Opvoedingsvaardigheden

Je kind doet ongetwijfeld veel waar je blij van wordt, maar ook dingen die je niet fijn vindt. Op al die gebeurtenissen kan je reageren om het gedrag van je kind bij te sturen. Leiding geven aan je kind en zijn of haar gedrag bijsturen, doe je in de eerste plaats om je kind te helpen in zijn of haar groei en ontwikkeling.

Ga snel naar

    Begrenzen

    Leiding geven aan je kind en zijn of haar gedrag bijsturen doe je in de eerste plaats om je kind te helpen in zijn of haar groei en ontwikkeling, niet om je kind te kwetsen.

    Je kind leert:

    • zich veilig en rustig voelen bij jou, omdat je duidelijk aangeeft wat mag en niet, wat veilig is en wat niet en wat het goed doet en al kan.
    • waarom iets mag of niet (bv. een hand geven op straat omdat er auto’s in de buurt rijden)
    • zijn of haar gevoelens herkennen, benoemen en ermee omgaan (bv. boos zijn omdat iets niet mag)
    • zijn of haar gedrag in de hand te houden
    • rekening houden met anderen (bv. samen opruimen, leren delen …)

    Wat levert het jou op?

    • Meer rust en een aangename sfeer in huis. Investeren in aandacht geven en een positieve structuur bieden, zorgt ervoor dat je minder tussenbeide moet komen voor negatief gedrag van je kind.
    • Een fijne band met je kind.
    • Een positief gevoel als ouder als je kind zich fijn gedraagt.

    Bouwen aan een warme en liefdevolle relatie

    Leiding geven aan een kind werkt best in een warme en liefdevolle relatie met je kind. Dat werkt in twee richtingen. 

    Basisingrediënten om leiding te geven aan je kind:

    • Op een positieve manier naar je kind kijken, met realistische verwachtingen
    • Het gedrag van je kind proberen te begrijpen en dat laten merken aan je kind.
    • Luisteren en praten met elkaar.
    • Duidelijkheid en structuur bieden.

     

    Zoeken naar een goed evenwicht

    Het gaat erom te zoeken naar een goed evenwicht voor je gezin en voor je kind. Zomaar alles toelaten werkt niet, evenmin als een te harde aanpak. Ook als het gaat over complimentjes geven, is het een kwestie van evenwicht.

    Te weinig grenzen? Te harde aanpak?

    Te weinig grenzen en onduidelijkheid maakt kinderen onzeker. Ze zoeken dan telkens uit hoe ver ze kunnen gaan, weten niet goed wat van hen wordt verwacht. Ze proberen dingen uit tot je boos wordt of lijken almaar door te gaan. Door dit aftasten van grenzen, krijg je als ouder het gevoel dat je moeilijker controle houdt.

    Duidelijkheid geeft kinderen houvast.

    Een te strikte, negatieve of harde aanpak kan ervoor zorgen dat kinderen zich uiterlijk goed gedragen. Ze doen dit uit angst voor straf maar niet zozeer omdat ze geleerd hebben waarom iets mag of niet. Kinderen dragen hier mogelijke gevolgen van in de vorm van een laag zelfbeeld en angst.
    Te veel complimentjes? Te vaak negatief reageren?
    Een overdaad aan complimentjes wekt de indruk dat ook zonder inspanningen alles positief is en je kind leert dat je vooral iets doet voor een complimentje als beloning. Af en toe een complimentje is sterker dan reageren op elk fijn gedrag van je kind. Voor een kind is het belangrijk om meer positieve dan negatieve reacties te horen. Dat moedigt aan een toont dat je opmerkt wat allemaal goed gaat. Ook de sfeer wordt hierdoor beter en het ondersteunt het zelfvertrouwen en zelfbeeld van een kind.

     

    Wist je dat?

    Kinderen houden van aandacht. Iets doen wat niet mag, levert heel wat aandacht op. Kinderen blijven dan dingen doen die niet mogen (bv. als ze zich vervelen), omdat ze zo aandacht krijgen. Zelfs die negatieve aandacht is soms fijner dan minder of weinig aandacht.

    Anders in elk gezin

    Iedereen worstelt met dezelfde soort vragen over ongewenst gedrag van hun kinderen (bv. niet(s) willen eten, moeilijk gaan slapen …) en zoekt naar manieren om hiermee om te gaan.

    Bovendien kan je de druk voelen om te voldoen aan bepaalde verwachtingen vanuit de maatschappij, jezelf, je ouders, je vrienden… Mensen voeden uiteindelijk op hoe ze het zelf best aanvoelen en dat verschilt dus voor elke ouder, elk kind en elk gezin.

