laatste maand voor het moederschapsverlof.
    • Als je met een formeel document kan aantonen dat je geen inkomen hebt, vul dan het bedrag '0' in.
       

    STAP 5: Vul de gegevens van je kinderen aan:

    • Duid aan of er een meerling is in je gezin. 
    • Vul de ontbrekende gegevens aan van je kinderen ten laste.
    • Is het kind waarvoor je een simulatie van het attest inkomenstarief doet, nog niet geboren? Vul dan een fictieve naam en geboortedatum in. Let op dat de fictieve geboortedatum ligt vóór de fictieve ingangsdatum van het attest dat je simuleert.


     

    5

    STAP 6:

    Vul in of er een specifieke situatie is. De lijst van specifieke situaties verschilt naargelang het inkomen. Meer info in de brochure inkomenstarief.

    STAP 7:

    Klik op de knop 'Verder' en je krijgt een overzicht van de aanvraag en het inkomenstarief. 

    7
  • Maak of verplaats je afspraak online: snel, makkelijk en wanneer het jou past!

    Goed om weten! 

    • Je kan een huisbezoek of een gehoortest niet zelf inplannen. Kind en Gezin neemt hiervoor contact met je op. Voeg zeker je telefoonnummer toe bij je registratie zodat we je makkelijk kunnen bereiken. Je kan een huisbezoek of gehoortest wel via 'Mijn Kind en Gezin' annuleren. 
    • Je kan contact met Kind en Gezin opnemen door bovenaan in de 'Mijn Burgerprofiel'-balk op 'Hulp nodig' te klikken als je op onze websites surft. Je kan je vraag dan op de 'Contactpagina' stellen. Of bel de Kind en Gezin-Lijn om een afspraak vast te leggen op 078 150 100 (van 8 tot 20 uur).
       

    STAP 1:

    Surf naar 'Mijn Kind en Gezin', klik op de tegel 'Afspraak maken' en log in.

    stap 1

    STAP 2:

    Gebruik je de toepassing de eerste keer, dan wordt je toestemming bevraagd voor het gebruiken van je afstammingsgegevens uit het Rijksregister. Kies je 'Ja' dan vervolledigen we automatisch jouw profiel met alle kinderen die van jou afstammen. Je kan je keuze steeds wijzigen via 'Gegevens aanpassen'.

    toestemming

    STAP 3:

    Bekijk de afspraken van je kind(eren). Je kan een afspraak maken, verplaatsen of annuleren. Heb je al vragen die je wil stellen op je afspraak? Noteer ze in het invulveld zodat ze zeker aan bod komen tijdens je afspraak. 

    afspraken
  • Stap 1:

    Surf naar 'Mijn Kind en Gezin’. Klik op de tegel van de gewenste toepassing of klik rechtsboven op de knop 'Aanmelden' in de balk 'Mijn Burgerprofiel' van de Vlaamse overheid. 

    stap 1

    Stap 2:

    Je zal rechtstreeks naar de ‘Vlaanderen authenticatiepagina’ geleid worden. Kies een digitale sleutel om je aan te melden bij de online overheid.

    Stap 2

    Stap 3:

    Doorloop de procedure betreffende de gekozen digitale sleutel. Is deze succesvol, dan zal je worden teruggeleid naar 'Mijn Kind en Gezin'.

    Stap 4:

    Je bent aangemeld bij de Vlaamse overheid, rechtsboven zie je je voornaam in de balk 'Mijn Burgerprofiel'. Je bent ingelogd op 'Mijn Kind en Gezin', in de blauwe balk zie je de melding 'Ingelogd als Ouder''.
     

    stap 4
  • 'Veelgestelde vragen' en help omtrent problemen met je digitale sleutel vind je terug op de website van CSAM of Fedict.
    Of neem contact op met 1700, het gratis informatienummer van de Vlaamse overheid.

    Je kan ook het Helpcentrum van CSAM contacteren via het contactformulier of via het telefoonnummer 02 474 50 60.
     

  • We raden je aan om een eigen e-mailadres aan te maken.
    Wil je dit niet, dan kan je geen gebruik maken van 'Mijn Kind en Gezin'.
    Wens je een een attest inkomenstarief aan te vragen, dan kan je contact opnemen met je opvang.
    Zij helpen je graag verder.
     

  • Neen, het aanvragen van een attest inkomenstarief door één ouder is voldoende. Echter, het attest inkomenstarief zal enkel beschikbaar zijn op het profiel van de ouder die het attest inkomenstarief heeft aangemaakt op 'Mijn Kind en Gezin'. 
     

  • Neen.

    Een digitale sleutel is uniek gekoppeld aan één profiel en één e-mailadres.
    Een digitale sleutel of rijksregisternummer wordt uniek gekoppeld aan één portaalprofiel en één e-mailadres.
     

  • Je hebt voor één digitale sleutel bij CSAM nodig:

    •   ofwel je eID: 

    • je identiteitskaart of vreemdelingenkaart en je pincode
    •  een eID-kaartlezer en de meest recente versie van de eID-software op je pc

    •   ofwel je federaal token: je token-gebruikersnaam en je token-wachtwoord
    •   ofwel  je digitale itsme-sleutel: je itsme-code. Je dient hiervoor al geregistreerd te zijn bij itsme

    Om de portaalsite 'Mijn Kind en Gezin' optimaal te kunnen ervaren, beschik je best over de nieuwste versie van je browser (Google Chrome, Microsoft Edge, Mozilla Firefox, Apple Safari). Bij oudere versies kun je misschien bepaalde toepassingen niet zien of gebruiken, kan de site er anders uitzien of kunnen bepaalde functionaliteiten niet werken.

    Kijk na bij de instellingen van je browser welke versie je hebt en hoe je een nieuwe versie moet installeren of automatisch laten bijwerken. Voor smartphones en tablets zorg je er best voor dat je ook over de meest recente software-update beschikt.
     

  • Zonder registratie kan je geen gebruik maken van 'Mijn Kind en Gezin'.
     

  • Waarschijnlijk is er tijdelijk een technisch probleem. We lossen dit zo snel mogelijk op. Duurt het te lang, neem dan contact op met de Kind en Gezin-Lijn op 078 150 100. Noteer de exacte foutboodschap en het tijdstip wanneer de fout zich voordeed. Neem eventueel een schermafdruk. Vermeld ook welke stappen je reeds ondernam. Dit is steeds handig om de fout te achterhalen.
     

  • Klik rechtsboven op je voornaam in de balk 'Mijn Burgerprofiel' van de Vlaamse overheid. Klik op de knop 'Afmelden' onderaan in de menu van het Burgerprofiel. Je bent afgemeld bij de Vlaamse overheid en op 'Mijn Kind en Gezin''.

    afmelden
  • Stap 1:

    Log in op 'Mijn Kind en Gezin' en klik in de titelbalk op je rol 'Ingelogd als', klik vervolgens op 'Gegevens aanpassen' in het menu.

    Stap 2:

    Open het tabblad 'Toestemmingen'. Wijzig je keuze. Klik op de knop 'Toestemming bewaren'.

    toestemmingen

    Stap 3:

    Je keuze is aangepast.

  • Opgelet! Wil je deze gegevens ook aanpassen voor inkomenstarief, vraag dan aan je opvang om de wijzigingen aan Kind en Gezin door te geven. We kunnen voorlopig de aanpassingen niet automatiseren. 

    Stap 1:

    Log in op 'Mijn Kind en Gezin' en klik in de titelbalk op je rol 'Ingelogd als', klik vervolgens op 'Gegevens aanpassen' in de menu. 

    Stap 2:

    Open het tabblad 'Persoonlijke gegevens'. Wijzig je gegevens. Klik op de knop 'Gegevens aanpassen'. 

    Persoonlijke gegevens

    Stap 3:

    Je gegevens zijn aangepast.

  • Opgelet! Als je de aanpassing hier hebt gedaan, geef je het gewijzigde mailadres best ook door aan je opvangvoorziening zodat zij het melden aan de Kind en Gezin-Lijn en/of via het contactformulier op onze website. Dan zorgen wij ervoor dat alle communicatie omtrent het attest inkomenstarief van je kind ook naar dit nieuwe mailadres verstuurd wordt. We kunnen die aanpassingen voorlopig niet automatiseren.

    Stap 1:

    Log in op 'Mijn Kind en Gezin' en klik in de titelbalk op je rol 'Ingelogd als', klik vervolgens op 'Gegevens aanpassen' in de menu.  

    Stap 2:

    Open het tabblad 'Persoonlijke gegevens'. Wijzig je e-mailadres en klik op de knop 'Gegevens aanpassen'.

    Stap2

    Stap 3:

    Je krijgt een melding dat je je wijziging moet bevestigen via e-mail. 

    stap 3

    Stap 4:

    Je ontvangt een bevestigingsmail om je wijziging te voltooien. Open de e-mail en klik op de link 'Bevestig de wijziging van je e-mailadres in Mijn Kind en Gezin'.

    stap 4

    Stap 5

    Je e-mailadres is gewijzigd.

  • Stap 1:

    Surf naar 'Mijn Kind en Gezin’. Klik op de tegel van de gewenste toepassing of klik rechtsboven op de knop 'Aanmelden' in de balk 'Mijn Burgerprofiel' van de Vlaamse overheid. 

    stap 1

    Stap 2:

    Je zal rechtstreeks naar de 'Vlaanderen-authenticatiepagina' geleid worden. Kies een digitale sleutel om je aan te melden bij de online overheid.

    Stap 2

    Stap3:

    Doorloop de aanmeldprocedure voor de gekozen digitale sleutel. Is deze succesvol, dan zal je worden teruggeleid naar 'Mijn Kind en Gezin'.

    Stap 4:

    Je bent aangemeld bij de Vlaamse overheid, rechtsboven zie je je voornaam in de balk 'Mijn Burgerprofiel', maar je bent nog niet geregistreerd voor 'Mijn Kind en Gezin'.

    De registratiepagina van 'Mijn Kind en Gezin' wordt getoond. Je voornaam en naam zullen reeds ingevuld zijn. Vul alle verplichte velden verder correct in. Klik op de knop 'Registreren'.

    stap 4

    Stap 5:

    Je krijgt een melding 'Je registratie werd succesvol ontvangen. We hebben je een e-mail gestuurd om je registratie te bevestigen.' 
     

    stap 5

    Stap 6

    Je ontvangt een bevestigingsmail om je registratie te voltooien. Open de e-mail en klik op de link 'Bevestig hier' om gebruik te maken van de toepassingen van 'Mijn Kind en Gezin'.

    stap 6

    Stap 7:

    Je komt terug op het portaal van 'Mijn Kind en Gezin' met de boodschap: 'Je bent er bijna! Daarna kan je gebruik maken van alle toepassingen van Kind en Gezin. Gelieve nogmaals in te loggen.'   

    Om je registratie af te ronden dien je opnieuw in te loggen met je digitale sleutel op 'Mijn Kind en Gezin'. Klik hiervoor op de knop 'Inloggen'. 

    Opgelet: Pas na het opnieuw inloggen is je registratie voltooid! Log je nu in via je smartphone, dan kan dit enkel na identificatie met je digitale sleutel. Wil je hiervoor gebruik maken van itsme, zorg dan dat de itsme app reeds geïnstalleerd is op je smartphone.

    stap 7

    Stap 8

    Doorloop de aanmeldprocedure voor de gekozen digitale sleutel. Is deze succesvol, dan zal je worden teruggeleid naar 'Mijn Kind en Gezin'.

    Stap 9:

    Je registratie is voltooid. Je bent aangemeld bij de Vlaamse overheid, rechtsboven zie je je voornaam in de balk 'Mijn Burgerprofiel'. Je bent ingelogd op 'Mijn Kind en Gezin', in de blauwe balk zie je de melding 'Ingelogd als Ouder''.

    Stap 9
    • Vind je jouw attest inkomenstarief niet terug met jouw digitale sleutel, probeer dan die van jouw partner. 
    • Vind je het dan nog niet terug? Dan kan jouw opvang je helpen bij het opzoeken van je attest inkomenstarief.
    • Heb je toegang tot Mijn Kind en Gezin, dan vind je jouw attest inkomenstarief daar. 
    • Heb je geen toegang tot Mijn Kind en Gezin, dan kan je opvang het attest voor jou opzoeken.
  • Er zijn drie mogelijkheden:

    • De e-mail is bij je ongewenste e-mails (spam) terecht gekomen.
    • Je aanvraag is niet volledig gelukt.
    • Je opgegeven e-mailadres is fout.  De opvang kan dit controleren.
  • Maakte je een fout bij de aanvraag van je attest inkomenstarief? Bijvoorbeeld: het aantal kinderen ten laste is niet aangevinkt, de startdatum van het attest is verkeerd ...

    Je kan dit zelf niet meer rechtzetten. Geef dit door aan je opvang. Zij zal contact opnemen met Kind en Gezin om dit te corrigeren. Soms kan dit met terugwerkende kracht, soms niet. 

  • Jouw opvang kan een attest inkomenstarief voor jou aanvragen.

    • Vraag je een wijziging van kinderen ten laste of gezinssamenstelling in december aan, dan krijg je een attest inkomenstarief met startdatum 1 januari. Dit tarief is het nieuwe inkomenstarief. Hierin zit de index al verwerkt.
    • Is je inkomenstarief al geïndexeerd en vraagt je hierna in december een wijziging van het aantal kinderen ten laste of gezinssamenstelling aan, dan gaat Kind en Gezin na welk tarief correct is op basis van de regelgeving en aanwezigheden van het kind:
      • Is de wijziging terecht, dan verwijderen we de indexering en telt het herberekende tarief.
      • Is de wijziging onterecht, dan verwijderen we ze en telt het tarief van de indexering.
  • Het is mogelijk dat je voor kinderen binnen éénzelfde gezin de attesten op andere tijdstippen krijgt. De attesten worden niet opgemaakt volgens een bepaald stramien.

