Hoe zorg je voor een veilige woning?

In elk gebouw schuilen er risico’s. Als we die niet kennen, kunnen er onveilige situaties ontstaan. Om in te spelen op de ontwikkeling van je kind, moet je de omgeving steeds aanpassen.

De kwaliteit van de binnenlucht en de omgeving is belangrijk voor de gezondheid van jonge kinderen. Deze wordt bepaald door heel wat factoren: de temperatuur, de luchtvochtigheid, de ventilatie, de verluchting, de verwarming en de bouwmaterialen van je woning.

Ga snel naar

    Ventileren en verluchten

    Als je de lucht in je woning onvoldoende ververst, stapelen vocht en schadelijke stoffen zich op waardoor je gezondheidsproblemen kan krijgen, zoals irritatie van de ogen en luchtwegen, hoofdpijn, allergie, astma .. Te veel vocht kan leiden tot schimmelgroei, wat ook tot gezondheidsproblemen kan leiden.

    De basisboodschap is: ‘Ventileer 24 uur op 24 en verlucht aanvullend’.

    Je woning ventileren via een gecontroleerd ventilatiesysteem is ideaal. 

    In huizen zonder ventilatiesysteem kan je ventileren via ramen op een kier of verluchtingsroosters. In oudere huizen krijg je hulp van kieren en spleten.

    Verluchten doe je door gedurende een korte tijd een raam of buitendeur volledig open te zetten, zodat alle binnenlucht snel ververst wordt. Verlucht altijd bij activiteiten of op plaatsen waar vocht en schadelijke stoffen vrijkomen. Doe dit bij voorkeur wanneer je kind zich niet in de ruimte bevindt. 

    Aandachtspunten

    1. Rook niet binnen. Roken vervuilt de binnenlucht het meest van alles en verluchten helpt onvoldoende.
    2. Zet de ramen op een kleine kier, in klapstand of gebruik een raamstopper.
    3. Verlucht de woning als er veel mensen aanwezig zijn in eenzelfde ruimte.

    Brand voorkomen

    Rookmelders kunnen levens redden

    Bij een brand is rook doodsoorzaak nummer 1.

    Waar een rookmelder hangen? Rook stijgt, dus een rookmelder hang je steeds tegen het plafond, bij voorkeur in het midden.

    • Voorzie minstens één rookmelder op elke verdieping. Sowieso een rookmelder op de gang of in de traphal (naar slaapkamers en eventueel ook boven keldertrap).
    • Voorzie ook een rookmelder in elke slaapkamer als de deuren 's nachts dichtgaan.

    Een rookmelder plaats je niet:

    • waar sterke luchtstroming plaats vindt, zoals in de directe nabijheid van een rooster voor ventilatie of luchtverwarming
    • waar het veel warmer is dan de rest van de ruimte, zoals boven een radiator of een ander verwarmingstoestel
    • waar waterdampen of dampen van bakken en braden kunnen hangen, zoals dichtbij de deur van een douche/badkamer of keuken.

    Onderhoud en testen

    • Test tenminste 1 keer per maand je rookmelder met de testknop. 
    • Verwijder maandelijks het stof van je rookmelder.
    • Haal nooit de batterij uit de rookmelder, tenzij om die te vervangen. Bij sommige rookmelders moet het hele toestel vervangen worden.
    • Overschilder nooit je rookmelder en stop nooit de gaatjes toe. De detector kan anders hierdoor slecht functioneren.

    CO-vergiftiging voorkomen

    In de winter is er gevaar voor CO-vergiftiging.

    Bij CO-vergiftiging hecht CO zich vast op onze rode bloedcellen en verstoort zo het transport van zuurstof (O2). CO wordt zeer snel opgenomen via de longen. De ernst van de vergiftiging hangt af van de hoeveelheid CO in de ruimte, de duur van blootstelling en de leeftijd en de gezondheidstoestand van het slachtoffer.

    Oorzaken van CO-vergiftiging

    • Te weinig frisse lucht.
    • Warmwatertoestellen en boilers op gas in een niet geventileerde badkamer.
    • Een 5 l gasgeiser, aangesloten op een douche: die toestellen zijn daar namelijk niet voor berekend en zijn enkel geschikt voor de keuken of wastafel.
    • Kolenkachels in over-geïsoleerde kamers met weinig luchtverversing.
    • Kolenkachels die gesmoord worden (dichttrekken van de schuif).
    • Overgedimensioneerde kachels (kachels met een té groot vermogen in verhouding tot de te verwarmen ruimte).
    • Kachels die aangesloten zijn op een slecht trekkende schouw.
    • Plotse verhoging van de buitentemperatuur.
    • Mobiele verwarmingstoestellen, zoals gas- en petroleumkachels, die niet aangesloten zijn op een schouw, in beperkte ruimtes zonder luchtverversing.
    • Uitlaatgassen van voertuigen in een gesloten garage.

    Hoe CO-vergiftiging voorkomen?

    • Zorg voor voldoende verluchting.
    • Laat verwarmingstoestellen en waterverwarmers steeds door een erkend vakman plaatsen en regelmatig onderhouden (jaarlijks of tweejaarlijks, afhankelijk van de installatie).
    • Alle toestellen moeten apart aangesloten worden op een schouw of moeten een rechtstreekse afvoer naar buiten hebben.
    • Zorg dat de schoorsteen goed trekt. Laat schoorstenen en verwarmingstoestellen geregeld (min. 1 x per jaar) nakijken en vegen.
    • Slaap nooit in een kamer waarin een waterverwarmer brandt of waarin een verplaatsbaar verwarmingstoestel op gas of petroleum brandt.
    • Zorg voor een rooster van min. 150 cm² onderaan in de deur en bovenaan in de muur in de ruimte waar de geiser of het verwarmingstoestel staat. Dit is trouwens wettelijk verplicht.

