Adoptie

Veelgestelde vragen en antwoorden over adoptie.

  • Een special needs kind is de Engelse term voor een kind met specifieke ondersteuningsbehoeften. Het gaat dan om een kindje dat door zijn specifieke situatie extra zorgen zal nodig hebben. In Vlaanderen onderscheiden we 5 categorieën. Het gaat om kinderen:

    • ouder dan 6 jaar;
    • met een medische problematiek;
    • met een extra belastende achtergrond of met gedragsproblemen;
    • met ontwikkelingsstoornissen;
    • dat samen met één of meerdere broers/zussen wordt geadopteerd (siblingadoptie).

    Andere landen kunnen 'special needs' kinderen anders definiëren.

    Ieder adoptiekind heeft specifieke behoeften. Bij kinderen met specifieke ondersteuningsbehoeften is op voorhand al duidelijk dat het kindje extra ondersteuning zal nodig hebben. Sommige landen van herkomst zoeken enkel nog ouders voor kinderen die deze extra zorg nodig zullen hebben, omdat ze voor de andere kinderen oplossingen in eigen land vinden.

    Als adoptieouder kan je in het kindprofiel aangeven of je open staat voor een adoptie van een kindje met een (vooraf gekende) specifieke ondersteuningsbehoefte of niet. Je doet deze keuze na grondig geïnformeerd te zijn in de voorbereiding bij Steunpunt Adoptie en bij de adoptiedienst. Je kan dit ook enkel doen als je als gezin voldoende draagkracht hebt om dit aan te kunnen. Doordat je op voorhand informatie hebt over de specifieke noden van het kindje, kan je je zeer specifiek voorbereiden hierop.

    Als je beslist dat je niet kan openstaan voor een dergelijk adoptie, heb je nog geen 100% zekerheid dat jouw adoptiekindje gezond zal zijn. De adoptiedienst zal dan een kindje toewijzen dat op het moment van toewijzing, op basis van de beschikbare informatie, voldoet aan je vooraf bepaalde kindprofiel. In sommige landen kunnen bepaalde ziektes niet vastgesteld worden door het gebrek aan expertise. Soms zijn de kinderen ook nog te jong om bepaalde problemen vast te stellen of ontwikkelen de kinderen later bijkomende problemen.

  • Ja, iedereen moet wachten op instroombeheer voordat de procedure kan opgestart worden. Er is alleen een uitzondering voor intrafamiliale adopties.

    Voor een tweede adoptie moet je de voorbereiding niet opnieuw volgen maar je krijgt pas een attest van voorbereiding als je mee kan doorstromen naar de volgende fase van de procedure. Dit moet op deze manier gebeuren omdat de wachttijd bij de adoptiediensten anders te hoog zal blijven.

    De keuze om zelfstandig of via een dienst te adopteren, kan je maar maken na het bekomen van een geschiktheidsvonnis. Het instroombeheer heeft betrekking op de periode ervoor.

    • Adoptie is een zeer ingrijpende jeugdbeschermingsmaatregel. Door een adoptie wordt de wettelijke band met de biologische ouders en eventuele broers/zussen definitief doorbroken, en wordt het kind definitief het wettelijke kind van de adoptieouder(s).

    • Bij een interlandelijke adoptie betekent dit niet alleen een scheiding van zijn gezin maar ook een scheiding van zijn omgeving, zijn land, zijn cultuur. Dit betekent dat een adoptie uit het buitenland (ook bij familie) enkel kan als het gebeurt in het belang van het kind.

    Dit belang van het kind wordt bekeken vanuit twee principes: adoptabiliteit en subsidiariteit.

    • Adoptabiliteit betekent dat iedereen die zijn toestemming moet geven (meestal de ouders of voogd en het kind indien het gaat om een ouder kind), deze toestemming volledig geïnformeerd geeft en volledig vrij. De toestemming van de ouders kan dus enkel aanvaard worden als zij volledig ingelicht zijn over het feit dat hun kind na de adoptie wettelijk niet langer hun kind zal zijn en definitief naar het buitenland zal gaan (ook al wordt er mogelijk nog bezoek verwacht). Er mag ook geen enkele (financiële of andere) compensatie gegeven worden om de toestemming te verkrijgen.

    • Subsidiariteit betekent dat men altijd de minst ingrijpende maatregel neemt. Interlandelijke adoptie is de laatste, meest ingrijpende maatregel. Bij een intrafamiliale adoptie geldt dit principe van subsidiariteit ook. Er moet eerst gekeken worden of het kind niet bij zijn ouders en eventuele broers of zussen kan blijven (bv. door financiële ondersteuning). Als dat echt niet mogelijk is, dan moet er eerst gezocht worden naar een oplossing binnen de familie in het land zelf zodat het kind niet weggehaald moet worden uit zijn land. Pas als er geen familieleden zijn ter plaatse die de opvang van het kind kunnen verzorgen, kan een adoptie door familieleden in het buitenland overwogen worden.