    • Ofwel is je e-mail verloren gegaan.
    • Ofwel is de e-mail in de SPAM-folder (ongewenste e-mails) van je mailbox terecht gekomen. Kijk in die folder.
    • Ofwel ben je van e-mailadres veranderd? Kijk in je oude e-mails. Vraag dan aan je opvang om je nieuwe e-mailadres aan Kind en Gezin door te geven.
    • Ofwel hebben we je e-mailadres niet en stuurden we jou een brief. 
    • Ofwel moest je nu je tarief herberekenen. Je kreeg dan een andere e-mail met de vraag om te herberekenen. Een herberekening is nodig als:
      • jouw kind 3,5; 6 of 9 jaar wordt.
      • je individueel verminderd tarief vervalt. Dit verminderd tarief is geldig tot het einde van het kwartaal na 1 jaar.
  • Hiervoor zijn twee verklaringen mogelijk: 

    • Ofwel wordt jouw kind in het nieuwe jaar 3,5 of 6 of 9 jaar. Je zal dan je tarief moet herberekenen. We verwittigen je op dat ogenblik per e-mail.
    • Ofwel kreeg je eerder een attest met een individueel verminderd tarief. Dit verminderd tarief is geldig tot het einde van het kwartaal na 1 jaar. Daarna zal je jouw tarief moeten herberekenen. We verwittigen je op dat ogenblik per e-mail.
  • Elk jaar op 1 januari wordt het inkomenstarief geïndexeerd. Het inkomenstarief is het resultaat van verschillende stappen:

    1. het inkomenstarief 
      Het inkomenstarief wordt met geïndexeerd, nog voor de eventuele korting.
    2. de kindkorting 
      • Heb je korting vanaf het 2e kind ten laste of voor een meerling? Deze korting wordt ook geïndexeerd. Ze wordt afgetrokken van je inkomenstarief. 
      • Heb je een kind dat in 2019 13 jaar wordt, dan telt het niet meer mee voor de kindkorting.
    3. Heb je een individueel verminderd tarief
      Ook dat wordt geïndexeerd.
  • Bij een maximumtarief omwille van een steekproefcontrole, kan je pas na 6 maanden een herberekening uitvoeren.

  • Als je een herberekening vraagt omdat je attest inkomenstarief vervalt én tegelijk het aantal kinderen ten laste of de gezinssamenstelling aanpast, dan gaat het nieuwe attest in op de eerste van de volgende maand.

    1. Als je kind al een attest inkomenstarief heeft:
      • Neem zelf het initiatief om een nieuw attest inkomenstarief aan te vragen als:
        • je attest vervalt,
        • er een extra kind in het gezin ten laste is (vanaf een tweede kind ten laste krijg je kindkorting),
        • de personen van wie het inkomen het tarief bepaalde, veranderd zijn. Dit kan door echtscheiding, huwelijk, samenwonen …,
        • je een individueel verminderd tarief wil.
      • Kind en Gezin neemt het initiatief als je attest is vervallen. Kind en Gezin vraagt jou om een nieuw aan te maken: 
        • op het einde van het kwartaal waarin je kind 3 en een half, 6 of 9 jaar wordt,
        • op het einde van het kwartaal nadat je één jaar je individueel verminderd tarief kreeg,
        • op het einde van de maand waarin je attest met maximumtarief wegens steekproefcontrole vervalt.
      • Elk jaar op 1 januari wordt je inkomenstarief geïndexeerd. Je krijgt dan automatisch een nieuw attest.
    2. Als een ander kind uit jouw gezin in de opvang start:
      • Per kind in de opvang heb je een attest nodig. 
      • Heb je al een kind in de opvang met een attest inkomenstarief en start het broertje of zusje ook in de opvang? 
        • Zodra het broertje of zusje geboren is, vraag je voor het kind dat al in de opvang is, een herberekening. Je krijgt dan een korting voor een extra kind ten laste.
        • Als het broertje of zusje in de opvang start, vraag je voor dat kind een apart attest aan. 
        • Je kan een aanvraag voor een nieuw attest niet combineren met een verandering van het aantal kinderen ten laste voor een bestaand attest. 
  • Je kan een attest inkomenstarief aanvragen voor een kind tot en met de leeftijd van 14 jaar.

  • Bij de aanvraag van een attest inkomenstarief op Mijn Kind en Gezin wordt het aantal kinderen die op jouw adres gedomicilieerd staan vanuit het Rijksregister opgeladen. Als dit niet klopt, dan kan je dit manueel aanpassen.

    Alle kinderen waarvoor jij (of de persoon wiens inkomen meetelt) financieel verantwoordelijk bent, tellen mee als kinderen ten laste, ook als ze niet op jouw adres gedomicilieerd zijn, bijvoorbeeld bij co-ouderschap, nieuw samengesteld gezin of pleegkind.

  • Dan kan je dit omzetten via www.valuta.nl. Doe dit met de koers van de maand waarop het inkomen betrekking heeft.

    • Als er geen aanslagbiljet is, dan wordt het inkomenstarief berekend op basis van een maandinkomen. Dat inkomen kan aangetoond worden met een formeel document: een loonfiche, een rekeninguittreksel, een afdruk van de mutualiteit, een document van een andere organisatie waarop de gegevens van het inkomen volledig en duidelijk zijn. Voor zelfstandigen komt ook een verklaring van een boekhouder in aanmerking.
    • Als er geen inkomen is, dan volstaat een schriftelijke bevestiging dat het inkomen 0 is, door een organisatie zoals het Rode Kruis, OCMW, CAW … Als er geen inkomen is, dan kan ook de kinderopvang dit document opmaken.
  • Ja, haar/zijn inkomen telt mee voor de berekening van het inkomenstarief.

  • Deze gegevens worden automatisch opgehaald uit het Rijksregister. Zijn alle personen op dit adres correct ingeschreven bij de dienst bevolking, maar verschijnen ze toch niet in de lijst van inwonende personen voor inkomenstarief? Dan kan de opvang in jullie plaats een attest inkomenstarief aanmaken.

    • Ben je meerderjarig, dan wordt het inkomenstarief berekend op jouw inkomen (ook als dit 0 euro is) én op het inkomen van één van je ouders. 
    • Ben je minderjarig, dan wordt het inkomenstarief berekend op de inkomsten van je ouders. 
  • Neen. Enkel de inkomens van de mensen die op hetzelfde adres gedomicilieerd zijn, tellen mee. Als de hoofdverblijfplaats van je partner bij jou is, meld je dit bij de dienst bevolking van je gemeente.

  • Je kan een attest inkomenstarief vragen met als startdatum de eerste van de vorige maand. Is dit niet voldoende, vraag dan hulp aan je opvang.

    Let op! Een herberekening van je attest inkomenstarief kan niet met terugwerkende kracht. Het nieuw tarief gaat altijd in op de eerste dag van de maand die volgt op je aanvraag.

  • Het attest inkomenstarief start de eerste dag van de maand waarin je kind voor het eerst zonder jou in de opvang is. 

    • Als je samen met je kind gaat wennen in de opvang, heb je geen attest inkomenstarief nodig. 
    • Zodra je kind alleen gaat wennen, heb je een attest inkomenstarief nodig.
  • Het attest inkomenstarief start de eerste dag van de maand waarin je kind voor het eerst zonder jou in de opvang is:

    • ofwel is dat de dag waarop je kind zonder jou gaat wennen;
    • ofwel is dat de eerste opvangdag.
    • Je kan je op Mijn Kind en Gezin registreren wanneer je wil, bijvoorbeeld in het begin van je zwangerschap.
    • Het attest inkomenstarief zelf kan je ten vroegste 2 maanden voor de start van de opvang aanvragen. 
    • Let op! Een herberekening van je attest inkomenstarief kan niet met terugwerkende kracht. Het nieuw tarief gaat altijd in op de eerste dag van de maand die volgt op je aanvraag.
  • Heb je meer dan één kind ten laste? Dan krijg je vanaf het tweede kind een korting op je inkomenstarief. Voor meerlingen is er een bijkomende korting voorzien. Je hebt er dus alle belang bij om onmiddellijk na de geboorte van een bijkomende kind, je ‘aantal kinderen ten laste’ aan te passen op mijn.kindengezin.be. Meer hierover in de brochure voor ouders.

    Let op: Heb je sinds je laatste attest minder personen ten laste of een hoger inkomen, dan kan je inkomenstarief hoger zijn. Heb je meer personen ten laste of een lager inkomen, dan kan je inkomenstarief lager zijn.

  • Ja. Dit is mogelijk omdat de parameters van de berekening anders zijn.

    • Bij een herberekening wordt de berekening volledig opnieuw gemaakt. Hierbij kan het inkomen bijvoorbeeld in een andere inkomensschijf vallen dan het jaar ervoor. Ook het aantal kinderen ten laste speelt een rol.
    • Bij een indexering is er enkel een procentuele aanpassing van het toegekende tarief.
  • Als je een nieuw attest inkomenstarief aanvraagt, dan wordt de laatst beschikbare informatie over je gezinssamenstelling en inkomen automatisch opgeladen. 

    Heb je sinds je laatste attest minder personen ten laste of een hoger inkomen, dan kan je inkomenstarief hoger zijn. Heb je meer personen ten laste of een lager inkomen, dan kan je inkomenstarief lager zijn.

  • Ofwel via Mijn Kind en Gezin

    • klik op de tegel 'Attest inkomenstarief' en log in met je digitale sleutel.
    • Klik op 'Simulatie van mijn inkomenstarief'. 
    • Let op! De simulatie geeft enkel een indicatie over hoeveel je op dit moment zou betalen. Je vraagt hiermee niet jouw attest aan.

    Ofwel in de tabel van de brochure inkomenstarief.  Zoek op in welke inkomenscategorie je valt en wat je zou betalen. Vergeet niet de eventuele kortingen af te trekken. Die vind je ook in de brochure.

  • Het is inderdaad zo dat je andere kinderen aan je profiel kan toevoegen en dat anderen jouw kinderen aan hun profiel kunnen toevoegen. Zo kunnen anderen (grootouders, vrienden ...) een afspraak maken voor je kind. Maar dit kan niet onopgemerkt. Er wordt altijd een e-mail verstuurd naar de ouder van het kind.

  • Kom niet naar het consultatiebureau als je kind ziek is, maar ga naar je behandelend arts. Maak een nieuwe afspraak of bel de Kind en Gezin-Lijn op 078 150 100.

  • Vul de voornaam, naam en geboortedatum van je kind en de voornamen en geboortedatum van de moeder in. Opgelet! Heeft de moeder meerdere voornamen, vul dan alle voornamen in.

    Controleer je ingevoerde gegevens of neem contact op. Waarschijnlijk is er iets fout gelopen bij de registratie van je kind in het elektronisch dossier van Kind en Gezin (Mirage) of is je kindje nog niet gekend bij ons. Door op contact te klikken, krijg je een ingevuld sjabloon. Dit sjabloon wordt doorgestuurd naar de Kind en Gezin-Lijn. Binnen de 2 werkdagen zullen zij contact opnemen. Zij vergelijken de gegevens in het sjabloon met de gegevens in Mirage en vinden zo vaak al de oorzaak van het probleem (typfout in de naam of geboortedatum, verwisselen van voornaam en familienaam, probleem met leestekens en spaties bij dubbele achternamen  ...). 

    Opgelet voor iPhone en iOS gebruikers: Bevat de voornaam of de naam van je kindje een afkappingsteken (’), dan kan je zoekactie geen resultaat geven. Zet hiervoor de setting 'Smart Punctuation' uit, via Settings > General > Keyboards.

  • Hou rekening met de volgende zaken:

    • Als je onmiddellijk na een afspraak al een nieuwe wil plannen, kan het zijn dat je verpleegkundige het contactmoment in het elektronisch dossier nog niet heeft afgesloten. Wacht een (paar) dag(en) en probeer nog eens opnieuw.
    • Je kan wel zelf een huisbezoek, spreekuur opvoedingsondersteuning of een gehoortest annuleren, maar niet zelf inplannen. De verpleegkundige geeft je een afspraak voor de gehoortest tijdens het eerste huisbezoek.
    • Een extra afspraak, bv. op 18 maanden, die je maakte met je verpleegkundige, die niet samenvalt met de vaste consulten op 4-8-12-16 weken 6-9-12-15-24-30 maanden, kan je niet zelf verplaatsen, wel annuleren.
    • Het systeem houdt bij het plannen van een afspraak rekening met de vaccinaties. Bij achterstand van vaccinaties geeft het aan dat de vaccinaties niet volledig zijn. Hierdoor kan je zelf geen afspraak plannen. Indien je de vaccinaties bij je behandelende arts laat geven, is het belangrijk om dit te melden aan je verpleegkundige. Zij past dit aan in het dossier van je kindje. Op die manier houdt de afsprakenmodule geen rekening met de vaccinaties.
    • Als er 2 afspraken gepland zijn, is het enkel mogelijk om de laatste afspraak te verplaatsen. De eerstvolgende afspraak kan wel geannuleerd worden. Dit geldt niet bij de afspraken van 4 weken en 8 weken. 
    • Je kan zelf geen oogtest plannen als je niet het hele traject van Kind en Gezin volgt.
    • Soms kiest een verpleegkundige er voor om de afspraken zelf te beheren, bijvoorbeeld in conflictueuze gezinssituaties.

    Het afsprakensysteem geeft je de mogelijkheid om onmiddellijk je vraag te stellen. De Kind en Gezin-Lijn zal deze binnen de 2 werkdagen beantwoorden. Bij een dringende vraag kan je telefonisch contact opnemen op 078 150 100.

  • Neem contact op met de Kind en Gezin-Lijn om een oplossing te vinden. Soms kan er afgeweken worden van de voorziene termijn of wordt een afspraak in een ander consultatiebureau voorgesteld.

  • Neem contact op met de Kind en Gezin-Lijn via het contactformulier of op 078 150 100 om de afspraken in te plannen om deze vaccinaties in te halen.

  • Opgelet! Wil je deze gegevens ook aanpassen voor inkomenstarief, vraag dan aan je opvang om de wijzigingen aan Kind en Gezin door te geven. We kunnen voorlopig de aanpassingen niet automatiseren. 

    STAP 1: Log in op Mijn Kind en Gezin en klik in de titelbalk op je rol 'Ingelogd als', klik vervolgens op 'Gegevens aanpassen' in het menu.  

    STAP 2: Open het tabblad 'Persoonlijke gegevens'. Wijzig je gegevens. Klik op de knop 'Gegevens aanpassen'.

    gegevens wijzigen stap 2

    STAP 3: Je gegevens zijn aangepast.

  • Opgelet! Als je de aanpassing hier hebt gedaan, geef je het gewijzigde e-mailadres best ook door aan je opvangvoorziening zodat zij het kunnen melden aan de Kind en Gezin-Lijn en/of via het contactformulier op onze website. Dan zorgen wij ervoor dat alle communicatie omtrent het attest inkomenstarief van je kind ook naar dit nieuwe mailadres verstuurd wordt. We kunnen die aanpassingen voorlopig niet automatiseren.

    STAP 1: Log in op Mijn Kind en Gezin en klik in de titelbalk op je rol 'Ingelogd als', klik vervolgens op 'Gegevens aanpassen' in het menu.  

    STAP 2: Open het tabblad 'Persoonlijke gegevens'. Wijzig je e-mailadres en klik op de knop 'Gegevens aanpassen'.

    emailadres wijzigen stap 2

    STAP 3: Je krijgt een melding dat je je wijziging moet bevestigen via e-mail. 

    e-mailadres wijzigen stap 3

    STAP 4: Je ontvangt een bevestigingsmail om je wijziging te voltooien. Open de e-mail en klik op de link 'Bevestig de wijziging van je e-mailadres in Mijn Kind en Gezin'.

    bevestigingsmail wijziging e-mailadres

    STAP 5:  Je e-mailadres is gewijzigd.

