Extra drinken

Elk kind heeft wel andere behoeften: het ene vraagt nooit om drinken, terwijl het andere zoveel drinkt dat het ten koste gaat van zijn eetlust. Wees zeker alert op een goede verhouding tussen drinken en vaste voeding. Voldoende drinken is een belangrijk onderdeel van gezonde voeding.

  • Tussen 1 en 3 jaar: 1/2 l (melk niet inbegrepen)
  • Tussen 3 en 6 jaar: 1/2 - 1 l

Ga snel naar

    Wist je dat?
    • Niet alle kinderen drinken evenveel.
    • Laat je kind niet de hele dag door drinken: dit remt de eetlust af.
    • Overdrijf niet met de hoeveelheid drinken net voor het slapengaan.

    Melkvoeding

    In melkvoeding zit veel vocht. Het is daarom niet nodig om je baby jonger dan 6 maanden tussendoor extra water (of andere dranken) te geven. Bovendien kan extra vocht tussendoor de eetlust remmen.

    Voor een baby van 6 maanden is melkvoeding is nog altijd het belangrijkste. Je baby drinkt borstvoeding of minstens 1/2 l melkvoeding. Wil een kind gewoon wat meer drinken dan alleen zijn melkvoeding, kan dit gerust. Laat hem wel niet constant aan een (zoet) drankje zuigen. Dit kan tandcariës bevorderen.

    Eet je kindje al goed vaste voeding dan mag het na die vaste voeding wel enkele slokjes drinken als het dit wenst. Dat kan melkvoeding of water zijn. Voor borstgevoede kindjes zijn een paar slokjes borstvoeding/moedermelk te verkiezen boven water, gezien de gezondheidsvoordelen.

    Vanaf 12 maanden drinkt je baby nog borstvoeding of ongeveer 350 à 500 ml melkvoeding. Dit is voldoende. Teveel melk kan soms de oorzaak zijn dat kinderen nog weinig honger hebben en geen zin meer hebben in andere noodzakelijke voedingsmiddelen zoals boterhammen. Wil hij gewoon nog iets anders drinken, dan kan dit gerust. Overdrijf echter niet met drank tussenin.

    Melk zit niet inbegrepen in de aanbevolen hoeveelheid vocht voor peuters en kleuters, want ze is naast een drank vooral een voedingsmiddel met heel wat voedingsstoffen, zoals calcium en vitaminen.

    Water

    Water geniet de dagelijkse voorkeur. Het is de beste dorstlesser. Kies voor mineraalarm niet-bruisend flessenwater. Geef een baby vanaf 6 maanden regelmatig wat water, liefst in een beker. Zo voorkom je dat het later geen water lust en het enkel zoete dranken wil.

    Lichte kruiden-of vruchtenthee (kamille, linde, venkel, rozenbottel, enz.) zonder suiker of honing kunnen eens een leuke afwisseling zijn.

    Water drinken

    Leidingwater

    Leidingwater is vanaf de leeftijd van 12 maanden bruikbaar als drinkwater.

    • Water bevat best zo weinig mogelijk nitraat en natrium (= zout). Nitraat op zich is niet schadelijk. Wel kan nitraat omzetten in nitriet. Een teveel aan nitriet leidt tot onvoldoende zuurstoftransport in het bloed. Voor baby's ouder dan 4 maanden is maximaal 25 mg nitraat per liter water veilig. In bepaalde streken kan dit nitraatgehalte overschreden worden. Meer informatie is verkrijgbaar bij je watermaatschappij. Respecteer sowieso de ontluchtingstijd: laat het water even stromen alvorens het op te vangen.
    • Gebruik alleen koud water rechtstreeks uit de kraan, want lauw of warm water afkomstig uit geisers of boilers kan metalen bevatten.
    • Onderhoud de kraan en de onmiddellijke omgeving ervan zeer goed.
    • Het water hoeft niet gekookt te worden. Gebruik geen ontsmettingsmiddelen.
    • Het water mag niet uit loden leidingen komen.
    • De Hoge Gezondheidsraad raadt het gebruik van waterfilters, ook tafelmodellen af, want filters kunnen een broeihaard zijn van bacteriën.