    Armoede is dus nooit een voldoende reden om tot de meest ingrijpende maatregel van interlandelijke adoptie over te gaan.

    Onder Adopteerbare kinderen vind je meer informatie over deze principes. 

    • België legt weinig voorwaarden op om te kunnen adopteren. Dit betekent dat voor België iedereen ouder dan 25 jaar kan adopteren, ongeacht de gezinssamenstelling. Voor de herkomstlanden ligt dit anders. De meeste herkomstlanden geven de voorkeur aan gehuwde heteroseksuele koppels (soms zelfs met een minimaal aantal jaren huwelijk). Dit betekent dat er voor holebikoppels, alleenstaande en samenwonende (hetero of andere) koppels minder mogelijkheden zijn.

    • Enkel Zuid-Afrika, dat momenteel in proeffase is, laat iedereen toe om te adopteren. Pas na afronding van de proeffase zullen er nieuwe contracten kunnen worden afgesloten.

    • Voor samenwonende koppels is het verder bijna onmogelijk om samen te adopteren. Sommige landen laten wel toe dat één van beide partners adopteert als alleenstaande (vb. Portugal, zowel voor samenwonende mannenkoppels, vrouwenkoppels als heterokoppels).

    • Voor alleenstaande mannen zijn de mogelijkheden ook zeer beperkt. Als het mogelijk is, dan kunnen zij vaak enkel jongens adopteren. Dit is bijvoorbeeld het geval in Oeganda, Gambia en India. Andere landen laten het in theorie wel toe maar daar is het vaak onduidelijk of het in de praktijk ook kan zoals in Vietnam en Haïti. De herkomstlanden staan opener t.o.v. alleenstaande vrouwen. Zij kunnen bijvoorbeeld ook adopteren uit Polen, Bulgarije en Honduras. In China en De Filipijnen kunnen ze terecht als ze openstaan voor moeilijkere kindprofielen (medisch problematiek of oudere kinderen).

    • Voor holebikoppels is het momenteel nog heel moeilijk om interlandelijk te adopteren. Zuid-Afrika is momenteel het enige kanaal waar adoptie door holebikoppels zou worden toegestaan. In de Verenigde Staten wordt adoptie door holebikoppels door sommige staten aanvaard maar er is nog geen kanaal geopend door een adoptiedienst, één onderzoek is wel lopend. Via zelfstandige adoptie is er één kanaal goedgekeurd in de VS. Andere landen die het zouden toelaten zijn Canada, Mexico en enkele staten in Brazilië. Voor Brazilië deed één van de adoptiediensten prospectie maar de kinderen waarvoor ouders gezocht worden in dit land hebben een zeer zware (traumatische) achtergrond waardoor de prospectie werd stopgezet.