  • 'Veelgestelde vragen' en hulp bij problemen met je digitale sleutel vind je terug op de website van CSAM of Fedict.

    Of neem contact op met 1700, het gratis informatienummer van de Vlaamse overheid. Je kan ook het Helpcentrum van CSAM contacteren via het contactformulier of via het telefoonnummer 02 474 50 60.

  • We raden je aan om een eigen e-mailadres aan te maken. Wil je dit niet, dan kan je geen gebruik maken van Mijn Kind en Gezin. Wens je een attest inkomenstarief aan te vragen, dan kan je contact opnemen met je opvang. Zij helpen je graag verder.

  • Heb je geen mogelijkheid om zelf een attest inkomenstarief aan te vragen, dan kan je bij jouw opvangvoorziening ook ter plaatse een attest aanvragen. Neem je e-ID en pincode mee of, als je daarover beschikt je smartphone met itsme.

    Samen met je opvangverantwoordelijke doorloop je de volledige aanvraagprocedure op de computer van de opvangvoorziening. Het aanvragen van een attest inkomenstarief via trap 2 is enkel mogelijk via jouw eigen digitale sleutel (is toegang bij de federale overheid met je eID, federaal token of itsme).

    STAP 1

    Je registreert je met jouw digitale sleutel op Mijn Kind en Gezin via de computer van je opvangvoorziening. Bij je registratie wordt je e-mailadres gevraagd. Meer informatie, zie het volledige stappenplan voor registreren met een digitale sleutel

    STAP 2

    Er wordt een bevestigingsmail naar jouw e-mailadres gestuurd.

    STAP 3

    Klik op de link in de bevestigingsmail om de registratie te vervolledigen. Hierbij moet je opnieuw inloggen met jouw digitale sleutel op Mijn Kind en Gezin.

    • Beschik je over een mobiele telefoon zonder itsme en kan je jouw mailbox bij je opvangvoorziening ter plaatse raadplegen:
      • Open je mailbox op je mobiele telefoon.
      • Stuur de bevestigingsmail van Mijn Kind en Gezin door naar het e-mailadres van de opvangvoorziening.
      • De opvangverantwoordelijke opent deze mail op de computer van je opvangvoorziening (waaraan de kaartlezer met jouw e-ID is gekoppeld) en klikt op de bevestigingslink.
    • Heb je geen mobiele telefoon bij de hand:
      • Open je mailbox via de computer van de opvang (waaraan de kaartlezer met jouw e-ID is gekoppeld). 
      • Van hieruit kan je de link in de bevestigingsmail aanklikken.
      • Tip: Ben je het wachtwoord van je mailbox vergeten? Maak dan een nieuw persoonlijk wachtwoord aan.

    STAP 4

    Je komt terug op het portaal van Mijn Kind en Gezin met de boodschap: 'Je bent er bijna! Daarna kan je gebruik maken van alle toepassingen van Kind en Gezin. Gelieve nogmaals in te loggen.'   
    Om je registratie af te ronden moet je opnieuw inloggen met je digitale sleutel op Mijn Kind en Gezin. Klik hiervoor op de knop 'Inloggen'. 
    Opgelet: Pas na het opnieuw inloggen met je digitale sleutel is je registratie voltooid! Daarna kan de opvangverantwoordelijke samen met jou het attest inkomenstarief aanvragen voor je kind.

    inloggen op Mijn Kind en Gezin met digitale sleutel
  • Neen, het aanvragen van een attest inkomenstarief door één ouder is voldoende. Echter, het attest inkomenstarief zal enkel beschikbaar zijn op het profiel van de ouder die het attest inkomenstarief heeft aangemaakt op Mijn Kind en Gezin.

  • Neen. Een digitale sleutel is uniek gekoppeld aan één profiel en één e-mailadres.

    Gebruiken jij en je partner een gezamenlijk e-mailadres en is dit e-mailadres reeds gekoppeld aan het portaalprofiel van je partner?
    Je kan dit oplossen op onderstaande manieren:  

    • Ofwel maak jij een nieuw portaalprofiel aan met een ander e-mailadres:  
      • Jouw digitale sleutel of rijksregisternummer is nu uniek gekoppeld aan jouw e-mailadres.
    • Ofwel wijzigt je partner het e-mailadres van zijn/haar portaalprofiel, zodat jij opnieuw kan registreren met dit e-mailadres:  
      • Je partner logt in met zijn/haar digitale sleutel op 'Mijn Kind en Gezin' en wijzigt zijn/haar e-mailadres, volg hiervoor de volgende stappen. 
      • De digitale sleutel of rijksregisternummer van je partner is nu uniek gekoppeld aan het gewijzigde e-mailadres van je partner. 
      • Het gezamenlijk e-mailadres is vrijgegeven, zodat jij opnieuw kan registreren met dit e-mailadres en jouw digitale sleutel, volg hiervoor de volgende stappen
  • Neen. Een digitale sleutel is uniek gekoppeld aan één profiel en één e-mailadres.

    Een digitale sleutel of rijksregisternummer wordt uniek gekoppeld aan één portaalprofiel en één e-mailadres.

  • Je hebt één digitale sleutel bij CSAM nodig:

    • je eID: 
      • je identiteitskaart of vreemdelingenkaart en je pincode
      • een eID-kaartlezer en de meest recente versie van de eID-software op je pc
    • je federaal token: je token-gebruikersnaam en je token-wachtwoord
    • je digitale itsme-sleutel: je itsme-code. Je moet hiervoor al geregistreerd zijn bij itsme

    Om de portaalsite Mijn Kind en Gezin optimaal te kunnen ervaren, beschik je best over de nieuwste versie van je browser (Google Chrome, Microsoft Edge, Mozilla Firefox, Apple Safari). Bij oudere versies kun je misschien bepaalde toepassingen niet zien of gebruiken, kan de site er anders uitzien of kunnen bepaalde functionaliteiten niet werken.

    Kijk na bij de instellingen van je browser welke versie je hebt en hoe je een nieuwe versie moet installeren of automatisch laten bijwerken. Voor smartphones en tablets zorg je er best voor dat je ook over de meest recente software-update beschikt.

  • Zonder registratie kan je geen gebruik maken van Mijn Kind en Gezin.

  • Waarschijnlijk is er tijdelijk een technisch probleem. We lossen dit zo snel mogelijk op. Duurt het te lang, neem dan contact op met de Kind en Gezin-Lijn op 078 150 100. Noteer de exacte foutboodschap en het tijdstip wanneer de fout zich voordeed. Neem eventueel een schermafdruk. Vermeld ook welke stappen je reeds ondernam. Dit is steeds handig om de fout te achterhalen.

    • Log in op 'Mijn Kind en Gezin' met je digitale sleutel.
    • Doorloop de aanmeldprocedure voor de gekozen digitale sleutel.
    • Je registratie is nog niet bevestigd.
    • Wijzig je e-mailadres en klik op de knop 'E-mailadres aanpassen'.
    • De bevestigingsmail met de activatielink werd opnieuw verzonden naar dit e-mailadres. Check je mailbox.
    emailadres aanpassen
    bevestigingsmail
    • Kijk eerst of de bevestigingsmail niet terecht gekomen is in je map 'ongewenste mails', spam of reclame.
    • Zit de e-mail niet bij je ongewenste mails:
      • Log opnieuw in op 'Mijn Kind en Gezin' met je digitale sleutel.
      • Doorloop de aanmeldprocedure voor de gekozen digitale sleutel.
      • Je registratie is nog niet bevestigd. 
      • Klik op de knop 'Opnieuw verzenden' om de bevestigingsmail met de activatielink opnieuw te verzenden. Check je mailbox.
    geen bevestigingsmail
    bevestigingsmail opnieuw verzonden
  • De volgende stappen van de registratie werden nog niet doorlopen:

    • Open de bevestigingsmail en klik op de link 'Bevestig hier' om gebruik te maken van de toepassingen van 'Mijn Kind en Gezin'.
    bevestigingsmail registratie
    • Je komt terug op het portaal van 'Mijn Kind en Gezin' met de boodschap: 'Je bent er bijna! Daarna kan je gebruik maken van alle toepassingen van Kind en Gezin. Gelieve nogmaals aan te loggen.'  Log opnieuw in door op de knop 'Inloggen' te klikken. 

      Opgelet: Pas na het opnieuw inloggen is je registratie voltooid! Log je nu in via je smartphone, dan kan dit enkel na identificatie met je digitale sleutel. Wil je hiervoor gebruik maken van Itsme, zorg dan dat de Itsme-app reeds geïnstalleerd is op je smartphone.
    pagina profiel
    • Doorloop de aanmeldprocedure voor de gekozen digitale sleutel. Is deze succesvol, dan zal je worden teruggeleid naar 'Mijn Kind en Gezin'.
    • Je registratie is voltooid. Je bent aangemeld bij de Vlaamse overheid, rechtsboven zie je je voornaam in de balk 'Mijn Burgerprofiel'. Je bent 'Ingelogd als Ouder' op 'Mijn Kind en Gezin'.
    registreren met digitale sleutel stap 10
  • Klik rechtsboven op je voornaam in de balk 'Mijn Burgerprofiel' van de Vlaamse overheid. Klik op de knop 'Afmelden' onderaan in het menu van het Burgerprofiel. Je bent afgemeld bij de Vlaamse overheid en op Mijn Kind en Gezin'.

    Mijn Kind en Gezin afmelden burgerprofiel

Reizen met kinderen (5)

  • Je mag de airco gebruiken als je op hete dagen met je baby in de auto onderweg bent. De airco in de auto zorgt voor een luchtstroom waardoor het in de auto niet te warm wordt.

    Let erop dat je de airco niet te koud instelt, want dan krijg je een koude luchtstroom die de baby serieus afkoelt. Stel de airco slechts een aantal graden minder in dan de buitentemperatuur.

    In een oververhitte auto kan je baby oververhit geraken.

    Nog enkele tips bij het rijden in een ‘warme auto’:

    • Hou zeker om de 2 uur pauze.
    • Neem tijdens de pauze je kindje uit de reiswieg of autostoel.
    • Parkeer je auto tijdens de pauze in de schaduw.
    • Laat je kindje voldoende drinken.
    • Tracht op hete dagen zoveel mogelijk ’s nachts te rijden zodat je kindje minder last heeft van de warmte.

    Lees meer over veilig op stap met de auto en lees onze tips voor langere autoritten

  • De Hoge Gezondheidsraad raadt zwemmen met baby’s jonger dan 12 maanden af in de Belgische zwembaden.

    • Een baby (kwetsbaar wegens hyperactieve slijmvliezen of immature longen) komt best nog niet met chloordampen in contact.
    • De voordelen van zwemmen en bewegen voor een heel jong kind in het water wegen op dit moment niet op tegen het risico van mogelijke infecties.
    • Neem zelf meer tijd voor de gewenning van je baby aan het water tijdens het badritueel of momenten van samen onder de douche thuis.

    Watergewenning en babyzwemmen kan zodra je baby 1 jaar oud is in goede hygiënische omstandigheden en in gecontroleerde zwembaden.

    Zwemmen is aan te raden voor kinderen vanaf 4 jaar. Pas dan kan een kind de zwemtechniek goed aanleren en zich juist in het water bewegen.

    • Hou voortdurend toezicht! In openbare zwembaden kan een kind eventjes aan het zicht van de redders ontsnappen.
    • Leer je kind niet te lopen rond het zwembad: doordat de vloer nat is, kan je kind makkelijk wegglijden in het water.
    • Let op de veiligheidsvoorschriften die door pictogrammen of geschreven instructies zijn aangegeven.
    • Leer je kind het verschil tussen diep en ondiep water.

    Lees meer over veiligheid in en rond het water

  • Een beetje zon is goed voor iedereen. Ultraviolette(uv)-stralen zorgen ervoor dat ons lichaam de noodzakelijke vitamine D aanmaakt. Vitamine D zorgt voor kalkopname, nodig voor de opbouw van stevige beenderen. 

    Pas wel op voor te veel zon en dus te veel uv-stralen. Dit is schadelijk en kan zonnebrand veroorzaken. 

    Bij kinderen onder de 10 jaar is de huid heel kwetsbaar. De schadelijke uv-stralen dringen er makkelijk door. Het lichaam van een kind herstelt minder vlot dan dat van een volwassene. De schade stapelt zich op. Dit vergroot de kans op huidkanker (o.a. melanoom) op latere leeftijd.

    Lees meer over bescherming tegen de zon en warmte

  • Je mag met je pasgeboren baby direct buiten komen. Dat is gezond voor je kindje. De zonnestralen zorgen voor de aanmaak van vitamine D en stevige botten. 
    Pas de kleding van je baby en zijn bedekking (wandelwagen ...) aan de omgevingstemperatuur aan. Bescherm je kindje in de zomer extra tegen de zon en in de winter tegen de koude. Is de baby te vroeg geboren of is zijn gewicht erg laag, vraag dit dan toch even na bij de arts.

  • De ideale temperatuur van de slaapomgeving voor een baby is 18°C. Deze temperatuur is niet altijd haalbaar bij extreem warme dagen. Het is belangrijk om kledij en beddengoed aan te passen aan de temperatuur van de kamer. Doe je baby enkel een hemdje of lichte T-shirt aan en legt hem of haar te slapen in een dun slaapzakje, extra toedekken met laken of deken is niet nodig. Hou ook extra toezicht.

    Je kan eventueel een airco in de slaapkamer plaatsen. Volg daarbij de handleiding van het toestel en ververs het water regelmatig als het over een airco met waterkoeling gaat. Let er ook op dat je de airco niet te koud instelt, hierdoor krijg je een koude luchtstroom waardoor je baby serieus afkoelt. Stel de airco slechts een aantal graden minder in dan de buitentemperatuur.

Spelen en bewegen (3)

  • Sommige onderzoekers vermoeden een verband, maar er is momenteel geen bewijs dat zwemmen in de publieke zwembaden astma veroorzaakt.

    De Hoge Gezondheidsraad ontmoedigt om met baby's jonger dan 1 jaar in zwembaden zwemmen.

    Zwemmen met kinderen ouder dan 1 jaar wordt nog steeds aanbevolen, zelfs in het geval van astma. Voor hen wegen de voordelen van zwemmen in goede hygiënische omstandigheden in gecontroleerde zwembaden sterker door dan het risico van toxiciteit verbonden aan chloor en zijn bijproducten.

    Lees meer over veilig in en aan het water. 

  • De Hoge Gezondheidsraad raadt zwemmen met baby’s jonger dan 12 maanden af in de Belgische zwembaden.

    • Een baby (kwetsbaar wegens hyperactieve slijmvliezen of immature longen) komt best nog niet met chloordampen in contact.
    • De voordelen van zwemmen en bewegen voor een heel jong kind in het water wegen op dit moment niet op tegen het risico van mogelijke infecties.
    • Neem zelf meer tijd voor de gewenning van je baby aan het water tijdens het badritueel of momenten van samen onder de douche thuis.

