Met de fiets

Er zijn veel mogelijkheden om je kind veilig mee te nemen op de fiets: een fietsstoeltje, fietskar, bakfiets…

Ga snel naar

    Bakfiets

    In een bakfiets zit je kind voor je.

    Fietsen met een (houten) bakfiets is zwaarder dan met een fietskar. Je hebt meer last van onregelmatigheden in het wegdek waardoor een bakfiets minder geschikt is voor baby’s.

    Een bakfiets kan bij een aanrijding ook omvallen.

    Fietskar

    Met een fietskar is het aangenaam om te rijden. Pas wel je rijstijl aan, want je vervoert een behoorlijk gewicht.

    • Fietskarren zijn ontworpen voor 1 of 2 kinderen tot ongeveer 7 jaar en zijn ideaal voor langere afstanden. Je kind is bovendien beschermd tegen kou en wind.
    • Klik je kind altijd vast.
    • Hou toezicht als je kind in slaap valt.

    Multifunctionele modellen laten zich ombouwen tot

    • hiker: wandelwagen met gareel waarbij je kind wordt getrokken.
    • jogger: loopwagen met extra handgrepen, kan je tijdens het joggen voor je uit duwen. 
    • stroller: zeer wendbare buggy met flexibele draaiwieltjes voor, handig tijdens winkelen bijvoorbeeld. 

    Fietsstoel

    Je kind zal comfortabel in een fietsstoel zitten als hij of zij een stevige zitbalans heeft. De zitbalans van een baby is goed als hij of zij vanuit kruiphouding zelfstandig terug kan gaan zitten.

    Soorten fietsstoelen

    • Stoelen vooraan die bevestigd zijn aan het stuur en aan de fiets zelf.
    • Stoelen vooraan die bevestigd zijn tussen het stuur en de fietser (voor kinderen van 9 tot 15 kg).
    • Stoelen achter op de fiets (voor kinderen van 9 tot 15 kg, model A15).
    • Stoelen achter op de fiets (voor kinderen van 9 tot 22 kg, model A22).
    • Het verschil tussen model A15 en model A22 heeft te maken met de verschillen in hoogte van de rugleuning, de zijkanten, de breedte van de stoel, enz.

    Geef de voorkeur aan een stoel achter op de fiets. Een stoel vooraan hindert bij het besturen en het afstappen van een fiets. Bij slecht weer zit je kind ook meer in de wind en in de regen.

    Aandachtspunten bij aankoop

    • Als de markering EN 14344 op de fietsstoel staat, voldoet het aan de Europese norm.
    • Probeer verschillende modellen ter plaatse uit, voordat je een model aankoopt. 
    • Er staat aangegeven voor welk type fiets je de stoel (niet) kan gebruiken.
    • Bij stoelen achter op de fiets is het symbool ‘zwaartepunt’ zichtbaar aangebracht aan de buitenkant van de stoel.
    • Op stoelen die aan de bagagedrager worden bevestigd, staan instructies voor de bevestiging.
    • Op stoelen die aan de fiets zelf worden bevestigd, staan instructies over de diameter van het frame van de fiets.
    • Er zijn geen openingen tussen 0,5 en 1,2 cm groot.
    • Kleine onderdelen kunnen niet losgemaakt worden met vingers of tanden.
    • Scherpe hoeken, randen of punten zijn afgerond of bedekt.
    • Gebruik een zadelveerbeschermer, anders kan je kind zijn of haar vingers knellen.
    • Het bevestigingssysteem kan alleen met gereedschap aangebracht of losgemaakt worden.
    • Stoelen die vooraan worden bevestigd, moeten behalve aan het stuur ook nog op een andere plaats aan de fiets bevestigd worden.
    • De stoel heeft verstelbare gordels. De riemen zijn min. 2 cm breed.
    • De gordel loopt ofwel over schouders en kruis, ofwel over schouders en middel (als de stoel uitgerust is met een bevestigingssysteem ter hoogte van het kruis), ofwel over schouders, middel en kruis
    • Een kind kan de gordel niet openen.
    • Kies een stoel met verstelbare voetsteunen en voetriemen of zorg ervoor dat de fiets een wielbescherming heeft. Anders bestaat het gevaar dat je kind zijn of haar voetje knelt.
    • De verstelbare voetriemen zijn min. 1,5 cm breed.
    Bescherm de voeten van je kind

    Elk jaar raken er heel wat kinderen met hun voetjes geklemd tussen de spaken van een fiets. Als je een fietstochtje maakt, zorg dan dat ook de voetjes van je kind beschermd zijn.

    Correct gebruik

    • Monteer de stoel volgens de gebruiksaanwijzing.
    • Maak je kind altijd vast met de veiligheidsgordels, zorg dat zijn of haar voetjes beschermd zijn en zet hem of haar een aangepaste fietshelm op. Ook voor de fietser is een helm dragen aangewezen. 
    • Zorg voor de juiste instellingen van het fietsstoeltje voor een maximaal comfort.
    • Kijk regelmatig alle bevestigingen na.
    • Controleer na de montage van de stoel of alle delen van de fiets nog goed functioneren.
    • Zorg dat lichaamsdelen of kleren nooit in contact komen met bewegende delen van de stoel of fiets.
    • Laat je kind nooit alleen achter in de fietsstoel.
    • Kleed je kind altijd warm aan bij een fietstocht in koud of winderig weer. Bescherm hem of haar tegen de regen.
    • Respecteer het verkeersreglement. Een passagier meenemen op de bagagedrager is verboden. Zijdelingse zitjes zijn verboden. Amazonezit op de fiets is verboden.
    • De capaciteit van de bagagedrager: maximum 25 kg. Ga geregeld na of je kind het maximum gewicht voor de fietsstoel niet overschrijdt.
    • Gebruik de fietsstoel niet als er een deel stuk is.
    • Laad geen extra bagage aan de fietsstoel. Bevestig de bagage altijd aan de tegenovergestelde kant van de fietsstoel.
    • Maak in het begin geen lange tochten.

    Veilig in het verkeer

    Voor korte afstanden is het gezond voor jezelf en voor kinderen om te voet of met de fiets te gaan.

    Als je kind wat groter wordt, kan je duidelijke afspraken maken voor je de straat op gaat. Met wat extra felle kleuren aan, valt een peuter goed op in het verkeer.

    Geef zelf ook altijd het goede voorbeeld: respecteer de verkeersregels, voorzie gevaar en hou rekening met andere verkeersdeelnemers.

    Leer je peuter ook geleidelijk aan:

    • langs de huizenkant te fietsen of wandelen
    • te stoppen aan de stoeprand en dan pas verder te gaan
    • niet over te steken zonder begeleiding
    • uit of af te stappen aan de kant van het voetpad
    • niet te lopen bij het oversteken

    Praat ook over wat je ziet en meemaakt op straat: Wat is veilig? Waar kan er gespeeld worden? Waar niet? Leer je kind ook wat hij of zij moet doen als je kind jou uit het oog verliest.