    Je gaat als ouder op zoek naar een opvoedmethode die je ligt en die aansluit bij je persoonlijkheid, afgestemd is op je gezinssituatie en opvoedingsdoelen die je voor ogen hebt.

    Bovendien werkt een bepaalde aanpak goed bij je ene kind en bij je andere kind misschien net helemaal niet. Het ene kind is van nature uit bv. gevoeliger voor een beloning dan een ander kind (dat heeft onder andere met temperament te maken). Je aanpak en verwachtingen aanpassen aan wat voor jouw kind realistisch is, is belangrijk.

    Stem je opvoedingsaanpak ook af met je partner: waarin verschilt jullie aanpak en hoe kunnen jullie elkaar aanvullen?

    Hoe ben je zelf opgevoed?

    Hoe je zelf bent opgevoed, geeft niet altijd houvast hoe je het zelf zou willen aanpakken. Kan jij je nog herinneren waarom en hoe je als kind gestraft of beloond werd? Wat vond je prettig en wil je graag op dezelfde manier doen? Wat net niet? Hoe zou je het anders willen aanpakken? Was het voor jou duidelijk welk gedrag verwacht werd in welke situatie? Wie maakte je dat duidelijk en hoe?

    Iedereen heeft zijn eigen afspraken en gewoonten. Dit hangt samen met:

    • je leefomgeving
    • je opvoedingservaringen, tradities en verwachtingen van je familie, je culturele eigenheid, je geloofsovertuiging, je wensen en verwachtingen ten opzicht van je kind …
    • de opvoedingsstijl(en) die jij en je partner verkiezen en hanteren en hoe die overeenkomt met het temperament, het geslacht, de leeftijd of de ontwikkeling van je kind
    • de concrete situatie op een bepaald moment.

    Praktische tips

    De manier waarop je reageert heeft invloed op het gedrag van je kind. De ene aanpak werkt beter dan de andere. Om het gedrag van je kind in goede banen te leiden, gaat het vaak niet over straffen. De meeste mogelijkheden om te reageren op een kind om zijn of haar gedrag bij te sturen, zijn positief.

    Bovendien toont onderzoek aan dat ouders die vooral aandacht hebben voor positief gedrag minder vaak moeten ingrijpen op gedrag dat ze als storend ervaren.

    In onze toolbox lees je tal van praktische tips over hoe je kan omgaan met het gedrag van jouw kind.

    Tips bij baby's

    Baby’s groeien op in interactie met hun ouders en andere verzorgers (gehechtheidsfiguren) en leren zo de wereld en de bijhorende afspraken kennen. Baby's jonger dan 6 maanden kunnen nog niet (on)gehoorzaam zijn, omdat ze pas tussen de 6 en 9 maanden beginnen het effect van hun eigen gedrag te herkennen en de betekenis van het woord 'nee' leren kennen.

    Afhankelijk van hun cognitieve, sociale en taalontwikkeling, kunnen kinderen vanaf ongeveer 2 jaar eenvoudige opdrachten opvolgen. Door deze vaardigheden is de ongehoorzaamheid bij kinderen van 2 tot 3 jaar het grootst. Kinderen ontdekken dat ze een eigen willetje hebben en kunnen heel koppig of driftig reageren tijdens de peuterpuberteit.

    Je kind leert alles kennen door op ontdekking te gaan en grenzen af te tasten. Ieder levenslustig kind heeft van nature deze nieuwsgierigheid. Dit is belangrijk voor de ontwikkeling van je kind. Je kind heeft nood aan een voorspelbare en veilige leefomgeving om in alle vertrouwen op ontdekking te kunnen gaan.

    1. Maak je huis kindvriendelijk.
      Je baby heeft ruimte nodig om actief de omgeving te verkennen. Maak je huis veilig en berg kostbare spullen op of scherm ze af. Hierdoor ben je zelf ook gerust dat je kind zich niet kan verwonden of iets kan stukmaken. .
    2. Merk het goede gedrag van je kind op.
      Geef je kind positieve feedback als hij of zij zich gedraagt zoals jij graag hebt. Probeer 6 positieve commentaren (complimenten en aanmoedigingen) te geven per negatieve commentaar (kritiek en opmerkingen). Dat zorgt voor een goed evenwicht. Als je vooral aandacht hebt voor wat goed loopt, zal je merken dat je ook minder moet straffen.
    3. Communiceer op ooghoogte van je kind.
      Knielen tot ooghoogte van je kind is heel krachtig om op een positieve manier te communiceren. Zo kan je makkelijk aansluiten bij wat je kind voelt of denkt. Het helpt je kind om te focussen op wat je zegt of vraagt.

