Sommige kinderen voeren met hun hoofd of romp een aantal herhaalde bewegingen uit voor of tijdens het inslapen, of ’s nachts. Ze bewegen met hun hoofd van voren naar achteren of slaan het ergens tegenaan, zoals de bedrand of de muur. Het kan zijn dat je kind zijn of haar hoofd of zelfs hele lichaam heen en weer rolt of op handen en voeten heen en weer beweegt. Sommige kinderen maken hier een brommend geluid bij. Dit gebeurt allemaal onbewust.

Over het algemeen gaan kinderen niet zo ver dat ze zichzelf werkelijk verwonden. Sommige kinderen krijgen wel blauwe plekken op hun hoofd. Gek genoeg ervaren deze kinderen ook dan meestal geen pijn.

Komt het vaak voor?

Hoofdbonken net voor of tijdens het slapen komt vrij veel voor bij jonge kinderen. Doorgaans moet je je geen zorgen maken. Op de leeftijd van 9 maanden vertoont meer dan de helft van de kinderen dit gedrag wel eens. Op 18 maanden is dit nog maar een op de drie en op 2 jaar nog maar een op de vijf. In de meeste gevallen verdwijnt het vanzelf rond de lagere schoolleeftijd.

Waarom bonkt of schudt een kind?

Kinderen doen dit vaak om zichzelf tot rust te brengen of in slaap te wiegen.

Waarom doet het ene kind dit wel en het andere niet?

  • Dit lijkt gedeeltelijk afhankelijk te zijn van de mate waarin een kind andere manieren heeft om eventuele spanning af te reageren en van hoe gevoelig een kind is voor spanning.
  • Soms gaat een kind meer hoofdbonken net vóór een nieuwe stap in zijn of haar ontwikkeling.
  • Steeds vaker wordt er ook gedacht dat het te maken heeft met de rijping van de hersenen. Naarmate de hersenen meer rijpen, stopt het bonken vanzelf.
Slapen
Twijfels of vragen?

Heb je vragen of wil je het gedrag van je kind bespreken? Je kan terecht bij je verpleegkundige van Kind en Gezin, bij de arts van het consultatiebureau of bij je huisarts.

Zindelijk worden valt voor veel kinderen samen met de peuterpuberteit . Het is de periode waarin je kind ontdekt dat hij of zij zelf dingen kan bepalen, invloed kan hebben op de omgeving en graag controle heeft over hoe de dingen verlopen. Wanneer je peuter niet zelf kan bepalen wat er gebeurt, verzet hij of zij zich vaak.  

Wat nu? 

  • Structuur in de potmomenten kan helpen. Bied het potje op vaste momenten in de dag aan. Je kind weet dan wat er verwacht wordt.  
  • Geef bij voorkeur een duidelijke instructie, maar geef je kind ook een keuze. Bijvoorbeeld op de vraag ‘Kom je op het potje?’ zal een peuter wellicht ‘nee’ antwoorden. Zeg daarom: ‘Kom, we gaan op het potje! En waar wil je dat ik het potje zet?’. 

Veranderingen in het leven van je kind kunnen heel wat aanpassing vragen en gepaard gaan met spanning. Een verhuis, de komst van een nieuwe baby, een grootouder die ziek wordt ... kunnen ervoor zorgen dat zindelijk worden even minder vlot gaat of dat je kindje zelfs en stap terugzet. Heb vertrouwen en geduld, meestal gaat het weer goed zodra er weer meer rust is.  

Hoe kan je best reageren? 

  • Maak je niet onmiddellijk zorgen en pas je verwachtingen aan. Besef waarom er even een terugval is in het zindelijk worden van je kind. 
  • Geef je kind tijd om aan de nieuwe situatie te wennen. 
  • Blijf je kind motiveren en vertrouwen geven. 
  • Maak opnieuw afspraken met de andere verzorgers (kinderopvang/school/familie/vrienden) over hoe je hier best mee omgaat. 

Het kan ook zijn dat je kind geschrokken is van de reactie van een volwassenen tijdens een toiletmoment (bv. grootouder die een andere aanpak heeft of andere verwachtingen in de kinderopvang). Ga in gesprek hierover. Zoek samen naar afstemming en hoe je kind terug vertrouwen kan krijgen.   

Als je geen verbetering ziet na enkele weken, vraag dan hulp. Je kan terecht bij het Huis van het Kind in jouw buurt voor het lokale aanbod of contacteer de Kind en Gezin-Lijn. 

