Problemen bij borstvoeding bij mama's

Je kan veel problemen voorkomen door je vooraf te informeren, je baby correct aan te leggen en je tijdig te laten bijstaan door een deskundige Vaak voorkomende problemen bij mama's:

Ga snel naar

    Stuwing

    3 à 5 dagen na de bevalling komt de melkproductie goed op gang. Je borsten worden zwaarder en zijn soms erg gespannen. Die stuwing is niet alleen te wijten aan de melkproductie, maar ook aan een verhoogde doorbloeding van de weefsels. Dit gaat soms gepaard met pijnlijke borsten, een licht verhoogde lichaamstemperatuur of hoofdpijn.

    Stuwing kan zich later ook nog voordoen, maar wordt dan meestal veroorzaakt door opstapeling van moedermelk in de borst. Het wijst op een onevenwicht tussen vraag en aanbod, bv. door een voeding over te slaan. Dit gaat soms gepaard met koorts en ernstig gezwollen, soms glanzende borsten die pijnlijk zijn bij aanraking. Wordt de stuwing niet verholpen, dan kan dit leiden tot een borstontsteking en kan de melkproductie teruglopen.

    Wat kan ik doen?

    • Voed je baby op vraag en leg hem vaak aan. Zo kan je stuwing voorkomen of is de stuwing minder sterk.
    • Ondersteun je borsten voldoende met een goed passende, niet-spannende beha.
    • Leg je baby correct aan en wissel regelmatig van houding.
    • Verlicht de pijn met een douche of koude kompressen na het voeden.
    • Zijn je borsten erg gespannen, dan kan je baby het moeilijk hebben om correct aan te happen en voldoende borstweefsel in zijn mond te nemen. Breng warme kompressen aan, masseer je borsten en tepelhof en probeer met je hand wat melk uit je borst te kolven voor je je baby aanlegt.
    • Als het voeden te pijnlijk wordt, kan je een pijnstiller nemen. Vraag altijd eerst raad aan je behandelend arts.
    • Drinkt je baby je borsten niet goed leeg, neem dan een warm bad of warme douche zodat je melk makkelijker zal stromen. Masseer je borsten intussen tot ze terug soepel zijn.
    • Heb je regelmatig last van stuwing, meldt dit zeker aan je vroedvrouw en verpleegkundige.
    Twijfels of vragen?

    Soms loopt de borstvoeding niet zoals je had voorgesteld. Je baby aanleggen lukt niet goed of is pijnlijk. Gelukkig kunnen de meeste problemen goed verholpen worden, als je er snel bij bent. Een lactatiekundige is professioneel opgeleid om je te helpen bij alle aspecten van borstvoeding. Een lactatiekundige die bewijst aan de hand van studiepunten en een internationaal examen dat ze zich voortdurend bijschoolt, is IBCLC gecertificeerd. Vind een lactatiekundige in je buurt.

    Te veel melk

    Soms maak je meer melk aan dan je baby nodig heeft. Dit kan zorgen voor ongemakken, zowel bij jou als bij je baby. Je baby verslikt zich regelmatig aan de borst en kan de snelle melkstroom maar moeilijk volgen. Door het gulzige drinken is hij vaak ook onrustig na de voeding en geeft hij gulpjes melk terug. Aangezien hij de borst zelden leeg drinkt, krijgt hij in verhouding minder vetten binnen en zal hij ook frequenter voeding vragen. Als mama heb je vaak last van borststuwing en ook na de voeding kan je nog gevulde melkkliertjes voelen in de borst.

    • Is de borst erg gespannen en kan je baby moeilijk aanhappen, breng dan voor de voeding warmte aan, masseer de borst en het tepelhof en probeer een beetje melk met de hand af te kolven.
    • Verslikt je baby zich regelmatig aan het begin van de voeding, verbreek dan even het vacuüm, neem je baby van de borst, laat wat melk wegstromen en leg je baby daarna opnieuw aan.
    • Sommige baby’s kunnen een snelle melkstroom beter aan als ze in een verticale houding gevoed worden. Ook liggend voeden (bv. rug- of zijligging) kan helpen, omdat  de melk zo minder hevig toeschiet.
    • Let erop dat je beha niet gaat knellen en vervang borstkompressen regelmatig of gebruik opvangschelpjes.