    Watergewenning en babyzwemmen kan zodra je baby 1 jaar oud is in goede hygiënische omstandigheden en in gecontroleerde zwembaden.

    Zwemmen is aan te raden voor kinderen vanaf 4 jaar. Pas dan kan een kind de zwemtechniek goed aanleren en zich juist in het water bewegen.

    • Hou voortdurend toezicht! In openbare zwembaden kan een kind eventjes aan het zicht van de redders ontsnappen.
    • Leer je kind niet te lopen rond het zwembad: doordat de vloer nat is, kan je kind makkelijk wegglijden in het water.
    • Let op de veiligheidsvoorschriften die door pictogrammen of geschreven instructies zijn aangegeven.
    • Leer je kind het verschil tussen diep en ondiep water.

    Lees meer over veiligheid in en rond het water

  • Je mag met je pasgeboren baby direct buiten komen. Dat is gezond voor je kindje. De zonnestralen zorgen voor de aanmaak van vitamine D en stevige botten. 
    Pas de kleding van je baby en zijn bedekking (wandelwagen ...) aan de omgevingstemperatuur aan. Bescherm je kindje in de zomer extra tegen de zon en in de winter tegen de koude. Is de baby te vroeg geboren of is zijn gewicht erg laag, vraag dit dan toch even na bij de arts.

Taal (5)

  • In Vlaanderen groeien heel wat kinderen op in een meertalig gezin: minstens 1 op 4 kinderen spreekt meer dan één taal. Soms leren ze die vanaf de geboorte, dan weer praten ze een andere taal thuis en leren ze Nederlands op school of in de kinderopvang. Elk gezin maakt z’n eigen keuze. Soms spreken mama en papa consequent elk een andere taal met hun kind, soms is het de context die de taal bepaalt. Bijvoorbeeld met de grootouders taal X, in de winkel taal Y en thuis taal Z.

    Een ideale aanpak bestaat niet: alles hangt af van de situatie, wensen en mogelijkheden van het gezin. Er bestaat geen ‘beste strategie’ voor iedereen.

    Ouders kiezen het best voor een taal waar ze zich voor 100% kunnen in uitdrukken en waarbij ze zich goed voelen. Zo leren kinderen het best talen: als ze een stevige basis hebben in hun thuistaal, verloopt andere talen leren een stuk vlotter.

    Gaat je kind straks naar een Nederlandstalige school en spreken jullie thuis een andere taal? Zorg er dan voor dat het via andere mensen in je omgeving – opvang, buren of familie – toch al kennismaakt met het Nederlands. Stel je zelf ook positief op tegenover alle talen, dan zal je kind dat ook doen.

    Lees meer over meertaligheid

  • ‘Tuut Tuut’ zeggen als je ‘auto’ bedoelt, raden we af. Je leert je kind het best meteen de correcte woorden, zo zorg je ervoor dat je kind voortdurend nieuwe woorden leert.

    Hoe meer woorden jij gebruikt, des te meer je je kindje uitdaagt met zijn of haar woordenschat en hem of haar een rijke taal aanleert.

    Zit je kind in de brabbelfase, dan mag je natuurlijk rustig meebrabbelen, puur voor de fun! Je zal merken dat dat hem of haar aanmoedigt om volop te oefenen. Zolang je ook nog échte taal gebruikt om met je kind te communiceren, is meebrabbelen alleen maar positief.

    Als je kind begint te praten, zal hij of zij ongetwijfeld fouten maken. Corrigeer je kind niet expliciet: dat maakt hem of haar onzeker en terughoudend. Op deze leeftijd is experimenteren belangrijker dan juist praten, dus behoud de spontaniteit. Zelf blijf je natuurlijk het goede voorbeeld geven door het correcte woord te gebruiken. Bijvoorbeeld: Je kind heeft een speelgoedauto in zijn of haar hand en zegt "Tauto". Jij antwoordt: "Ja, dat is een mooie auto, hè!"

    Lees meer over de taalontwikkeling van je kind

  • Geen paniek. De taalontwikkeling van jonge kinderen verloopt heel grillig. Dat wil zeggen dat je kind op sommige momenten trager vooruit gaat qua taal. Dat is heel normaal, misschien concentreert hij of zij zich vooral op leren rollen of kruipen. Elk kind ontwikkelt op zijn eigen tempo. Sommige kinderen zeggen hun eerste woordje als ze 10 maanden zijn, terwijl anderen pas met 20 maanden een duidelijk woord uitbrengen.

    Aan woordjes gaat trouwens een brabbelfase vooraf. Je hoort dan vooral een opeenvolging van dezelfde lettergrepen, zoals ‘da-da-da’ of ‘ma-ma-ma’.

    Lees meer over de taalontwikkeling van je kind. 

  • Doe vooral waar je blij van wordt! Zolang je maar veel praat met je kind. 

    In de periode tussen 3 maanden en 1 jaar kan je al volop gesprekjes voeren met elkaar. Je voert ze spontaan, tijdens alledaagse activiteiten zoals eten, verluieren of het badje. Op deze leeftijd zijn knisperboekjes, badboekjes, stoffen boekjes en boekjes in felle kleuren een voltreffer. Je kindje voelt, proeft en ontdekt zo heel wat nieuwe dingen. Laat ze overal in huis rondslingeren want je kind leert ze al spelenderwijs kennen.

    Experimenteer volop: je kan niets verkeerds doen! Het omslaan van de pagina’s alleen al is interessant. Daarna volgen de prentjes en het verhaaltje. Kind en Gezin werkt samen met 'Iedereen Leest' voor Boekstart. Zo willen we ouders met hun jonge kinderen laten genieten van boeken.

    Lees meer over de taalontwikkeling van je kind

  • Vooraleer baby’s hun eerste woordjes zeggen, zijn ze al volop taal aan het leren. Eerst begrijpen ze wat anderen zeggen, pas later gaan ze zelf spreken. Door veel te praten met je baby, zorg je ervoor dat hij of zij taal leert. Bovendien herkent je baby je stem van tijdens de zwangerschap en dat geeft vertrouwen.

    Benoem wat je doet, dat brengt rust. Zeg tijdens het aankleden bijvoorbeeld ‘Nu steek ik je armpje in de mouw’. Als je dat telkens herhaalt, wordt het een ritueel waarbij je kindje niet alleen taal leert, maar ook de wereld om zich heen verkent en vertrouwt.

    Lees meer over de taalontwikkeling. 

Voeding (3)

  • Vocht is onmisbaar voor het lichaam. Dit geldt ook voor kinderen.

    Maar: de eerste 6 maanden heeft de baby alleen melkvoeding (borst- of kunstvoeding) nodig. Extra drank vermindert de eetlust waardoor je baby geen melkvoeding zal drinken.
    Bij borstvoeding zorgt extra drank voor een verstoring van de melkproductie.

    Na de leeftijd van 6 maanden drinkt je baby per dag nog minstens een halve liter melkvoeding of borstvoeding op vraag. Naast de vaste voeding die vocht bevat, heeft je baby ook nood aan extra drinken, zeker bij warm weer. Vaker aanleggen kan bij borstvoeding tegemoet komen aan die extra behoefte. Een beetje water geven kan ook.

    Kies bij voorkeur plat, mineraalarm water.

  • Hou er rekening mee dat een kindje tijd nodig heeft om op andere manieren te leren drinken. Dwingen heeft een averechts effect en vermijd je beter. Blijf zelf rustig en biedt een fles aan als je kindje ontspannen is. Enkele tips die kunnen helpen:

    • Verwacht niet onmiddellijk succes, het is heel normaal dat je kindje even moet wennen aan de nieuwe ervaring.
    • Gebruik de eerste keren vers afgekolfde melk, zodat er geen smaakverschil is.
    • Laat iemand anders, die rustig en ontspannen is, de fles geven terwijl mama niet in de buurt is.
    • Bied het flesje aan bij de eerste hongersignalen of iets eerder dan het gebruikelijke voedingsmoment: een te hongerige baby raakt sneller overstuur.
    • Duw de speen niet in het mondje, maar laat je baby zelf aanhappen.
    • Leid je baby af en maak hem of haar weer rustig door rond te wandelen, te wiegen, zacht te zingen of te praten.
    • Kies een andere voedingshouding of voed je baby in de draagzak of terwijl hij of zij in een relaxstoeltje zit.
    • Probeer eens een andere speen uit: een andere vorm, ander materiaal… of dompel het speentje eventueel eerst in moedermelk.
    • Blijf geduldig en forceer niet. Als je baby enkele keren weigert en overstuur raakt, probeer dan een uurtje later opnieuw. Als je baby blijft weigeren, biedt dan niet onmiddellijk de borst aan.
    • Als het de bedoeling is om de borstvoeding gedeeltelijk of volledig af te bouwen: bied dan verschillende dagen na elkaar, steeds op hetzelfde tijdstip, het flesje aan.
    • Afhankelijk van de leeftijd van je kind kan je andere manieren van voeden overwegen: ingedikt papje, cupje, bekertje…

     

    Twijfels of vragen?

    Als je kindje blijft weigeren of als je echt ongerust bent, kan je advies en ondersteuning aan je verpleegkundige vragen. Soms is een individuele aanpak nodig. Zij zal samen met jou op zoek gaan naar de meest geschikte oplossing die rekening houdt met jouw specifieke situatie.

  • Een baby die steeds in slaap valt aan de borst, is erg lastig voor de mama. 

    In de eerste weken zou je baby minstens 8 tot 12 voedingen per 24 uur moeten hebben om een goede melkproductie op gang te brengen. Tijdens de borstvoeding zou je baby minstens 10 à 20 minuten actief moeten drinken. Meestal hoort je als mama de baby ook ook slikken. 

    Als je baby minder frequent borstvoeding vraagt of tijdens de borstvoeding te passief is, zal je baby minder melk binnen krijgen dan hij of zij nodig heeft. Je baby zal dan minder plassen en stoelgang maken en zijn of haar groei zal vertragen. Een ander gevolg is dat de melkproductie onvoldoende gestimuleerd wordt of dat de borst onvoldoende leeggedronken wordt, wat op een verstopt melkkanaaltje of een borstontsteking kan veroorzaken.

    Het is dus zowel voor de baby als voor de mama belangrijk dat de slaperige baby goed gewekt wordt voor een voeding.

    Mogelijke oorzaken

    • een langdurige bevalling of bepaalde medicijnen die de mama tijdens de bevalling gekregen heeft
    • lichamelijke problemen bij je baby zoals geelzucht of een infectie

    Tips

    • Als je baby moeilijk te wekken is of als je denkt dat hij of zij te weinig voeding krijgt, raadpleeg dan je verpleegkundige, vroedvrouw of lactatiekundige. Mogelijk is ook een controle door een arts nodig om uit te sluiten dat er een medisch probleem aan de oorzaak van de slaperigheid ligt.
    • Extra aandacht is nodig bij een baby met geelzucht. Een baby met een hoge bilirubineconcentratie in het bloed is vaak suf. Hij of zij lijkt tevreden, maar is te slaperig om voldoende te eten. Herken je dit, neem dan zo snel mogelijk contact op met je arts.

    Voor de borstvoeding

    • Houd je baby rechtop en praat tegen hem of haar.
    • De handjes en de voetjes masseren en over zijn of haar rug wrijven maakt je baby alert. 
    • Door kleedjes uit te doen en de luier te wisselen, wek je je baby. 
    • Je kan zijn of haar voorhoofd en gezichtje met een koele vochtige doek deppen. 
    • Masseer enkele druppels moedermelk uit je tepels.

    Tijdens de borstvoeding

    • Een voldoende alerte baby zal zijn of haar mondje ver open doen tijdens het aanhappen.
    • Maak huidcontact bij het aanleggen.
    • Probeer een zittende houding aan (bv. rugbyhouding)
    • Wissel vaker van borst tijdens 1 borstvoeding.
    • Borstcompressie zorgt ervoor dat de melk sneller zal stromen waardoor je baby minder snel terug in slaap zal vallen. Omvat daarom, op het moment dat je baby zuigt, je borst stevig en zo dicht mogelijk bij de ribbenkast. Je mag gerust wat druk uitoefenen, zolang het maar geen pijn doet. Wanneer je baby stopt met zuigen, laat je de druk weg. Je kan je hand nu eventueel een beetje verplaatsen en zodra je baby weer zuigt, de druk verhogen op een andere plaats, maar steeds dichtbij de borstkas en dus achter de gevulde melkklieren.

Zindelijkheid (3)

  • Elk kind wordt zindelijk op zijn eigen tempo. Je kan het proces niet versnellen, maar wel positief stimuleren.

    Naar de kleuterschool

    Is een kind nog niet zindelijk als het naar school gaat, bespreek dit dan met de kleuterleid(st)er. Een kind mag hiervoor niet geweigerd worden. Je kan samen bekijken hoe en wanneer je met de zindelijkheidstraining start. Zindelijkheid hoort bij het opgroeien en is niet iets waarover je je moet schamen. 

    Scholen kunnen wettelijk geen kinderen weigeren omdat ze niet zindelijk zijn. Als ze dat toch doen en een gesprek hierover weigeren, kan de ouder een klacht indienen bij het departement onderwijs.

    Naar de buitenschoolse opvang

    Zindelijk worden is niet voor elk kind even gemakkelijk. De opvang mag kinderen niet discrimineren op basis van hun gezondheid of fysieke toestand. Daarom mogen kinderen niet systematisch geweigerd worden als ze niet zindelijk zijn, ook niet via het huishoudelijk reglement.

    Aanbevelingen voor de opvang: 

    • Stippel een beleid uit voor het opvolgen van het zindelijkheidsproces. 

    • Maak dat beleid kenbaar aan de ouders. Het beleid kan opgenomen worden in het huishoudelijk reglement. 

    • Zorg voor een goede afstemming met de ouders, bv. op hetzelfde moment en op dezelfde manier beginnen met de zindelijkheidstraining. 

    • Als buitenschoolse opvang kan het nuttig zijn om daarover te overleggen met de scholen.

  • Je kan het potje aanbieden op dagelijks terugkerende momenten, zoals:

    • na het opstaan
    • na het eten (ontbijt, middagmaal, vieruurtje en avondmaal)
    • voor het slapen gaan
    • en als je kind er zelf om vraagt

    Door de voorspelbaarheid zal je peuter gemakkelijker meewerken. 

    Je kan het potje ook aanbieden als je merkt dat het kind pipi of kaka moet doen of er zelf om vraagt.

    Praktisch:

    • 2 à 5 minuten op het potje is voldoende.
    • Wacht na een plasje 1,5 uur à 2 om het potje terug aan te bieden. Als de luier nog droog is, heb je meer kans dat het kindje nog moet plassen.
    • Een ontspannen zithouding is nodig om op een goede manier te kunnen plassen. Laat een kind met de benen licht gespreid zitten, het slipje tot op de enkels. 
    • Doe het kind gemakkelijke kledij aan.
    • Een boekje erbij, wat vertellen … kan zorgen voor een ontspannen sfeer.
    • Het voorbeeld van anderen kan motiverend werken.
    • Reageert het kind angstig of verzet het zich heftig, wacht dan een aantal weken en start dan opnieuw.

