Bijzondere situaties

Geef je borstvoeding na een keizersnede of aan je baby die te vroeg geboren is? Heeft je baby fysiologische geelzucht en valt hij in slaap aan de borst? Wat met een tweeling of meerdere kinderen tegelijk? Ook in bijzondere situaties kan je borstvoeding geven.

Ga snel naar

    Keizersnede

    • Maak ook na een keizersnede zo snel mogelijk huidcontact met de baby en leg hem zo snel mogelijk aan. Dit stimuleert de melkproductie en door het zuigen trekt de baarmoeder sneller samen en herstelt deze vlugger.
    • Weet je op voorhand dat je baby met een keizersnede geboren zal worden, bespreek dan met de arts de manieren van verdoving. Met een ruggenprik kan je als mama het moment waarop je baby geboren wordt bewust meemaken en meteen na de keizersnede huidcontact maken.
    • Door de ingreep zijn de eerste voedingen ongemakkelijk. Zitten en draaien is moeilijk. Het doet pijn rond de hechting. De rugbyhouding is comfortabel omdat je baby niet op je buik ligt en je goed kan zien wat je baby doet aan je borst. Ook kan je liggend voeden. Vraag hulp aan je vroedvrouw bij het aanleggen van je baby na een keizersnede.

    Te vroeg geboren

    Voor te vroeg geboren baby's is borstvoeding van groot belang. De moedermelk is aangepast aan de behoeften van de baby vanaf 32 weken zwangerschap: meer antistoffen, eiwitten, calorieën en zouten.

    1. De antistoffen in moedermelk zijn heel belangrijk, omdat de baby deze stoffen nog niet zelf kan aanmaken.
    2. Moedermelk is licht verteerbaar. Ze belast het kwetsbare spijsverteringsstelsel niet. Verschillende stoffen in moedermelk bevorderen de rijping van de darmen.
    3. Borstvoeding beschermt tegen infecties. Een premature baby is hier extra gevoelig voor.
    4. Voor een erg lichte of extreem vroeg geboren baby kan de neonatoloog beslissen om de moedermelk te verrijken met voedingssuplementen.
    5. Hoe de baby gevoed wordt, hangt af van de zwangerschapsduur, zijn gewicht en conditie. De zuig-slikreflex ontwikkelt zich pas rond 32 weken zwangerschap.
    6. Sommige te vroeg geboren baby's zijn sterk genoeg om aan de borst te zuigen. Zo niet, moet de melk afgekolfd worden. De te vroeg geboren baby wordt dan gevoed via een infuus, sonde, cupje of fles. De combinatie van kolven, de zorg voor je gezin en pendelen naar het ziekenhuis kan pittig zijn. Deze tips kunnen het draaglijker maken.  
    7. Huid-op-huidcontact is meestal wel mogelijk en is waardevol voor de borstvoeding en gehechtheid. Je baby wordt met alleen een luier aan op de blote borst van de ouder gelegd en daarna warm toegedekt.
    8. Is je baby klaar om aan de borst te zuigen, geef hem dan de kans om dit te proberen. Hoe sneller hij zelf kan drinken, des te sneller hij naar huis mag.

    Kinderen van verschillende leeftijd (tandemvoeden)

    Tijdens de zwangerschap

    Tegen voeden tijdens de zwangerschap bestaat medisch gezien zelden bezwaar.

    • Borstvoeding verhoogt de kans op een vroeggeboorte niet
    • Halverwege de zwangerschap vermindert de melkproductie. Dit vormt meestal geen probleem, omdat het kind nu andere dingen eet naast moedermelk.
    • De smaak van de melk verandert in het midden van de zwangerschap. Sommige kinderen gaan hierdoor minder drinken of zelfs stoppen met borstvoeding. 
    • Onder invloed van de nieuwe zwangerschap kan de moeder wel last hebben van pijnlijke tepels.
    • Het idee om een groter kind en een baby tegelijkertijd borstvoeding te geven, schrikt sommige moeders af. Dit kan reden zijn om de borstvoeding af te bouwen. Volg vooral je eigen gevoel.

    Na de bevalling

    • Beide kinderen kunnen borstvoeding krijgen
    • De moedermelk is altijd afgestemd op de behoeften van de pasgeborene, maar ze blijft zeer geschikt voor het oudste kind.
    • De laxerende werking van de eerste melk (colostrum) werkt ook in op de ontlasting van het oudste kind.
    • Geef altijd eerst je jongste kind de borst
    • Leg pas aan aan de tweede kant als de eerste borst goed soepel gedronken is. Mogelijk heeft je kind genoeg met 1 borst.
    • Reserveer niet één borst per kind maar wissel regelmatig van borst. Dit is goed voor de symmetrische motorische ontwikkeling.

    Bij de komst van een baby, krijgen sommige peuters - die al een tijd geen borstvoeding hebben gehad - opnieuw interesse in borstvoeding. Dat is meestal van korte duur. Geef je kind eventueel af en toe de borst als deze de techniek nog beheerst. Zo voelt je kind zich niet uitgesloten.