    Blijft het probleem aanhouden, bespreek dit dan met je verpleegkundige of vroedvrouw.

    Te weinig melk

    Direct na de geboorte zorgen je hormonen ervoor dat je borsten melk gaan produceren. De meeste moeders maken vanaf de vijfde dag meer dan voldoende melk aan voor hun baby. 1 à 2 weken later wordt de melkproductie niet langer hormonaal bepaald, maar bepaalt je baby hoeveel melk je produceert.

    Leg je je baby vaak en correct aan, dan zal je melkproductie stijgen; doe je dat niet, dan daalt de productie. Tijdens de groeispurten zal je baby zeer frequent borstvoeding vragen om aan zijn grotere behoefte te voldoen. Door hem of haar vaker te voeden, ga je vanzelf meer melk aanmaken. Frequente voedingen zijn dus geen teken dat je te weinig melk hebt. 

    Komt je baby niet goed bij, rust dan wat meer en leg hem of haar vaker aan. Leg je baby ook correct aan en laat hem voldoende lang drinken, zodat hij genoeg vetten binnen krijgt. Probeer enkele dagen volledig voor je baby beschikbaar te zijn. Blijf je baby goed observeren.

    Plast je baby minder, wordt hij slaperiger of minder alert, contacteer dan je vroedvrouw of verpleegkundige voor extra opvolging.

    Verstopt melkkanaal

    Melkkanaaltjes in de borst kunnen soms verstopt geraken. Je ziet op de borst dan een harde rode plek. De oorzaak is meestal een borst die niet goed leeggedronken wordt of druk op de borst door bv. een te strakke beha. Een verstopt melkkanaal kan leiden tot een borstontsteking.

    Wat kan ik doen als een melkkanaaltje verstopt is? 

    • Let goed op de juiste aanlegtechniek. Als je twijfelt of je baby correct drinkt, vraag dan aan je verpleegkundige of vroedvrouw om een borstvoeding te observeren.
    • Masseer de borst vóór en tijdens de voeding in de richting van de tepel.
    • Voed vaker en neem er je tijd voor.
    • Neem voldoende rust.
    • Gebruik warmte vóór je je baby aanlegt en koude na het voeden, bv. onder de douche of met kompressen.
    • Vermijd knellende kleding.
    • Blijf je een harde plek hebben in je borst, dan kan het masseren van de borst tijdens een douche of een warm bad helpen om de borst soepel te maken.
    • Neem eventueel een pijnstiller, raadpleeg hiervoor je arts.

    Bij een terugkerend verstopt melkkanaal neem je best contact op met je verpleegkundige, vroedvrouw of een lactatiekundige. 

    Borstontsteking

    Een borstontsteking komt meestal voor als je baby enkele weken oud is, maar kan op om het even welk moment van de borstvoedingsperiode ontstaan. Een van de eerste tekens is een pijnlijke, rode, warme en harde zone op je borst. Je voelt je grieperig en je hebt koorts.

    Wat kan je doen bij een borstontsteking? 

    • Stop niet met borstvoeding.
    • Leg je baby in verschillende houdingen aan en geef hem eerst de pijnlijke borst, zodat die goed leeggedronken wordt. Soms is het nodig om de ontstoken borst na te kolven.
    • Gebruik warmte vóór je je baby aanlegt en koude na het voeden, bv. met kompressen of een gelpack.
    • Als het voeden te pijnlijk wordt, kan je een pijnstiller nemen. Raadpleeg hiervoor je arts. Soms schrijft hij een antibioticum voor. De meeste antibiotica mag je nemen als je borstvoeding geeft.
    • Neem bedrust en zoek hulp voor het huishouden.

    Neem contact op met je verpleegkundige, vroedvrouw, lactatiekundige of arts als bovenstaande adviezen niet helpen of als je een terugkerende borstontsteking krijgt.

