Problemen bij borstvoeding bij baby's

Je kan veel problemen voorkomen door je vooraf te informeren, je baby correct aan te leggen en je tijdig te laten bijstaan door een deskundige Vaak voorkomende problemen bij baby's:

Ga snel naar

    Oprispingen

    Regurgitatie of oprispingen bij je baby betekent dat de maaginhoud terugvloeit naar de slokdarm. Dat is normaal en vaak te wijten aan de onrijpheid van het maagdarmstelsel van je baby. Er is geen verschil in het voorkomen van oprispingen bij borstvoeding en bij kunstvoeding. Doordat moedermelk lichter verteerbaar is dan kunstvoeding, wordt de maag bij moedermelk wel sneller geledigd, wat de kans op regurgitaties mogelijk vermindert. Naast de anatomische kenmerken van de slokdarm en maag van een baby kunnen andere factoren de oprispingen mee veroorzaken, zoals een sterke toeschietreflex, te snel wisselen van borst, een te grote melkproductie of een baby die te krachtig zuigt. Vooral tijdens de eerste levensmaanden komen oprispingen voor. 

    De baby laat voeding uit de mond lopen of geeft kleine gulpjes voeding terug, vaak korte tijd of lange tijd na de maaltijd, soms de hele dag door. Je baby heeft er weinig last van: hij eet goed, groeit goed en ontwikkelt zich normaal. Wees niet ongerust over de hoeveelheid, of het aantal keren dat je kind teruggeeft. Het is niet nodig om de moedermelk af te kolven en in te dikken, of om te stoppen met borstvoeding.

    Als je baby te vaak teruggeeft en andere tekenen vertoont, zoals pijn, vaak huilen, echt braken, weinig gewichtstoename of trage ontwikkeling, kan er een onderliggend probleem zijn. Raadpleeg je arts of je verpleegkundige.     

    Onvoldoende groei

    • Hoe goed je baby groeit, beïnvloedt je gevoelens als mama. Wanneer het gewicht van je baby slechts langzaam toeneemt, kan je al snel ongerust worden en je onzeker voelen en kan je zelfs het gevoel hebben dat je je baby te kort doet door hem borstvoeding te geven.
    • Een normale gewichtstoename voor de eerste 3 à 4 maanden varieert tussen de 100 à 300 gram per week. Elk kind is echter uniek en een te sterk focussen op het gewicht kan onnodige ongerustheid veroorzaken. Na vier maanden vermindert de gewichtstoename bij een baby die uitsluitend borstvoeding krijgt. Dit is heel normaal! Een normale gewichtstoename na vier maanden varieert tussen de 85 à 150 gram per week. Sommige baby’s kennen echter een tragere gewichtstoename. Dit wil niet noodzakelijk wijzen op een (medisch) probleem.
    • Naast de gewichtstoename zijn ook de groei, het aantal plas- en stoelgangluiers, de algemene toestand en de ontwikkeling van je baby parameters die aangeven of hij voldoende voeding krijgt.
    • Hou er ook rekening mee dat meetfoutjes niet altijd uit te sluiten zijn. Om de gewichtsevolutie juist op te volgen zou je baby steeds op dezelfde manier gewogen moeten worden (zelfde weegschaal, zelfde tijdstip, telkens volledig naakt of telkens met een droge luier, telkens voor een voeding,…).
    Twijfels of vragen?

    Bespreek je twijfels daarom met de verpleegkundige, de vroedvrouw of met de behandelend arts. Zij zullen je geruststellen indien je baby het goed doet en ze zullen je adviezen geven om eventueel de gewichtsevolutie te verbeteren. Indien nodig zal je verwezen worden naar een arts voor een grondiger medisch onderzoek.