    Tweeling

    • De melkproductie is afgestemd op de vraag: een tweeling zuigt vaker, zodat er meer melk wordt aangemaakt.
    • Vraag hulp aan je omgeving. De mama moet het ritme van elk kind kunnen volgen en zelf ook voldoende rusten.
    • Een tweeling wil in het begin niet altijd op hetzelfde tijdstip drinken. Zo krijgt de mama wel de tijd om rustig aan de borstvoeding te wennen en het verschil in drinkgedrag van elk kindje te leren kennen.
    • Na wat oefening kunnen beide kinderen wel tegelijk gevoed worden. Dit spaart tijd uit en is makkelijker als beide kinderen tegelijk wakker zijn.
    • Het is verstandig om de baby's per voeding of per dag van borst te wisselen, want vaak drinkt het ene kind actiever dan het andere.
    • De baby's vinden snel een eigen voedingsritme. Sommige mama's voeden hun tweeling op verzoek, andere op regelmatige tijdstippen. Het is belangrijk om het ritme van elk kind te volgen en zelf ook te bepalen wat haalbaar is.
    • Als de mama het toch niet haalbaar vindt om de tweeling volledig borstvoeding te geven, kan ze er ook voor kiezen om borstvoeding en kunstvoeding te combineren

    Zo leg je je baby's samen aan

    Rugbyhouding

    Elk kind ligt langs één zijde van de mama, lichaam en beentjes naar achteren.

    Parallelhouding

    Één baby ligt in normale zithouding en de tweede baby ligt naast de mama onder haar arm (in rugbyhouding).

    Kruishouding

    De eerste baby ligt in een normale zithouding en de tweede ligt kruiselings over de eerste baby.

    Lipspleet (lipschisis) of gehemeltespleet (schisis)

    Borstvoeding biedt heel wat voordelen voor kindjes met een schisis:

    • Kinderen met schisis hebben extra risico op oor-en luchtweginfecties. Borstvoeding verkleint dit risico.
    • Moedermelk bevat groeifactoren en heeft een anti-infectieuze werking: de wonde na een ingreep geneest sneller.
    • Moedermelk is minder agressief bij verslikken.
    • Een zachte borst vult een schisis makkelijker op en na de ingreep is het contact met de wonde minder pijnlijk.
    • Drinken aan de borst oefent de spieren van het gezicht en de mond.
    • Borstvoeding is een investering in gehechtheid tussen moeder en kind, socialisatie en huidcontact.

    Het aanleggen zal echter niet altijd gemakkelijk zijn. De zuigstoornissen hangen af van de aard en de ernst van de aandoening.

    Twijfels of vragen?

    Informeer je indien mogelijk op voorhand en zoek lactatiekundige hulp via www.bvl-borstvoeding.be. Een lactatiekundige kan je al heel wat informatie geven en meteen na de geboorte helpen met het aanleggen en het opvolgen van de melkproductie.

    Heelkundige ingreep aan de borsten

    • Of borstvoeding geven mogelijk is, hangt af van de soort ingreep en hoe deze werd uitgevoerd.
    • Elke ingreep is anders en het is raadzaam al tijdens de zwangerschap advies te vragen aan de gynaecoloog of behandelend arts. Hij neemt dan eventueel contact op met de chirurg die de ingreep uitvoerde.
    • Of je voldoende melkproductie bereikt, zal afhangen van de mate waarin de zenuwen naar je tepel, de melkkanalen en de melkklieren intact gebleven zijn.
    • Is de ingreep al een hele tijd geleden, dan kunnen het borstklierweefsel en de zenuwen naar de tepel zich (gedeeltelijk) hersteld hebben.
    • Heb je een lage melkproductie, dan kan je borstvoeding geven en aanvullen met kunstvoeding.
    • Zelfs met één borst kan je borstvoeding geven.
    • Voor jonge vrouwen die nog een kinderwens hebben en later eventueel borstvoeding zouden willen geven, is het aanbevolen om dit aspect preoperatief te bespreken.

    Tepelpiercing

    • Meestal vormt een tepelpiercing die al tijdens de zwangerschap verwijderd is, weinig problemen als het piercinggaatje goed genezen is.
    • Door de piercing kunnen enkele melkkanaaltjes afgesloten zijn wat de kans op een verstopt melkkanaaltje en op borstontsteking vergroot.
    • Dagelijkse hygiëne extra belangrijk.

    Borstvoedingsgeelzucht (fysiologische geelzucht)

    • Bij de geboorte heeft een baby veel rode bloedlichaampjes. Na de geboorte wordt dit teveel aan rode bloedcellen afgebroken. Hierbij ontstaat bilirubine, een afvalstof die de lever moet verwerken. De lever van een pasgeborene werkt echter nog niet zo goed. Niet alle bilirubine verlaat het lichaam van de baby via de urine en de ontlasting, maar een gedeelte stapelt zich op onder zijn huid. Dit veroorzaakt het gele uitzicht. Dit heeft niets te maken met de infectieuze geelzucht bij oudere baby's.
    • Borstvoeding of flesvoeding heeft geen invloed op het ontstaan van fysiologische geelzucht. Het is absoluut geen reden om te stoppen met borstvoeding. Integendeel, colostrum bevordert de eerste ontlasting en gaat zo helpen om de bilirubine sneller uit het lichaam te verwijderen. Daarna vaak borstvoeding geven, helpt ook om de bilirubine sneller uit te scheiden.
    • Stijgt het bilirubinegehalte toch te sterk, dan beslist de kinderarts op basis van een bloedonderzoek om de baby onder een lamp te leggen. Dit blauwe licht zorgt voor een snellere uitscheiding.
    • Een 'gele' baby kan slaperig zijn. Dit maakt het soms lastig om hem te voeden. Wees alert op uitdrogingsverschijnselen. Extra kolven zal nodig zijn om je melkproductie voldoende te stimuleren. Is je baby heel suf en heeft hij een slechte eetlust, neem dan contact op met de arts
    • Treedt er geelzucht op 1 of 2 weken na de geboorte, dan is verder onderzoek zeker nodig.