    Enkele tips:

    • Op de vraag  ‘Kom je op het potje?’ zal een peuter in zijn nee-fase wellicht ‘nee’ antwoorden. Geef daarom liever een duidelijke instructie, zoals ‘Kom, we gaan op het potje!’.
    • Als je tussendoor af en toe aan het kindje vraagt of hij moet plassen, help je hem aandacht te schenken aan het gevoel van druk. 
    • Moedig elk stapje in de goede richting aan. Doe ‘Bravo!’ doen of zing een liedje na even op het potje zitten.
    • Straffen of boos worden helpt niet. Integendeel, het kan druk en spanning zetten op de peuter waardoor het zindelijk worden, bemoeilijkt wordt.
    • Overleg over de aanpak met alle betrokkenen: ouders, opvang, grootouders, kleuterschool, … Je kunt hiervoor het Plaspoort gebruiken. 

    Wanneer deze stap? 

    Als je kindje het aangeeft (je merkt enkele duidelijke rijpheidssignalen) of vanaf 2 jaar. 

    Lees meer over zindelijkheid

  • Maak je niet onmiddellijk zorgen als je baby een paar dagen overslaat met zijn of haar ontlasting. Het stoelgangpatroon is immers sterk verschillend bij baby's en wordt beïnvloed door de voeding (en voeding van de mama bij borstvoeding). Een verandering van stoelgangspatroon kan ontstaan als er veranderingen in de voeding worden aangebracht: veranderen van kunstvoeding, voeding van de mama bij borstvoeding of het introduceren van nieuwe groenten of fruit in de vaste voeding.

    Raadpleeg een arts als de stoelgang erg vast is van structuur, als je kind erg huilt en pijn vertoont of als er klachten optreden zoals braken, koorts, slechte gewichtsevolutie of voedselweigering.

    Voeg géén suiker, meel, olie of wat dan ook toe aan de melkvoeding en experimenteer niet zelf met medicatie, glycerinesuppo's of andere laxeermiddelen.

    Bekijk ook de info op de pagina constipatie

Zwangerschap en geboorte (7)

  • Borstvoeding heeft geven geen nadelig effect op de vorm van de borsten. Factoren die wel een invloed hebben op het doorhangen van de borsten zijn: zwaarlijvigheid, roken, de leeftijd, een grote maat van de borsten vóór de zwangerschap en het aantal zwangerschappen. Terwijl elke volgende zwangerschap de borsten meer kan doen doorhangen, blijkt borstvoeding dit effect niet te verergeren.

  • Verfsoorten op waterbasis zijn een goede keuze, maar je past er toch best nog mee op.

    Verven, lakken en vernissen bevatten immers vluchtige organische stoffen die ook vrijkomen als de verf al lang gedroogd is en de geur verdwenen is. Het is dus heel belangrijk om goed te verluchten, ook na het verven. 

    Lees meer over gezond zwanger zijn

  • Je mag met je pasgeboren baby direct buiten komen. Dat is gezond voor je kindje. De zonnestralen zorgen voor de aanmaak van vitamine D en stevige botten. 
    Pas de kleding van je baby en zijn bedekking (wandelwagen ...) aan de omgevingstemperatuur aan. Bescherm je kindje in de zomer extra tegen de zon en in de winter tegen de koude. Is de baby te vroeg geboren of is zijn gewicht erg laag, vraag dit dan toch even na bij de arts.

  • Tijdens de zwangerschap vast je beter niet.

    Neem een beslissing die voor jou goed aanvoelt. Sta achter je keuze en luister naar je lichaam. Voel je niet schuldig als het niet zou lukken. Je mag stoppen met vasten. Je mag ook het vasten een dag of een paar dagen onderbreken.

    Er zijn geen gevaren of nadelige gevolgen voor de ongeboren baby.

    Als mama kan je wel last krijgen tijdens periodes van vasten, zoals misselijkheid. Dat is individueel afhankelijk. Ervaar je te veel ongemakken, dan kan je best je vroedvrouw of arts contacteren.

    Uiteraard is het belangrijk aandacht te hebben voor gevarieerde voeding tijdens je zwangerschap, met aandacht voor voldoende groenten, fruit, voedingsvezels en vocht.

  • Wat je eet tijdens de zwangerschap, kan je ongeboren baby schaden en het risico verhogen op kinderkanker.

    Het is onmogelijk om alle kankerverwekkende stoffen weg te laten uit je voeding. Wel kan je bepaalde stoffen zoveel mogelijk vermijden, zoals zwarte korstjes die bij het bakken ontstaan of frieten die te bruin werden door te lang te frituren.

    Uit onderzoek blijkt dat een aantal kankerverwekkende stoffen die in het bloed van zwangere vrouwen circuleerden na het eten van bepaalde producten, werden teruggevonden in het navelstrengbloed. Dit betekent dat ze de moederkoek kunnen passeren en de foetus bereiken. Het gaat om:

    • acrylamide dat ontstaat bij het frituren van aardappelproducten zoals frieten (als ze bruin worden) en chips
    • polycyclische aromatische koolwaterstoffen die ontstaan als je eten laat aanbranden, bv. tijdens grillen en barbecueën
    • verbrande vetten uit plantaardige oliën
    • nitrosaminen uit gerookte vlees- en visproducten en charcuterie
    • dioxines uit vlees, vis en zuivel
  • Steviolglycosiden (beter bekend als Stevia) zijn extracten uit de blaadjes van de steviaplant, een plant uit Zuid-Amerika. Deze zoetstof:

    • is 200 tot 300 keer zoeter dan gewone suiker
    • heeft geen effect op de bloedsuikerspiegel en is daarom geschikt voor mensen met diabetes
    • is tandvriendelijk
    • is van natuurlijke oorsprong (niet synthetisch zoals aspartaam of cyclamaten)
    • is veel duurder dan suiker
    • heeft een bittere, drop-achtige nasmaak die niet door iedereen geapprecieerd wordt. De bitterheid neemt af als stevia wordt gemengd met suikers zoals sacharose, fructose of glucose.
    • levert geen calorieën. Producten waarin stevia is verwerkt, bevatten wel calorieën omdat in het algemeen maar een derde van de suiker vervangen kan worden door stevia omwille van de bittere nasmaak. Producten gezoet met Stevia hebben wel vaak tot 30% minder calorieën dan vergelijkbare producten. 
    • is hittestabiel dus ook geschikt voor gekookte en gebakken producten. 

    Stevia mag sinds 2011 in de Europese Unie gebruikt worden. Het is een veilige zoetstof zolang het gebruik onder de aanvaardbare dagelijkse inname blijft. Het is niet omdat stevia uit planten gehaald wordt en dus 'natuurlijk' is, dat het onbeperkt kan gebruikt worden. De aanvaardbare dagelijkse inname is op advies van de European Food Safety Authority (EFSA) vastgelegd op 4 mg/kg lichaamsgewicht per dag. In de Europese wetgeving staat voor welke producten het gebruik is toegestaan: in light frisdranken en light bier, yoghurtdranken, ijs, desserts, vruchtennectar, confituur, snoep, chocolade, kauwgom, salades, soepen, sauzen en tafelzoetstoffen. Het is wettelijk verplicht de aanwezigheid te vermelden in de ingrediëntenlijst op het etiket. Voor voedingsmiddelen met steviolglycosiden moet er staan: 'zoetstof: steviolglycosiden' of 'zoetstof: E960'. 

    Bij kinderen wordt de aanvaardbare dagelijkse inname sneller bereikt. We raden voor kinderen het gebruik van (kunstmatige) zoetstoffen, ook stevia, af.

    Bronnenzoetstoffen.euGezondheid en WetenschapVoedingscentrumFederaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen, Gezond LevenVoedingsinformatiecentrum NICE

  • Een nieuwe zwangerschap hoeft geen einde te maken aan de borstvoeding. In normale omstandigheden is je lichaam in staat om zowel voor de zwangerschap als voor de melkproductie te zorgen. De moedermelk is niet schadelijk of minder van kwaliteit door de zwangerschap. Het is jouw persoonlijke keuze om al dan niet door te gaan met voeden.

    Door de hormonale veranderingen heeft de zwangerschap een aantal gevolgen voor de borstvoeding:

    • mogelijke pijn in tepels of borsten
    • vermoeidheid
    • verminderde melkproductie, vooral in het begin van de zwangerschap. Hierdoor gaan sommige kinderen in deze periode zelf spontaan stoppen met drinken aan de borst.
    • smaakverandering van de melk
    • samentrekkingen van de baarmoeder tijdens het voeden. Op voorwaarde dat er geen risico op vroeggeboorte is, zijn hier geen gevaren aan verbonden.

    Deskundig advies van een arts of gynaecoloog zijn nodig:

    • na een vroegere vroeggeboorte of pril zwangerschapsverlies
    • bij een meerlingzwangerschap
    • bij aanwijzingen voor vroeggeboorte

    Als je baby nog maar een paar maanden oud is als je opnieuw zwanger wordt, drinkt hij nog een aanzienlijke hoeveelheid melk. Dit kan best belastend zijn. Bij een groter kind, waarbij de borstvoeding vooral een emotionele functie heeft, wordt er lichamelijk minder van je gevraagd. Zelfzorg is altijd nodig. Durf praktische hulp en steun vragen aan je omgeving. Voldoende rust, gezonde voeding en een vitaminesupplement zijn geen overbodige luxe.

Adoptie (13)

  • Een special needs kind is de Engelse term voor een kind met specifieke ondersteuningsbehoeften. Het gaat dan om een kindje dat door zijn specifieke situatie extra zorgen zal nodig hebben. In Vlaanderen onderscheiden we 5 categorieën. Het gaat om kinderen:

    • ouder dan 6 jaar;
    • met een medische problematiek;
    • met een extra belastende achtergrond of met gedragsproblemen;
    • met ontwikkelingsstoornissen;
    • dat samen met één of meerdere broers/zussen wordt geadopteerd (siblingadoptie).

    Andere landen kunnen 'special needs' kinderen anders definiëren.

    Ieder adoptiekind heeft specifieke behoeften. Bij kinderen met specifieke ondersteuningsbehoeften is op voorhand al duidelijk dat het kindje extra ondersteuning zal nodig hebben. Sommige landen van herkomst zoeken enkel nog ouders voor kinderen die deze extra zorg nodig zullen hebben, omdat ze voor de andere kinderen oplossingen in eigen land vinden.

    Als adoptieouder kan je in het kindprofiel aangeven of je open staat voor een adoptie van een kindje met een (vooraf gekende) specifieke ondersteuningsbehoefte of niet. Je doet deze keuze na grondig geïnformeerd te zijn in de voorbereiding bij Steunpunt Adoptie en bij de adoptiedienst. Je kan dit ook enkel doen als je als gezin voldoende draagkracht hebt om dit aan te kunnen. Doordat je op voorhand informatie hebt over de specifieke noden van het kindje, kan je je zeer specifiek voorbereiden hierop.

    Als je beslist dat je niet kan openstaan voor een dergelijk adoptie, heb je nog geen 100% zekerheid dat jouw adoptiekindje gezond zal zijn. De adoptiedienst zal dan een kindje toewijzen dat op het moment van toewijzing, op basis van de beschikbare informatie, voldoet aan je vooraf bepaalde kindprofiel. In sommige landen kunnen bepaalde ziektes niet vastgesteld worden door het gebrek aan expertise. Soms zijn de kinderen ook nog te jong om bepaalde problemen vast te stellen of ontwikkelen de kinderen later bijkomende problemen.

  • Ja, iedereen moet wachten op instroombeheer voordat de procedure kan opgestart worden. Er is alleen een uitzondering voor intrafamiliale adopties.

    Voor een tweede adoptie moet je de voorbereiding niet opnieuw volgen maar je krijgt pas een attest van voorbereiding als je mee kan doorstromen naar de volgende fase van de procedure. Dit moet op deze manier gebeuren omdat de wachttijd bij de adoptiediensten anders te hoog zal blijven.

    De keuze om zelfstandig of via een dienst te adopteren, kan je maar maken na het bekomen van een geschiktheidsvonnis. Het instroombeheer heeft betrekking op de periode ervoor.

    • Adoptie is een zeer ingrijpende jeugdbeschermingsmaatregel. Door een adoptie wordt de wettelijke band met de biologische ouders en eventuele broers/zussen definitief doorbroken, en wordt het kind definitief het wettelijke kind van de adoptieouder(s).

    • Bij een interlandelijke adoptie betekent dit niet alleen een scheiding van zijn gezin maar ook een scheiding van zijn omgeving, zijn land, zijn cultuur. Dit betekent dat een adoptie uit het buitenland (ook bij familie) enkel kan als het gebeurt in het belang van het kind.

    Dit belang van het kind wordt bekeken vanuit twee principes: adoptabiliteit en subsidiariteit.

    • Adoptabiliteit betekent dat iedereen die zijn toestemming moet geven (meestal de ouders of voogd en het kind indien het gaat om een ouder kind), deze toestemming volledig geïnformeerd geeft en volledig vrij. De toestemming van de ouders kan dus enkel aanvaard worden als zij volledig ingelicht zijn over het feit dat hun kind na de adoptie wettelijk niet langer hun kind zal zijn en definitief naar het buitenland zal gaan (ook al wordt er mogelijk nog bezoek verwacht). Er mag ook geen enkele (financiële of andere) compensatie gegeven worden om de toestemming te verkrijgen.

    • Subsidiariteit betekent dat men altijd de minst ingrijpende maatregel neemt. Interlandelijke adoptie is de laatste, meest ingrijpende maatregel. Bij een intrafamiliale adoptie geldt dit principe van subsidiariteit ook. Er moet eerst gekeken worden of het kind niet bij zijn ouders en eventuele broers of zussen kan blijven (bv. door financiële ondersteuning). Als dat echt niet mogelijk is, dan moet er eerst gezocht worden naar een oplossing binnen de familie in het land zelf zodat het kind niet weggehaald moet worden uit zijn land. Pas als er geen familieleden zijn ter plaatse die de opvang van het kind kunnen verzorgen, kan een adoptie door familieleden in het buitenland overwogen worden.

    Armoede is dus nooit een voldoende reden om tot de meest ingrijpende maatregel van interlandelijke adoptie over te gaan.

    Onder Adopteerbare kinderen vind je meer informatie over deze principes. 

    • België legt weinig voorwaarden op om te kunnen adopteren. Dit betekent dat voor België iedereen ouder dan 25 jaar kan adopteren, ongeacht de gezinssamenstelling. Voor de herkomstlanden ligt dit anders. De meeste herkomstlanden geven de voorkeur aan gehuwde heteroseksuele koppels (soms zelfs met een minimaal aantal jaren huwelijk). Dit betekent dat er voor holebikoppels, alleenstaande en samenwonende (hetero of andere) koppels minder mogelijkheden zijn.