    Tips in afwachting van controle

    • Kijk en luister of je baby effectief drinkt aan de borst. Goed aanleggen is noodzakelijk. 
    • Geef je baby geen fopspeen tijdens de eerste maand en wees er nadien, zeker als je baby maar matig bijkomt, ook zeer zuinig mee. Zuigen op een fopspeen kan immers het aantal borstvoedingen verminderen.
    • Vaker aanleggen, bevordert de melkproductie.
    • Als je baby voldoende lang drinkt aan de eerste borst, krijgt hij voldoende vetrijke achtermelk binnen. Nadien drinkt de baby ook nog aan de tweede borst.
    • Als je baby makkelijk in slaap valt, kleed hem dan wat lichter en hou hem wakker door hem in een meer verticale positie aan te leggen. Je kan hem ook prikkelen door zijn kaakjes te strelen, handjes en voetjes masseren, hem vaker van borst te wisselen … Een alerte baby drinkt beter. Als je hem vaker voedt, 12 tot 14 keer voeden op 24 uur is dan een normale frequentie, kan hij voldoende drinken.
    • Rust extra, dat bevordert de melkproductie.

    Veel huilen

    Baby’s huilen, dat is normaal. Huilen is voor je baby een manier om te communiceren, om te laten merken dat hij je nodig heeft. Ongeacht het type voeding dat ze krijgen, hebben veel baby’s de eerste maanden regelmatig een onrustige periode, meestal in de late namiddag of vroege avond.

    Veel moeders die borstvoeding geven denken dat hun baby huilt omdat hij honger heeft en dat ze onvoldoende melk hebben. Het huilen van een baby betekent echter niet noodzakelijk dat hij honger heeft. Ze huilen ook als ze ongemakken ervaren zoals een vuile luier en krampjes, maar ook gewoon omdat ze je nabijheid nodig hebben. Een baby is vaak al getroost door hem alleen maar vast te houden, wat de reden voor zijn huilerigheid ook mag zijn.

    Honger?

    Je kindje laat enkele hongersignalen zien als hij zin heeft in een voeding. Toch zal het niet altijd duidelijk zijn of je baby honger heeft of last heeft van iets anders. Een baby die last heeft van ongemakken of darmkrampjes zal ook een verhoogde zuigbehoefte hebben omdat zuigen troost biedt. 

    Je kan op heel wat manieren troost aanbieden aan je baby zoals hem dragen en wiegen, ermee rond lopen, zijn rugje masseren, naar een rustige kamer gaan,…  Maar als dat allemaal niet helpt kan je hem gerust ook de borst aanbieden ook al was de vorige voeding nog niet lang geleden.

    Veel baby’s neigen de eerste weken naar ‘clustervoedingen’ op sommige momenten van de dag (vooral vroeg in de avond). Dit houdt in dat ze veel voedingen vragen kort op elkaar. Als je denkt dat de baby toch al voldoende gegeten heeft, kan je hem op dat moment ook laten drinken aan de borst waaruit hij eerder gedronken heeft. De baby geniet dan van de troostende warmte en het zuigen aan de borst zonder te veel melk binnen te krijgen.

    Krampjes

    Bij een baby die krampjes heeft, is het hele lichaampje gespannen. Meestal trekt hij zijn beentjes op naar zijn buik, balt zijn vuistjes, vertrekt zijn gezicht van pijn, terwijl hij schril huilt. Krampjes komen het meest voor in de late namiddag of avond. Er is weinig aan te doen, behalve er zijn voor de baby en hem troosten. Ook nu kan je hem de borst aanbieden waar hij het laatste aan gedronken heeft.

    Een kindje dat veel krampjes heeft en veel huilt kan op te veel melk wijzen. Bij een mama die veel melk heeft, moet de baby vaak zo gulzig drinken dat hij veel lucht hapt. Deze lucht kan op een later moment ongemakken veroorzaken in de darmen. Als de baby de borst niet goed kan leegdrinken, kan hij krampjes krijgen van teveel voormelk.

    Oprispingen of refluxziekte

    Het is normaal dat baby’s geregeld wat melk teruggeven. Meestal ondervinden ze er weinig last van. Als dit volgens jou echter de reden is dat je baby geregeld huilt, hou hem dan voldoende lang rechtop na de voeding. De tips bij ‘teveel melk’ kunnen ook bij oprispingen helpen.

