Wiegendood

De ervaring leert dat een aantal factoren de kans op wiegendood verhogen.

  • Een aantal factoren kunnen niet worden beïnvloed: geslacht, leeftijd, vroeggeboorte, laag geboortegewicht, ...
  • Andere factoren kunnen wel worden aangepakt. Deze preventieve adviezen gelden overal waar het kind verblijft: thuis, bij familie, op vakantie, in de kinderopvang. Door ze strikt toe te passen, wordt de kans op wiegendood veel kleiner.
  • Helaas kunnen met deze preventieve maatregelen niet alle overlijdens voorkomen worden. Jaarlijks overlijden er toch nog een aantal kinderen aan wiegendood, hoewel hun ouders of kinderopvang de maatregelen ter harte namen. De precieze oorzaak van wiegendood is immers nog niet bekend.

Slaaponderzoek

Een slaaponderzoek bij baby’s kan door de behandelende arts worden aanbevolen voor:

  • kinderen uit een gezin waarin wiegendood eerder voorkwam,
  • prematuur geboren kinderen,
  • kinderen die zeer bleek, grauw of slap worden aangetroffen en waarvoor ernstige stimulatie en tussenkomst van een arts of urgentieteam nodig is, 
  • kinderen waarbij blijkt dat ze vaak zeer moeilijk wakker worden of zeer bleek zien tijdens de slaap of vaak zweten zonder daar andere redenen voor bestaat.

Vraag hierover inlichtingen bij de arts.

Tijdens het slaaponderzoek worden nagekeken:

  • het hartritme
  • de ademhaling 
  • de hersenactiviteit 
  • de oogbewegingen 
  • de spieractiviteit 
  • de zuurstofverzadiging in het bloed

Het onderzoek gebeurt terwijl je baby 's nachts in het ziekenhuis slaapt. Als de resultaten een verhoogd risico aantonen, wordt een monitor meegegeven die tijdens elke  slaapperiode wordt gebruikt om de ademhaling en hartslag op te volgen. Deze monitor gaat in alarm bij te lange adempauze of bij afwijkingen van het hartritme. Zo kan tijdig ingegrepen worden. Na een periode van het gebruik van de monitor thuis, zal de arts de gegevens uit het geheugen van de monitor nakijken. Afhankelijk van die resultaten beslist de arts om een controleslaaponderzoek uit te voeren of om de monitoring stop te zetten.

  • Een monitor is geen preventieve maatregel en sluit een risico niet helemaal uit. Ook met een monitor moeten de preventiemaatregelen voor veilig slapen toegepast worden. Meer weten
  • Een monitor is enkel zinvol voor kinderen waar een vermoeden van verhoogd risico bestaat. Raadpleeg je arts. 
  • De monitor moet aan zekere eisen voldoen en kan enkel aangeschaft worden in overleg met de behandelende arts of met een universitair slaapcentrum of referentiecentrum.

In de opvang

De opvang kan beslissen of ze een kind met een monitor kan opvangen. De erkende opvang moet hierbij rekening houden met haar verplichting om alle kinderen zonder onderscheid op te vangen. Het is belangrijk dat de opvang de monitor kan gebruiken en weet wat ze moet doen als het alarm gaat. Met vragen kan de opvang bij de ouders terecht of, met toestemming van de ouders, bij de behandelende arts of de arts van het slaapcentrum.


Statistieken

In verhouding tot andere Europese landen, ligt het aantal gevallen van wiegendood in Vlaanderen nog te hoog.

  • In 1994 waren er nog 104 sterfgevallen door wiegendood in het Vlaams Gewest.
  • In 1995 startte de actie van Kind en Gezin en daalde dit aantal spectaculair tot 64 sterfgevallen.
  • In 1996 daalde het aantal verder tot 44 (d.w.z. meer dan 50% terugval sedert de actie Veilig Slapen!).


Via blijvende preventie op basis van het strikt naleven van de aandachtspunten wordt gepoogd dit cijfer laag te houden of nog te verlagen.
Wiegendood komt in verhouding meer voor in de kinderopvang. Vandaar de extra acties rond veilig slapen in de kinderopvang.


Meer cijfers over wiegendood.

Bekijk ook ...