Veelgestelde vragen

Overzicht veelgestelde vragen en antwoorden per thema.

Erkenning interlandelijke adoptie (21)

  • Dit heeft geen invloed. Je kan je sowieso pas aanmelden bij een adoptiedienst op het moment dat de familierechtbank je geschikt heeft verklaard om te adopteren. 

  • Het Kleine Mirakel zal de personeelsequipe uitbreiden en heeft hiertoe al vacatures gelanceerd. Dit plan was een onderdeel van hun aanvraag. De vacatures zijn ook uitdrukkelijk bezorgd aan de medewerkers van de andere interlandelijke adoptiediensten, die welkom zijn om daar te solliciteren en zo hun waardevolle kennis kunnen meenemen. 

  • Een fusie was de eerste betrachting van het Agentschap Opgroeien, omwille van het maximale behoud van expertise. Er is vanaf 2019 een traject afgelegd met de drie interlandelijke adoptiediensten om te komen tot een fusie. Dit werd ervaren als een moeilijk traject. Er werd een advocaat aangesteld door het Agentschap om het beoogde fusieproces ook juridisch te ondersteunen. De gesprekken hebben niet geleid tot een consensus of een gezamenlijke visie voor de eengemaakte dienst. De gesprekken werden begin 2023 stopgezet en één dienst trok zich finaal uit het fusieproces terug. Vervolgens bleef enkel de optie over om over te gaan tot een oproep tot erkenning van één (nieuwe) dienst voor interlandelijke adoptie. 

  • Het Kleine Mirakel heeft een sterk dossier ingediend. Er zal uiteraard worden nagekeken of ze aan de verwachtingen zullen voldoen. Wanneer Het Kleine Mirakel niet aan de verwachtingen voldoet, zal het Agentschap Opgroeien hierop reageren.

    In onze regelgeving is een handhavingsprocedure opgenomen. 

  • Bij de beoordeling van een oproep tot erkenning kunnen we enkel rekening houden met de vereisten in de regelgeving. Er wordt uiteraard gekeken naar de huidige werking, maar ook naar hoe de interlandelijke adoptiedienst de toekomstige werking ziet. 

    Buiten de formele criteria in de regelgeving mogen geen bijkomende toetsingscriteria worden gehanteerd.

  • De beoordeling is een overheidsdocument dat onderworpen is aan openbaarheid van bestuur.
    Dit kan opgevraagd worden via een eenvoudige e-mail naar openbaarheid@opgroeien.be.

  • Op 19 juli 2023 ontvingen wij van VIA vzw een bezwaarschrift tegen het voornemen tot weigering van hun erkenning.

    Aangezien VIA vzw tijdig bewaar heeft ingediend, kan ook het voornemen tot erkenning van Het Kleine Mirakel nog niet definitief van kracht worden. De periode van overgangsmaateregelen blijft dus verder lopen

  • Aangezien VIA vzw tijdig bewaar heeft ingediend, kan ook het voornemen tot erkenning van Het Kleine Mirakel nog niet definitief van kracht worden. De periode van overgangsmaateregelen blijft dus verder lopen.

    De erkenning wordt definitief wanneer de adviescommissie het bezwaar heeft behandeld. Zij hebben hiervoor 75 dagen tijd.

  •  

    Omwille van de nog lopende bezwaartermijn betreffende de voorgenomen beslissing tot erkenning van één dienst voor interlandelijke adoptie is er sinds 1 juli 2023 geen erkende dienst voor interlandelijke adoptie in Vlaanderen. In afwachting van een definitieve beslissing over de erkenning als enige dienst voor interlandelijke adoptie, geeft het agentschap Opgroeien aan de drie voormalige erkende diensten voor interlandelijke adoptie (FIAC, Het Kleine Mirakel en Ray of Hope) de opdracht om gedurende maximaal 6 maanden praktische ondersteuning, begeleiding en zorg te bieden aan adoptiebetrokkenen met een lopend dossier. Het betreft overgangsmaatregelen om de continuïteit van de begeleiding en zorg te garanderen. 

    Van zodra de beslissing tot erkenning van de enige dienst voor interlandelijke adoptie definitief is, kunnen de lopende dossiers van de niet-erkende diensten na een overgangsperiode overgedragen worden aan de dienst die definitief zal erkend worden als enige dienst voor interlandelijke adoptie. Die overdracht gebeurt ten laatste op 31 december 2023. 

     

  • Op 24 mei 2019 besliste de Vlaamse Regering dat er vanaf 2023 nog maar één dienst voor interlandelijke adoptie wordt erkend (zie artikel 25 en 26 van Besluit Vlaamse Regering). De reden hiervoor is dat 1 interlandelijke adoptiedienst beantwoordt aan de huidige realiteit in Vlaanderen en Brussel. Het aantal interlandelijke adopties per jaar is beperkt en de complexiteit ervan neemt toe. Het is daarom belangrijk middelen en expertise te bundelen om:

    • een professionele werking te garanderen,
    • adoptiebetrokkenen de best mogelijke zorg en begeleiding te bieden.
  • Opgroeien ontving twee aanvragen voor de erkenning als enige interlandelijke adoptiedienst in Vlaanderen:

    • een gezamenlijke aanvraag van de interlandelijke adoptiediensten FIAC-Horizon en Ray of Hope, onder de naam Vlaamse Interlandelijke Adoptiedienst
    • een aanvraag van Het Kleine Mirakel.

    De aanvragen werden getoetst aan de erkenningsvoorwaarden en verplichtingen uit het decreet van 20 januari 2012 over de interlandelijke adoptie van kinderen en het Besluit van de Vlaamse Regering van 22 maart 2013 over het inzagerecht en de bemiddeling bij interlandelijke adoptie.

    De twee dossiers zijn vergeleken op basis van de criteria uit de oproep voor de toekenning van een erkenning als dienst voor interlandelijke adoptie. De criteria zijn inhoudelijk kwalitatief beoordeeld door een aantal experten binnen en buiten Opgroeien. Het gaat om de Vlaamse adoptieambtenaar, een jurist, 2 interne experten van het Vlaams Centrum voor Adoptie (VCA), een externe expert met betrekking tot interlandelijke adoptie, een extern persoon met expertise in kinderrechten en een extern deskundige op vlak van organisatie, strategie en beleid.

    Op basis van die beoordeling werd het dossier van Het Kleine Mirakel als eerste gerangschikt.

    • Het Kleine Mirakel zet zeer sterk in op de zorg en begeleiding van alle adoptiebetrokkenen, wat noodzakelijk is doordat meer en meer kinderen met specifieke zorgnoden interlandelijk geadopteerd worden.
    • De adoptiedienst heeft reeds veel ervaring met de werking rond reversed flow’. Dan wordt de vraag voor een plaatsing via interlandelijke adoptie gesteld door het herkomstland zelf, wat een belangrijk principe is voor de toekomst van interlandelijke adoptie in Vlaanderen.
    • In de toekomst wil Het Kleine Mirakel een multidisciplinaire werking aanbieden om adoptiegezinnen zo professioneel en kwaliteitsvol mogelijk te begeleiden.

    Het Vlaams Centrum voor Adoptie zal, in nauw overleg met Het Kleine Mirakel, de toekomstige werking van de nieuwe dienst nauwgezet opvolgen. 

  • Neen. Op dit moment kan je met geen enkele interlandelijke adoptiedienst een bemiddelingsovereenkomst afsluiten, maar je kan je wel al aanmelden met je geschiktheidsvonnis. Eens de erkenning van de enige interlandelijke adoptiedienst definitief is, kan je met hen een bemiddelingsovereenkomst afsluiten. 

  • Alle dossiers van interlandelijke adoptie worden na de bezwaarperiode overgedragen naar Het Kleine Mirakel, mits toestemming van de kandidaat-adoptant. De kandidaat-adoptanten sluiten hiervoor een overeenkomst af met Het Kleine Mirakel. In de overgangsperiode zal op dossierniveau bekeken worden welke begeleiding er nodig is.  

  • De stopzetting van de erkenning van FIAC-Horizon en Ray of Hope heeft hierop geen invloed. Het Kleine Mirakel zal samenwerken met alle herkomstlanden waarover positief wordt beslist na screening van de samenwerking. Momenteel is deze screening nog lopende. Voor vijf herkomstlanden werd al een beslissing genomen. De overige beslissingen volgen in het najaar van 2023. Hierover zal worden gecommuniceerd aan alle betrokken kandidaat-adoptanten.

  • Het uitgangspunt is dat kandidaat-adoptieouders geen extra kosten maken bij overdracht van het dossier.  

    Het is moeilijk om dit te zeggen op casusniveau. Maar veel bedragen liggen vast in de een 'table of costs', conform het Haags Adoptieverdrag en de regelgeving, zowel in het herkomstland als in Vlaanderen. Bedragen voor huisbezoeken en nazorg liggen eveneens regelgevend vast. 

    Wat wel kan wijzigen: als de enige erkende adoptiedienst bijvoorbeeld zal werken met een andere advocaat of vertaler, dan kunnen de service fees daarvoor wel variëren. 

  • Voor vragen over inzage en zoektocht naar herkomst kan u terecht bij het Afstammingscentrum.

  • Er komen overgangsmaatregelen voor de overdracht van de nazorg naar Het Kleine Mirakel. Deze worden zo snel mogelijk bekend gemaakt. In tussentijd kan u verder terecht bij uw huidige adoptiedienst. Voor nazorg kan u ook steeds terecht bij Steunpunt Adoptie.

  • De nazorgrapporten levert u verder aan volgens de vereisten van het betreffende herkomstland. De opvolging ervan wordt overgenomen door Het Kleine Mirakel.

  • Alle afgeronde adoptiedossiers worden op professionele wijze bewaard. De dossiers worden door FIAC-Horizon of Ray of Hope overgedragen. De overdracht en archivering van afgeronde dossiers zal gradueel plaatsvinden, gezien de grote omvang ervan.

  • Als je al in het bezit bent van een positief geschiktheidsvonnis en een bemiddelingsovereenkomst had afgesloten bij één van de drie vroegere interlandelijke adoptiediensten, kan je jouw procedure verderzetten bij de enige erkende adoptiedienst.  

    • Had je al een overeenkomst bij Het Kleine Mirakel? Dan verandert er niets.  

    • Had je een overeenkomst bij FIAC-Horizon of Ray of Hope? Dan wordt in overleg met deze dienst bekeken wanneer jouw dossier wordt overdragen aan Het Kleine Mirakel. Uiteraard word je hierover tijdig geïnformeerd.   

Erkenning interlandelijke adoptiedienst (9)

  • Het Vlaams Centrum voor Adoptie heeft op 19 juni 2023 het voornemen geuit tot erkenning van adoptiedienst Het Kleine Mirakel. Dit is echter nog een voornemen en geen definitieve beslissing. De volgende vragen en antwoorden zijn dus onder voorbehoud tot wanneer het voornemen tot erkenning ook een definitieve erkenning wordt. 

  • De centrale locatie blijft in Mol, maar de bedoeling is om te werken met satellietkantoren in Gent, Antwerpen en Brussel

  • Er is een interlandelijke adoptiedienst nodig voor de verdere begeleiding, ook voor de nazorg en de nakoming van de verplichtingen ten opzichte van het herkomstland. Het Vlaams Centrum voor Adoptie kan het technisch dossiermatige luik op zich nemen, maar kan niet de zorg en begeleiding bieden die de kandidaat-adoptanten en de adoptiegezinnen zouden moeten krijgen. Er is dus de verwachting om de overstap naar Het Kleine Mirakel te maken. Zonder toestemming zullen de dossiers niet worden overgedragen, maar kan de adoptieprocedure of nazorg ook niet worden verdergezet.

  • We zullen dit moeten bekijken van land tot land. Niet in alle herkomstlanden kunnen nieuwe dossiers worden ingediend tijdens de overgangsperiode.

    Twijfels of vragen?

    Concrete landspecifieke vragen kan je ons altijd stellen via adoptie@opgroeien.be of tijdens onze telefonische permanentie op het nummer 02 533 14 76 of 02 533 14 77 (maandag en woensdag van 14u tot 16u, dinsdag en donderdag van 9u30 tot 12u).

  • Het Vlaams Centrum Adoptie heeft vorig najaar reeds alle herkomstlanden aangeschreven over de op handen zijnde evolutie naar één interlandelijke adoptiedienst.

    VCA informeert alle herkomstlanden over het voornemen tot beslissing van erkenning van Het Kleine Mirakel vzw en over de transitiemaatregelen. Tot op heden hebben alle herkomstlanden zich bereid verklaard om een samenwerking aan te gaan met een nieuwe dienst, mits indiening van een erkenningsdossier en met de transitiemaatregelen.

    Voorlopig zijn er geen herkomstlanden die hierop afhaken. 