    Warmte aanbrengen, masseren en manueel melk afkolven

    Borstcompressie tijdens het kolven

    Warmte aanbrengen tijdens het afkolven kan melkstroom verhogen

    Borstabces

    Een onbehandelde of onjuist behandelde borstontsteking kan leiden tot een abces. Een abces is een ernstige aandoening. Het is een opeenhoping van etterig vocht en veroorzaakt een plaatselijke maar zeer pijnlijke zwelling in de borst.

    Bij het vermoeden van een borstabces, raadpleeg onmiddellijk je arts.

    • Een abces wordt gedraineerd of chirurgisch verwijderd. De behandeling houdt ook antibioticatherapie en veel rust in.
    • Borstvoeding kan zonder problemen verder gezet worden aan de borst die niet aangetast is.
    • Als de arts beslist dat de mama tijdens de behandeling niet mag aanleggen aan de borst met het abces, dient voorkomen te worden dat de borst gestuwd geraakt.

    Tijdens en na de behandeling kan je verpleegkundige of een lactatiekundige begeleiding geven, om een herhaling van een borstontsteking/abces te helpen voorkomen en om desgewenst de borstvoeding af te bouwen.

    Tepelkloven

    Tepelkloven zijn pijnlijke wondjes aan de tepel. Ze worden meestal veroorzaakt door het niet correct aanleggen of aanhappen van je baby.

    Hoe voorkom ik tepelkloven?

    • Zorg dat je zelf comfortabel zit of ligt tijdens het voeden.
    • Leg je baby correct aan. Laat hem niet alleen op de tepel zuigen, maar ook op een groot deel van de tepelhof. Lukt het aanleggen moeilijk of blijft het pijnlijk, vraag dan hulp.
    • Hou je aan een normale lichaamshygiëneGebruik je gewone lichaamsproducten en overdrijf er niet mee. Door veelvuldig zeep of andere reinigingsproducten te gebruiken kan de tepel uitdrogen. Dagelijks je borsten wassen met water volstaat.
    • Hou de huid droog, draag een katoenen beha en gebruik liefst wasbare katoenen borstkompressen of wegwerpkompressen zonder plastic laagje. Vervang de kompressen regelmatig.
    • Verdeel na de borstvoeding de laatste druppeltjes moedermelk over je tepel en laat het aan de lucht drogen. Dat houdt je tepelhuid gezond en bevordert het herstel.
    • Vermijd stuwing, want dan staat de borst gespannen en kan je baby moeilijk aanhappen. Masseer in dat geval de tepelhof totdat hij soepel is, vóór je je baby aanlegt.
    • Breek de zuigkracht als je je baby van de borst neemt.
    Waar kan je terecht met vragen over borstvoeding?

      Heb je twijfels? Of wens je een luisterend oor? Weet dat je terecht kan bij je verpleegkundige van Kind en Gezin. Ook een vroedvrouwlactatiekundige of iemand van een borstvoedingsorganisatie kan je borstvoeding ondersteunen. Een gesprek met iemand die ervaring heeft met borstvoeding kan wonderen doen. 

      Spruw

      Spruw of Candida albicans is een gistinfectie.

      Mogelijke symptomen bij een borstvoedende mama

      • rode tepels
      • pijnlijke tepels
      • branderig gevoel aan de tepels
      • beschadigingen of kloven aan de tepel
      • witte stippen in de huidplooien van de tepel, die niet kunnen weggewreven worden
      • ernstige jeuk ter hoogte van de tepels
      • de huid van de tepel en tepelhof wordt glad en is gespannen, soms wordt ze glanzend of schilferig
      • stekende pijn in de borst, vooral tijdens en na het voeden.
      • soms zijn er geen uiterlijke of voelbare tekenen

      Oorzaken

      • verminderde weerstand of stress
      • zwangere vrouwen zijn vatbaarder voor schimmelinfecties
      • verstoorde of onevenwichtige suikerspiegel zoals bij diabetes of en onevenwichtige voeding, rijk aan enkelvoudige suikers.
      • medicatie:
        • hormoonpreparaten waaronder de anticonceptiepil of steroïden (gebruikt bij astma) 
        • na het gebruik van antibiotica is het evenwicht in de darmen verstoord en krijgen schimmels de kans om overmatig te groeien.
      • onvoldoende hygiëne: zoogkompressen die niet vaak genoeg vervangen worden. Een vochtige, warme omgeving is de ideale plaats voor gisten om te ontwikkelen.