    Fruitsap

    (Ongezoet) fruitsap, groentesap en groentesoep zijn vochtleveranciers, maar ze bevatten daarnaast ook specifieke voedingsstoffen zoals calcium, vitamine C of voedingsvezels. Ze horen daarom thuis in de donker- en lichtgroene groep van de voedingsdriehoek en kunnen een aanvulling zijn op voldoende water. Ze kunnen geen vers fruit of groenten vervangen.

    Wist je dat?

    Teveel appelsap diarree kan veroorzaken?

    Drinken uit een beker

    Een baby kan vanaf 6 maanden uit een beker leren drinken. Op 8 à 9 maanden houdt hij de beker zelf vast. Hij geeft meestal zelf aan wanneer hij eraan toe is om over te schakelen naar een beker. Geef een baby de tijd om deze nieuwe vaardigheid te leren. Vóór het 1ste jaar is het niet nodig om alle voeding uit een beker te laten drinken.

    Wist je dat?

    Als een baby pas na 12 maanden uit een beker leert drinken, dan duurt het veel langer vooraleer het ontwend is aan het drinken uit een zuigfles.

    • Gebruik een gewone beker en geen tuitbeker. Het drinken aan een zuigfles of een tuitbeker houdt het infantiel zuigen in stand. Met een open beker leert een baby de vloeistof aan te zuigen en juist te doseren, en zijn lippen rond de bekerrand te sluiten. Dit is goed voor zijn latere taalontwikkeling en voor de stand van zijn tanden. Er bestaan ook bekers met een uitsparing, zodat de baby zelf kan zien hoeveel vloeistof er naar zijn mond komt.
    • Hou rekening met de zuigbehoefte van de baby.
    • Heeft het kind het moeilijk om slokjes uit een beker te nemen, morst of verslikt het zich vaak, vul de beker dan met halfvloeibare voeding, bv. ingedikte flesvoeding of soep. Naarmate een baby makkelijker slokjes neemt, kan de voeding weer verdund worden.

    Soep

    Op 9 maanden komt er meer variatie in de voeding van je baby. Hij mag nu soep drinken bij of na zijn groente- of broodmaaltijd.

    • De soep maak je best zelf. Vermijd de toevoeging van zout en bereid alles met verse ingrediënten. Kan je baby al stukjes kauwen, dan hoef je de soep niet meer fijn te maken.
    • Soep kan de groentemaaltijd niet vervangen. Bij kleine eters kan het aangewezen zijn dit na de maaltijd te geven. Het is vooral een goede vochtleverancier.
    • Eventueel kan men soep aan de groentepap toevoegen. Zo wordt ze iets minder droog.

    Frisdranken

    Geef je peuter zo weinig mogelijk frisdranken. Suiker is niet goed voor de tanden en remt de eetlust af. Daarnaast leveren frisdranken ook te veel energie en geen noodzakelijke voedingsstoffen.

    Light frisdranken

    Light frisdranken bevatten kunstmatige zoetstoffen. Een teveel hieraan kan schadelijk zijn voor kleine kinderen. Bij hen wordt de dagelijks aanvaardbare dosis namelijk sneller bereikt. Bepaalde zoetstoffen werken laxerend bij hoge inname.

    • Ze bevatten geen suiker. Ze leveren dus geen energie en veroorzaken geen zuurstoot in de mond.
    • Ze bevatten zuren die de tanden aantasten.
    • Ze maken je té gewoon aan de zoete smaak.
    • We raden het gebruik van kunstmatige zoetstoffen af voor gezonde, jonge kinderen.
    • Water is en blijft nog steeds de beste drank.
    Wist je dat?

    Koffie, zwarte en groene thee en alcohol niet geschikt zijn voor kinderen. Wees er alert op dat energie- of alcoholische dranken buiten het bereik van kinderen staan.