  • Er gebeuren wel matchings, maar de manier van werken wordt gewijzigd. VCA ontvangt de kindvoorstellen van de herkomstlanden in plaats van de interlandelijke adoptiedienst. De herkomstlanden bezorgen de kindvoorstellen dus rechtstreeks aan VCA. Op die manier kunnen lopende dossiers gecontinueerd worden. 

  • VCA neemt in de overgangsperiode de bemiddelingsopdracht van de interlandelijke adoptiediensten over. Heeft VCA hier voldoende kennis en mankracht voor?

    VCA is voldoende uitgerust, zowel qua mankracht als qua expertise, om de bemiddelingsopdracht uit te voeren. VCA heeft niet de kennis en expertise om de psychosociale begeleiding op te nemen. Voor dit luik wordt er een beroep gedaan op de interlandelijke adoptiediensten, die dit nog steeds als opdracht hebben in de overgangsperiode. 

  • Neen, dit is absoluut niet de bedoeling. 

  • Nieuwe samenwerkingen zijn mogelijk in de toekomst. Hiervoor dient er opnieuw een positieve beoordeling te zijn vanuit het VCA. Er zal ook hier dezelfde risico-analyse uitgevoerd worden volgens de criteria, zoals bepaald in de mededeling aan de Vlaamse Regering van 10 december 2021. ​Nieuwe screenings zullen ten vroegste pas gerealiseerd worden na het afronden van de evaluaties van de huidige samenwerkingen.

Landenanalyse (5)

  • Na het eindrapport van het expertenpanel inzake interlandelijke adoptie formuleerde de Vlaamse Regering op 17 september 2021 een aantal krijtlijnen voor de verdere aanpak, zowel wat betreft de toekomst van interlandelijke adoptie als voor het omgaan met wantoestanden uit het verleden. Een van de krijtlijnen is het versterken van partnerschappen met herkomstlanden. Dit vertaalt zich in de praktijk in een screening van de landen waarmee momenteel partnerschappen bestaan.

    Om een zo correct mogelijk beeld te schetsen, steunt de screening op inzichten en adviezen van internationale organisaties met expertise in jeugdbescherming en kinderrechten, zoals onder meer UNICEF, International Social Service (ISS) en Child Identity protection (CHIP). Ook info van lokale autoriteiten, ngo’s en organisaties die betrokken zijn bij jeugdhulp en adoptietrajecten vormen een cruciaal element bij de screening.

  • De criteria van het beslissingskader interlandelijke adoptie zijn door de Vlaamse Regering vastgelegd op 10 december 2021: 

    • Samenwerking is in principe nog enkel mogelijk met landen die het Haags Adoptieverdrag van 1993 of het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1996 hebben geratificeerd én nationaal geïmplementeerd
    • Positionering van de adoptiepraktijk binnen het bredere zorg- en opvangsysteem van het land van herkomst
    • Consequente toepassing van het subsidiariteitsprincipe conform het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind en het Haags Adoptieverdrag
    • Vermijden van financiële risico’s 
    • Rechtstreekse samenwerking tussen de overheid in het herkomstland en VCA
    • Uitgewerkt juridisch kader dat geadopteerden ondersteunt in hun recht op informatie over hun afkomst en/of hun zoektocht naar familieleden.

    Lees hier het volledige beslissingskader met alle criteria.
    Het Vlaamse Centrum voor Adoptie VCA gaat hiervoor in verschillende fases te werk. De screenings zijn verdeeld in vier rondes:

    screeningsronde herkomst adoptie

    • De samenwerking met het herkomstland is positief:

    De volledige samenwerking loopt door. Er worden wel werkbezoeken gepland om verdere afspraken te maken rond een werking die afgestemd op de krijtlijn 'Partnerschappen met herkomstlanden versterken', zoals beslist door de Vlaamse Regering.

    • De samenwerking met het herkomstland wordt stopgezet:

    De dossiers van de kandidaat-adoptanten die al een lopende kindtoewijzing hebben, worden verder afgewerkt volgens het huidige systeem.

    De andere kandidaat-adoptanten kunnen zich heroriënteren naar een herkomstland waar Vlaanderen nog wel verder mee samenwerkt. Transparante communicatie naar de betrokkenen is dan essentieel.

    • De samenwerking met het herkomstland vraagt meer verduidelijking via een werkbezoek:

    Dat werkbezoek is bedoeld om meer duidelijkheid te creëren rond een toekomstige samenwerking. De samenwerking loopt onverminderd door tot na verduidelijking via het werkbezoek en een definitieve beslissing door VCA.
     

  • De volgende screeningsrondes worden op dit moment opgenomen door het Vlaams Centrum voor Adoptie. De resultaten hiervan worden in de loop van 2023 breed gecommuniceerd. 

  • Het enige land waarvoor een bemiddelingsovereenkomst op dit moment niet meer kan, is Vietnam. Voor de andere landen blijft de mogelijkheid bestaan om een bemiddelingsovereenkomst te sluiten, in afwachting van de verdere screening en bezoeken ter plaatse voor de landen waar er twijfel is. Er kan geen exacte timing gegeven worden. 

Samenwerking stopgezet (4)

  • Het onderzoek gebeurde op landniveau en niet op dossierniveau. We begrijpen dat een sluiting van een herkomstland twijfels oproepen. Heb je vragen over je eigen traject, neem dan contact op met Steunpunt Adoptie, het Afstammingscentrum, de erkende adoptiedienst of het Vlaams Centrum voor Adoptie. 

  • De nazorgverplichtingen lopen door. De adoptiedienst zal op dit vlak haar rol blijven vervullen zoals voordien. 

  • De dossiers van kandidaat-adoptanten die al een lopende kindtoewijzing hebben, worden verder afgewerkt volgens het huidige systeem.

    Andere kandidaat-adoptanten kunnen zich heroriënteren naar een herkomstland waar Vlaanderen verder mee samenwerkt, volgens de voorwaarden van het land in kwestie. Deze kandidaten behouden hun wachtanciënniteit, tenzij ze overstappen naar binnenlandse adoptie. Heroriëntering naar een land dat nog niet gescreend is, houdt het risico in dat de samenwerking nog kan worden stopgezet. 

  • Neen, dit is niet mogelijk. We adviseren in gesprek te gaan met de adoptiedienst en samen te bekijken wat mogelijk is binnen de voorwaarden in de bemiddelingsovereenkomst.

Samenwerking waarover twijfel bestaat (2)

  • Op dit moment is er geen impact op je procedure. Deze loopt onverminderd door in afwachting van de verdere screening en het plaatsbezoek van het desbetreffende land. Mocht dit plaatsbezoek uitwijzen dat een verdere samenwerking niet opportuun is, dan kan evenwel je procedure alsnog stopgezet worden.  

  • Neen. Het is wettelijk bepaald (artikel 14/1 uit het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het inzagerecht en de bemiddeling bij interlandelijke adoptie van 22/03/2013) dat kandidaat-adoptanten enkel kunnen heroriënteren naar een ander land met behoud van wachtanciënniteit, wanneer deze een contract heeft voor een land in proeffase of voor een land dat wordt gesloten of geschorst.

Dagelijkse verzorging (5)

  • Intensief en langdurig een fopspeen gebruiken heeft een negatieve invloed op de ontwikkeling van tong-, lip- en kauwspieren. Dit heeft op zijn beurt weer een negatieve invloed op de ontwikkeling van het gebit en de spraak en taal. 

    Ook al stopt een kind met de fopspeen voordat de tanden wisselen of voor de taalontwikkeling op volle vaart is, kan dit een negatieve invloed hebben op de verdere ontwikkeling door de verslapping van de mondmotorische spieren. Hoe sneller een kind stopt met een fopspeen te gebruiken, hoe sneller en beter het spierevenwicht zich kan herstellen

    Gebruik een fopspeen verstandig, beperkt en niet te lang

    • Niet elke baby heeft een fopspeen nodig. Als je baby erg veel behoefte heeft aan veiligheid en geborgenheid, gepaard met een sterke zuigreflex, dan kan een fopspeen helpen. 
    • Duim- en vingerzuigen heeft een grotere impact dan het gebruik van een fopspeen en is moeilijker af te leren. Je kan daarom overwegen om een fopspeen in te zetten om duim- en vingerzuigen op jonge leeftijd tegen te gaan. 
    • Beperk het gebruik van een fopspeen tot de eerste levensmaanden en enkel tot momenten van inslapen. Gebruik de fopspeen niet te veel als een susmiddeltje.  
    • De vorm van de fopspeen heeft geen invloed op spraak- en taalontwikkeling. De duur van het gebruik van een fopspeen wel.  
    • Het materiaal van de fopspeen is best zo flexibel mogelijk (bv. rubber of siliconen).
    • Let op met fopspenen die worden ingezet om het stoppen te bevorderen. Vaak zijn dit fopspenen met een gevuld, massief zuiggedeelte. Hoe harder het materiaal, hoe meer impact dit heeft op de vorm van het gebit en het verhemelte. We raden het gebruik van deze fopspenen daarom af.  

    Lees meer over het gebruik van een fopspeen en over taalontwikkeling

  • Laat een kindje zo veel mogelijk blootsvoets lopen. Weet dat schoenen niet dienen om de voeten te vormen, maar om ze te beschermen. Kies daarom als 'eerste schoentje' voor soepele schoenen met maximaal bewegingscomfort.

    Kies voor:

    • een gesloten schoen of een sandaal met gesloten hiel (tot de leeftijd van 2 jaar);
    • leren schoenen voor een goede warmte en vochtregulatie;
    • een platte, stevige en soepele zool;
    • rubber: is slijtvast, slipbestendig en licht;
    • een vetersluiting: die is individueel aanpasbaar en omsluit de wreef goed;
    • een klittenbandsluiting: handig om aan en uit te doen.

    Tips

    • Schoenen zijn pas nodig als het kindje effectief kan lopen.
    • Neem het kindje mee wanneer je schoenen gaat kopen. Zo kan zijn voetje gemeten worden. Laat je helpen bij het zoeken naar de geschikte maat.
    • Controleer om de 3 maanden of de schoentjes nog ruim genoeg zitten.
    • Laat het kind geen ‘afdankertjes’ van broer/zus dragen.
  • Reinigen met water en zeep is voldoende. Dek nadien de navelstomp éénmalig (24u) af met droog compres of een kleine kleefpleister. Als het naveltje blijft bloeden, laat dit dan nakijken door de behandelende arts.

  • Tegenwoordig wordt regenwater gebruikt om verspilling tegen te gaan. Het gaat om gefilterd regenwater, dat kan dienen om toiletten door te spoelen, kledij te wassen en de schoonmaak van je woning en auto te doen. De tuin met regenwater sproeien kan ook perfect.

    Omwille van hygiënische redenen raden we wel ten sterkste af om regenwater te gebruiken voor persoonlijke hygiëne: bv. wassen, baden en douchen. Ook de afwas wordt het best niet met regenwater gedaan. Hiervoor is leidingwater het meest geschikt.

  • Het is belangrijk om eerst en vooral uit te zoeken wat je kind niet leuk vindt aan haren wassen: is het uit angst? is het door het water? is het omwille van het gevoel van de schuim? ... Heel wat kinderen vinden de sproeier niet leuk, omdat die op de een of andere manier een bepaalde angst oproept. Een peuter is vaak ook bang doordat hij of zij niet helemaal begrijpt wat er allemaal gebeurt.

    Toon begrip voor de angsten van je kind, maar leer het er ook stapsgewijs mee om te gaan. Kinderen moeten weten dat de angst voorbij gaat, maar ook dat ze soms zelf oplossingen kunnen vinden om hun angst te overwinnen. Rond de leeftijd van 5 à 6 jaar kan een kind ook begrijpen dat haren wassen om een rationele reden gebeurt (om het gezond te houden).

    Tips

    1. Kondig duidelijk aan je peuter aan dat het badtijd is en dat vandaag de haartjes zullen gewassen worden. 
    2. Beschrijf en overloop alle stappen die er bij dit haren wassen zullen gebeuren. Dat geeft duidelijkheid aan je kind, hij of zij weet waaraan zich te verwachten.
    3. Als je kind in bad zit, beschrijf dan nog elke handeling.
    4. Hou het wassen zo kort mogelijk en gebruik niet-prikkende shampoo.
    5. Je kan je kind eventueel de keuze laten: aan het begin van de badtijd de haren wassen of eerst spelen en dan haren wassen.
    6. Misschien vindt je kind het minder erg als je samen in bad of onder de douche gaat?
    7. Je kind kan de haren eventueel zelf nat maken.
    8. Als het vooral een probleem van shampoo in de ogen blijkt te zijn, kan een duikbrilletje de oplossing zijn.
    9. Beloon je kind op het einde, als het (redelijk) vlot gegaan is door samen een leuk spelletje te spelen.