    Overgevoeligheid

    Vaak zijn borstvoedende mama's bang dat de baby last krijgt van bepaalde voedingsmiddelen die ze eten. In principe mag je alles eten, maar met mate. Ondervind je dat je baby telkens huilt als jij een bepaald voedingsmiddel gegeten hebt, kan je tijdelijk dit product weglaten of minder vaak eten. Na enkele weken kan je het voedingsmiddel opnieuw uitproberen. Mogelijk heeft de baby er nu geen last meer van omdat zijn darmwerking geëvolueerd is.

    Bij 4% tot 6% van de baby’s is er sprake van een voedselallergie. De meest voorkomende allergenen zijn koemelk en melkproducten.

    Onrustig aan de borst

    Onrust aan de borst kan meerdere oorzaken hebben en vaak verschillen deze naargelang de periode waarin de onrust zich voordoet.

    Onrust in de eerste dagen

    • Trauma door een moeilijke of langdurige bevalling (vb. sleutelbeenbreuk...) 
    • Medicatie die tijdens de bevalling aan de moeder gegeven werd 
    • Overprikkeling van de baby 
    • Probleem bij aanhappen of zuigen 
    • Traag toeschietreflex of na dag 4 juist te sterk toeschietreflex tgv stuwing 
    • Vanaf dag 2 à 4 stuwing door het opgang komen van de melkproductie

    Onrust in de eerste weken

    • Aanlegprobleem, zuigverwarring
    • Baby moet een boertje laten
    • Sterke darmbewegingen tijdens het zuigen
    • Pijn door spruw in mondje, oorontsteking, …
    • Té sterk toeschietreflex waardoor baby zich telkens verslikt
    • Baby is snel overprikkeld
    • Verandering bij mama (ander parfum, kapsel, bril...)
    • Verandering van smaak van de moedermelk (door invloed voeding van de moeder, menstruatie of borstontsteking)
    • Mogelijk lichamelijk probleem zoals darmkolieken, reflux, voedselintolerantie, neurologisch probleem…

    Onrust op latere tijdstippen

    • Teveel prikkels in de omgeving, te snel afgeleid 
    • Tragere melkstroom op einde van de voeding 
    • Pijnlijke doorbraak van tandjes
    • 1 van de eerder genoemde problemen

    Tips

    Probeer te achterhalen wat de oorzaak is van de onrust van je baby. Ligt je baby goed aan? Of misschien is een andere houding comfortabeler voor je baby. Verduistering, zachte rustgevende muziek, tv uitzetten, apart van bezoek gaan voeden … kan rust brengen. 

    Als je zelf rustig blijft en je baby wat vaker voedt, zal hij ondanks kortere en onrustige voedingen toch voldoende melk binnen krijgen.

    Waar kan je terecht met vragen over borstvoeding?

    Heb je twijfels? Of wens je een luisterend oor? Weet dat je terecht kan bij je verpleegkundige van Kind en Gezin. Ook een vroedvrouwlactatiekundige of iemand van een borstvoedingsorganisatie kan je borstvoeding ondersteunen. Een gesprek met iemand die ervaring heeft met borstvoeding kan wonderen doen.

    Infographic

    Niet doorslapen

    Elke baby heeft zijn eigen eet-en slaapritme. De eerste weken slapen baby’s veel. Het is een droom voor ouders als hun baby braaf enkele uren slaapt, drinkt en weer enkele uren verder slaapt. Bij de meeste baby's is deze regelmaat er niet en zeker niet tijdens de eerste levensweken. Bovendien verwarren baby’s vaak dag en nacht. Tijdens de zwangerschap werd de baby in het vruchtwater in slaap gewiegd wanneer de mama overdag actief en in beweging was. ’s Nachts, wanneer de mama sliep en de baby niet meer gewiegd werd in het vruchtwater, werd hij juist wakker en alert. Dit patroon van overdag een langere slaapperiode en ’s nachts regelmatig om een voeding vragen ondervinden ouders vaak.

    Het aantal voedingen dat een baby tijdens de eerste levensweken nodig heeft, kan individueel erg verschillen en varieert tussen 8 en 12 voedingen per dag. Naarmate de baby zijn drinktechniek verbetert, zal hij minder vaak om voeding vragen. Een jonge baby groeit snel, waardoor hij vaak ook ’s nachts honger heeft. Het is dus volstrekt normaal dat een baby ’s nachts meermalen om voeding vraagt. Daarnaast hebben nachtvoedingen een gunstig effect op de melkproductie. De verwachtingen van de ouders en de adviezen van de zorgverleners liggen soms te ver van deze natuurlijke behoeften van een baby.