      Besmetting

      • Een baby kan tijdens de geboorte besmet raken in het geboortekanaal, als de mama een vaginale infectie heeft.
      • Besmetting is ook mogelijk via de tepels bij borstvoeding. In dat geval zie je vaak dat kind en mama elkaar telkens weer besmetten. Het is daarbij goed mogelijk dat ze niet tegelijkertijd symptomen vertonen.
      • Slechte handhygiëne: een baby kan ook spruw krijgen via de handen van verzorgers.
      • Een mama kan zichzelf besmetten (bv. door onvoldoende handhygiëne bij een vaginale schimmelinfectie).
      • Partners kunnen een schimmelinfectie op elkaar overdragen tijdens seksueel contact.

      Behandeling

      • Bij vermoeden van spruw is het noodzakelijk een arts te consulteren voor verdere behandeling en opvolging. 
      • In geval van borstvoeding worden zowel mama als kind behandeld ook al zijn er maar bij één van hen tekenen.  Dit is noodzakelijk omdat ze anders elkaar blijven besmetten. 
      • Aangezien een schimmelinfectie ook via seksueel contact kan worden doorgegeven, is het mogelijk dat je partner ook behandeld moet worden.
      • De arts zal een schimmelwerend of schimmeldodend lokaal middel voorschrijven dat wordt aangebracht in het mondje van het kind en op de tepel bij de mama.
      • Bij een hardnekkige of weerkerende infectie is lokale behandeling onvoldoende en is een orale medicatie nodig.
      • Om de terugkeer van de infectie te voorkomen moet de behandeling volledig worden gevolgd, zoals de arts heeft voorgeschreven. Bij te vroeg stoppen kan een heropflakkering zich voordoen. Bij te lang behandelen verhoogt de kans op ontwikkelen van resistente kiemen.
        Antibiotica nemen ter behandeling van een schimmelinfectie heeft geen zin.
      • Aangezien er steeds meer resistentie voorkomt tegen de bestaande geneesmiddelen, wordt gezocht naar alternatieve behandelingswijzen. Zo worden gentiaanviolet, propolis, grapefruitzaad extract, azijn, appelazijn kokosnootolie en andere essentiële oliën in praktijk wel eens gebruikt voor de behandeling van schimmelinfectie. Soms wordt aangeraden dat mama en kind probiotica nemen. Er is echter meer en degelijk onderzoek nodig naar de efficiëntie en naar de veiligheid van deze behandelingsmethodes.

      Aanleggen

      Het aanleggen bij spruw kan erg pijnlijk zijn. Volgende tips kunnen je helpen bij het aanleggen:

      1. Leg je baby eventueel vaker aan en korter.
      2. Voed je baby eerst aan de minst pijnlijke kant.
      3. Verbreek eerst zachtjes de zuigkracht om je baby van je borst te halen.
      4. Spoel na elke borstvoeding je tepels af met water en laat ze aan de lucht drogen.

      Afkolven

      In de periode dat mama en kind behandeld worden, kan vers afgekolfde moedermelk zonder risico aan de baby gegeven worden.

      • De moedermelk die tijdens een periode van een candida-infectie wordt afgekolfd, wordt best niet bewaard of ingevroren. Invriezen doodt de schimmel niet. In theorie bestaat er een risico dat de baby terug besmet wordt als hij na de behandeling deze moedermelk drinkt.
      • Wetenschappelijke studies wijzen op de mogelijkheid om moedermelk te verhitten (tot net onder het kookpunt) om nadien in te vriezen. De schimmel wordt dan vernietigd, maar ook een aantal levende beschermende stoffen gaan hierdoor verloren.
      • Reinig en steriliseer dagelijks al het materialen dat met moedermelk in aanraking komen, zoals een tepelhoedje, fopspeen, zuigfles en onderdelen van het afkolfapparaat, Zo lang de infectie duurt, is dagelijks steriliseren aanbevolen.