    Meer informatie bij dagelijkse verzorging en gedrag en opvoeding

Evaluatie ondersteuningsnood (3)

  • Bij Opgroeien beschikken we niet over een percentage van de handicap van een kind. In de eerste pijler van de medisch-sociale schaal meten we het ongeschiktheidspercentage. Dat percentage weerspiegelt de gevolgen van de aandoening waaruit de specifieke ondersteuningsnood voortvloeit, op het vlak van lichamelijke en geestelijke ongeschiktheid/integriteit.

  • Je uitbetaler Groeipakket bepaalt of je kind recht heeft, op welk bedrag het recht heeft en voor welke periode. Je uitbetaler Groeipakket baseert zich daarvoor op het resultaat van de evaluatie van de ondersteuningsnood van je kind. Die wordt uitgevoerd door een evaluerend arts, erkend door Opgroeien.

    Het bedrag varieert naargelang de ernst van de ondersteuningsnood, die wordt uitgedrukt in punten.

  • Als je denkt dat je kind recht heeft op een zorgtoeslag, neem dan contact op met je uitbetaler Groeipakket.

    Je uitbetaler zal aan Opgroeien vragen om de specifieke ondersteuningsnood te evalueren. Op basis van het resultaat (= aantal punten) van de evaluatie zal je uitbetaler: 

    • bepalen of je kind recht heeft en voor welke periode het recht geldt; 
    • het bedrag van de zorgtoeslag bepalen.

Evaluatie (3)

  • Zowel het psychosociaal als het medisch inlichtingenformulier zijn noodzakelijk om een evaluatie te kunnen opstarten. Als een of beide inlichtingenformulieren ontbreken of als Opgroeien over onvoldoende informatie beschikt om te kunnen evalueren, dan wordt de aanvraag zorgtoeslag verworpen.

    Is het aanvraagdossier van je kind verworpen omdat het onvolledig was? Kan je de ondersteuningsnood toch nog aantonen met nieuwe informatie? Neem dan contact op met je uitbetaler Groeipakket om een herziening in te dienen.

  • Je kan als ouder enkel een herziening aanvragen wanneer er nieuwe ondersteuningsnoden opduiken, zoals bij achteruitgang van de gezondheidstoestand van je kind, bij het optreden van een nieuwe pathologie of bij intensievere therapeutische ondersteuning. Je moet daarvoor opnieuw je uitbetaler Groeipakket contacteren. Zodra Opgroeien daarvan op de hoogte is, zullen zij informatie opvragen over:

    • de evolutie van de gekende ziekte of aandoening 
    • de diagnose van de nieuwe aandoening
    • de uitbreiding van de ondersteuning. 
  • De evaluatieprocedure verloopt zo veel mogelijk digitaal.

Formulieren en vragenlijsten (13)

  • Als je het psychosociaal inlichtingenformulier digitaal invulde via het portaal Mijn Kind en Gezin, kan je het nog wijzigen tot de uiterste indieningsdatum of tot je op de knop Aanvraag indienen klikt.

    Verschillende fases

    Invullen

    Knop Formulier invullen

    Als je het psychosociaal inlichtingenformulier nog niet hebt ingevuld, zie je de dynamische knop Formulier invullen staan.

     

    Knop Alle actiesKnop Acties

     

    Ook via Alle acties kan je de actie Formulier invullen selecteren en zo het psychosociaal inlichtingenformulier invullen.

    Wijzigen

    Knop Overzicht raadplegenAls je het psychosociaal inlichtingenformulier al invulde en indiende, dan verandert de knop Formulier invullen in Overzicht raadplegen.

    Knop Open

    Je kan het psychosociaal inlichtingenformulier nog wijzigen door op de overzichtspagina op Open te klikken naast het psychosociaal inlichtingenformulier.

    Belangrijk

    Als je wijzigingen wil doorvoeren, moet je altijd nog op de laatste pagina opnieuw op Indienen klikken. Zo worden de wijzigingen opgeslagen. Vergeet dat dus zeker niet te doen.

    Aanvraag indienen

    Knop Aanvraag indienenAls alle nodige inlichtingenformulieren en vragenlijsten ingediend zijn, verandert de knop Overzicht raadplegen in Aanvraag indienen. Je kan het psychosociaal inlichtingenformulier nog altijd wijzigen op de overzichtspagina.

    Opgelet!

    Als de knop Aanvraag indienen niet verschijnt, dan start Opgroeien met de evaluatie zodra alle documenten bezorgd zijn, en ten laatste op de uiterste indieningsdatum. Je kan het psychosociaal inlichtingenformulier dan nog wijzigen tot Opgroeien het verwerkt heeft.

    Aanvraag ingediend

    Melding Alle acties zijn voltooidAls je je aanvraag ingediend hebt, dan verandert de knop Aanvraag indienen in de melding dat alle Acties zijn voltooid. Vanaf nu kan je het psychosociaal inlichtingenformulier niet langer wijzigen.

  • Heb je als arts technische vragen over de eForms voor de zorgtoeslag (bv. Met welke toepassing kan ik de eForms invullen? Heb ik toegang tot de eForms? Zijn de eForms geïntegreerd in mijn softwarepakket? …), dan kan je terecht bij de volgende hulplijnen:

    Als huisarts

    • Als huisarts beschik je normaal gezien over een elektronisch patiëntendossier.
    • Met technische vragen over de eForms voor de zorgtoeslag kan je terecht bij de softwareleverancier van je elektronisch patiëntendossier of de helpdesk van HealthConnect via het nummer 02 600 40 50 of via het klantenportaal.

    Als private arts

    • Als je over een elektronisch patiëntendossier beschikt, kan je als private arts op dezelfde technische ondersteuning een beroep doen als een huisarts (zie hierboven).
    • Als je niet over een elektronisch patiëntendossier beschikt, maar wel over een MyBox- of Hector-licentie, kan je terecht bij de helpdesk van HealthConnect via het nummer 02 600 40 50 of via het klantenportaal.
    • Als je geen digitale toepassing ter beschikking hebt, kan je het medisch inlichtingenformulier of de vragenlijst die je nodig hebt downloaden (scrol verder naar het grijze blok 'Downloads'), invullen, ondertekenen en terugbezorgen aan de ouders.

    Als arts in een ziekenhuis

    • Je vraagt het best eerst even na bij je IT-dienst of de eForms voor de zorgtoeslag al geïntegreerd werden in het ziekenhuissoftwarepakket voor elektronische patiëntendossiers.
    • Als ze nog niet geïntegreerd zijn, kan je het medisch inlichtingenformulier of de vragenlijst die je nodig hebt downloaden (scrol verder naar het grijze blok 'Downloads'), invullen, ondertekenen en terugbezorgen aan de ouders. De ouders kunnen het document dan opladen via het portaal Mijn Kind en Gezin en aan Opgroeien bezorgen.
  • Wanneer je als professional geen toegang hebt tot de eForms, kan je je informatie niet rechtstreeks aan Opgroeien bezorgen. Vraag dan aan de ouder/begunstigde om het medisch inlichtingenformulier en de vragenlijsten op te laden via het digitaal portaal Mijn Kind en Gezin.

    1. Download het medisch inlichtingenformulier of een specifieke vragenlijst.
    2. Vul het sjabloon in.

    3. Bezorg het sjabloon ingevuld aan de ouder/begunstigde die als contactpersoon kan inloggen op Mijn Kind en Gezin.

    4. Vraag aan de ouder/begunstigde om het medisch inlichtingenformulier en de specifieke vragenlijsten op te laden via de vragenlijstenpagina.

    Opgelet!

    Om aanvragen vlot te kunnen verwerken, vragen we om de documenten niet op te sturen via de fysieke post of per e-mail.

  • Aanmelden op het digitaal portaal moet gebeuren door de ouder of persoon die ook begunstigde is van het Groeipakket. Die ouder of begunstigde staat in het aanvraagdossier vermeld als contactpersoon en kan als enige inloggen in de digitale toepassing.

    Zijn er twee begunstigden voor je kind? Dan is de contactpersoon:

    • Diegene die op hetzelfde adres woont als je kind
    • Of de jongste is van beiden (wanneer beiden op hetzelfde adres wonen)
  • Je kan terecht op het digitaal portaal Mijn Kind en Gezin om documenten digitaal te bezorgen. Documenten bezorgd per e-mail aanvaarden we niet meer.

    1. Ga daarvoor naar het digitaal portaal.
    2. Klik op de tegel Specifieke ondersteuningsnood om je aan te melden om toegang te krijgen tot je aanvraag. Dit kan je eventueel doen samen met een vertrouwenspersoon/iemand die de situatie van je kind en je gezin goed kent (bv. een sociaal werker, een tolk …).

    Wanneer er bijkomende informatie nodig is, vraag dan je therapeut (kinesitherapie, logopedie, psychotherapie), school/CLB of medisch specialist om een specifieke vragenlijst in te vullen. Je kan ze hier downloaden.

    Andere documenten/verslagen dien je ons niet te bezorgen.

    Op je online aanvraag op Mijn Kind en Gezin kan je ook:

    • Het psychosociaal inlichtingenformulier invullen en indienen
    • De vragenlijsten opladen
    • Je contactgegevens (telefoonnummer, emailadres)  invullen of verbeteren
    • Het patiëntenrechtenformulier opladen (als je een vertrouwenspersoon wilt aanduiden)

     

  • Download het patiëntenrechtenformulier en bezorg het ingevuld en ondertekend aan Opgroeien via het portaal Mijn Kind en Gezin.

  • Als je toegang hebt tot de eForms van Opgroeien, kan je deze handleiding volgen om de vragenlijst voor therapie in een multidisciplinaire setting in te vullen en aan Opgroeien te bezorgen.

    Als je geen toegang hebt tot de eForms van Opgroeien, kan je de vragenlijst voor therapie in een multidisciplinaire setting downloaden, invullen, ondertekenen en terugbezorgen aan de ouders. De ouders kunnen de vragenlijst dan opladen via het portaal Mijn Kind en Gezin en aan Opgroeien bezorgen.

  • Als je toegang hebt tot de eForms van Opgroeien, kan je deze handleiding volgen om het medisch inlichtingenformulier in te vullen en aan Opgroeien te bezorgen.

    Als je geen toegang hebt tot de eForms van Opgroeien, kan je het medisch inlichtingenformulier downloaden, invullen, ondertekenen en terugbezorgen aan de ouders. De ouders kunnen het medisch inlichtingenformulier dan opladen via het portaal Mijn Kind en Gezin (onder ’medisch inlichtingenformulier') en aan Opgroeien bezorgen.

  • Volg deze handleiding of bekijk het filmpje om specifieke vragenlijsten aan Opgroeien te bezorgen via het portaal Mijn Kind en Gezin.

  • Volg deze handleiding of bekijk het filmpje om het psychosociaal inlichtingenformulier in te vullen en aan Opgroeien te bezorgen via het portaal Mijn Kind en Gezin.

  • Als Vlaamse overheid volgen we de geldende taalwetgeving. Dat verplicht ons om in de mondelinge en schriftelijke communicatie in Vlaanderen het Nederlands te gebruiken, tenzij je gedomicilieerd bent in een faciliteitengemeente:

    • Je kan dan via het tabblad ‘Mijn profiel’ de taal veranderen naar het Frans.
    • Alle communicatie wordt vervolgens in het Frans verstuurd (zowel voor een randgemeente als een taalgrensgemeente).
    • Je keuze wordt opgeslagen voor 5 jaar.

    Woon je niet in een faciliteitengemeente? Dan kan je je laten bijstaan door een tolk of een vertrouwenspersoon die Nederlandstalig is.

  • Om de ondersteuningsnood van je kind te kunnen evalueren, moet je ons informatie bezorgen via het portaal Mijn Kind en Gezin. Volg het stappenplan hieronder om toegang te krijgen tot je aanvraag.

    1. Klik bovenaan deze pagina op Mijn Kind en Gezin of surf rechtstreeks naar mijn.kindengezin.be.
    2. Klik op Specifieke ondersteuningsnood. 
    3. Meld je aan via een van de mogelijkheden. Bel 1700, het gratis informatienummer van de Vlaamse Overheid, als je hier vragen over hebt of hulp nodig hebt. 
    4. Klik op de aanvraag voor je kind in het portaal. 

Contactpersoon (3)

  • Opgroeien verstuurt alle correspondentie naar de contactpersoon. Enkel de contactpersoon kan inloggen in het portaal Mijn Kind en Gezin.

  • Enkel de huidige contactpersoon kan de contactpersoon voor de evaluatie van de ondersteuningsnood laten wijzigen.

    Je kan dat doen door een mail te sturen naar zoe.info@opgroeien.be. Vermeld in je mail het attestnummer in de onderwerpregel en geef duidelijk aan wie de nieuwe contactpersoon is. Opgelet: de nieuwe contactpersoon moet begunstigde zijn voor het Groeipakket. Ben je niet zeker of de nieuwe contactpersoon begunstigde is? Contacteer dan je uitbetaler Groeipakket.

