Ben je zwanger of geef je borstvoeding, dan wacht je beter om een tepelpiercing te laten plaatsen. De wonde moet voldoende tijd krijgen om goed te genezen en de tepelpiercing moet een tijd blijven zitten zodat het gaatje open blijft. Daarom wordt aangeraden om een tepelpiercing minstens een jaar voor een eventuele zwangerschap te laten plaatsen.

Heb je al een tepelpiercing die voldoende genezen is en wil je borstvoeding geven? Dat is zeker mogelijk, mits enkele aandachtspunten:

  • Tijdens de borstvoeding wordt aangeraden om de piercing te verwijderen. Het aanleggen is moeilijker met een tepelpiercing en de piercing kan wondjes veroorzaken in de mond van de baby of zelfs loskomen. 
  • Je kan ervoor kiezen om de tepelpiercing al voor de zwangerschap uit te doen. Tijdens de zwangerschap veranderen je borsten en tepels en worden ze meestal groter, waardoor de maat van de tepelpiercing telkens moet aangepast worden. Er is wel een risico dat het gaatje dichtgroeit en dat het opnieuw zal moeten doorgestoken worden.
  • Je kan er ook voor kiezen om de piercing voor een borstvoeding te verwijderen en na de borstvoeding weer terug te plaatsen zodat het gaatje open blijft. Dan moet je de piercing goed proper houden, de maat regelmatig controleren en eventuaal laten aanpassen. 
  • Er zijn ook enkele gevolgen voor de borstvoeding zelf. Bij het doorboren van de tepel kunnen melkkanaaltjes gekwetst zijn. Er ontstaat dan littekenweefsel waardoor een melkkanaal misvormt of zelfs dichtgroeit. Dat kan na de geboorte meer last van stuwing en een hoger risico op een borstontsteking geven. In principe zullen melkkliertjes die verbonden zijn met een melkkanaal dat dichtgegroeid is, stoppen met melk produceren. De meeste vrouwen hebben voldoende klierweefsel over om borstvoeding te geven, maar sommige vrouwen zullen een lage melkproductie hebben en sneller bijvoeding moeten geven.
Borstvoeding

Tussen de leeftijd van zes en twaalf weken is een ideale periode om je kind te leren drinken uit een fles. Op dat moment gebruikt je kind nog de aangeboren zuigreflex waardoor ook zuigen aan een fles vrij gemakkelijk zal gaan. 

Wanneer je hiermee effectief begint, is afhankelijk van je situatie:

  • Hervat je je werk of studie wanneer je kind tussen de twee en drie maanden oud is? Begin dan zodra de borstvoeding goed verloopt, ongeveer zes weken na de geboorte.
  • Blijf je langer thuis na de geboorte en heb je niet meteen opvang nodig? Dan kun je het introduceren van de fles nog enkele weken uitstellen.
  • Heb je in het eerste levensjaar geen opvang nodig? In dat geval is het niet noodzakelijk om je kind te leren drinken uit een fles. Je kind kan melk drinken uit een cupje en vanaf zes maanden ook leren drinken uit een beker.

Bekijk hoe je afgekolfde melk kan geven en krijg tips over hoe je bij flesvoeding kan vermijden dat je kind de borst gaat weigeren. Lees ook de tips bij de veelgestelde vraag 'Mijn kind weigert te drinken van een flesje, wat kan ik doen?'

Borstvoeding

Wacht altijd de beslissing van je uitbetaler af. 

Zit je met vragen?

  1. Contacteer Opgroeien voor meer uitleg over de toegekende punten.
    Team Zoë bezorgt je dan de samenvatting van de evaluerend arts. Deze samenvatting toont de verdeling van de punten over de verschillende pijlers en verduidelijkt het puntenaantal per pijler en de periode.  
    Stel je vast dat de samenvatting niet klopt met de documenten die je hebt ingediend? Laat ons dat weten. Mogelijke fouten kunnen rechtgezet worden.
     
  2. Heb je meer informatie die nog niet in het aanvraagdossier zit? Vraag dan een herziening aan. 
     
  3. Ga je toch niet akkoord met de beslissing? Dan kan je
  • binnen 3 maanden in beroep gaan tegen de beslissing
  • via de arbeidsrechtbank.
  • Voor beslissingen genomen vóór 1 januari 2019 geldt een beroepstermijn van 10 jaar.
Evaluatie

Je kan als ouder enkel een herziening aanvragen wanneer er nieuwe ondersteuningsnoden opduiken, zoals bij achteruitgang van de gezondheidstoestand van je kind, bij het optreden van een nieuwe pathologie of bij intensievere therapeutische ondersteuning. Je moet daarvoor opnieuw je uitbetaler Groeipakket contacteren. Zodra Opgroeien daarvan op de hoogte is, zullen zij informatie opvragen over:

  • de evolutie van de gekende ziekte of aandoening 
  • de diagnose van de nieuwe aandoening
  • de uitbreiding van de ondersteuning. 
Evaluatie

Opgroeien registreert alle meldingen in één registratiesysteem, zowel de meldingen die de opvang zelf doet als meldingen die anderen over een opvanglocatie doen. 

De opvang doet een melding of dient klacht in

De klantenbeheerder bespreekt in een intern overleg of er verdere opvolgingsstappen nodig zijn. Opgroeien brengt de opvang op de hoogte van wat er met de melding gebeurt. 

Een ouder of burger doet een melding of dient klacht in over de opvang

Een klantenbeheerder ‘Meldingen en communicatie’ volgt dit op. Deze persoon heeft contacten met de melder en met de klantenbeheerder. Zo wordt de melding vanuit beide perspectieven bekeken. 

De klantenbeheerders bekijken samen of verdere opvolgingsstappen nodig zijn, bv. informatie opvragen, vragen aan Zorginspectie om een bezoek te brengen aan de opvang.

Kinderopvang voor professionelen

Opgroeien spoort ouders aan om hun bezorgdheden of klachten eerst bij de kinderopvang zelf te melden De kinderopvang kan dan volgens zijn klachtenprocedure nagaan wat er is gebeurd en of de opvang iets kan ondernemen om de bezorgdheden van ouders weg te nemen. 

Vindt de ouder geen oplossing of is de drempel te groot om dit de jouw opvang te melden, dan kan deze persoon dit melden bij Opgroeipunt. Ook lokale besturen, Lokale Loketten burgers en andere organisaties kunnen met hun bezorgdheden en klachten bij Opgroeipunt terecht. 

Kinderopvang voor professionelen
Abonneer op