      Preventie

      De candida albicans is een sterke gist die in verschillende omgevingen kan overleven. Daarom is het belangrijk om op de hygiëne te letten en zo veel mogelijk besmettingsbronnen schoon te maken of te vermijden.

      • Was vaak je handen: voor en na het voeden, na het verzorgen en verluieren van de baby ...
      • Laat je tepels goed aan de lucht drogen na de voeding. Vermijd bij een schimmelinfectie het inmasseren van een druppel moedermelk op de tepel.
      • Gebruik zo weinig mogelijk zeep of gebruik alleen zure zeep (zeep met een Ph zuurtegraad lager dan 7).
      • Vervang zoogkompressen minstens na elke voeding. Katoenen zoogkompressen moeten na gebruik gedurende 5 minuten uitgekookt worden.
      • Was je beha liefst op 60°C en doe dagelijks een proper gewassen beha aan.
      • Reinig dagelijks fopspenen, borstschelpen, tepelhoedjes, zuigflessen en hulpmateriaal van het afkolfapparaat.
      • Reinig het speelgoed dat in aanraking komt met het mondje van de baby grondig en met heet water (bv. in de vaatwas op 60°). 

      Pijn aan de tepel

      Huidaandoening

      Sommige dermatologische aandoeningen kunnen pijnlijke tepels veroorzaken.

      • Eczeem aan de tepel veroorzaakt een schrale, droge en vaak rode huiduitslag, zoals deze ook op andere plaatsen op het lichaam kan voorkomen.
      • Een contactallergie kan ontstaan na het gebruik van bepaalde tepelcrèmes of zalven en veroorzaakt eveneens een rode pijnlijke huiduitslag.
      • Psoriasis herken je aan zalmkleurige plekken met zilverkleurige schilfers.  Dit is op zich geen probleem voor borstvoeding, maar de tepels kunnen wel erg gevoelig zijn. 
      Twijfels of vragen?

      Raadpleeg steeds een arts als je last hebt van een huidaandoening aan de tepel of tepelhof. Het is niet nodig om je borstvoeding te onderbreken, maar je hebt er wel baat bij om zo spoedig mogelijk behandeld te worden, zodat je opnieuw pijnvrij kan voeden.

      Infectie

      Wanneer een mama last heeft van tepelpijn, maar de tepel niet vervormd is na een voeding, kan dit wijzen op een infectie. De pijnscheuten kunnen daarbij uitstralen naar de borst en de borstkas

      • Mogelijk is de tepel paars of rood gekleurd, schilferig, met etterige afscheiding of blaasjes.
      • In vele gevallen was er bij de mama al eerder een infectie of gebruikte ze antibiotica.

      Infecties vragen om doorverwijzing voor een specifieke diagnose en behandeling.

      Meest voorkomend is een schimmelinfectie (bv. candida albicans). Andere zijn:

      • bacteriële infectie (bv. staphylococcus aureus)
      • virale infectie (bv. herpes simplex)
      • parasitaire infectie (eerder zeldzaam)

      Herpesinfectie

      Bij een herpesinfectie op de borst mag de baby tijdelijk niet aan de aangedane borst drinken en zal de melk uit deze borst tijdelijk afgekolfd en weggegooid worden. Pas als al de letsels volledig opgedroogd zijn kan de baby terug aan deze borst aangelegd worden. Intussen kan de baby wel gewoon verder drinken aan de andere borst.

      Melkblaar

      Een melkblaar is een klein blaasje op de tepel dat bedekt is met een dun laagje huid en gevuld kan zijn met wat melk. Meestal is er een wit of geel puntje zichtbaar en is de uitgang van het melkkanaal afgesloten. Dit kan heel pijnlijk zijn.