  • De contactpersoon is de ouder die ook begunstigde is voor het Groeipakket.

    Sinds de start van het Groeipakket kunnen beide ouders begunstigde zijn. In dat geval duidt Opgroeien automatisch de begunstigde die op hetzelfde adres woont als het kind aan als contactpersoon. Als beide begunstigden op hetzelfde adres wonen als dat van het kind, dan wordt de jongste begunstigde de contactpersoon.

Clusterprocedure (7)

  • De meest voorkomende aandoeningen bij kinderen met een ondersteuningsnood kennen een vrij voorspelbaar verloop op langere termijn. Ze kunnen gegroepeerd of 'geclusterd' worden tot vijf doelgroepen. Als je kind een aandoening of beperking heeft waardoor het binnen een van die vijf doelgroepen valt, dan kan een evaluatie sneller en voor een langere termijn uitgevoerd worden.

    Per doelgroep heeft een multidisciplinair expertenteam het puntenaantal vastgelegd dat overeenstemt met de beperking in functioneren en met de specifieke ondersteuningsnood van die kinderen. Als het aanvraagdossier van je kind de minimale indicatoren bevat om opgenomen te worden in een doelgroep of 'cluster', dan wordt de aanvraag verwerkt volgens de clusterprocedure. Je ontvangt het resultaat van de evaluatie in je eBox of per brief.

    Vijf doelgroepen

    De vijf doelgroepen voor de clusterprocedure zijn:

    1. Kinderen met ADHD en/of ASS met een normale tot zwakke begaafdheid
    2. Kinderen met een mentale retardatie
    3. Kinderen met een mentale retardatie én ADHD en/of ASS
    4. Kinderen met diabetes
    5. Kinderen met visusstoornissen of gehoorstoornissen

    Opgelet: Bij de evaluatie wordt niet enkel naar de diagnose gekeken naar vooral naar de extra zorg en ondersteuning die je kind nodig heeft in vergelijking met leeftijdsgenoten.

  • Als de aanvraag voor je kind via de clusterprocedure werd geëvalueerd, geldt het attest vanaf de eerste dag van de maand waaraan voldaan is aan alle minimale indicatoren.

    Voorbeeld

    De aanvraag voor je kind bevat de volgende minimale gegevens:

    • Diagnose ADHD in mei 2022
    • IQ-test in juni 2022
    • Buitengewoon onderwijs type 3 vanaf september 2022

    Het attest geldt dan vanaf september 2022. Vanaf dan is namelijk pas voldaan aan alle minimale indicatoren om in aanmerking te komen.

  • In de clusterprocedure wordt een puntenaantal gegeven over een lange periode. Er zullen tijdens die periode momenten zijn in de ontwikkeling van je kind waarop je kind tijdelijk meer of minder zorg vraagt. Het toegekende puntenaantal moet gezien worden als een gemiddelde over de volledige periode.

  • Neen. De clusterprocedure maakt deel uit van de normale werking voor de evaluatie van de ondersteuningsnood en bij alle aanvragen wordt dus dezelfde informatie verstuurd bij het opstarten van de aanvraag.

  • Neen. Als je kind meerdere aandoeningen heeft waardoor het niet in aanmerking komt voor de clusterprocedure, dan wordt de aanvraag behandeld via de standaardprocedure.

  • Neen. Je kind komt enkel in aanmerking voor de clusterprocedure als het kind geen bijkomende medische pathologie heeft. Bovendien moeten ook de minimale gegevens voor de doelgroep in de aanvraag te vinden zijn. Als de minimale gegevens niet aanwezig zijn, dan worden die via een brief bij de ouders opgevraagd of dan wordt de aanvraag verder behandeld via de standaardprocedure.

  • De meest voorkomende aandoeningen bij kinderen met een ondersteuningsnood kennen een vrij voorspelbaar verloop op langere termijn. Voor de meeste doelgroepen binnen de clusterprocedure geldt de beslissing tot 21 jaar.

Indieningstermijn (3)

  • Een herziening wordt systematisch opgestart, 6 maanden voor de einddatum van de beslissing. Vul het psychosociaal inlichtingenformulier zo grondig mogelijk in via het digitaal platform Mijn Kind en Gezin. Contacteer je GMD-houdend of behandelend arts om het medisch inlichtingenformulier te vervolledigen (in eHealth). Je hebt hiervoor 4 maanden tijd. Er is geen uitstel mogelijk

  • We raden je aan om het psychosociaal inlichtingenformulier zo grondig mogelijk in te vullen en ons zo snel mogelijk te bezorgen via het digitaal platform Mijn Kind en Gezin. Contacteer je GMD-houdend of behandelend arts om het medisch inlichtingenformulier te vervolledigen (in eHealth).

    De uiterste datum waarop de inlichtingenformulieren ingevuld moeten zijn staat vermeld op het portaal Mijn Kind en Gezin. Heb je na die datum nog meer tijd nodig, vraag dan aan je uitbetaler Groeipakket om je aanvraag te annuleren. Je kan later een nieuwe aanvraag indienen bij je uitbetaler Groeipakket.

  • Inlichtingenformulieren

    We raden je aan om het psychosociaal inlichtingenformulier zo grondig mogelijk in te vullen en ons zo snel mogelijk te bezorgen via het digitaal platform Mijn Kind en Gezin. Contacteer je GMD-houdend of behandelend arts om het medisch inlichtingenformulier te vervolledigen (in eHealth). Je hebt hiervoor 4 maanden tijd. Je kan maximaal 4 maanden uitstel vragen.

    Specifieke vragenlijsten

    Bij het invullen van het psychosociaal inlichtingenformulier verschijnt een overzicht van de formulieren die je aan Opgroeien moet bezorgen. Gebruik daarvoor bij voorkeur de vragenlijsten. Je kan deze informatie aan je aanvraag toevoegen tot je bericht krijgt dat:

    • je aanvraag voor evaluatie werd toegewezen aan de arts
    • je kind werd uitgenodigd voor een (video)consult.

    De arts zal op basis van de beschikbare documenten de specifieke ondersteuningsnood van je kind evalueren.

    Als de ondersteuningsnood van je kind zou toenemen (bv. door achteruitgang van de gezondheidstoestand, het optreden van een nieuwe pathologie of een wijziging van schoolrichting en/of intensievere therapeutische ondersteuning), dan kan je bij je uitbetaler Groeipakket een vraag tot herziening indienen.

Doorlooptijd (2)

  • Als er een ernstig gevaar bestaat voor de gezondheid van je kind, dan zal de behandelend arts dit aanduiden bij de medische gegevens en zal je aanvraag met voorrang behandeld worden.

    Het is ons streven om alle kinderen, die ervoor in aanmerking komen, gelijke kansen te geven op een zorgtoeslag. Daarom zou het onfair zijn in te gaan op de vraag om een aanvraag voor een andere reden voorrang te geven.

  • De tijdsduur die ouders nodig hebben om alle informatie te verzamelen en te bezorgen aan Opgroeien varieert tussen 4 en 8 maanden. Pas wanneer Opgroeien over alle informatie beschikt is een aanvraag klaar voor evaluatie. Vanaf dat moment streeft Opgroeien ernaar om de evaluaties te verwerken binnen 3 maanden.

    Dit engagement geldt voor alle aanvragen ingediend vanaf 1 oktober 2022.

    Voorbeeld

    Je dient een aanvraag zorgtoeslag in voor je kind op 27 oktober 2022. Op 27 februari 2023 heeft Opgroeien alle nodige informatie ontvangen en is je aanvraag klaar voor evaluatie. Opgroeien streeft er dan naar om de evaluatie uit te voeren en je het resultaat te bezorgen vóór 27 mei 2023.

Status (3)

  • De status van een aanvraag wordt automatisch op Dossier volledig gezet als Opgroeien het psychosociaal en het medisch inlichtingenformulier ontvangen en nagekeken heeft.

    Dat beide formulieren ontvangen werden, betekent echter niet dat Opgroeien over alle nodige informatie beschikt. Er worden bijkomende documenten opgevraagd als:

    • Er nog elementen ontbreken om een zo getrouw mogelijke evaluatie te kunnen doen. Soms bevatten de formulieren voldoende informatie om een evaluatie te kunnen uitvoeren, maar ontbreken er nog specifieke documenten om met bepaalde zaken rekening te kunnen houden bij het toekennen van de punten.
    • De formulieren onvoldoende informatie bevatten om een evaluatie te kunnen uitvoeren.
  • Je kan terecht op het digitaal portaal Mijn Kind en Gezin voor een stand van zaken van je aanvraag.

    1. Ga daarvoor naar het digitaal portaal
    2. Klik op de tegel Specifieke ondersteuningsnood om je aan te melden om toegang te krijgen tot je aanvraag. Dit kan je eventueel doen samen met een vertrouwenspersoon/iemand die de situatie van je kind en je gezin goed kent (bv. een sociaal werker, een tolk …).

    Op je online aanvraag op Mijn Kind en Gezin kan je ook:

    • Het psychosociaal inlichtingenformulier invullen en indienen
    • De vragenlijsten opladen
    • Je contactgegevens (telefoonnummer, emailadres)  invullen of verbeteren
    • Het patiëntenrechtenformulier opladen (als je een vertrouwenspersoon wilt aanduiden)
  • Resultaat van de evaluatie

    Voor meer informatie over het resultaat van de evaluatie kan je terecht bij team Zoë:

    Voor een stand van zaken van het dossier van je kind kan je de status raadplegen op het digitaal platform Mijn Kind en Gezin.

    Voor vragen over de beslissing van de uitbetaler Groeipakket (over het toegekende bedrag, de termijn of het recht op zorgtoeslag) neem je het best contact op met de uitbetaler.

Consult evaluerend arts (4)

  • NeenAls de aanvraag voor je kind de nodige informatie bevat (psychosociaal inlichtingenformulier, medisch inlichtingenformulier en eventuele bijkomende vragenlijsten), dan duidt Opgroeien een evaluerend arts aan. Die arts voert vervolgens de evaluatie uit op basis van de informatie die je aan Opgroeien bezorgde. Je moet dus niet langsgaan bij de arts.

    Een (video)consult wordt enkel nog ingepland als de arts vindt dat een (video)consult nodig is om te evalueren. Je kan ook als ouder op het psychosociaal inlichtingenformulier aanduiden dat je toch een (video)consult wil bij de evaluerend arts. Hou er wel rekening mee dat de doorlooptijd van de aanvraag daardoor kan verlengen.

  • Ja. Je kind moet aanwezig zijn bij het videoconsult om:

    • zich te identificeren
    • bepaalde handelingen uit te voeren op vraag van de arts.

    Je kind hoeft niet de hele tijd aanwezig te zijn. Je kan nog zaken bespreken met de arts nadat je kind de ruimte heeft verlaten.

  • Een consult bij een evaluerend arts neemt gemiddeld 20 minuten in beslag. Uiteraard is dat afhankelijk van kind tot kind en nemen onze evaluerend artsen de tijd die nodig is om een correcte evaluatie uit te voeren. 

  • We begrijpen dat het niet evident is om tijdens de schooluren met je kind op consult bij de evaluerend arts te komen. De arts kan jullie niet ontvangen buiten de kantooruren, maar kan wel een geldig afwezigheidsattest voor de school en je werk bezorgen.  

    Indien je toch de afspraak wenst te verplaatsen naar een later moment, dan kan je ons opnieuw contacteren via het nummer 02 533 13 41.

Administratieve verlenging (5)

  • Door de administratieve verlenging van de beslissingstermijn blijven ook de bijkomende rechten gegarandeerd.

    Belangrijk

    Deze maatregel geldt enkel voor de herzieningen die systematisch opgestart worden door Opgroeien, niet voor herzieningen op vraag van ouders.

  • Zodra het nieuwe resultaat van de evaluatie bekend is, ontvang je het bedrag dat hoort bij de nieuwe evaluatie.

    • Het resultaat van de nieuwe evaluatie levert een hoger aantal punten op:
      • Een hoger aantal punten kan mogelijk recht geven op een hoger bedrag zorgtoeslag. In dat geval wordt het verschil tussen de betaalde zorgtoeslag en de hogere zorgtoeslag, waarop je op basis van de nieuwe evaluatie recht hebt, met terugwerkende kracht toegekend tot de einddatum van de vorige beslissing.
    • Het resultaat van de nieuwe evaluatie levert een lager aantal punten op:
      • Als zou blijken dat je te veel zorgtoeslag hebt ontvangen in de periode dat er nog geen nieuw resultaat van de evaluatie bekend is, dan moet je dat niet terugbetalen.
    Belangrijk

    Deze maatregel geldt enkel voor de herzieningen die systematisch opgestart worden door Opgroeien, niet voor herzieningen op vraag van ouders.

