Driftig en koppig in de peuterpuberteit

Vanaf 18 maanden komt je peuter in de koppigheidsfase of peuterpuberteit. Je peuter ontdekt een kind dat het zelf dingen kan bepalen en invloed kan hebben op de omgeving. Het zelfbesef groeit en je kind wordt alsmaar zelfstandiger. Maar je kind botst op lichamelijke en verstandelijke grenzen of grenzen gesteld door de ouders of begeleiders. Het ervaren van deze grenzen veroorzaakt driftbuien.

Ga snel naar

    Waarom krijgt een kind driftbuien?

    1 op de 5 kinderen heeft vaak driftbuien. Een driftbui is een heftige manier van reageren en gevoelens uiten. Ze voelen emoties en hebben nog niet geleerd hiermee om te gaan. Daarom dat de emotie er heel heftig uitkomt.

    Als het bijvoorbeeld tijd is om te vertrekken na een uur spelen in de speeltuin, vindt je peuter dit niet leuk. Hij of zij laat zich op de grond vallen, slaat wild met zijn of haar armen of benen of bonkt met zijn of haar hoofd op de grond. Het is ook mogelijk dat je kind volledig verstijft. Hij of zij reageert niet meer gedurende enkele minuten. Beangstigend voor sommige ouders, maar volstrekt normaal en positief in de ontwikkeling van kinderen. Als een peuter zijn of haar gevoelens kan verwoorden, verdwijnt dit gedrag vanzelf. Daarom is het belangrijk in de buurt te blijven bij een driftbui. Zoek nadien samen de oorzaak en help je kind om te verwoorden waarom het zo heftig reageerde.

    Wist je dat?

    Als je peuter driftig of koppig is, betekent dat niet dat hij of zij jou of andere opvoeders niet graag ziet of niet meer nodig heeft. Integendeel. Je peuter gebruikt jou als proefkonijn omdat hij zich bij jou het veiligst voelt. Een goede band tussen jou en je kind zorgt ervoor dat hij of zij kan laten zien dat hij of zij het moeilijk heeft. Je kind wordt rustiger en voelt zich getroost door jouw hulp.

    Hoe omgaan met driftbuien?

    Tijdens een driftbui is het moeilijk om je peuter te kalmeren. Hij of zij wordt dan helemaal overspoeld door emoties en heeft geen controle meer over zichzelf.

    • Laat je kind uitrazen.
    • Bij sommige kinderen werkt oppakken kalmerend, maar de meeste worden er nog kwader van.
    • Blijf zelf zo rustig mogelijk. Zet je peuter op een veilige plaats, bijvoorbeeld op een tapijt als hij of zij vaak met het hoofd bonkt.
    • Als je kind heftig reageert op de grenzen die je stelt, komt de verleiding om je grenzen te verleggen. Dit doe je beter niet. Kinderen hebben grenzen nodig. Soms zoeken ze zelfs net die grenzen op om de emoties die ze door de dag hebben opgestapeld, te uiten. De grens behouden geeft duidelijkheid en veiligheid aan je kind.
    • Blijf aanwezig bij je kind en laat zijn of haar gevoelens toe: huilen moet niet stoppen, boosheid moet niet stoppen, je mag verdrietig zijn en als je je boos voelt, mag je dat tonen.

    Na afloop kan je kind helemaal ontredderd en triest zijn, je kind begrijpt zelf niet wat hem of haar overkomen is.

    Deze zes tips kunnen een houvast zijn om met drift en koppigheid om te gaan. Elk kind is anders, dus het is uitzoeken welke tips voor jouw kind werken.

     

    Schenk spontaan aandacht, ook buiten conflictsituaties

    Een peuter wil gezien worden: hij of zij wordt ‘ik’ en is trots op alles wat hij of zij al kan. Toch heeft je peuter nog veel hulp nodig.

    Een koppige of driftige peuter krijgt veel aandacht. Je probeert hem of haar te kalmeren of wordt boos. Je peuter leert al snel dat lastig gedrag extra aandacht betekent. Daarom is het belangrijk om ook spontaan aandacht te schenken aan je peuter, buiten conflictsituaties.

    Moedig je kind aan en heb geduld

    Stimuleer je kind in de ontwikkeling naar een eigen persoontje. Geef ruimte, zodat je peuter zijn of haar mogelijkheden leert kennen en uitbreiden.