    Door deze onderbroken nachten kan je het prille ouderschap als een heel vermoeiende periode ervaren, misschien twijfel je wel of je die borstvoeding kan volhouden en hoop je dat je baby beter slaapt als je hem kunstvoeding geeft … Het klopt dat borstvoeding lichter verteerbaar is dan kunstvoeding en dat kindjes die borstvoeding krijgen iets vaker een voeding nodig hebben. Toch blijkt uit onderzoek dat ouders van baby’s die zowel ’s avonds als ’s nachts exclusief borstvoeding krijgen, 40 à 50 minuten langer slapen en minder slaaponderbrekingen kennen dan ouders van baby’s die ’s nachts flesvoeding krijgen. 

    En dan heb je ook nog de aanmaak van oxytocine tijdens de borstvoeding (het liefdeshormoon dat ook zorgt voor de toeschietreflex). Dit hormoon is er verantwoordelijk voor dat mama's tijdens en na het voeden zich vaak loom voelen en zich gaan ontspannen. ’s Nachts zal dit systeem ervoor zorgen dat je na een borstvoeding snel in slaap valt en dat de slaap diep en van goede kwaliteit is waardoor je je ondanks de onderbrekingen toch uitgerust kunt voelen. Het is echter ook aan te raden om overdag toe te geven aan dit lome gevoel en wat extra rust in te lassen na de borstvoeding. Vooral in de eerste zes weken na de bevalling heb je die extra rust nodig of je nu borstvoeding geeft of niet.

    Tips

    • Je kan met minder slaaponderbreking voeden als je baby dicht bij jou (in zijn eigen bedje) slaapt.
    • Tijdens het voeden mag je je baby ook bij jou in bed nemen. Leg je baby na het voeden wel terug in zijn wiegje.
    • Het is normaal dat baby’s ’s nachts wakker worden om te eten.
    • Je zal door je baby telkens op dezelfde manier te voeden en hem daarna weer in zijn bedje te leggen, een gewoonte creëren. Gedempt licht of geen licht, geen geluid en niet verluieren als het niet nodig is, beperken de prikkels.
    • Na verloop van tijd zal je baby ’s nachts langere periodes slapen.

    In slaap vallen

    Een baby die steeds in slaap valt aan de borst, is erg lastig voor de mama. 

    In de eerste weken zou de baby minstens 8 tot 10 voedingen per 24 uur moeten hebben om een goede melkproductie op gang te brengen. Tijdens de borstvoeding zou de baby minstens 10 à 20 minuten actief moeten drinken. Meestal hoort de moeder de baby ook slikken. Als de baby minder frequent borstvoeding vraagt of tijdens de borstvoeding te passief is, zal hij minder melk binnen krijgen dan hij nodig heeft. Hij zal hierdoor minder plassen en stoelgang maken en zijn groei vertragen. Een ander gevolg is dat de melkproductie onvoldoende gestimuleerd wordt of dat de borst onvoldoende leeggedronken wordt, wat op zijn beurt een verstopt melkkanaaltje of een borstontsteking kan veroorzaken.

    Het is dus zowel voor de baby als voor de mama belangrijk dat de slaperige baby goed gewekt wordt voor een voeding.

    Mogelijke oorzaken

    • een langdurige bevalling of bepaalde medicijnen die tijdens de bevalling aan de moeder gegeven zijn
    • lichamelijke problemen bij de baby zoals geelzucht of een infectie

    Tips

    • Als je baby moeilijk te wekken is of indien je denkt dat hij te weinig voeding krijgt, raadpleeg dan je verpleegkundige, vroedvrouw of lactatiekundige. Mogelijk is ook een controle door een arts nodig om uit te sluiten dat er een medisch probleem aan de oorzaak van de slaperigheid ligt.
    • Extra aandacht is nodig bij een baby met geelzucht. Een baby met een hoge bilirubineconcentratie in het bloed is vaak suf. Hij lijkt tevreden, maar is te slaperig om voldoende te eten. Herken je dit, neem dan zo snel mogelijk contact op met je arts.