  • Opgroeien zal een beslissingstermijn administratief verlengen als er niet tijdig over een herziening kan worden beslist. Deze maatregel geldt niet voor aanvragen waarbij de gevraagde informatie niet ingediend werd:

    • psychosociaal inlichtingenformulier (via het portaal Mijn Kind en Gezin);
    • medisch inlichtingenformulier (via eHealth).

    Kinderen voor wie we de inlichtingenformulieren niet ontvangen hebben krijgen een herinneringsbrief of een bericht via eBox.

    De administratieve verlenging is ook niet van toepassing bij een herziening op vraag van de ouders.

  • De maatregel waarbij Opgroeien een beslissingstermijn administratief verlengt als er niet tijdig over een herziening kan worden beslist, zorgt ervoor dat je uitbetaler Groeipakket de zorgtoeslag kan uitbetalen met terugwerkende kracht tot de einddatum van de vorige beslissing. Opgroeien vermijdt zo dat de zorgtoeslag voor je kind wordt stopgezet omdat er niet tijdig een evaluatie kan worden uitgevoerd. Zo blijven ook je bijkomende rechten (zoals het sociaal tarief voor gas en elektriciteit, de vermindering van de onroerende voorheffing, het zorgbudget …) behouden.

    Belangrijk

    Deze maatregel geldt enkel voor de herzieningen die systematisch opgestart worden door Opgroeien, niet voor herzieningen op vraag van ouders.

  • Wanneer je als ouder het medisch en psychosociaal inlichtingenformulier bezorgde, maar Opgroeien niet tijdig een nieuwe evaluatie kan uitvoeren, dan wordt de zorgtoeslag automatisch (verder) toegekend. Op basis van die administratieve verlenging van Opgroeien kan je uitbetaler Groeipakket de zorgtoeslag blijven doorbetalen.

    Belangrijk

    Deze maatregel geldt enkel voor de herzieningen die systematisch opgestart worden door Opgroeien, niet voor herzieningen op vraag van ouders.

eBox en Mijn Burgerprofiel (3)

  • eBox is een federale elektronische brievenbus waarmee je op een veilige en snelle manier berichten kan ontvangen van de overheid over de verschillende lagen van de overheid heen (lokaal, provinciaal, Vlaams, federaal …). Je vindt er dus de berichten van alle overheidsdiensten die al geïntegreerd zijn met eBox, waaronder het Groeipakket en dus ook de zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte.

    Mijn Burgerprofiel vormt dan weer een persoonlijk overzicht van al je overheidszaken, waarin al je officiële gegevens en je overheidsadministratie verzameld worden. Je kan er onder meer een stand van zaken van je dossiers opvragen, gegevens inkijken, attesten downloaden, vergunningen en premies aanvragen … Mijn Burgerprofiel vormt dus de plek waar al je digitale overheidszaken kan regelen en je dus ook updates kan krijgen over je aanvraag zorgtoeslag.

    Koppel je eBox met Mijn Burgerprofiel

    Je kan de berichten die je krijgt via je eBox ook in Mijn Burgerprofiel laten toekomen en raadplegen. Zo vind je al je overheidscommunicatie op dezelfde digitale plek en moet je dus minder verschillende websites bezoeken om een overzicht te krijgen van je overheidszaken.

  • Neen. Je kiest zelf of je eBox activeert om de communicatie rond je aanvraag te ontvangen. Het voordeel van eBox is dat alle communicatie online kan verlopen, wat veiliger en sneller is. Als je eBox niet activeert, ontvang je alle communicatie per brief.

  • Sinds september 2022 krijg je een melding van Mijn Burgerprofiel over je aanvraag zorgtoeslag:

    • Bij elke stap die de aanvraag doorloopt (deze stappen zijn ook zichtbaar op het portaal Mijn Kind en Gezin)
    • Twee weken voor je indieningstermijn afloopt
    • Als de behandelend arts het medisch inlichtingenformulier aan Opgroeien bezorgd heeft via eHealth
    • Twee dagen voor je afspraak bij een evaluerend arts (als er een consult nodig is bij je aanvraag)

Andere rechten (7)

  • Door de administratieve verlenging van de beslissingstermijn blijven ook de bijkomende rechten gegarandeerd.

    Belangrijk

    Deze maatregel geldt enkel voor de herzieningen die systematisch opgestart worden door Opgroeien, niet voor herzieningen op vraag van ouders.

  • Een kind met een ondersteuningsnood behoudt het basisbedrag Groeipakket tot de leeftijd van 21 jaar. Als je kind niet meer naar school gaat, is het belangrijk om de ondersteuningsnood te laten vaststellen als je dat basisbedrag niet wil verliezen.

  • Het attest dat je ontvangen hebt werd afgestemd met de FOD Economie. Een stempel is niet nodig.

  • De gas- en elektriciteitsmaatschappijen bepalen zelf of je in aanmerking komt voor het sociaal tarief. Ze baseren zich daarvoor op het resultaat van de evaluatie van de ondersteuningsnood. Opgroeien bezorgt dat resultaat om de drie maanden aan de gas- en elektriciteitsmaatschappijen.

    Normaal gezien wordt het recht automatisch toegekend. Als de voor- en/of achternaam (of de schrijfwijze ervan) of de geboortedatum op het energiecontract ontbreken of niet overeenstemmen met de officiële gegevens (zoals vermeld op de identiteitskaart) van de persoon die het energiecontract heeft afgesloten, dan verloopt de elektronische uitwisseling niet automatisch. Je ontvangt dan van Opgroeien een brief met een papieren attest om zelf te bezorgen aan je gas- en elektriciteitsmaatschappij.

  • Opgroeien werkt samen met het VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap) om een European Disability Card (EDC) af te leveren.

    Als je kind in aanmerking komt voor een zorgtoeslag (minstens 4 punten in pijler 1 of 6 punten in totaal), dan geven we je gegevens door aan het VAPH. Vanaf de maand na het toekennen van de beslissing kan je bij hen de kaart digitaal aanvragen.

    De kaart wordt dan aangemaakt en per post naar je persoonlijk adres verstuurd. De totale verwerkingstijd, van VAPH-aanvraag tot het afleveren van de kaart, neemt in totaal een dertigtal dagen in beslag.

    De kaart kan enkel digitaal aangevraagd worden met de e-Id van je kind. Heeft je kind nog geen e-Id of heb je geen toegang tot het internet? Neem dan telefonisch contact op met het provinciaal kantoor van het VAPH. Zij zullen dan de aanvraag voor je indienen (telefonisch).

  • Een parkeerkaart kan je aanvragen bij de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid.

  • De punten behaald op de medisch-sociale schaal kunnen ook aanleiding geven tot bijkomende sociale en fiscale rechten/voordelen bij verschillende (overheids)diensten. De betrokken diensten hebben via uitwisseling met de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ - de federale overheidsdienst die informatie vanuit verschillende overheidsbronnen integreert en beheert) toegang tot het resultaat van de evaluatie van de ondersteuningsnood. Op basis daarvan bepalen zij of je kind voldoet aan de voorwaarden en zo ja, kennen zij het recht toe.  

    De meeste rechten worden automatisch toegekend, zonder bijkomende aanvraag.
    Sommige rechten worden niet automatisch toegekend. Richt je rechtstreeks tot de betrokken diensten voor een aanvraag of voor bijkomende informatie.

Klachten (7)

  • Ja. Je kan gratis in beroep gaan tegen een beslissing bij de arbeidsrechtbank, behalve als het beroep als ‘tergend’ of ‘roekeloos’ wordt beschouwd (artikel 1017 Gerechtelijk Wetboek).

  • Je kunt tegen de beslissing van je uitbetaler Groeipakket beroep instellen bij de arbeidsrechtbank.

    Dat doe je door een gedateerd en ondertekend verzoekschrift aangetekend te sturen naar de griffie van de arbeidsrechtbank bevoegd voor jouw kanton. Je vindt welke rechtbank bevoegd is voor jouw woonplaats via https://territoriale-bevoegdheid.just.fgov.be/cgi-main/competence-territoriale.pl.

    Je kunt je verzoekschrift daar ook zelf indienen.

    Je hebt daarvoor drie maanden, te rekenen vanaf de derde dag na de dag waarop je op de hoogte werd gebracht van de beslissing van je uitbetaler Groeipakket.

    In beroep gaan kan kosteloos, behalve als het beroep als 'tergend' of 'roekeloos' wordt beschouwd (artikel 1017 Gerechtelijk Wetboek).

    Je kunt zelf naar de rechtbank gaan of je laten vertegenwoordigen door een afgevaardigde van de vakbond met een schriftelijke volmacht. Een advocaat nemen kan op eigen kosten. De rechter kan ook je echtgenoot, de persoon met wie je wettelijk samenwoont of een (bloed)verwant toestemming verlenen om je te vertegenwoordigen met een schriftelijke volmacht (artikel 728 Gerechtelijk Wetboek).

  • Je kan een klacht indienen bij de Vlaamse Ombudsdienst via:

    Wist je dat?

    Je kan ook langsgaan, als je vooraf een afspraak maakt.

  • Voor meer informatie over de mogelijkheid om de beroepstermijn te verlengen, neem je het best contact op met je uitbetaler Groeipakket.

  • Als je niet tevreden bent over het contact met je uitbetaler Groeipakket: 

  • Ben je niet tevreden over de manier waarop je behandeld werd, de doorlooptijd, het verloop …:

  • Wacht altijd de beslissing van je uitbetaler af. Als je niet akkoord bent met die beslissing dan kan je:

    Voor beslissingen genomen vóór 1 januari 2019 geldt een beroepstermijn van 10 jaar.

Kind en Gezin Magazines (2)

Thema's van Kind en Gezin (8)

  • De Hoge Gezondheidsraad raadt zwemmen met baby’s jonger dan 12 maanden af in de Belgische zwembaden.

    • Een baby (kwetsbaar wegens hyperactieve slijmvliezen of immature longen) komt best nog niet met chloordampen in contact.
    • De voordelen van zwemmen en bewegen voor een heel jong kind in het water wegen op dit moment niet op tegen het risico van mogelijke infecties.
    • Neem zelf meer tijd voor de gewenning van je baby aan het water tijdens het badritueel of momenten van samen onder de douche thuis.

    Watergewenning en babyzwemmen kan zodra je baby 1 jaar oud is in goede hygiënische omstandigheden en in gecontroleerde zwembaden.

    Zwemmen is aan te raden voor kinderen vanaf 4 jaar. Pas dan kan een kind de zwemtechniek goed aanleren en zich juist in het water bewegen.

    • Hou voortdurend toezicht! In openbare zwembaden kan een kind eventjes aan het zicht van de redders ontsnappen.
    • Leer je kind niet te lopen rond het zwembad: doordat de vloer nat is, kan je kind makkelijk wegglijden in het water.
    • Let op de veiligheidsvoorschriften die door pictogrammen of geschreven instructies zijn aangegeven.
    • Leer je kind het verschil tussen diep en ondiep water.
  • Vocht is onmisbaar voor het lichaam. Dit geldt ook voor kinderen.

    Maar: de eerste 6 maanden heeft de baby alleen melkvoeding (borst- of kunstvoeding) nodig. Extra drank vermindert de eetlust waardoor je baby geen melkvoeding zal drinken.
    Bij borstvoeding zorgt extra drank voor een verstoring van de melkproductie.

    Na de leeftijd van 6 maanden drinkt je baby per dag nog minstens een halve liter melkvoeding of borstvoeding op vraag. Naast de vaste voeding die vocht bevat, heeft je baby ook nood aan extra drinken, zeker bij warm weer. Vaker aanleggen kan bij borstvoeding tegemoet komen aan die extra behoefte. Een beetje water geven kan ook.

    Kies bij voorkeur plat, mineraalarm water.

  • Je mag met je pasgeboren baby direct buiten komen. Dat is gezond voor je kindje. De zonnestralen zorgen voor de aanmaak van vitamine D en stevige botten. 
    Pas de kleding van je baby en zijn bedekking (wandelwagen ...) aan de omgevingstemperatuur aan. Bescherm je kindje in de zomer extra tegen de zon en in de winter tegen de koude. Is de baby te vroeg geboren of is zijn gewicht erg laag, vraag dit dan toch even na bij de arts.