    • Enkel Zuid-Afrika, dat momenteel in proeffase is, laat iedereen toe om te adopteren. Pas na afronding van de proeffase zullen er nieuwe contracten kunnen worden afgesloten.

    • Voor samenwonende koppels is het verder bijna onmogelijk om samen te adopteren. Sommige landen laten wel toe dat één van beide partners adopteert als alleenstaande (vb. Portugal, zowel voor samenwonende mannenkoppels, vrouwenkoppels als heterokoppels).

    • Voor alleenstaande mannen zijn de mogelijkheden ook zeer beperkt. Als het mogelijk is, dan kunnen zij vaak enkel jongens adopteren. Dit is bijvoorbeeld het geval in Oeganda, Gambia en India. Andere landen laten het in theorie wel toe maar daar is het vaak onduidelijk of het in de praktijk ook kan zoals in Vietnam en Haïti. De herkomstlanden staan opener t.o.v. alleenstaande vrouwen. Zij kunnen bijvoorbeeld ook adopteren uit Polen, Bulgarije en Honduras. In China en De Filipijnen kunnen ze terecht als ze openstaan voor moeilijkere kindprofielen (medisch problematiek of oudere kinderen).

    • Voor holebikoppels is het momenteel nog heel moeilijk om interlandelijk te adopteren. Zuid-Afrika is momenteel het enige kanaal waar adoptie door holebikoppels zou worden toegestaan. In de Verenigde Staten wordt adoptie door holebikoppels door sommige staten aanvaard maar er is nog geen kanaal geopend door een adoptiedienst, één onderzoek is wel lopend. Via zelfstandige adoptie is er één kanaal goedgekeurd in de VS. Andere landen die het zouden toelaten zijn Canada, Mexico en enkele staten in Brazilië. Voor Brazilië deed één van de adoptiediensten prospectie maar de kinderen waarvoor ouders gezocht worden in dit land hebben een zeer zware (traumatische) achtergrond waardoor de prospectie werd stopgezet.

    • Je kan als adoptieouder een aantal voorkeuren opgeven. Het land van herkomst moet je kiezen en hierdoor kies je al vaak voor een bepaald kindprofiel. Sommige landen zoeken bijvoorbeeld enkel ouders voor kinderen met specifieke ondersteuningsbehoeften (special needs).
    • Bij de adoptiedienst kan je daarnaast een aantal voorkeuren opgeven en grenzen stellen, bijvoorbeeld over de leeftijd van het kind. 
    • Op basis van het gezinsrapport wordt er een ‘matching’ gedaan. Er wordt, in de mate van het mogelijke, rekening gehouden met bepaalde voorkeuren.
    • Er wordt wel enige flexibiliteit gevraagd. Een voorkeur kan nooit een eis zijn. Een kind weigeren op basis van geslacht of etniciteit wordt niet aanvaard.
    • Het is op voorhand nooit 100% zeker of het kindje dat je wordt toegewezen gezond zal zijn. De adoptiedienst zal je bij toewijzing altijd alle beschikbare informatie geven over de gezondheid van het kind. In sommige landen is deze informatie zeer beperkt, bij andere zeer uitgebreid en gedetailleerd. Zelfs als het kindje bij toewijzing gezond lijkt, dan nog kunnen er achteraf problemen opduiken. Bepaalde ziektes kunnen niet vastgesteld worden in het herkomstland door een gebrek aan expertise of omdat de kinderen nog te jong zijn. Andere problemen ontwikkelen zich pas op latere leeftijd (zoals bv. leerstoornissen). Je kan ook beslissen om een kindje te adopteren dat een vooraf gekend medisch probleem heeft.
    • Ja. Je kan vragen aan de familierechtbank om geschikt verklaard te worden voor meer dan 1 kindje. Tijdens het maatschappelijk onderzoek wordt dan nagegaan of je gezin hiervoor voldoende draagkracht heeft.
    • Broertjes en/of zusjes worden niet gescheiden, maar worden geplaatst in gezinnen die meerdere kinderen tegelijk willen en kunnen adopteren.
    • Het adopteren van meerdere kinderen tegelijk vraagt heel wat van adoptieouders. Dergelijke siblingadoptie biedt kansen aan deze kinderen maar er zijn ook extra risico’s aan verbonden. Het is van belang om je hierover grondig te informeren voordat je de keuze maakt voor de adoptie van meerdere kinderen tegelijk.
    • Ja, maar het wordt afgeraden om effectief te starten met de voorbereiding terwijl de fertiliteitsbehandelingen bezig zijn.
    • Hoewel het begrijpelijk is dat je je, omwille van de wachttijden, zo snel mogelijk wil aanmelden om te adopteren, het blijkt uit ervaring dat het erg moeilijk is om beide intensieve en emotioneel belastende procedures te combineren.
    • De psychische en fysieke belasting van een medische behandeling maakt het moeilijk om zich in te stellen op de komst van een adoptiekind.
    • Een kinderwens is belangrijk bij het starten van een adoptieprocedure. Een adoptie kan echter pas succesvol worden als toekomstige adoptieouders alle ruimte kunnen maken voor het toekomstige adoptiekind. De ongewenste (biologische) kinderloosheid werd dus best al door het gezin aanvaard voor de komst van een adoptiekind.
    • Iedereen die in België woont (ongeacht de nationaliteit) en een kind wil adopteren uit het buitenland moet eerst in België geschikt verklaard worden, voordat er in het buitenland stappen gezet worden. Dit is ook zo voor intrafamiliale adopties. Sommige herkomstlanden spreken zo’n adopties wel uit zonder dat de procedure eerst in België is gevolgd maar deze adopties kunnen niet erkend worden onder de Belgische wet. Hierdoor kunnen deze kinderen niet naar België komen.
    • Het is dus zeer belangrijk om eerst het Vlaams Centrum voor Adoptie te contacteren zodat je de Belgische procedure kan afronden. Deze procedure bestaat uit een voorbereiding, een maatschappelijk onderzoek, een geschiktheidsvonnis voor de familierechter en een kanaalonderzoek waarin o.a. gezocht wordt naar een manier om de adoptie voor beide landen wettelijk te laten verlopen. Zowel het land van herkomst als België moeten akkoord gaan met de adoptie voordat de adoptie wordt uitgesproken.
    • Na de adoptie-uitspraak in het buitenland, moet een erkenning aangevraagd worden bij de Federale Centrale Autoriteit. Pas als de beslissing erkend is, kan het kind naar België komen.

    De volledige procedure voor een intrafamiliale adoptie uit het buitenland vind je hier. Heb je nog vragen, aarzel niet om het VCA te contacteren, we proberen je zoveel mogelijk te helpen in jouw specifieke situatie.

  • Dit wordt in het eerste kwartaal van elk jaar beslist. Ieder jaar mogen er minimaal 100 kandidaat-adoptieouders starten. Bijkomende kandidaten hangen af van:

    • Het aantal kinderen dat de afgelopen twee jaar is aangekomen.
    • Het gemiddeld percentage kandidaat-adoptanten dat de voorbije jaren de procedure niet afrondde met een geschiktheidsvonnis.
    • Evoluties in de landen van herkomst.

    Het VCA kan ook steeds specifieke situaties in rekening brengen.

    In 2015 konden 125 kandidaten starten met de voorbereiding of een duplicaat krijgen van hun voorbereidingsattest (tweede adopties).

  • Buitenlandse adoptie

    De procedure bestaat uit een geschiktheidsprocedure in België en de adoptieprocedure in het buitenland.

    • De eerste fase van de geschiktheidsprocedure is de voorbereiding, een infosessie en de voorbereidingssessies. Voor de infosessie ontvang je een uitnodiging binnen 3 maanden na aanmelding. Voor de voorbereidingssessies hangt de wachttijd af van het aantal kandidaat-adoptieouders dat kan starten (zie ook instroombeheer). De kandidaten die in 2015 konden starten hebben 6 maanden tot een jaar gewacht om te kunnen starten.
    • Na de voorbereiding beveelt de familierechter een maatschappelijk onderzoek. Hoe lang het duurt voor deze opdracht wordt gegeven, is afhankelijk van rechtbank tot rechtbank. De geschiktheidsprocedure (rechtbank en maatschappelijk onderzoek) kan ruim 6 maanden in beslag nemen.
    • De ganse geschiktheidsprocedure duurt dus 1 tot 2 jaar.

    De wachttijd bij de adoptiedienst hangt af van land tot land. Sommige landen hebben nog weinig nood aan adoptieouders waardoor het lang kan duren voor een kind geplaatst wordt. In andere landen zijn de voorwaarden voor adoptieouders zo streng dat er maar weinig mensen in aanmerking komen en hierdoor kan de wachttijd voor die landen korter zijn. De adoptiediensten hebben dit niet zelf in de hand.

    Het kindprofiel is ook bepalend voor de wachttijd. De wachttijd voor een jong gezond kindje zal mogelijk heel wat langer zijn dan de wachttijd voor een kindje dat een vooraf vastgestelde specifieke ondersteuningsbehoefte heeft. Een dergelijke adoptie vraagt natuurlijk ook meer van adoptieouders. De gemiddelde duur van de volledige adoptieprocedure, van aanmelding tot aankomst van het adoptiekind, schommelt tussen 2 en 5 jaar. De gemiddelde wachttijd per land per jaar kan je terugvinden in de activiteitenverslagen van het VCA.

     

    Binnenlandse adoptie

    Er worden jaarlijks 20 tot 30 kinderen afgestaan voor adoptie. Er stellen zich jaarlijks 150 tot 200 mensen zich kandidaat als adoptieouder.

    Lees de activiteitenverslagen van het Vlaams Centrum voor Adoptie.

    • Hoewel bij een volle adoptie alle wettelijke banden met de oorspronkelijke familie zijn verbroken, blijft de geboortefamilie aanwezig in het adoptiegezin. De geboortefamilie is de derde partij in de adoptiedriehoek en het is belangrijk dat zij een plaats krijgt in het leven van het adoptiekind. Ze is namelijk onlosmakelijk verbonden met de identiteit van de geadopteerde.
    • Het is van groot belang dat adoptiekinderen in hun adoptiegezin en daarbuiten in alle openheid over hun verleden kunnen praten en vragen mogen en kunnen stellen. Zo kunnen ze hun adoptie mee een plaats geven.
    • De adoptie zal invloed hebben op de identiteitsontwikkeling van adoptiekinderen. Hun identiteit zal mee bepaald worden door hun verleden, de erkenning van hun biologische afkomst en de realiteit van hun adoptie.
    • De adoptieouder kan het kind het best steunen en helpen door de geboorte-ouders/familie te erkennen als oorsprong van zijn bestaan en zijn afkomst te respecteren.
    • Als interlandelijke geadopteerde (uit het buitenland) kan je in eerste instantie inzage vragen in je adoptiedossier bij het VCA. Als het VCA je dossier heeft, dan wordt je uitgenodigd. Heeft het VCA nog geen dossier dan stellen we alles in het werk om dit dossier te verkrijgen. Je wordt hiervan op de hoogte gehouden.
    • Ben je binnenlands geadopteerd, dan kan je inzage vragen in je dossier bij de adoptiedienst die de adoptie regelde. Is deze onbekend of bestaat hij niet langer, dan kan je je vraag ook stellen aan het VCA.
    • Wil je (psychosociale) begeleiding bij je zoektocht dan kan je terecht bij verschillende erkende diensten. Als geadopteerde kan je steeds terecht bij de adoptiedienst die voor je adoptie bemiddelde. Daarnaast kan je ook terecht bij Steunpunt Adoptie, het zoekregister en Road to Roots bij de adoptiedienst FIAC.
    • Hier vind je meer informatie over hoe je inzage kan vragen en hier adressen van de erkende diensten.
    • Neen, dit kan niet. Een minderjarige die op de vlucht is, heeft vaak nog ouders of andere familieleden in het herkomstland die door de omstandigheden in het herkomstland niet snel gevonden kunnen worden. Hierdoor is er geen zicht op hun toestemming voor de adoptie en hun eventuele wil om later terug zelf voor het kind te kunnen zorgen.
    • Kinderen in oorlogsgebieden raken vaak gescheiden van hun ouders of familie door de chaos die er heerst. Ze komen op verschillende plaatsen terecht en vaak duurt het jaren voor ze elkaar terugvinden. Adopties organiseren in dergelijke omstandigheden is onverantwoord. Eerst moeten alle kinderen de kans krijgen om teruggevonden te worden door hun ouders, grootouders, zussen, broers, tantes ...
    • De moeilijke situaties van (minderjarige) vluchtelingen zorgt ervoor dat er geen garanties kunnen zijn over hun adoptabiliteit. Bovendien kan er onvoldoende geëvalueerd worden of er andere (minder ingrijpende) oplossingen mogelijk zijn.
    • Vluchtelingenwerk Vlaanderen heeft, in samenwerking met Pleegzorg Vlaanderen en enkele andere partners, het project Geef de wereld een thuis opgestart. Hierin werken zij aan de opvang van erkende vluchtelingen met een verblijfsstatuut in gastgezinnen. Gastgezinnen kunnen zich kandidaat stellen als pleeggezin via Pleegzorg Vlaanderen.

Borstvoeding (16)

  • Vocht is onmisbaar voor het lichaam. Dit geldt ook voor kinderen.

    Maar: de eerste 6 maanden heeft de baby alleen melkvoeding (borst- of kunstvoeding) nodig. Extra drank vermindert de eetlust waardoor je baby geen melkvoeding zal drinken.
    Bij borstvoeding zorgt extra drank voor een verstoring van de melkproductie.

    Na de leeftijd van 6 maanden drinkt je baby per dag nog minstens een halve liter melkvoeding of borstvoeding op vraag. Naast de vaste voeding die vocht bevat, heeft je baby ook nood aan extra drinken, zeker bij warm weer. Vaker aanleggen kan bij borstvoeding tegemoet komen aan die extra behoefte. Een beetje water geven kan ook.

    Kies bij voorkeur plat, mineraalarm water.

  • Ja. Na de bevalling produceer je opnieuw colostrum, dat na enkele dagen geleidelijk overgaat in rijpe moedermelk. De eerste weken is het belangrijk dat je pasgeboren baby als eerste drinkt, omdat het colostrum voor hem essentieel is. Het is best om niet één borst per kind te reserveren, maar om van borst te wisselen.

  • Soms worden moeders via sociale media aangemoedigd om hun moedermelk te doneren aan mama’s die hun kinderen niet genoeg borstvoeding kunnen geven. Dit toont aan dat er een grote solidariteit bestaat tussen moeders die hun kind het beste willen geven.