    • Je kan als adoptieouder een aantal voorkeuren opgeven. Het land van herkomst moet je kiezen en hierdoor kies je al vaak voor een bepaald kindprofiel. Sommige landen zoeken bijvoorbeeld enkel ouders voor kinderen met specifieke ondersteuningsbehoeften (special needs).
    • Bij de adoptiedienst kan je daarnaast een aantal voorkeuren opgeven en grenzen stellen, bijvoorbeeld over de leeftijd van het kind. 
    • Op basis van het gezinsrapport wordt er een ‘matching’ gedaan. Er wordt, in de mate van het mogelijke, rekening gehouden met bepaalde voorkeuren.
    • Er wordt wel enige flexibiliteit gevraagd. Een voorkeur kan nooit een eis zijn. Een kind weigeren op basis van geslacht of etniciteit wordt niet aanvaard.
    • Het is op voorhand nooit 100% zeker of het kindje dat je wordt toegewezen gezond zal zijn. De adoptiedienst zal je bij toewijzing altijd alle beschikbare informatie geven over de gezondheid van het kind. In sommige landen is deze informatie zeer beperkt, bij andere zeer uitgebreid en gedetailleerd. Zelfs als het kindje bij toewijzing gezond lijkt, dan nog kunnen er achteraf problemen opduiken. Bepaalde ziektes kunnen niet vastgesteld worden in het herkomstland door een gebrek aan expertise of omdat de kinderen nog te jong zijn. Andere problemen ontwikkelen zich pas op latere leeftijd (zoals bv. leerstoornissen). Je kan ook beslissen om een kindje te adopteren dat een vooraf gekend medisch probleem heeft.
    • Ja. Je kan vragen aan de familierechtbank om geschikt verklaard te worden voor meer dan 1 kindje. Tijdens het maatschappelijk onderzoek wordt dan nagegaan of je gezin hiervoor voldoende draagkracht heeft.
    • Broertjes en/of zusjes worden niet gescheiden, maar worden geplaatst in gezinnen die meerdere kinderen tegelijk willen en kunnen adopteren.
    • Het adopteren van meerdere kinderen tegelijk vraagt heel wat van adoptieouders. Dergelijke siblingadoptie biedt kansen aan deze kinderen maar er zijn ook extra risico’s aan verbonden. Het is van belang om je hierover grondig te informeren voordat je de keuze maakt voor de adoptie van meerdere kinderen tegelijk.
    • Ja, maar het wordt afgeraden om effectief te starten met de voorbereiding terwijl de fertiliteitsbehandelingen bezig zijn.
    • Hoewel het begrijpelijk is dat je je, omwille van de wachttijden, zo snel mogelijk wil aanmelden om te adopteren, het blijkt uit ervaring dat het erg moeilijk is om beide intensieve en emotioneel belastende procedures te combineren.
    • De psychische en fysieke belasting van een medische behandeling maakt het moeilijk om zich in te stellen op de komst van een adoptiekind.
    • Een kinderwens is belangrijk bij het starten van een adoptieprocedure. Een adoptie kan echter pas succesvol worden als toekomstige adoptieouders alle ruimte kunnen maken voor het toekomstige adoptiekind. De ongewenste (biologische) kinderloosheid werd dus best al door het gezin aanvaard voor de komst van een adoptiekind.
    • Iedereen die in België woont (ongeacht de nationaliteit) en een kind wil adopteren uit het buitenland moet eerst in België geschikt verklaard worden, voordat er in het buitenland stappen gezet worden. Dit is ook zo voor intrafamiliale adopties. Sommige herkomstlanden spreken zo’n adopties wel uit zonder dat de procedure eerst in België is gevolgd maar deze adopties kunnen niet erkend worden onder de Belgische wet. Hierdoor kunnen deze kinderen niet naar België komen.
    • Het is dus zeer belangrijk om eerst het Vlaams Centrum voor Adoptie te contacteren zodat je de Belgische procedure kan afronden. Deze procedure bestaat uit een voorbereiding, een maatschappelijk onderzoek, een geschiktheidsvonnis voor de familierechter en een kanaalonderzoek waarin o.a. gezocht wordt naar een manier om de adoptie voor beide landen wettelijk te laten verlopen. Zowel het land van herkomst als België moeten akkoord gaan met de adoptie voordat de adoptie wordt uitgesproken.
    • Na de adoptie-uitspraak in het buitenland, moet een erkenning aangevraagd worden bij de Federale Centrale Autoriteit. Pas als de beslissing erkend is, kan het kind naar België komen.

    De volledige procedure voor een intrafamiliale adoptie uit het buitenland vind je hier. Heb je nog vragen, aarzel niet om het VCA te contacteren, we proberen je zoveel mogelijk te helpen in jouw specifieke situatie.

  • Dit wordt in het eerste kwartaal van elk jaar beslist. Ieder jaar mogen er minimaal 100 kandidaat-adoptieouders starten. Bijkomende kandidaten hangen af van:

    • Het aantal kinderen dat de afgelopen twee jaar is aangekomen.
    • Het gemiddeld percentage kandidaat-adoptanten dat de voorbije jaren de procedure niet afrondde met een geschiktheidsvonnis.
    • Evoluties in de landen van herkomst.

    Het VCA kan ook steeds specifieke situaties in rekening brengen.

    In 2015 konden 125 kandidaten starten met de voorbereiding of een duplicaat krijgen van hun voorbereidingsattest (tweede adopties).

  • Buitenlandse adoptie

    De procedure bestaat uit een geschiktheidsprocedure in België en de adoptieprocedure in het buitenland.

    • De eerste fase van de geschiktheidsprocedure is de voorbereiding, een infosessie en de voorbereidingssessies. Voor de infosessie ontvang je een uitnodiging binnen 3 maanden na aanmelding. Voor de voorbereidingssessies hangt de wachttijd af van het aantal kandidaat-adoptieouders dat kan starten (zie ook instroombeheer). De kandidaten die in 2015 konden starten hebben 6 maanden tot een jaar gewacht om te kunnen starten.
    • Na de voorbereiding beveelt de familierechter een maatschappelijk onderzoek. Hoe lang het duurt voor deze opdracht wordt gegeven, is afhankelijk van rechtbank tot rechtbank. De geschiktheidsprocedure (rechtbank en maatschappelijk onderzoek) kan ruim 6 maanden in beslag nemen.
    • De ganse geschiktheidsprocedure duurt dus 1 tot 2 jaar.