Zindelijkheid

Als een kind stoelgang smeert, kan dit verschillende oorzaken hebben: 

  1. Vaak is het een onschuldige vorm van spel. Je kind kan toevallig ontdekken dat het stoelgang kan uitsmeren en dit leuk vinden. Voor je kind is het een spel of een manier om aandacht van jou te krijgen. Het kan ook een vorm van leren en ontdekken zijn waarbij je kind benieuwd is wat kaka is en wat je ermee kan doen. Als je kind in de gevoelige periode zit om zindelijk te worden, kan hij of zij gefascineerd zijn door pipi en kaka. Zo ontdekt je kind ook dat het ermee kan kliederen en smeren. 

    Hoe kan je best reageren: 
    - Merk je aan de houding of gedrag dat je kind stoelgang maakt (bv. wegkruipen, op z'n hurkje zitten, rood gezichtje (van het persen) ...)? Verschoon de luier best zo snel mogelijk, zodat je kind niet de gelegenheid krijgt om te gaan smeren.  
    - Geef je kind volop de kans om met andere kliedermaterialen in de weer te zijn. Laat je kind dus veel smeren met vingerverf, kliederen met klei, modder, brooddeeg …  Als je kind voldoende kan experimenteren met andere materialen, is z'n behoefte om te smeren vaak voldoende gestild. 

     
  2. Een andere mogelijke verklaring is dat het niet zo goed gaat met je kind, dat er een probleem speelt  waardoor je kind erg gespannen is. Daardoor kan een kind wat terugvallen in de ontwikkeling en een grote behoefte krijgen aan smeren met ontlasting. Vooral bij kinderen ouder dan twee jaar kan het smeren van stoelgang een teken zijn dat er meer aan de hand is. 

    Hoe kan je best reageren: 
    - Zie je naast het smeren ook andere signalen van spanning of stress (bv. moeilijk eten, moeilijk slapen, stil of teruggetrokken …)? Ga dan na of er belangrijke gebeurtenissen in het leven van je kind hebben plaatsgevonden of misschien nog plaatsvinden. Het gaat over dingen die zoveel energie van je kind vragen dat het zich moet afreageren.   
    - Zoek manieren waarbij het kind zich kan ontspannen of opladen (bv. meer koestertijd, samen spelen, spreken over de veranderingen ...)

Als je geen verbetering ziet na enkele weken, vraag dan hulp. Je kan terecht bij het Huis van het Kind in jouw buurt voor het lokale aanbod of contacteer de Kind en Gezin-Lijn. 

Zindelijkheid

In het consultatiebureau worden geen diagnoses gesteld of behandelingen voorgeschreven. Dit schema geeft een overzicht weer van welke symptomen toegelaten zijn in het consultatiebureau. Omdat we kinderen alle kansen willen geven is het belangrijk voor hun welzijn en ontwikkeling dat ze tijdig gevaccineerd en opgevolgd worden.  

Als je kind niet toegelaten symptomen heeft, bel de Kind en Gezin-Lijn op 078/150100 om te verwittigen dat je niet op je afspraak zal zijn. Ze plannen dan zo snel mogelijk een nieuwe afspraak.

Toegelaten in consultatiebureau *

  • Lichte verkoudheid: neusloop en hoestje zonder koorts
  • Gekende chronische hoest (bij hyper-reactieve luchtwegen)
  • Chronisch lossere stoelgang
  • Gulpje teruggeven, braken als gevolg van gekende reflux

Niet toegelaten in consultatiebureau

  • Koorts (38°C of meer)*
  • Plots optredende hoest en/of ademhalingsmoeilijkheden
  • Plotse verandering van stoelgangspatroon met 3 of meer waterige stoelgangen per dag
  • Braken met bloed of herhaaldelijk braken (geen reflux)
  • Plotse huiduitslag of blaasjes

Dit schema is opgesteld door artsen van het agentschap Opgroeien, in samenspraak met de Belgian Academy of Paediatrics, Paediatric Covid Task Force, en huisartsen van Domus Medica en BVAS.

Gezondheid
Wist je dat?

Een kind met een vermoeden van mazelen, bijvoorbeeld na contact met een besmet iemand, mag niet naar het consultatiebureau komen. Mazelen zijn namelijk zeer besmettelijk en baby’s lopen meer risico op een besmetting omdat ze nog niet gevaccineerd zijn. Ga dus zeker niet in de wachtzaal zitten om besmetting van andere kinderen te voorkomen en verwittig je verpleegkundige om een nieuwe afspraak in te plannen.

Abonneer op