    Toch raadt de FOD Volksgezondheid het af om deze netwerken te gebruiken. Er is namelijk geen enkele controle bij de moeders op microbiologisch, serologisch of toxicologisch vlak. Er bestaat dus een risico dat de aangeboden melk gecontamineerd is met virussen, bacteriën of residuen van medicatie. Daarenboven is er geen enkele garantie dat de melk volgens de regels wordt bewaard. Het risico voor de gezondheid van de jonge kinderen en baby’s is reëel.

    Moeders die hun moedermelk willen doneren kunnen wel terecht bij vier officiële melkbanken in België. Deze banken verzamelen melk voor te vroeg geboren baby’s en garanderen de veiligheid van de melk door microbiologische, serologische en toxicologische controles. Deze melk kan niet officieel aangekocht worden door particulieren.

  • De meeste moeders kiezen ervoor hun pasgeboren baby de eerste tijd uitsluitend borstvoeding te geven. Maar wat als de melkproductie niet op gang komt? Of het afkolven niet altijd mogelijk is. Kun je borst- en kunstvoeding combineren? Lactatiekundige bij Kind en Gezin, Christel Geebelen, stond Libelle Mama hierover te woord.

  • Algemeen genomen, wordt een tepelhoedje afgeraden. Pijnlijke tepels worden meestal veroorzaakt door fout aanliggen of aanhappen en dan is het verbeteren van de aanlegpositie de meest aangewezen oplossing. Bovendien kunnen volgende problemen zich voordoen bij gebruik van een tepelhoedje:

    • verminderde melkinname door je baby
    • verminderde melkproductie
    • meer kans op verstopte melkkanalen
    • in stand houden van pijnlijke tepels wanneer er onvoldoende borstweefsel in de mond genomen wordt
    • bijkomende beschadiging van de tepel indien de maat van het tepelhoedje niet aangepast is aan de vorm van de tepel
    • gewenning waardoor baby niet meer rechtstreeks aan de borst wil

    In sommige gevallen van ernstige tepelproblemen kan een tepelhoedje wel een tijdelijke oplossing bieden op voorwaarde dat mama en baby deskundig begeleid worden zodat verantwoord en correct gebruik verzekerd is.

    Hoe gebruik je correct een tepelhoedje

    • Kies voor een dun tepelhoedje in silicone in de juiste maat
    • Draai de basis van het tepelhoedje binnenstebuiten alvorens het aan te brengen
    • Bevochtig eventueel de randen zodat het beter op zijn plaats blijft
    • Laat je baby diep aanhappen zodat het mondje zich niet sluit op het speentje en hij niet enkel op het tepelhoedje zuigt
    • Controleer je borsten op harde plekken (verstopte melkkanalen)
    • Controleer het gewicht van je baby om de 3 dagen tot de melktoevoer stabiel is
    • Laat je begeleiden als je baby weer rechtstreeks aan de borst kan

    Onderhoud tepelhoedje

    • Steriliseer het tepelhoedje voor het eerste gebruik.  
    • Na gebruik grondig reinigen met water en zeep, afspoelen en droog bewaren
    • Soms kan steriliseren voor het volgende gebruik wenselijk zijn
  • Borstvoeding heeft geven geen nadelig effect op de vorm van de borsten. Factoren die wel een invloed hebben op het doorhangen van de borsten zijn: zwaarlijvigheid, roken, de leeftijd, een grote maat van de borsten vóór de zwangerschap en het aantal zwangerschappen. Terwijl elke volgende zwangerschap de borsten meer kan doen doorhangen, blijkt borstvoeding dit effect niet te verergeren.

  • Je baby is drinkt voldoende wanneer:

    • Gemiddeld 6 tot 8 x per dag (de eerste weken 8 tot 12 x) drinkt

    • Ritmisch zuigt en luid slikt tijdens de voeding

    • Minstens 6 plasluiers per dag heeft en zijn urine kleurloos tot lichtgeel is

    • In de eerste weken regelmatig stoelgangluiers heeft (3 à 4x per dag)

    • Je baby voldoende bijkomt in gewicht

    • Je baby er levendig, tevreden en gelukkig uitziet

  • Ja. De zonnebank beïnvloedt noch de productie noch de samenstelling van moedermelk.

    • Je tepels verbranden makkelijk. Wees dus voorzichtig.
    • Neem je kind nooit mee onder de zonnebank
  • Een geleidelijke gewichtsafname door een verminderde calorie-inname heeft geen nadelig effect op de hoeveelheid of kwaliteit van de moedermelk. Drastisch op dieet gaan tijdens de borstvoedingsperiode is echter af te raden:

    • als je te snel vermagert, zullen afvalstoffen die opgeslagen zijn in de vetreserves (vb.dioxines), vrijkomen en in de moedermelk terecht komen.
    • een sterk verminderde calorie-inname kan de baby onrustig maken en onvoldoende gewichtstoename veroorzaken.
  • Weet dat je tijdens de borstvoeding niet moet vasten. Neem een beslissing die voor jou goed aanvoelt. Sta achter je keuze en luister naar je lichaam. Voel je niet schuldig als het niet zou lukken. Je mag stoppen met vasten. Je mag ook het vasten een dag of een paar dagen onderbreken. Tijdens het vasten kan de melkproductie verminderen door de vermoeidheid en het minder frequent aanleggen.

    Tips voor de vastende borstvoedende mama

    • Probeer overdag te rusten, zo spaar je energie.

    • Neem ’s nachts verschillende kleinere gezonde maaltijden verspreid over de nacht.

    • Eet gezond: gebruik voldoende vers fruit en verse groenten. Beperk vette bereidingen en suikers.

    • Drink gezond: liefst water, groentesap of een glas vers fruitsap.

    • Gebruik eventueel dagelijks een vitaminesupplement.

    • Drink en eet zeker nog iets voor zonsopgang.

    • Bij lagere melkproductie kan je ’s nachts kolven om overdag bij te voeden, als dit nodig is. Lees meer over manueel kolven en gebruik van kolfapparaten of vraag raad aan je verpleegkundige. 

    • Je kan voor de ramadan ook afkolven om wat reserves in de diepvriezer te hebben.

    • Observeer je urine (hoeveelheid en kleur). Drink meer ’s nachts als de hoeveelheid urine in de dag dag en/of nacht sterk vermindert en donkerder kleurt.

    Tips voor de baby

    • Observeer de baby zijn vroege hongersignalen en leg hem ’s nachts regelmatig aan – leg hem meer aan.

    • Baby’s ouder als 6 maanden kunnen overdag vaste voeding eten.

    • Volg zijn gewicht goed op.

    • Observeer zijn urine en stoelgang:

      • Hoeveelheid plasluiers

      • Kleur van de urine (moet helder blijven)

    • Bij twijfel neem contact op met de Kind en Gezin-lijn.

  • Ja dat mag, als je geen specifieke allergieën of hoofdhuidklachten hebt.

  • Hou er rekening mee dat een kindje tijd nodig heeft om op andere manieren te leren drinken. Dwingen heeft een averechts effect en vermijd je beter. Blijf zelf rustig en biedt een fles aan als je kindje ontspannen is. Enkele tips die kunnen helpen:

    • Verwacht niet onmiddellijk succes, het is heel normaal dat je kindje even moet wennen aan de nieuwe ervaring.
    • Gebruik de eerste keren vers afgekolfde melk, zodat er geen smaakverschil is.
    • Laat iemand anders, die rustig en ontspannen is, de fles geven terwijl mama niet in de buurt is.
    • Bied het flesje aan bij de eerste hongersignalen of iets eerder dan het gebruikelijke voedingsmoment: een te hongerige baby raakt sneller overstuur.
    • Duw de speen niet in het mondje, maar laat je baby zelf aanhappen.
    • Leid je baby af en maak hem of haar weer rustig door rond te wandelen, te wiegen, zacht te zingen of te praten.
    • Kies een andere voedingshouding of voed je baby in de draagzak of terwijl hij of zij in een relaxstoeltje zit.
    • Probeer eens een andere speen uit: een andere vorm, ander materiaal… of dompel het speentje eventueel eerst in moedermelk.
    • Blijf geduldig en forceer niet. Als je baby enkele keren weigert en overstuur raakt, probeer dan een uurtje later opnieuw. Als je baby blijft weigeren, biedt dan niet onmiddellijk de borst aan.
    • Als het de bedoeling is om de borstvoeding gedeeltelijk of volledig af te bouwen: bied dan verschillende dagen na elkaar, steeds op hetzelfde tijdstip, het flesje aan.
    • Afhankelijk van de leeftijd van je kind kan je andere manieren van voeden overwegen: ingedikt papje, cupje, bekertje…

     

    Twijfels of vragen?

    Als je kindje blijft weigeren of als je echt ongerust bent, kan je advies en ondersteuning aan je verpleegkundige vragen. Soms is een individuele aanpak nodig. Zij zal samen met jou op zoek gaan naar de meest geschikte oplossing die rekening houdt met jouw specifieke situatie.

  • Ja, er wordt aanbevolen alle kinderen dagelijks 400 IE (internationale eenheden) vitamine D te geven, vanaf de geboorte tot en met de leeftijd van 6 jaar. Dit moet het hele jaar door, onafhankelijk van de melkvoeding en de vitamine D-suppletie van de borstvoedende moeder.

    • Ga eerst na of je baby echt nog honger heeft. Drinkt hij of zij gewoon te vlug, laat hem dan trager drinken door de speenopening te verkleinen of de dop wat harder aan te schroeven. Wil hij nog zuigen, geef hem dan zijn fopspeen of een knuffeltje. Willen zuigen betekent niet altijd honger hebben.
    • Heeft je baby inderdaad nog honger, geef hem of haar dan iets meer melk.
    • Blijft je baby onverzadigbaar, bespreek dit probleem dan met je arts of verpleegkundige.
    • Verander niet op eigen houtje van soort voeding. 
    • De samenstelling van een voeding heeft weinig invloed op het verzadigingsgevoel. Er iets aan toevoegen helpt ook niet. Vooral de mate waarin de maag gevuld is, bepaalt hoeveel de baby drinkt.
    • Er bestaan heel wat voedingen die aangeprezen worden bij moeilijk te verzadigen baby's. Hiervoor is echter weinig wetenschappelijk bewijs. Voeg zelf geen meel of suiker toe. Hierdoor verandert de evenwichtige samenstelling van de voeding. Zuigelingenvoeding bevat alle voedingsstoffen die het kind nodig heeft. 
  • Een baby die steeds in slaap valt aan de borst, is erg lastig voor de mama. 

    In de eerste weken zou je baby minstens 8 tot 12 voedingen per 24 uur moeten hebben om een goede melkproductie op gang te brengen. Tijdens de borstvoeding zou je baby minstens 10 à 20 minuten actief moeten drinken. Meestal hoort je als mama de baby ook ook slikken. 

    Als je baby minder frequent borstvoeding vraagt of tijdens de borstvoeding te passief is, zal je baby minder melk binnen krijgen dan hij of zij nodig heeft. Je baby zal dan minder plassen en stoelgang maken en zijn of haar groei zal vertragen. Een ander gevolg is dat de melkproductie onvoldoende gestimuleerd wordt of dat de borst onvoldoende leeggedronken wordt, wat op een verstopt melkkanaaltje of een borstontsteking kan veroorzaken.

    Het is dus zowel voor de baby als voor de mama belangrijk dat de slaperige baby goed gewekt wordt voor een voeding.

    Mogelijke oorzaken

    • een langdurige bevalling of bepaalde medicijnen die de mama tijdens de bevalling gekregen heeft
    • lichamelijke problemen bij je baby zoals geelzucht of een infectie

    Tips

    • Als je baby moeilijk te wekken is of als je denkt dat hij of zij te weinig voeding krijgt, raadpleeg dan je verpleegkundige, vroedvrouw of lactatiekundige. Mogelijk is ook een controle door een arts nodig om uit te sluiten dat er een medisch probleem aan de oorzaak van de slaperigheid ligt.
    • Extra aandacht is nodig bij een baby met geelzucht. Een baby met een hoge bilirubineconcentratie in het bloed is vaak suf. Hij of zij lijkt tevreden, maar is te slaperig om voldoende te eten. Herken je dit, neem dan zo snel mogelijk contact op met je arts.

    Voor de borstvoeding

    • Houd je baby rechtop en praat tegen hem of haar.
    • De handjes en de voetjes masseren en over zijn of haar rug wrijven maakt je baby alert. 
    • Door kleedjes uit te doen en de luier te wisselen, wek je je baby. 
    • Je kan zijn of haar voorhoofd en gezichtje met een koele vochtige doek deppen. 
    • Masseer enkele druppels moedermelk uit je tepels.

    Tijdens de borstvoeding

    • Een voldoende alerte baby zal zijn of haar mondje ver open doen tijdens het aanhappen.
    • Maak huidcontact bij het aanleggen.
    • Probeer een zittende houding aan (bv. rugbyhouding)
    • Wissel vaker van borst tijdens 1 borstvoeding.
    • Borstcompressie zorgt ervoor dat de melk sneller zal stromen waardoor je baby minder snel terug in slaap zal vallen. Omvat daarom, op het moment dat je baby zuigt, je borst stevig en zo dicht mogelijk bij de ribbenkast. Je mag gerust wat druk uitoefenen, zolang het maar geen pijn doet. Wanneer je baby stopt met zuigen, laat je de druk weg. Je kan je hand nu eventueel een beetje verplaatsen en zodra je baby weer zuigt, de druk verhogen op een andere plaats, maar steeds dichtbij de borstkas en dus achter de gevulde melkklieren.
  • Een nieuwe zwangerschap hoeft geen einde te maken aan de borstvoeding. In normale omstandigheden is je lichaam in staat om zowel voor de zwangerschap als voor de melkproductie te zorgen. De moedermelk is niet schadelijk of minder van kwaliteit door de zwangerschap. Het is jouw persoonlijke keuze om al dan niet door te gaan met voeden.

    Door de hormonale veranderingen heeft de zwangerschap een aantal gevolgen voor de borstvoeding:

    • mogelijke pijn in tepels of borsten
    • vermoeidheid
    • verminderde melkproductie, vooral in het begin van de zwangerschap. Hierdoor gaan sommige kinderen in deze periode zelf spontaan stoppen met drinken aan de borst.
    • smaakverandering van de melk
    • samentrekkingen van de baarmoeder tijdens het voeden. Op voorwaarde dat er geen risico op vroeggeboorte is, zijn hier geen gevaren aan verbonden.

    Deskundig advies van een arts of gynaecoloog zijn nodig:

    • na een vroegere vroeggeboorte of pril zwangerschapsverlies
    • bij een meerlingzwangerschap
    • bij aanwijzingen voor vroeggeboorte

    Als je baby nog maar een paar maanden oud is als je opnieuw zwanger wordt, drinkt hij nog een aanzienlijke hoeveelheid melk. Dit kan best belastend zijn. Bij een groter kind, waarbij de borstvoeding vooral een emotionele functie heeft, wordt er lichamelijk minder van je gevraagd. Zelfzorg is altijd nodig. Durf praktische hulp en steun vragen aan je omgeving. Voldoende rust, gezonde voeding en een vitaminesupplement zijn geen overbodige luxe.