    Wat moet je doen bij CO-vergiftiging?

    De symptomen van CO-vergiftiging zijn hoofdpijn, braken, flauwvallen en klachten op bepaalde tijdstippen (bv. telkens na een bad). 

    1. Open ramen en deuren. 
    2. Schakel het verwarmingstoestel uit.
    3. Haal het slachtoffer uit de kamer. 
    4. Is het slachtoffer niet bewusteloos? Bel dan de huisarts
    5. Is het slachtoffer bewusteloos? Bel dan het noodnummer 112.

    Wat met straling?

    Er gebeurt heel wat onderzoek naar straling, maar de besluiten zijn niet eenduidig. Onderzoeken worden bovendien vaak uitgevoerd bij volwassenen en op korte termijn, waardoor de gevolgen bij kinderen op lange termijn niet bekend zijn.

    Wel weet men dat kinderen tot de hogere risicogroep behoren omdat hun hersenen nog in volle ontwikkeling zijn.

    Babyfoon

    Er bestaan nog geen wetenschappelijke adviezen over het gebruik van babyfoons. Toch raden we uit voorzorg dit aan:

    • Zet een draadloze babyfoon op minimum 1 meter afstand van het babybedje of van een spelend kind.
    • Kies voor een model zonder videofunctie. Een babyfoon met stemactivering zendt enkel een signaal uit als hij geactiveerd wordt door de stem van je baby. Babyfoons met videobeelden zenden voortdurend stralen uit.
    • Toezicht en nabijheid van een kind zijn belangrijk ter preventie van wiegendood en ongevallen in de slaapomgeving. De babyfoon kan nabijheid niet vervangen. 

    Gsm, smartphone, draadloze telefoonstations en wifi

    Er bestaan nog geen wetenschappelijke adviezen over het gebruik van gsm en draadloze telefoonstations.

    Kinderen komen al zeer vroeg in contact met gsm-toestellen waardoor de totale blootstelling aan straling tijdens hun leven dus groter zal zijn dan die bij de huidige volwassenen. Bovendien absorberen de hersenen van kinderen meer straling dan die van een volwassene. Reden voor de Belgische overheid om uit voorzorg de erg jonge consumenten te beschermen tegen mogelijk schadelijke gevolgen voor hun gezondheid later in het leven:

    • Hou de afstand tussen deze toestellen en je kind zo groot mogelijk.
    • Beperk de tijdsduur van de contacten. Bel niet te lang met een baby op de arm of laat een peuter met een speelgoedtelefoon spelen en niet met een gsm.
    • Telefoneer op plaatsen met goede ontvangst, want bij een zwak of wisselend signaal zoekt het toestel constant verbinding en is de uitgezonden straling groter.
    • Mobiele telefoons die speciaal ontworpen zijn voor jonge kinderen onder de 7 jaar, mogen niet meer op de Belgische markt worden verkocht. Het gaat om toestellen met bijvoorbeeld weinig toetsen of die een aantrekkelijke vorm hebben voor kinderen. Ook reclame om het gsm-gebruik bij kleine kinderen aan te moedigen, is verboden.
    • Plaats draadloze telefoons niet vlakbij de slaapkamer of speelruimte. Er bestaan draadloze telefoons (bv. EcoDect) waarbij geen signalen worden uitgezonden als de handset op het basisstation ligt.
    Wifi-straling

    Er zijn al veel studies uitgevoerd om de effecten van wifi-straling in te schatten, maar er is nog geen duidelijkheid over de mogelijke gezondheidsrisico's. In het belang van de allerkleinsten kan je de straling beperken door bv. enkel een draadloze internetverbinding te gebruiken als het nodig is en ook bij smartphones de aanbevelingen rond gsm-gebruik toe te passen.

    Ioniserende (radioactieve) straling

    Deze straling komt vrij wanneer röntgenstralen gebruikt worden bij medische beeldvorming, zoals CT-scans en radiografieën. Echografieën en MRI’s vallen hier niet onder.

    Ioniserende straling wordt in de volksmond vaak ‘radioactieve straling’ genoemd, maar dit is eigenlijk een verkeerde naam. De straling zelf is niet radioactief, maar een gevolg van radioactiviteit. Ook kosmische straling is ioniserend.

    Steeds sterker bevestigt wereldwijd wetenschappelijk onderzoek dat ongeboren en zeer jonge kinderen gevoeliger blijken voor radioactiviteit en straling dan de doorsnee volwassene.

    Als je arts onderzoeken voor je kind voorstelt, breng hem of haar dan op de hoogte als je kind al bepaalde onderzoeken onderging, om zo elke onnodige blootstelling aan straling te vermijden. Elke blootstelling die niet gerechtvaardigd kan worden, moet worden vermeden. 

    Hoogspanningskabels

    Er is geen bewijs dat er een verband is tussen hoogspanningslijnen en de gezondheid van de omwonenden. Verder onderzoek moet uitmaken of bovengrondse hoogspanningslijnen enige invloed zouden kunnen hebben op de gezondheid van kinderen.

    Het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid adviseert om kinderen tot 15 jaar niet langdurig in een magnetisch veld boven 0,2 microTesla (µT) te laten verblijven. Hiermee wordt hun verblijftijd in woningen, kinderopvang en scholen bedoeld. Deze norm ligt vast in het Vlaamse Besluit binnenmilieu.

    Elia, de beheerder van het hoogspanningsnetwerk, kan metingen uitvoeren.