    Voor de borstvoeding

    • Hou je baby rechtop en praat tegen je baby
    • De handjes en de voetjes masseren en over het rugje wrijven maakt je baby alert 
    • Door kleedjes uit te doen en de luier te wisselen, wek je de baby
    • Je kan zijn voorhoofd en gezichtje met een koele vochtige doek deppen
    • Masseer enkele druppels moedermelk uit je tepels

    Tijdens de borstvoeding

    • Een voldoende alerte baby zal zijn mondje ver open doen tijdens het aanhappen
    • Maak huidcontact bij het aanleggen
    • Probeer een zittende houding aan (bv. rugbyhouding)
    • Wissel vaker van borst tijdens 1 borstvoeding
    • Borstcompressie zorgt ervoor dat de melk sneller zal stromen waardoor je baby minder snel terug in slaap zal vallen. Omvat daarom, op het moment dat de baby zuigt, je borst stevig en zo dicht mogelijk bij de ribbenkast. Je mag gerust wat druk uitoefenen, zolang het maar geen pijn doet. Wanneer je baby stopt met zuigen, laat je de druk weg. Je kan je hand nu eventueel een beetje verplaatsen en zodra je baby weer zuigt, de druk verhogen op een andere plaats, maar steeds dichtbij de borstkas en dus achter de gevulde melkklieren.

    Niet goed zuigen

    Een baby begint de voeding meestal met enige snelle zuigbewegingen om de toeschietreflex bij de moeder op te wekken (stimulerend zuigen). Zodra de melk begint te stromen, kan de moeder de baby horen slikken, eerst heel frequent en naarmate de voeding vordert zal het slikken weer afnemen in frequentie (drinken of nutritief zuigen).

    Als je je baby hoort en ziet slikken, weet je dat hij goed drinkt. Na een voeding kan het zijn dat sommige baby’s nog een tijdje heel oppervlakkig blijven zuigen, zonder nog te slikken, juist om hun zuigbehoefte te bevredigen (niet-nutritief zuigen of oppervlakkig zuigen, sabbelen).

    Als je het nutritief zuigen kan herkennen tijdens de borstvoeding en het drinken aan je tepel voelt prettig aan, dan kan je ervan uitgaan dat je baby goed is aangelegd en goed drinkt.

    Symptomen van zuigproblemen

    Pijnlijke tepels zijn één van de eerste uitingen van een zuigprobleem. Als de baby zijn mond en tong niet correct gebruikt kan dit tepelpijn veroorzaken.

    • Een langzame gewichtstoename of gewichtsverlies en weinig vuile luiers.
    • Een voedingspatroon van heel lange voedingen en zeer frequente voedingen
    • De mama hoort de baby niet slikken bij het drinken. De baby vertoont kuiltjes in de wangen tijdens het drinken of maakt klikkende geluiden.
    • De baby drinkt de borst niet goed leeg. Stuwing blijft aanhouden, verstopte melkkanalen…

    Oorzaken

    • Bij voldragen en gezonde baby’s zijn zuigproblemen mogelijk door een zware bevalling, pijnstillende of verdovende medicatie van de moeder tijdens de arbeid, infecties in het mondje van de baby, zuigverwarring,…
    • Soms zijn er afwijkingen ter hoogte van de mond die het zuigen aan de borst bemoeilijken zoals een te kort tongriempje, een gespleten lipje,…
    • Medische problemen liggen ook vaak aan de basis van zuigproblemen zoals neurologische afwijkingen, prematuriteit, ziekte,…

    Tips

    • Het correct aanleggen van de baby zal al heel wat zuigproblemen kunnen voorkomen
    • Pas huid-op-huidcontact toe. De baby wordt met alleen een luier aan op de blote borst van de ouder gelegd en daarna warm toegedekt. Dit stimuleert de aangeboren reflexen.

    De baby zal na een poosje zelf actief de tepel zoeken en zal veel efficiënter aanhappen en zuigen. Bovendien is huid-op-huidcontact goed voor de psychomotorische ontwikkeling en het algemeen welzijn van de baby en zorgt het voor een hogere melkproductie.