      Behandeling

      • Een melkblaar kan enkele dagen tot weken aanwezig zijn en kan vanzelf verdwijnen door het vernieuwen van de huid (vervellen).
      • Als de melkblaar niet spontaan verdwijnt, vraag dan raad aan je regioverpleegkundige, lactatiekundige, arts of vroedvrouw.

      Vaatkramp of syndroom van Raynaud

      De oorzaak van dit syndroom is nog niet bekend. Wereldwijd wordt aangenomen dat het veroorzaakt wordt door het verkrampen van bloedvaten. Deze spasmen worden vaak uitgelokt door koude en het syndroom wordt dan ook vaak vergeleken met het fenomeen van wintervingers en wintertenen.

      Risicoverhogende factoren

      • snelle fysische afkoeling
      • gebruik van cafeïne (koffie, thee, cola, ijsthee)
      • roken (ook passief roken)

      Symptomen

      • ernstige verbleking van de tepel, gepaard met een scherpe pijn
      • soms een scherpe pijn in de tepel bij het buitengaan als het erg koud is of bij het openen van de koelkast
      • soms een witte, rode tot blauwe verkleuring van de tepel

      Tips bij pijnlijke spasmen

      • Afkoeling veroorzaakt spasmen en kan je dus best vermijden. Zo kan je bv. na het voeden onmiddellijk een doekje tegen de tepel houden en hem droog deppen, warme kleren aandoen of een dekentje over de schouders leggen tijdens het voeden.
      • Verminderen of stoppen met roken en het vermijden van passief roken heeft een positieve invloed.
      • Cafeïne is een risicoverhogende factor en kan je dus ook best vermijden
      • In ernstige gevallen kan een arts een geneesmiddel voorschrijven.

      Toeschietreflex

      Het ritmisch zuigen van je baby stimuleert de zenuwuiteinden aan de tepel en het tepelhof. Dit zorgt ervoor dat er signalen gestuurd worden naar de hersenen, die op hun beurt opdracht geven om de melkklieren te doen samentrekken. Hierdoor wordt de melk vanuit de melkklieren in de melkkanalen gestuwd en begint de melk te stromen. Dit noemen we de toeschietreflex.

      Soms kan een toeschietreflex erg pijnlijk aanvoelen, zeker wanneer dit gepaard gaat met een overvloedige melkproductie. Deze pijn doet zich meestal voor aan het begin van de voeding, op het moment dat het zuigpatroon van de baby verandert en het snelle oppervlakkige zuigen evolueert naar:

      • ononderbroken zuigen
      • ongeveer 1 keer per seconde
      • zuigen, slikken en ademen wisselen elkaar af

      Ook tijdens de borstvoeding kan een toeschietreflex aan beide borsten optreden. Ook tussen de voedingen door, op een moment dat de moeder aan de baby of aan de borstvoeding denkt, kan de melk beginnen stromen in de melkklieren.

      Mogelijke signalen

      • gevoel van volle gespannen borsten
      • tintelend gevoel in de borsten
      • melk lekt uit de borst
      • de baby verslikt zich aan de borst

      Advies

      • Vaker aanleggen, zorgt voor een aangenamere borstvoeding. 
      • Door slechts 1 borst per voeding te geven kan de melkproductie wat verminderen en de toeschietreflex minder pijnlijk worden. Wanneer de melkproductie zodanig vermindert, dat de baby niet meer tevreden is met 1 borst per voeding, bied je opnieuw 2 borsten aan.
      • Een ontspannen houding bevordert de borstvoeding
      • Eens wisselen van houding, bv. waarbij de melk tegen de zwaartekracht in moet stromen zoals in ruglig, zijlig of achterover leunend met kussens in de rug, kan soms een oplossing zijn. 

      Meestal verdwijnt de pijn tijdens het toeschietreflex spontaan binnen de drie maanden na de geboorte. In zeldzame gevallen kan het nodig zijn om een pijnstiller te nemen. Bespreek dit met je arts.