  • Hou er rekening mee dat een kindje tijd nodig heeft om op andere manieren te leren drinken. Dwingen heeft een averechts effect en vermijd je beter. Blijf zelf rustig en biedt een fles aan als je kindje ontspannen is. Enkele tips die kunnen helpen:

    • Verwacht niet onmiddellijk succes, het is heel normaal dat je kindje even moet wennen aan de nieuwe ervaring.
    • Gebruik de eerste keren vers afgekolfde melk, zodat er geen smaakverschil is.
    • Laat iemand anders, die rustig en ontspannen is, de fles geven terwijl mama niet in de buurt is.
    • Bied het flesje aan bij de eerste hongersignalen of iets eerder dan het gebruikelijke voedingsmoment: een te hongerige baby raakt sneller overstuur.
    • Duw de speen niet in het mondje, maar laat je baby zelf aanhappen.
    • Leid je baby af en maak hem of haar weer rustig door rond te wandelen, te wiegen, zacht te zingen of te praten.
    • Kies een andere voedingshouding of voed je baby in de draagzak of terwijl hij of zij in een relaxstoeltje zit.
    • Probeer eens een andere speen uit: een andere vorm, ander materiaal… of dompel het speentje eventueel eerst in moedermelk.
    • Blijf geduldig en forceer niet. Als je baby enkele keren weigert en overstuur raakt, probeer dan een uurtje later opnieuw. Als je baby blijft weigeren, biedt dan niet onmiddellijk de borst aan.
    • Als het de bedoeling is om de borstvoeding gedeeltelijk of volledig af te bouwen: bied dan verschillende dagen na elkaar, steeds op hetzelfde tijdstip, het flesje aan.
    • Afhankelijk van de leeftijd van je kind kan je andere manieren van voeden overwegen: ingedikt papje, cupje, bekertje…

     

    Twijfels of vragen?

    Als je kindje blijft weigeren of als je echt ongerust bent, kan je advies en ondersteuning aan je verpleegkundige vragen. Soms is een individuele aanpak nodig. Zij zal samen met jou op zoek gaan naar de meest geschikte oplossing die rekening houdt met jouw specifieke situatie.

  • Steviolglycosiden (beter bekend als Stevia) zijn extracten uit de blaadjes van de steviaplant, een plant uit Zuid-Amerika. Deze zoetstof:

    • is 200 tot 300 keer zoeter dan gewone suiker
    • heeft geen effect op de bloedsuikerspiegel en is daarom geschikt voor mensen met diabetes
    • is tandvriendelijk
    • is van natuurlijke oorsprong (niet synthetisch zoals aspartaam of cyclamaten)
    • is veel duurder dan suiker
    • heeft een bittere, drop-achtige nasmaak die niet door iedereen geapprecieerd wordt. De bitterheid neemt af als stevia wordt gemengd met suikers zoals sacharose, fructose of glucose.
    • levert geen calorieën. Producten waarin stevia is verwerkt, bevatten wel calorieën omdat in het algemeen maar een derde van de suiker vervangen kan worden door stevia omwille van de bittere nasmaak. Producten gezoet met Stevia hebben wel vaak tot 30% minder calorieën dan vergelijkbare producten. 
    • is hittestabiel dus ook geschikt voor gekookte en gebakken producten. 

    Stevia mag sinds 2011 in de Europese Unie gebruikt worden. Het is een veilige zoetstof zolang het gebruik onder de aanvaardbare dagelijkse inname blijft. Het is niet omdat stevia uit planten gehaald wordt en dus 'natuurlijk' is, dat het onbeperkt kan gebruikt worden. De aanvaardbare dagelijkse inname is op advies van de European Food Safety Authority (EFSA) vastgelegd op 4 mg/kg lichaamsgewicht per dag. In de Europese wetgeving staat voor welke producten het gebruik is toegestaan: in light frisdranken en light bier, yoghurtdranken, ijs, desserts, vruchtennectar, confituur, snoep, chocolade, kauwgom, salades, soepen, sauzen en tafelzoetstoffen. Het is wettelijk verplicht de aanwezigheid te vermelden in de ingrediëntenlijst op het etiket. Voor voedingsmiddelen met steviolglycosiden moet er staan: 'zoetstof: steviolglycosiden' of 'zoetstof: E960'. 

    Bij kinderen wordt de aanvaardbare dagelijkse inname sneller bereikt. We raden voor kinderen het gebruik van (kunstmatige) zoetstoffen, ook stevia, af.

     

  • De antistoffen tegen kinkhoest dalen en verdwijnen zelfs 5 tot 10  jaar na de laatste kinkhoestvaccinatie. Ook na het doormaken van een natuurlijke kinkhoestinfectie is een levenslange immuniteit tegen de ziekte niet gegarandeerd. Hierdoor ontstaat een groter wordende groep van adolescenten en volwassenen die onvoldoende of niet meer beschermd zijn. Zij maken de ziekte zelf door of geven ze door aan baby's die nog niet (volledig) gevaccineerd zijn. Bij een kind is kinkhoest ernstig en zelfs dodelijk.

    Om die groep van kinderen te beschermen is het belangrijk dat alle volwassenen zich laten vaccineren.

    De Hoge Gezondheidsraad van België geeft over kinkhoestvaccinatie bij volwassenen de volgende aanbeveling: Voor alle volwassenen wordt de toediening van één dosis dTpa (gecombineerd vaccin tegen difterie, tetanus, kinkhoest voor volwassenen) aanbevolen, ongeacht de voorgeschiedenis van een (volledige of onvolledige) kinkhoestvaccinatie, en zeker diegenen die in contact komen met baby's volgens het principe van de ‘cocoonvaccinatie’ (bv. jonge of toekomstige ouders, grootouders en hun naaste familiecontacten alsook het verzorgend personeel van pediatrische diensten, materniteiten en opvangvoorzieningen van baby's en peuters).

    Cocoonvaccinatie is het vaccineren van de personen in de nabije contactomgeving van baby's.

    Daarnaast beveelt de Hoge Gezondheidsraad kinkhoestvaccinatie ook aan voor iedere zwangere vrouw tussen week 24 en week 32 van de zwangerschap en dit bij elke zwangerschap, ongeacht of de vrouw voordien een herhalingsinenting kreeg.

    Op die manier maakt de aanstaande moeder antistoffen tegen kinkhoest aan, die ze via de placenta doorgeeft aan het ongeboren kind. Zo is de baby vanaf de geboorte beschermd in afwachting dat hij of zij zelf antistoffen tegen kinkhoest aanmaakt door de vaccinaties.

    Vanaf 1 juli 2014 stelt de Vlaamse overheid combinatievaccins tegen tetanus, difterie en kinkhoest gratis ter beschikking om zwangere vrouwen te vaccineren en om een herhalingsinenting toe te dienen aan volwassenen.

    Als de vaccinatie niet tijdens de zwangerschap wordt gegeven, wordt ze zo snel mogelijk na de bevalling toegediend als onderdeel van de cocoonstrategie.

    In geval de zwangere vrouw tijdens de zwangerschap werd ingeënt of deze inenting onmiddellijk na de bevalling gepland is, blijft ‘cocoonvaccinatie’ voor partner en andere adolescenten en volwassenen die met de baby in contact komen zeker aanbevolen. Deze ‘cocoonvaccinatie’ wordt best uitgevoerd een paar weken voor de bevalling.

    Een apart vaccin alleen tegen kinkhoest is niet beschikbaar in België. Er wordt gebruik gemaakt van een combinatievaccin. Dit combinatievaccin beschermt niet alleen tegen kinkhoest maar tegelijk ook tegen tetanus (klem) en difterie (kroep).

    Er zijn geen contra-indicaties voor de toediening van het vaccin, tenzij je een aangetoonde allergie voor het vaccin hebt vertoond.

    Lees meer over vaccinatie

  • Knuffels kunnen het hoofd bedekken, waardoor een baby te warm kan krijgen.

    • Leer een baby onder de 6 maanden niet aan om met een knuffel te slapen. Onderzoek toont aan dat knuffels voor deze baby's nog geen emotionele rol vervullen.
    • Vanaf de leeftijd van 6 maanden kan een knuffel of doekje een geborgen gevoel geven. Een kind dat wakker is kan met zijn knuffel spelen of er troost bij zoeken.
    • Heeft je kind zijn of haar knuffel nodig om in slaap te raken, neem hem dan weg zodra je kind slaapt. Zet de knuffel op een plekje waar je kind hem kan zien.

    In de opvang

    Het advies hierboven geldt ook voor de kinderopvang, maar omdat dit advies niet letterlijk in de regelgeving is opgenomen, kan Kind en Gezin het niet afdwingen. De kinderopvang kan zelf beslissen om er van af te wijken en nagaan of de veiligheid op een andere manier kan gewaarborgd worden. Zo kan je bijvoorbeeld beslissen om een tijdje het toezicht te verhogen (bv. bij het zoeken naar een oplossing rond een knuffel).

    Voor de opvang is het echter niet eenvoudig om zomaar af te wijken van aanbevelingen: als er iets met een kind gebeurt, kan de opvang door een rechter aansprakelijk worden gesteld.

    Bovendien zijn de aanbevelingen van Kind en Gezin op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd en hebben ze hun succes in de praktijk bewezen: sinds ouders en kinderopvangvoorzieningen ze toepassen, zijn het aantal sterfgevallen omwille van wiegendood sterk gedaald.

    Lees meer over veilig slapen

  • Een baby die steeds in slaap valt aan de borst, is erg lastig voor de mama. 

    In de eerste weken zou je baby minstens 8 tot 12 voedingen per 24 uur moeten hebben om een goede melkproductie op gang te brengen. Tijdens de borstvoeding zou je baby minstens 10 à 20 minuten actief moeten drinken. Meestal hoort je als mama de baby ook ook slikken. 

    Als je baby minder frequent borstvoeding vraagt of tijdens de borstvoeding te passief is, zal je baby minder melk binnen krijgen dan hij of zij nodig heeft. Je baby zal dan minder plassen en stoelgang maken en zijn of haar groei zal vertragen. Een ander gevolg is dat de melkproductie onvoldoende gestimuleerd wordt of dat de borst onvoldoende leeggedronken wordt, wat op een verstopt melkkanaaltje of een borstontsteking kan veroorzaken.

    Het is dus zowel voor de baby als voor de mama belangrijk dat de slaperige baby goed gewekt wordt voor een voeding.

    Mogelijke oorzaken

    • een langdurige bevalling of bepaalde medicijnen die de mama tijdens de bevalling gekregen heeft
    • lichamelijke problemen bij je baby zoals geelzucht of een infectie

    Tips

    • Als je baby moeilijk te wekken is of als je denkt dat hij of zij te weinig voeding krijgt, raadpleeg dan je verpleegkundige, vroedvrouw of lactatiekundige. Mogelijk is ook een controle door een arts nodig om uit te sluiten dat er een medisch probleem aan de oorzaak van de slaperigheid ligt.
    • Extra aandacht is nodig bij een baby met geelzucht. Een baby met een hoge bilirubineconcentratie in het bloed is vaak suf. Hij of zij lijkt tevreden, maar is te slaperig om voldoende te eten. Herken je dit, neem dan zo snel mogelijk contact op met je arts.

    Voor de borstvoeding

    • Houd je baby rechtop en praat tegen hem of haar.
    • De handjes en de voetjes masseren en over zijn of haar rug wrijven maakt je baby alert. 
    • Door kleedjes uit te doen en de luier te wisselen, wek je je baby. 
    • Je kan zijn of haar voorhoofd en gezichtje met een koele vochtige doek deppen
    • Masseer enkele druppels moedermelk uit je tepels.

    Tijdens de borstvoeding

    • Een voldoende alerte baby zal zijn of haar mondje ver open doen tijdens het aanhappen.
    • Maak huidcontact bij het aanleggen.
    • Probeer een zittende houding aan (bv. rugbyhouding)
    • Wissel vaker van borst tijdens 1 borstvoeding.
    • Borstcompressie zorgt ervoor dat de melk sneller zal stromen waardoor je baby minder snel terug in slaap zal vallen. Omvat daarom, op het moment dat je baby zuigt, je borst stevig en zo dicht mogelijk bij de ribbenkast. Je mag gerust wat druk uitoefenen, zolang het maar geen pijn doet. Wanneer je baby stopt met zuigen, laat je de druk weg. Je kan je hand nu eventueel een beetje verplaatsen en zodra je baby weer zuigt, de druk verhogen op een andere plaats, maar steeds dichtbij de borstkas en dus achter de gevulde melkklieren.

Inkomenstarief (36)

  • Als je kinderopvang nog actief is:

    Stap 1: Het fiscaal attest is een verantwoordelijkheid van de organisator van de kinderopvang. Als een organisator geen fiscaal attest aflevert of als er fouten op staan, contacteer dan de kinderopvang om dit recht te zetten. Doe dit schriftelijk, zodat je hiervan een bewijs hebt.  

    Stap 2: Bezorgt de organisator dit attest na aandringen nog steeds niet? Meld dit probleem aan je lokaal belastingkantoor. De dienst die de organisator opvolgt kan dan verdere stappen ondernemen.