Flesvoeding (8)

  • De aanbevolen dagelijkse hoeveelheden kunnen verschillen tussen landen en autoriteiten op het gebied van voeding. Dat komt door:

    • verschillen in voedingsgewoonten
    • verschillende interpretaties van gegevens
    • gebruik van andere marges of andere waarden over de opname van vitamines en mineralen
    • andere reglementering
    • culturen

    Terwijl er op Europees niveau wordt gestreefd naar zoveel mogelijk uniformiteit blijft dit op het vlak van de voedingsaanbevelingen moeilijk. De specifieke voedingsgewoonten verschillen per land en per regio. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat voedingsgewoonten deels zijn ingebed in tradities en lokale culturen. Om tot een efficiënt voedings- en gezondheidsbeleid en een effectieve voedingsvoorlichting te kunnen komen moet hiermee rekening worden gehouden. In Frankrijk worden aardappelen bijvoorbeeld tot de groenten gerekend terwijl aardappelen in België worden  beschouwd als een basisonderdeel van de klassieke warme maaltijd en in het bijzonder als een goede bron van complexe koolhydraten.

    Het is bij de opstelling van de voedingsaanbevelingen bovendien belangrijk dat rekening wordt gehouden met het werkelijke voedselconsumptiepatroon van de bevolking. Dit om te vermijden dat de voedingsaanbevelingen een nietwerkbaar instrument worden.

  • Vocht is onmisbaar voor het lichaam. Dit geldt ook voor kinderen.

    Maar: de eerste 6 maanden heeft de baby alleen melkvoeding (borst- of kunstvoeding) nodig. Extra drank vermindert de eetlust waardoor je baby geen melkvoeding zal drinken.
    Bij borstvoeding zorgt extra drank voor een verstoring van de melkproductie.

    Na de leeftijd van 6 maanden drinkt je baby per dag nog minstens een halve liter melkvoeding of borstvoeding op vraag. Naast de vaste voeding die vocht bevat, heeft je baby ook nood aan extra drinken, zeker bij warm weer. Vaker aanleggen kan bij borstvoeding tegemoet komen aan die extra behoefte. Een beetje water geven kan ook.

    Kies bij voorkeur plat, mineraalarm water.

  • De meeste moeders kiezen ervoor hun pasgeboren baby de eerste tijd uitsluitend borstvoeding te geven. Maar wat als de melkproductie niet op gang komt? Of het afkolven niet altijd mogelijk is. Kun je borst- en kunstvoeding combineren? Lactatiekundige bij Kind en Gezin, Christel Geebelen, stond Libelle Mama hierover te woord.

  • Elk kind en situatie is anders en moet individueel benaderd worden. Verschillende redenen kunnen aan de basis liggen van het plots weigeren van flesvoeding. Als medische problemen uitgesloten zijn, kan het misschien zijn dat je kindje zijn melkvoeding of flesje 'beu' is.

    Enkele tips:

    • Probeer eens een grotere speen.
    • Misschien lukt het wel als iemand anders de fles geeft? Misschien lukt het wel bij oma of opa?
    • Uit een beker drinken is een nieuwe ontdekking en kan een nieuwe manier zijn om melkvoeding gedeeltelijk aan te brengen. Tussen 15 en 18 maanden is de beste leeftijd om ook de melkvoeding geleidelijk aan in een open beker te geven.
    • Eet je kind al brood, laat dan wat brood weken in de melk of maak een papje van de melkvoeding met kindermelen of -granen. Je kindje kan ook proberen om dit met een lepel zelf te eten.
    • Als het echt de melk niet lust, kan het veranderen van melkvoeding soms helpen.

    Bespreek met je verpleegkundige de mogelijke oplossing.

  • Hou er rekening mee dat een kindje tijd nodig heeft om op andere manieren te leren drinken. Dwingen heeft een averechts effect en vermijd je beter. Blijf zelf rustig en biedt een fles aan als je kindje ontspannen is. Enkele tips die kunnen helpen:

    • Verwacht niet onmiddellijk succes, het is heel normaal dat je kindje even moet wennen aan de nieuwe ervaring.
    • Gebruik de eerste keren vers afgekolfde melk, zodat er geen smaakverschil is.
    • Laat iemand anders, die rustig en ontspannen is, de fles geven terwijl mama niet in de buurt is.
    • Bied het flesje aan bij de eerste hongersignalen of iets eerder dan het gebruikelijke voedingsmoment: een te hongerige baby raakt sneller overstuur.
    • Duw de speen niet in het mondje, maar laat je baby zelf aanhappen.
    • Leid je baby af en maak hem of haar weer rustig door rond te wandelen, te wiegen, zacht te zingen of te praten.
    • Kies een andere voedingshouding of voed je baby in de draagzak of terwijl hij of zij in een relaxstoeltje zit.
    • Probeer eens een andere speen uit: een andere vorm, ander materiaal… of dompel het speentje eventueel eerst in moedermelk.
    • Blijf geduldig en forceer niet. Als je baby enkele keren weigert en overstuur raakt, probeer dan een uurtje later opnieuw. Als je baby blijft weigeren, biedt dan niet onmiddellijk de borst aan.
    • Als het de bedoeling is om de borstvoeding gedeeltelijk of volledig af te bouwen: bied dan verschillende dagen na elkaar, steeds op hetzelfde tijdstip, het flesje aan.
    • Afhankelijk van de leeftijd van je kind kan je andere manieren van voeden overwegen: ingedikt papje, cupje, bekertje…

     

    Twijfels of vragen?

    Als je kindje blijft weigeren of als je echt ongerust bent, kan je advies en ondersteuning aan je verpleegkundige vragen. Soms is een individuele aanpak nodig. Zij zal samen met jou op zoek gaan naar de meest geschikte oplossing die rekening houdt met jouw specifieke situatie.

  • Ja, er wordt aanbevolen alle kinderen dagelijks 400 IE (internationale eenheden) vitamine D te geven, vanaf de geboorte tot en met de leeftijd van 6 jaar. Dit moet het hele jaar door, onafhankelijk van de melkvoeding en de vitamine D-suppletie van de borstvoedende moeder.

    • Geef je baby eten op verzoek. Regelmatig kleine hoeveelheden geven is goed.  
    • Ondersteun de onderkaak en de wangen van je baby. Zo sluiten zijn lippen zich beter rond de speen. 
    • Soms is een groter gat in de speen of een andere fles een oplossing.
    • Verslikt je baby zich vaak, probeer dan een speen met een kleiner gaatje of dik de voeding in. Praat sowieso eerst met je verpleegkundige of arts vooraleer de samenstelling van de voeding te veranderen. 
    • Let extra op een juiste voedingshouding
    • Ademt de baby onregelmatig of zweet hij fel tijdens het eten, raadpleeg dan onmiddellijk een arts.
    • Ga eerst na of je baby echt nog honger heeft. Drinkt hij of zij gewoon te vlug, laat hem dan trager drinken door de speenopening te verkleinen of de dop wat harder aan te schroeven. Wil hij nog zuigen, geef hem dan zijn fopspeen of een knuffeltje. Willen zuigen betekent niet altijd honger hebben.
    • Heeft je baby inderdaad nog honger, geef hem of haar dan iets meer melk.
    • Blijft je baby onverzadigbaar, bespreek dit probleem dan met je arts of verpleegkundige.
    • Verander niet op eigen houtje van soort voeding. 
    • De samenstelling van een voeding heeft weinig invloed op het verzadigingsgevoel. Er iets aan toevoegen helpt ook niet. Vooral de mate waarin de maag gevuld is, bepaalt hoeveel de baby drinkt.
    • Er bestaan heel wat voedingen die aangeprezen worden bij moeilijk te verzadigen baby's. Hiervoor is echter weinig wetenschappelijk bewijs. Voeg zelf geen meel of suiker toe. Hierdoor verandert de evenwichtige samenstelling van de voeding. Zuigelingenvoeding bevat alle voedingsstoffen die het kind nodig heeft. 

Gezondheid (7)

  • Wanneer de verpleegkundige (of gezinsondersteuner) een medisch probleem vermoedt, wordt het kind altijd verwezen naar de behandelend arts.

    Heeft het kind een afspraak op een consultatiebureau binnen korte termijn, dan kan het advies van de consultatiebureau-arts gevraagd worden. Gaat het om een dringend op te volgen probleem, dan kan niet gewacht worden op een afspraak op consultatiebureau en wordt onmiddellijk naar de behandelend arts verwezen.

    Vanuit de preventieve setting van Kind en Gezin gebeuren dus geen rechtstreekse verwijzingen naar een alternatieve genezer, zoals een osteopaat, noch door de verpleegkundige noch door de arts op consultatiebureau.

  • Een kind dat verkouden is, koorts maakt, antibiotica inneemt en dat niet ernstig ziek is, mag gevaccineerd worden. Om te vermijden dat het andere kinderen zou besmetten op het consultatiebureau, raden we aan om de regels van hygiëne en afstand zeer strikt toe te passen. Dit is nog belangrijker geworden sinds de corona-pandemie. Wanneer je kind symptomen heeft uit de rechter kolom, overleg je op voorhand met de arts of verpleegkundige of de vaccinatie iets later kan gegeven worden.  


    Toegelaten in consultatiebureau *

    • Lichte verkoudheid : neusloop en hoestje zonder koorts
    • Gulpje teruggeven, braken als gevolg van gekende reflux
    • Gekende chronische hoest (bij hyper-reactieve luchtwegen)    
    • Chronisch lossere stoelgang of éénmalig waterige  stoelgang

    Niet toegelaten in consultatiebureau

    • Plots optredende hoest en/of ademhalingsmoeilijkheden
    • Plotse verandering van stoelgangspatroon met 2 of meer waterige stoelgangen per dag
    • Braken met bloed of herhaaldelijk braken (geen reflux)
    • Plotse huiduitslag of blaasjes


    Bel de Kind en Gezin-Lijn om te verwittigen dat je niet op je afspraak zal zijn. Ze plannen dan zo snel mogelijk een nieuwe afspraak.

    *Aanbevelingen om naar de opvang te gaan, verschillen van deze voor het consultatiebureau.

  • Sommige onderzoekers vermoeden een verband, maar er is momenteel geen bewijs dat zwemmen in de publieke zwembaden astma veroorzaakt.

    De Hoge Gezondheidsraad ontmoedigt om met baby's jonger dan 1 jaar in zwembaden zwemmen.

    Zwemmen met kinderen ouder dan 1 jaar wordt nog steeds aanbevolen, zelfs in het geval van astma. Voor hen wegen de voordelen van zwemmen in goede hygiënische omstandigheden in gecontroleerde zwembaden sterker door dan het risico van toxiciteit verbonden aan chloor en zijn bijproducten.

    Lees meer over veilig in en aan het water. 

  • Een beetje zon is goed voor iedereen. Ultraviolette(uv)-stralen zorgen ervoor dat ons lichaam de noodzakelijke vitamine D aanmaakt. Vitamine D zorgt voor kalkopname, nodig voor de opbouw van stevige beenderen. 

    Pas wel op voor te veel zon en dus te veel uv-stralen. Dit is schadelijk en kan zonnebrand veroorzaken. 

    Bij kinderen onder de 10 jaar is de huid heel kwetsbaar. De schadelijke uv-stralen dringen er makkelijk door. Het lichaam van een kind herstelt minder vlot dan dat van een volwassene. De schade stapelt zich op. Dit vergroot de kans op huidkanker (o.a. melanoom) op latere leeftijd.

    Lees meer over bescherming tegen de zon en warmte

  • Als de verpleegkundige (of gezinsondersteuner) een medisch probleem vermoedt, wordt je kind altijd doorverwezen naar de behandelend arts.

    Heeft je kind een afspraak op een consultatiebureau binnen korte termijn, dan kan je advies aan de consultatiebureau-arts vragen. Gaat het om een dringend op te volgen probleem, wacht dan niet op een afspraak op consultatiebureau en contacteer onmiddellijk je behandelend arts.

    Vanuit de preventieve setting van Kind en Gezin gebeuren dus geen rechtstreekse verwijzingen naar een alternatieve genezer, zoals een osteopaat, noch door de verpleegkundige noch door de arts op consultatiebureau.

  • Je kind kan niet naar het consultatiebureau of naar de opvang als hij of zij ziek is: als je kind zich anders gedraagt dan normaal of je kind heeft symptomen die hieronder vermeld staan bij 'niet toegelaten'. 

    Toegelaten in consultatiebureau of opvang: 

    • snotneus
    • lichte hoest
    • lichte verkoudheid: neusloop en hoestje zonder koorts
    • gekende chronische hoest (bij hyper-reactieve luchtwegen)
    • chronisch lossere stoelgang of éénmalig waterige stoelgang
    • gulpje teruggeven, braken als gevolg van gekende reflux

     

    Niet toegelaten in consultatiebureau of opvang: 

    • rectaal gemeten koorts
    • plots optredende hoest en/of ademhalingsmoeilijkheden
    • plotse verandering van stoelgangspatroon met 2 of meer waterige stoelgangen per dag
    • braken met bloed of herhaaldelijk braken (geen reflux)
    • plotse huiduitslag of blaasjes

    Heb je een afspraak bij het consultatiebureau? Bel de Kind en Gezin-Lijn om te verwittigen dat je niet op je afspraak zal zijn. Ze plannen dan zo snel mogelijk een nieuwe afspraak.

  • Maak je niet onmiddellijk zorgen als je baby een paar dagen overslaat met zijn of haar ontlasting. Het stoelgangpatroon is immers sterk verschillend bij baby's en wordt beïnvloed door de voeding (en voeding van de mama bij borstvoeding). Een verandering van stoelgangspatroon kan ontstaan als er veranderingen in de voeding worden aangebracht: veranderen van kunstvoeding, voeding van de mama bij borstvoeding of het introduceren van nieuwe groenten of fruit in de vaste voeding.

    Raadpleeg een arts als de stoelgang erg vast is van structuur, als je kind erg huilt en pijn vertoont of als er klachten optreden zoals braken, koorts, slechte gewichtsevolutie of voedselweigering.

    Voeg géén suiker, meel, olie of wat dan ook toe aan de melkvoeding en experimenteer niet zelf met medicatie, glycerinesuppo's of andere laxeermiddelen.

    Bekijk ook de info op de pagina constipatie

Kinderopvang (7)

  • STAP 1:

    Surf naar 'Mijn Kind en Gezin', klik op de tegel 'Inkomenstarief Aanvragen of simuleren' en log in met je digitale sleutel. Klik na het inloggen opnieuw op de tegel 'Inkomenstarief Aanvragen of simuleren'.

    1

    STAP 2:

    Kik op de knop 'Overzicht van jouw attesten'.