    Laat je peuter experimenteren met zelfstandig eten, zich wassen … Zo stimuleer je hem of haar om zelfstandiger te worden. Heb geduld als het een knoeiboel wordt.

    Je peuter vindt het fijn om mee te helpen in de tuin, in het huishouden en bij het verzorgen van dieren. Het werk gaat wellicht wat trager vooruit, maar je peuter zal heel wat bijgeleerd hebben.

    Toon begrip voor de frustraties en gevoelens van je kind

    Je peuter leert zelfstandig worden en wil daarbij van alles bereiken, maar wordt daarbij in zijn of haar ogen gehinderd door anderen of door zijn of haar eigen beperkingen. Daardoor kan je peuter wel eens gefrustreerd zijn:

    • Je peuter wil iets zeggen, maar kan nog niet precies uitdrukken wat hij of zij bedoelt.
    • Je peuter krijgt de deur van een kast niet open.
    • Je peuter mag niet aan het leuke speelgoed van grote zus komen.

    Probeer de reden van zijn of haar frustratie te achterhalen en toon begrip.

    Wees beschikbaar als je kind op ontdekking gaat

    Je peuter leert zichzelf en zijn of haar omgeving kennen. Die ontdekkingstocht is belangrijk om zelfstandiger te worden.

    Je peuter durft op ontdekking te gaan als hij of zij weet dat er iemand in de buurt is. Als je peuter weet dat er iemand beschikbaar is als er iets zou mislopen of als hij of zij plots iemand nodig heeft, zal je peuter veel meer ondernemen.

    Stel duidelijke grenzen en leer je kind regels volgen

    In deze periode is het erg belangrijk om grenzen te stellen en regels aan te leren. Dit zorgt voor voorspelbaarheid en geven veiligheid en rust aan je kind. Je kind weet vooraf wat je gaat doen, waaraan hij of zij zich moet houden of wat hij of zij kan verwachten. Je peuter zal echter niet altijd begrijpen waarom er een bepaalde grens is.

    • Stel niet te veel grenzen. Je peuter heeft nood aan ruimte voor zijn of haar ontdekkingstocht.
    • Pas je regels consequent toe. Als je kind een driftbui heeft, is het belangrijk dat je ‘nee’ een ‘nee’ blijft.
    • Vermijd een machtsstrijd met je kind.
    • Verwoord je regels eens als een uitdaging (bv. “Zou je al helemaal alleen je tanden kunnen poetsen?”).

    Je kind doet ongetwijfeld veel waar je blij van wordt, maar ook dingen die je niet fijn vindt. Op al die gebeurtenissen kan je reageren om het gedrag van je kind bij te sturen. Leiding geven aan je kind en zijn of haar gedrag bijsturen, doe je in de eerste plaats om je kind te helpen in zijn of haar groei en ontwikkeling.

    Meer over opvoedingsvaardigheden

    Heb realistische verwachtingen

    Elke peuter heeft een eigen karakter en ontwikkelt op zijn of haar eigen tempo. Toch zijn er enkele vaste aandachtspunten om met een peuter om te gaan:

    • Als een peuter tien minuten lang geconcentreerd met iets bezig is, is dit voor hem of haar een hele prestatie.
    • Geef korte, duidelijke boodschappen. Verschillende opdrachten of vragen in één zin kunnen verwarrend en onduidelijk zijn.

    "Elke ‘bij mij zal ’t nie waar zijn’ komt als een boemerang in je gezicht terug zodra je zelf kinderen hebt." Lees de getuigenis van Kristien Wollants.

    Lees haar verhaal

    Als het je als ouder te veel wordt

    Iedereen probeert om zo goed mogelijk te reageren op het koppige en driftige gedrag van een peuter. Soms word je er moe en ongeduldig van. Het hangt van heel wat factoren af of de drift en de koppigheid van een kind een echt probleem wordt. Maar als een ouder of begeleider het gedrag als een probleem ervaart, dan is het dat ook. Neem contact op met de behandeld arts of verpleegkundige.

    Twijfels of vragen? Wij staan voor je klaar!

    Een verpleegkundige van Kind en Gezin staat je graag bij met advies op maat. Contacteer de Kind en Gezin-Lijn of maak een afspraak voor het spreekuur opvoedingsondersteuning. Tijdens een of meerdere gesprekken zoekt een verpleegkundige samen met jou een antwoord op je opvoedingsvragen.