    Stap 3: Heeft de organisator na stappen 1 en 2 tegen de deadline voor het indienen van de belastingsaangifte nog steeds het attest niet afgeleverd of de rechtzetting niet gedaan? Dan kan je je op overmacht beroepen. In dat geval moet je:

    1. kunnen aantonen dat je in een situatie van overmacht zit (aan de hand van de mails of brieven met de herinnering aan de organisator om het attest af te leveren, mail naar het belastingkantoor,…).
    2. met de nodige bewijsmiddelen de kinderopvangkosten aantonen: aantal dagen en welke bedragen

    Als je kinderopvang niet meer actief is (vergunning opgeheven/failliet/…):

    Als de kinderopvang op non-actief staat : de vergunning is opgeheven of geschorst.

    Volg dezelfde stappen als hierboven (je kinderopvang is nog actief)

    Als de opvang/(rechts)persoon niet meer bestaat

    Dan kan je je op overmacht beroepen: volg stap 3 als hierboven (je kinderopvang is nog actief)

    Bij een faillissement moet je de opvang wel nog contacteren. Als deze niets meer kan bezorgen: volg stap 3 als hierboven (je kinderopvang is nog actief)

  • Sinds april 2021 hebben alle nieuwe elektronische identiteitskaarten een beter beveiligde contactchip.  Heb je problemen met inloggen op Mijn Kind en Gezin met een recente eID? Doe dan een update van je software op het toestel dat je hiervoor gebruikt. Meer info op de website van eID.

  • STAP 1:

    Surf naar 'Mijn Kind en Gezin', klik op de tegel 'Inkomenstarief Aanvragen of simuleren' en log in met je digitale sleutel. Klik na het inloggen opnieuw op de tegel 'Inkomenstarief Aanvragen of simuleren'.

    Stap 1

    STAP 2:

    Klik op de knop 'Attest inkomenstarief aanvragen'. Wil je enkel je inkomenstarief berekenen of simuleren, zonder een attest aan te vragen, klik dan op de knop 'Inkomenstarief berekenen'.

    inkomenstarief

    STAP 3: Vraag je attest aan:

    • Kies of je je inkomen bekend wil maken of niet:
    • Als je klikt op 'ja', dan betaal je volgens je inkomen.
    • Als je klikt op 'nee', dan betaal je voor de opvang het maximumtarief.
    • Duid aan of het een eerste aanvraag is of niet. Kies de optie 'Nee' voor een eerste aanvraag.
    Attest aanvragen

    STAP 4: Klik op 'Verder'. De gegevens van je gezin worden nu automatisch opgehaald bij de kruispuntbank.

    Geen Belgisch aanslagbiljet?

    • Vul in het veld 'Bruto maandinkomen' het loon in van de maand vóór de aanvraag van het attest. Start de opvang vlak na het moederschapsverlof: het loon van de laatste maand voor het moederschapsverlof.
    • Als je met een formeel document kan aantonen dat je geen inkomen hebt, vul dan het bedrag '0' in.
       

    STAP 5: Vul de gegevens van je kinderen aan:

    • Duid aan of er een meerling is in je gezin. 
    • Vul de ontbrekende gegevens aan van je kinderen ten laste.
    Kinderen

    STAP 6:

    Vul in of er een specifieke situatie is. De lijst van specifieke situaties verschilt naargelang het inkomen.

    STAP 7:

    Klik op de knop 'Verder' en je krijgt een overzicht van de aanvraag en het inkomenstarief.

    Overzicht Aanvraag

    STAP 8:

    Vul eventueel een tweede e-mailadres in. Ga akkoord met de voorwaarden en klik op de knop 'Maak mijn attest aan'. 

    mailadres

    Stap 9:

    Je kan nu een samenvatting van je aanvraag en je attest(en) downloaden en printen.

    laatste stap
  • Neen, het aanvragen van een attest inkomenstarief door één ouder is voldoende. Echter, het attest inkomenstarief zal enkel beschikbaar zijn op het profiel van de ouder die het attest inkomenstarief heeft aangemaakt op 'Mijn Kind en Gezin'. 
     

    • Vind je jouw attest inkomenstarief niet terug met jouw digitale sleutel, probeer dan die van jouw partner. 
    • Vind je het dan nog niet terug? Dan kan jouw opvang je helpen bij het opzoeken van je attest inkomenstarief.
    • Heb je toegang tot Mijn Kind en Gezin, dan vind je jouw attest inkomenstarief daar. 
    • Heb je geen toegang tot Mijn Kind en Gezin, dan kan je opvang het attest voor jou opzoeken.
  • Er zijn drie mogelijkheden:

    • De e-mail is bij je ongewenste e-mails (spam) terecht gekomen.
    • Je aanvraag is niet volledig gelukt.
    • Je opgegeven e-mailadres is fout.  De opvang kan dit controleren.
  • Maakte je een fout bij de aanvraag van je attest inkomenstarief? Bijvoorbeeld: het aantal kinderen ten laste is niet aangevinkt, de startdatum van het attest is verkeerd ...

    Je kan dit zelf niet meer rechtzetten. Geef dit door aan je opvang. Zij zal contact opnemen met Kind en Gezin om dit te corrigeren. Soms kan dit met terugwerkende kracht, soms niet. 

  • Jouw opvang kan een attest inkomenstarief voor jou aanvragen.

    • Vraag je een wijziging van kinderen ten laste of gezinssamenstelling in december aan, dan krijg je een attest inkomenstarief met startdatum 1 januari. Dit tarief is het nieuwe inkomenstarief. Hierin zit de index al verwerkt.
    • Is je inkomenstarief al geïndexeerd en vraagt je hierna in december een wijziging van het aantal kinderen ten laste of gezinssamenstelling aan, dan gaat Kind en Gezin na welk tarief correct is op basis van de regelgeving en aanwezigheden van het kind:
      • Is de wijziging terecht, dan verwijderen we de indexering en telt het herberekende tarief.
      • Is de wijziging onterecht, dan verwijderen we ze en telt het tarief van de indexering.
  • Het is mogelijk dat je voor kinderen binnen éénzelfde gezin de attesten op andere tijdstippen krijgt. De attesten worden niet opgemaakt volgens een bepaald stramien.

    • Ofwel is je e-mail verloren gegaan.
    • Ofwel is de e-mail in de SPAM-folder (ongewenste e-mails) van je mailbox terecht gekomen. Kijk in die folder.
    • Ofwel ben je van e-mailadres veranderd? Kijk in je oude e-mails. Vraag dan aan je opvang om je nieuwe e-mailadres aan Kind en Gezin door te geven.
    • Ofwel hebben we je e-mailadres niet en stuurden we jou een brief. 
    • Ofwel moest je nu je tarief herberekenen. Je kreeg dan een andere e-mail met de vraag om te herberekenen. Een herberekening is nodig als:
      • jouw kind 3,5; 6 of 9 jaar wordt.
      • je individueel verminderd tarief vervalt. Dit verminderd tarief is geldig tot het einde van het kwartaal na 1 jaar.
  • Hiervoor zijn twee verklaringen mogelijk: 

    • Ofwel wordt jouw kind in het nieuwe jaar 3,5 of 6 of 9 jaar. Je zal dan je tarief moet herberekenen. We verwittigen je op dat ogenblik per e-mail.
    • Ofwel kreeg je eerder een attest met een individueel verminderd tarief. Dit verminderd tarief is geldig tot het einde van het kwartaal na 1 jaar. Daarna zal je jouw tarief moeten herberekenen. We verwittigen je op dat ogenblik per e-mail.
  • Elk jaar op 1 januari wordt het inkomenstarief geïndexeerd. Het inkomenstarief is het resultaat van verschillende stappen:

    1. het inkomenstarief 
      Het inkomenstarief wordt met geïndexeerd, nog voor de eventuele korting.
    2. de kindkorting 
      • Heb je korting vanaf het 2e kind ten laste of voor een meerling? Deze korting wordt ook geïndexeerd. Ze wordt afgetrokken van je inkomenstarief. 
      • Heb je een kind dat in 2019 13 jaar wordt, dan telt het niet meer mee voor de kindkorting.
    3. Heb je een individueel verminderd tarief
      Ook dat wordt geïndexeerd.
  • Bij een maximumtarief omwille van een steekproefcontrole, kan je pas na 6 maanden een herberekening uitvoeren.

  • Als je een herberekening vraagt omdat je attest inkomenstarief vervalt én tegelijk het aantal kinderen ten laste of de gezinssamenstelling aanpast, dan gaat het nieuwe attest in op de eerste van de volgende maand.

    1. Als je kind al een attest inkomenstarief heeft:
      • Neem zelf het initiatief om een nieuw attest inkomenstarief aan te vragen als:
        • je attest vervalt,
        • er een extra kind in het gezin ten laste is (vanaf een tweede kind ten laste krijg je kindkorting),
        • de personen van wie het inkomen het tarief bepaalde, veranderd zijn. Dit kan door echtscheiding, huwelijk, samenwonen …,
        • je een individueel verminderd tarief wil.
      • Kind en Gezin neemt het initiatief als je attest is vervallen. Kind en Gezin vraagt jou om een nieuw aan te maken: 
        • op het einde van het kwartaal waarin je kind 3 en een half, 6 of 9 jaar wordt,
        • op het einde van het kwartaal nadat je één jaar je individueel verminderd tarief kreeg,
        • op het einde van de maand waarin je attest met maximumtarief wegens steekproefcontrole vervalt.
      • Elk jaar op 1 januari wordt je inkomenstarief geïndexeerd. Je krijgt dan automatisch een nieuw attest.
    2. Als een ander kind uit jouw gezin in de opvang start:
      • Per kind in de opvang heb je een attest nodig. 
      • Heb je al een kind in de opvang met een attest inkomenstarief en start het broertje of zusje ook in de opvang? 
        • Zodra het broertje of zusje geboren is, vraag je voor het kind dat al in de opvang is, een herberekening. Je krijgt dan een korting voor een extra kind ten laste.
        • Als het broertje of zusje in de opvang start, vraag je voor dat kind een apart attest aan. 
        • Je kan een aanvraag voor een nieuw attest niet combineren met een verandering van het aantal kinderen ten laste voor een bestaand attest. 
  • Je kan een attest inkomenstarief aanvragen voor een kind tot en met de leeftijd van 14 jaar.

  • Bij de aanvraag van een attest inkomenstarief op Mijn Kind en Gezin wordt het aantal kinderen die op jouw adres gedomicilieerd staan vanuit het Rijksregister opgeladen. Als dit niet klopt, dan kan je dit manueel aanpassen.

    Alle kinderen waarvoor jij (of de persoon wiens inkomen meetelt) financieel verantwoordelijk bent, tellen mee als kinderen ten laste, ook als ze niet op jouw adres gedomicilieerd zijn, bijvoorbeeld bij co-ouderschap, nieuw samengesteld gezin of pleegkind.

  • Dan kan je dit omzetten via www.valuta.nl. Doe dit met de koers van de maand waarop het inkomen betrekking heeft.

    • Als er geen aanslagbiljet is, dan wordt het inkomenstarief berekend op basis van een maandinkomen. Dat inkomen kan aangetoond worden met een formeel document: een loonfiche, een rekeninguittreksel, een afdruk van de mutualiteit, een document van een andere organisatie waarop de gegevens van het inkomen volledig en duidelijk zijn. Voor zelfstandigen komt ook een verklaring van een boekhouder in aanmerking.
    • Als er geen inkomen is, dan volstaat een schriftelijke bevestiging dat het inkomen 0 is, door een organisatie zoals het Rode Kruis, OCMW, CAW … Als er geen inkomen is, dan kan ook de kinderopvang dit document opmaken.
  • Ja, haar/zijn inkomen telt mee voor de berekening van het inkomenstarief.

  • Deze gegevens worden automatisch opgehaald uit het Rijksregister. Zijn alle personen op dit adres correct ingeschreven bij de dienst bevolking, maar verschijnen ze toch niet in de lijst van inwonende personen voor inkomenstarief? Dan kan de opvang in jullie plaats een attest inkomenstarief aanmaken.

    • Ben je meerderjarig, dan wordt het inkomenstarief berekend op jouw inkomen (ook als dit 0 euro is) én op het inkomen van één van je ouders. 
    • Ben je minderjarig, en heb je geen inkomen, dan wordt het inkomenstarief berekend op de inkomsten van je ouders. 
  • Neen. Enkel de inkomens van de mensen die op hetzelfde adres gedomicilieerd zijn, tellen mee. Als de hoofdverblijfplaats van je partner bij jou is, meld je dit bij de dienst bevolking van je gemeente.

  • Je kan een attest inkomenstarief vragen met als startdatum de eerste van de vorige maand. Is dit niet voldoende, vraag dan hulp aan je opvang.

    Let op! Een herberekening van je attest inkomenstarief kan niet met terugwerkende kracht. Het nieuw tarief gaat altijd in op de eerste dag van de maand die volgt op je aanvraag.

  • Het attest inkomenstarief start de eerste dag van de maand waarin je kind voor het eerst zonder jou in de opvang is. 