    Tips bij peuters

    Je peuter gaat op onderzoek, verkenning en zit overal aan of op. Je lijkt ogen en oren tekort te komen en het kan best vermoeiend zijn. Peuters hebben ruimte nodig om te ontwikkelen, maar je wil niet dat ze zich pijn doen, in gevaarlijke situaties terechtkomen of dat er zaken stuk gaan.

    Ouders noemen hun peuters wel eens 'ongehoorzaam'. Maar van echte ongehoorzaamheid is hier nog geen sprake. De verstandelijke ontwikkeling van peuters staat nog niet zover. Peuters moeten de kans krijgen om te leren dat er grenzen zijn en hoe ze die kunnen verleggen. De wereld is voor hen immers groot en onoverzichtelijk. Grenzen geven een gevoel van veiligheid, houvast en geborgenheid.

    Het is normaal dat je kind de grenzen aftoetst. Je peuter doet dit het meest bij mensen die het dichtst bij hem of haar staan. Het feit dat je kind bij jou zichzelf kan zijn en de grenzen opzoekt, is een teken van graag zien en zich goed voelen bij jou.

    1. Gebruik humor.
      Een belangrijke manier om de spanning in je gezin te verminderen of een mogelijk conflict te vermijden, is humor te gebruiken en samen plezier te maken! Humor leert ons relativeren, leert ons omgaan met conflict en creëert een positief klimaat. Een situatie aanpakken met humor is vaak veel effectiever dan jezelf kwaad te maken. Humor ten koste van je kind helpt echter niet. Kleine kinderen voelen zich gemakkelijk gekwetst door ouderlijk geplaag. Het is de humor waar je allebei om moet lachen, die we zoeken! Die bezorgt jou en je kind energie.
    2. Maak je huis kindvriendelijk.
      Een baby en peuter verkent actief zijn omgeving. Een opgroeiend kind heeft ruimte nodig om zich te kunnen ontwikkelen. Door je huis veilig te maken en de kostbaarste spullen op te bergen of voor je kind af te schermen, zorg je ervoor dat je kind veilig zijn of haar omgeving kan verkennen. Dit zorgt er bovendien voor dat je je als ouder niet gek moet rennen uit vrees dat je kind iets stuk zal maken of zich zal verwonden.
    3. Geef zelf het goede voorbeeld.
      Je bent een rolmodel voor je kind, dus gebruik je eigen gedrag om je kind te begeleiden. Wat je doet is vaak belangrijker dan wat je zegt. Wees bijvoorbeeld zelf altijd vriendelijk en beleefd als je wil dat je kind dat ook is. Als je niet wilt dat je kind zijn of haar stem verheft of roept, praat dan zelf rustig en vriendelijk tegen je kind. Je kind kopieert vaak spontaan je gedrag.
    4. Stel duidelijke basisregels op.
      Overdrijf niet met heel veel regels, maar kies voor een paar duidelijke afspraken. Zorg er ook voor dat je realistische regels stelt, rekening houdend met de ontwikkeling en persoonlijkheid van je kind. Wees consequent in het volgen van de regels: een regel verandert niet om de haverklap en kan niet gemanipuleerd worden door je kind.
    5. ‘Choose your battles’.
      Je hoeft niet op alle, grensverleggende of uitdagende gedrag in te gaan. Kinderen hebben vooral veel tijd en ruimte nodig om zich te ontwikkelen. Daarbij hoort dat ze uitproberen, ondernemen … Dit kan best vermoeiend zijn. Kies welke strijd je aangaat. Voordat je reageert op iets wat jouw kind doet, vraag jezelf af of dit echt belangrijk of nodig is. Door vragen en negatieve feedback tot een minimum te beperken, creëer je minder kansen tot conflict. Regels zijn belangrijk, maar gebruik ze voor wat er echt toe doet.
    6. Wees consequent.
      Voorspelbaarheid betekent niet alleen dat je doet wat je zegt, maar ook dat je niet toegeeft als je kind blijft zeuren. Als je ‘neen’ zegt en dan toegeeft, zal je kind de volgende keer nog harder zeuren in de hoop weer geluk te hebben. Zeg enkel ‘neen’ als je het meent en pas je intonatie aan.

    Twijfels of vragen? Wij staan voor je klaar!

    Erover praten helpt. Heb je vertrouwenspersonen die het kunnen overnemen als het voor jou te moeilijk wordt? Kan je bij je ouders, buren, vrienden terecht om raad te vragen, te praten over jouw kijk op grenzen stellen, te vertellen hoe het soms vanzelf gaat of soms heel moeilijk is…? Je kunt ook terecht bij de Kind en Gezin-Lijn met al je opvoedingsvragen.