    De wachttijd bij de adoptiedienst hangt af van land tot land. Sommige landen hebben nog weinig nood aan adoptieouders waardoor het lang kan duren voor een kind geplaatst wordt. In andere landen zijn de voorwaarden voor adoptieouders zo streng dat er maar weinig mensen in aanmerking komen en hierdoor kan de wachttijd voor die landen korter zijn. De adoptiediensten hebben dit niet zelf in de hand.

    Het kindprofiel is ook bepalend voor de wachttijd. De wachttijd voor een jong gezond kindje zal mogelijk heel wat langer zijn dan de wachttijd voor een kindje dat een vooraf vastgestelde specifieke ondersteuningsbehoefte heeft. Een dergelijke adoptie vraagt natuurlijk ook meer van adoptieouders. De gemiddelde duur van de volledige adoptieprocedure, van aanmelding tot aankomst van het adoptiekind, schommelt tussen 2 en 5 jaar. De gemiddelde wachttijd per land per jaar kan je terugvinden in de activiteitenverslagen van het VCA.

     

    Binnenlandse adoptie

    Er worden jaarlijks 20 tot 30 kinderen afgestaan voor adoptie. Er stellen zich jaarlijks 150 tot 200 mensen zich kandidaat als adoptieouder.

    Lees de activiteitenverslagen van het Vlaams Centrum voor Adoptie.

    • Hoewel bij een volle adoptie alle wettelijke banden met de oorspronkelijke familie zijn verbroken, blijft de geboortefamilie aanwezig in het adoptiegezin. De geboortefamilie is de derde partij in de adoptiedriehoek en het is belangrijk dat zij een plaats krijgt in het leven van het adoptiekind. Ze is namelijk onlosmakelijk verbonden met de identiteit van de geadopteerde.
    • Het is van groot belang dat adoptiekinderen in hun adoptiegezin en daarbuiten in alle openheid over hun verleden kunnen praten en vragen mogen en kunnen stellen. Zo kunnen ze hun adoptie mee een plaats geven.
    • De adoptie zal invloed hebben op de identiteitsontwikkeling van adoptiekinderen. Hun identiteit zal mee bepaald worden door hun verleden, de erkenning van hun biologische afkomst en de realiteit van hun adoptie.
    • De adoptieouder kan het kind het best steunen en helpen door de geboorte-ouders/familie te erkennen als oorsprong van zijn bestaan en zijn afkomst te respecteren.
    • Als interlandelijke geadopteerde (uit het buitenland) kan je in eerste instantie inzage vragen in je adoptiedossier bij het VCA. Als het VCA je dossier heeft, dan wordt je uitgenodigd. Heeft het VCA nog geen dossier dan stellen we alles in het werk om dit dossier te verkrijgen. Je wordt hiervan op de hoogte gehouden.
    • Ben je binnenlands geadopteerd, dan kan je inzage vragen in je dossier bij de adoptiedienst die de adoptie regelde. Is deze onbekend of bestaat hij niet langer, dan kan je je vraag ook stellen aan het VCA.
    • Wil je (psychosociale) begeleiding bij je zoektocht dan kan je terecht bij verschillende erkende diensten. Als geadopteerde kan je steeds terecht bij de adoptiedienst die voor je adoptie bemiddelde. Daarnaast kan je ook terecht bij Steunpunt Adoptie, het zoekregister en Road to Roots bij de adoptiedienst FIAC.
    • Hier vind je meer informatie over hoe je inzage kan vragen en hier adressen van de erkende diensten.
    • Neen, dit kan niet. Een minderjarige die op de vlucht is, heeft vaak nog ouders of andere familieleden in het herkomstland die door de omstandigheden in het herkomstland niet snel gevonden kunnen worden. Hierdoor is er geen zicht op hun toestemming voor de adoptie en hun eventuele wil om later terug zelf voor het kind te kunnen zorgen.
    • Kinderen in oorlogsgebieden raken vaak gescheiden van hun ouders of familie door de chaos die er heerst. Ze komen op verschillende plaatsen terecht en vaak duurt het jaren voor ze elkaar terugvinden. Adopties organiseren in dergelijke omstandigheden is onverantwoord. Eerst moeten alle kinderen de kans krijgen om teruggevonden te worden door hun ouders, grootouders, zussen, broers, tantes ...
    • De moeilijke situaties van (minderjarige) vluchtelingen zorgt ervoor dat er geen garanties kunnen zijn over hun adoptabiliteit. Bovendien kan er onvoldoende geëvalueerd worden of er andere (minder ingrijpende) oplossingen mogelijk zijn.
    • Vluchtelingenwerk Vlaanderen heeft, in samenwerking met Pleegzorg Vlaanderen en enkele andere partners, het project Geef de wereld een thuis opgestart. Hierin werken zij aan de opvang van erkende vluchtelingen met een verblijfsstatuut in gastgezinnen. Gastgezinnen kunnen zich kandidaat stellen als pleeggezin via Pleegzorg Vlaanderen.