    • Als je samen met je kind gaat wennen in de opvang, heb je geen attest inkomenstarief nodig. 
    • Zodra je kind alleen gaat wennen, heb je een attest inkomenstarief nodig.
  • Het attest inkomenstarief start de eerste dag van de maand waarin je kind voor het eerst zonder jou in de opvang is:

    • ofwel is dat de dag waarop je kind zonder jou gaat wennen;
    • ofwel is dat de eerste opvangdag.
    • Je kan je op Mijn Kind en Gezin registreren wanneer je wil, bijvoorbeeld in het begin van je zwangerschap.
    • Het attest inkomenstarief zelf kan je ten vroegste 2 maanden voor de start van de opvang aanvragen. 
    • Let op! Een herberekening van je attest inkomenstarief kan niet met terugwerkende kracht. Het nieuw tarief gaat altijd in op de eerste dag van de maand die volgt op je aanvraag.
  • Heb je meer dan één kind ten laste? Dan krijg je vanaf het tweede kind een korting op je inkomenstarief. Voor meerlingen is er een bijkomende korting voorzien. Je hebt er dus alle belang bij om onmiddellijk na de geboorte van een bijkomende kind, je ‘aantal kinderen ten laste’ aan te passen op mijn.kindengezin.be. Meer hierover in de brochure voor ouders.

    Let op: Heb je sinds je laatste attest minder personen ten laste of een hoger inkomen, dan kan je inkomenstarief hoger zijn. Heb je meer personen ten laste of een lager inkomen, dan kan je inkomenstarief lager zijn.

  • Ja. Dit is mogelijk omdat de parameters van de berekening anders zijn.

    • Bij een herberekening wordt de berekening volledig opnieuw gemaakt. Hierbij kan het inkomen bijvoorbeeld in een andere inkomensschijf vallen dan het jaar ervoor. Ook het aantal kinderen ten laste speelt een rol.
    • Bij een indexering is er enkel een procentuele aanpassing van het toegekende tarief.
  • Als je een nieuw attest inkomenstarief aanvraagt, dan wordt de laatst beschikbare informatie over je gezinssamenstelling en inkomen automatisch opgeladen. 

    Heb je sinds je laatste attest minder personen ten laste of een hoger inkomen, dan kan je inkomenstarief hoger zijn. Heb je meer personen ten laste of een lager inkomen, dan kan je inkomenstarief lager zijn.

  • Ofwel via Mijn Kind en Gezin

    • klik op de tegel 'Attest inkomenstarief' en log in met je digitale sleutel.
    • Klik op 'Simulatie van mijn inkomenstarief'. 
    • Let op! De simulatie geeft enkel een indicatie over hoeveel je op dit moment zou betalen. Je vraagt hiermee niet jouw attest aan.

    Ofwel in de tabel van de brochure inkomenstarief.  Zoek op in welke inkomenscategorie je valt en wat je zou betalen. Vergeet niet de eventuele kortingen af te trekken. Die vind je ook in de brochure.

  • We raden je aan om een eigen e-mailadres aan te maken. Wil je dit niet, dan kan je geen gebruik maken van Mijn Kind en Gezin. Wens je een attest inkomenstarief aan te vragen, dan kan je contact opnemen met je opvang. Zij helpen je graag verder.

  • Heb je geen mogelijkheid om zelf een attest inkomenstarief aan te vragen, dan kan je bij jouw opvangvoorziening ook ter plaatse een attest aanvragen. Neem je e-ID en pincode mee of, als je daarover beschikt je smartphone met itsme.

    Samen met je opvangverantwoordelijke doorloop je de volledige aanvraagprocedure op de computer van de opvangvoorziening. Het aanvragen van een attest inkomenstarief via trap 2 is enkel mogelijk via jouw eigen digitale sleutel (is toegang bij de federale overheid met je eID, federaal token of itsme).

    Stap 1

    Je registreert je met jouw digitale sleutel op Mijn Kind en Gezin via de computer van je opvangvoorziening. Bij je registratie wordt je e-mailadres gevraagd.

    Stap 2

    Er wordt een bevestigingsmail naar jouw e-mailadres gestuurd.

    Stap 3

    Klik op de link in de bevestigingsmail om de registratie te vervolledigen. Hierbij moet je opnieuw inloggen met jouw digitale sleutel op Mijn Kind en Gezin.

    • Beschik je over een mobiele telefoon zonder itsme en kan je jouw mailbox bij je opvangvoorziening ter plaatse raadplegen:
      • Open je mailbox op je mobiele telefoon.
      • Stuur de bevestigingsmail van Mijn Kind en Gezin door naar het e-mailadres van de opvangvoorziening.
      • De opvangverantwoordelijke opent deze mail op de computer van je opvangvoorziening (waaraan de kaartlezer met jouw e-ID is gekoppeld) en klikt op de bevestigingslink.
    • Heb je geen mobiele telefoon bij de hand:
      • Open je mailbox via de computer van de opvang (waaraan de kaartlezer met jouw e-ID is gekoppeld). 
      • Van hieruit kan je de link in de bevestigingsmail aanklikken.
      • Tip: Ben je het wachtwoord van je mailbox vergeten? Maak dan een nieuw persoonlijk wachtwoord aan.

    Stap 4

    Je komt terug op het portaal van Mijn Kind en Gezin met de boodschap: 'Je bent er bijna! Daarna kan je gebruik maken van alle toepassingen van Kind en Gezin. Gelieve nogmaals in te loggen.'   
    Om je registratie af te ronden moet je opnieuw inloggen met je digitale sleutel op Mijn Kind en Gezin. Klik hiervoor op de knop 'Inloggen'. 

    Opgelet

    Pas na het opnieuw inloggen met je digitale sleutel is je registratie voltooid! Daarna kan de opvangverantwoordelijke samen met jou het attest inkomenstarief aanvragen voor je kind.

    inloggen op Mijn Kind en Gezin met digitale sleutel
  • Neen, het aanvragen van een attest inkomenstarief door één ouder is voldoende. Echter, het attest inkomenstarief zal enkel beschikbaar zijn op het profiel van de ouder die het attest inkomenstarief heeft aangemaakt op Mijn Kind en Gezin.

Mijn Kind en Gezin (70)

  • Volg het stappenplan hieronder om een account aan te maken.

    1. Klik bovenaan deze pagina op Mijn Kind en Gezin of surf rechtstreeks naar mijn.kindengezin.be.
    2. Klik op Specifieke ondersteuningsnood. 
    3. Meld je digitaal aan op Mijn Kind en Gezin via een van de mogelijkheden. Bel 1700, het gratis informatienummer van de Vlaamse Overheid, als je hier vragen over hebt of hulp nodig hebt. 
    4. Registreer je op Mijn Kind en Gezin door je gegevens in te vullen en klik daarna op registreren. 
    5. Bevestig je registratie op Mijn Kind en Gezin door op de link te klikken in de e-mail die je ontvangt. 
  • Voor heel wat steunmaatregelen kunt u enkel online een aanvraag indienen. Daarvoor is dus een eID of een digitale sleutel nodig.

    Als u geen Belgische identiteitskaart hebt maar wel in België woont, kunt u zich aanmelden met een elektronische vreemdelingenkaart, op dezelfde manier als met een elektronische identiteitskaart (eID).

    Als u geen Belgische identiteitskaart heeft en niet in België woont, dan kunt u uw digitale sleutels laten activeren op een lokaal registratiekantoor van een Belgische gemeente of in het registratiekantoor van de FOD Beleid en Ondersteuning in Brussel. Neem eerst contact op met het registratiekantoor voor een afspraak.

    Na een identiteitscontrole wordt u manueel geregistreerd. Bij deze registratie krijgt u een persoonlijke activatiecode op papier en ontvangt u een activatielink via e-mail. Zodra u een digitale sleutel hebt geactiveerd via de activatielink en -code, krijgt u toegang tot de onlinediensten van de overheid en kunt u ook uw digitale sleutels beheren.

     

  • Sinds april 2021 hebben alle nieuwe elektronische identiteitskaarten een beter beveiligde contactchip.  Heb je problemen met inloggen op Mijn Kind en Gezin met een recente eID? Doe dan een update van je software op het toestel dat je hiervoor gebruikt. Meer info op de website van eID.

  • Je vindt je attest inkomenstarief in Mijn Kind en Gezin of in Mijn Burgerprofiel.

    Mijn Kind en Gezin

    STAP 1:

    Surf naar 'Mijn Kind en Gezin', klik op de tegel 'Inkomenstarief Aanvragen of simuleren' en log in met je digitale sleutel. Klik na het inloggen opnieuw op de tegel 'Inkomenstarief Aanvragen of simuleren'.

    1

    STAP 2:

    Kik op de knop 'Overzicht van jouw attesten'. 

    2

    Je krijgt het overzicht van alle attesten verbonden aan je profiel.

    3

    Mijn Burgerprofiel

    Je kan je attest ook vinden in ‘Mijn burgerprofiel’.

    • Open je Burgerprofiel en meld je aan met ofwel:
      • Itsme
      • je eID en kaartlezer
      • een beveiligingscode via mobiele app of sms.
    • Open het tabblad ‘Attesten en vergunningen’.
    • Download je Attest inkomenstarief.
    • Om in de toekomst op de hoogte te blijven van nieuwe attesten inkomenstarief:
      • Open ‘Mijn Burgerprofiel’.
      • Open het tabblad ‘Meldingen’.
      • Klik rechtsboven op ‘Inschrijven op updates en voorkeuren beheren’.
      • Vul je e-mailadres in bij updates van Opgroeien
      • Je krijgt een e-mail zodra er een nieuw attest inkomenstarief beschikbaar is.

    Vragen over ‘Mijn burgerprofiel’?

  • STAP 1:

    Surf naar 'Mijn Kind en Gezin', klik op de tegel 'Inkomenstarief Aanvragen of simuleren' en log in met je digitale sleutel. Klik na het inloggen opnieuw op de tegel 'Inkomenstarief Aanvragen of simuleren'.

    1

    STAP 2:

    Klik op de knop 'Attest inkomenstarief aanvragen'.

    Wil je enkel je inkomenstarief berekenen of simuleren, zonder een attest aan te vragen, klik dan op de knop 'Inkomenstarief berekenen'.

    inkomenstarief

    STAP 3: Vraag je attest aan:

    • Kies of je je inkomen bekend wil maken of niet:
    • Als je klikt op 'ja', dan betaal je volgens je inkomen.
    • Als je klikt op 'nee', dan betaal je voor de opvang het maximumtarief.
    • Duid aan of het een eerste aanvraag is of niet. Kies de optie 'Ja' voor een herberekening.
    • Herberekening voor dit kind? Vul 'ja' in en klik de reden aan: attest vervalt, gezinssituatie wijzigt, aantal kinderen ten laste wijzigt, je vraagt een individueel verminderd tarief, of je had je inkomen niet bekend gemaakt bij vorige aanvraag.
    • Attest nodig voor een ander kind van dit gezin? Doe een aparte aanvraag.
       
    5

    STAP 4:

    Klik op 'Verder'. De gegevens van je gezin worden nu automatisch opgehaald bij de kruispuntbank.

    Geen Belgisch aanslagbiljet?

    • Vul in het veld 'Bruto maandinkomen' het loon in van de maand vóór de aanvraag van het attest. Start de opvang vlak na het moederschapsverlof: het loon van de laatste maand voor het moederschapsverlof.
    • Als je met een formeel document kan aantonen dat je geen inkomen hebt, vul dan het bedrag '0' in.
       

    STAP 5:

    Vul de gegevens van je kinderen aan:

    • Duid aan of er een meerling is in je gezin. 
    • Vul de ontbrekende gegevens aan van je kinderen ten laste. Vul de kindcode in.
    12

    STAP 6:

    Vul in of er een specifieke situatie is. De lijst van specifieke situaties verschilt naargelang het inkomen. Meer info in de brochure inkomenstarief.

    STAP 7:

    Klik op de knop 'Verder' en je krijgt een overzicht van de aanvraag en het inkomenstarief. 

    7

    STAP 8:

    Vul eventueel een tweede e-mailadres in. Ga akkoord met de voorwaarden en klik op de knop 'Maak mijn attest aan'. 
     

    13

    STAP 9:

    Je kan nu een samenvatting van je aanvraag en je attest(en) downloaden en printen.

    9
  • STAP 1:

    Surf naar 'Mijn Kind en Gezin', klik op de tegel 'Inkomenstarief Aanvragen of simuleren' en log in met je digitale sleutel. Klik na het inloggen opnieuw op de tegel 'Inkomenstarief Aanvragen of simuleren'.
     

    1

    STAP 2:

    Klik op de knop 'Inkomenstarief berekenen'. Bereken je attest inkomenstarief zonder een attest aan te maken.