    Vraag om hulp

    Om de zuigproblemen aan te pakken is het belangrijk dat de oorzaak hiervan gekend is. Dit is echter niet altijd gemakkelijk te achterhalen en het kan nodig zijn dat een verpleegkundige, vroedvrouw of een lactatiekundige een borstvoeding observeert om de oorzaak vast te stellen en om je verder te begeleiden in het correct aanleggen.

    Stoelgang

    1. De eerste dagen na de geboorte is de ontlasting van de baby een zwarte, plakkerige en pekachtige substantie. Deze meconium is eigenlijk geen echte ontlasting maar zijn de restjes die de baby uit mama's buik heeft meegenomen. Als een kind na 48u nog geen stoelgang heeft gemaakt, moet het nagekeken worden door een arts.
    2. Na 2 à 3 dagen, als de baby voldoende melkvoeding drinkt, verandert de kleur en de consistentie van de stoelgang de kleur zal variëren van bruin, geelgroen tot geel van kleur. en de consistentie wordt losser en dunner (vergelijkend met erwtensoep).
    3. De meeste baby’s, jonger dan zes weken, hebben elke vierentwintig uur ten minste 2 tot 5 keer ontlasting.
    4. Als je baby in de eerste 4 tot 6 weken minder dan 2 keer per dag stoelgang maakt, vraag dan raad aan je verpleegkundige, vroedvrouw of lactatiekundige die samen met jou bekijkt hoe de borstvoeding verloopt. Als je baby goed in gewicht bijkomt, kan het een normale variant zijn van een stoelgangpatroon, maar als dat niet het geval is, kan zo weinig stoelgang duiden op het feit dat je baby niet lang genoeg, niet vaak genoeg of niet op de juiste manier aan de borst drinkt om de vette, calorierijke achtermelk te krijgen die hij nodig heeft, of dat er andere problemen met zijn gezondheid zijn.
    5. Baby’s ouder dan zes weken houden vaak de zeer frequente ontlasting aan zolang ze uitsluitend borstvoeding krijgen, maar het is ook heel normaal dat sommige baby’s slechts eenmaal per week ontlasting krijgen zonder teken van constipatie (zoals harde, droge ontlasting).
    6. Raadpleeg een arts als de stoelgang erg vast is van structuur, als je kind erg huilt en pijn vertoont bij het ‘stoelgang’ maken of als er klachten optreden zoals braken, koorts, slechte gewichtsevolutie of voedselweigering.

    Diarree

    Omdat baby’s die borstvoeding krijgen zulke frequente en dunne stoelgang hebben, denken moeders vaak dat het kindje diarree heeft. Maar zoals je kon lezen is dit heel normaal.

    Symptomen van diarree:

    • waterige ontlasting zonder vaste deeltjes, soms met slijm en bloed
    • toename in frequentie en volume van de stoelgang
    • vieze geur

    Als je baby diarree heeft zal hij er meestal baat bij hebben dat je doorgaat met borstvoeding. Diarree bij een baby die borstvoeding krijgt, gaat meestal binnen een paar dagen over. Maar soms kan diarree ernstige problemen veroorzaken. Het verlies van water en zout bij een baby kan leiden tot uitdroging en uiteindelijk tot een shocktoestand. Je moet een arts raadplegen als je kind diarree heeft en:

    • je kind is lusteloos of suf en moeilijk wakker te krijgen
    • je kind drinkt of eet niet meer of braakt
    • je kind vertoont tekenen van dehydratatie: minder natte luiers (meer dan 8 uur een droge luier) droge lippen droog mondslijmvlies, ingevallen ogen, ingevallen fontanel,
    • zwakjes huilt
    • bloed in de stoelgang heeft
    • hevige krampen of buikpijn heeft
    • je baby er erg ziek uitziet

    Bij koorts (jonger dan 3 maanden 38 °C of meer, ouder dan 3 maanden bij 39 °C of meer): zorg dat je baby veel vocht krijgt. De beste manier om dit te doen bij een zieke baby, is hem heel frequent kleine hoeveelheden voedingen aan te bieden.