Post-partumdepressie


Affiche PPD            


Wist je dat met jouw steun de kans op een post-partumdepressie verkleint?


Het Agentschap Zorg en Gezondheid wil, samen met Kind en Gezin en andere partners, het taboe rond post-partumdepressie doorbreken. Met deze campagne zetten we in op de algemene beeldvorming en het informeren van ouders, hun omgeving en zorgverstrekkers. De campagne wil er ook toe bijdragen dat signalen tijdig worden opgepikt. Dat is immers een belangrijke eerste stap naar gepaste hulp.



De online cursus 'Post-partumdepressie' reikt zorgverleners onder meer kennis aan over de signalen van post-partumdepressie, het onderscheid met babyblues, de effecten ervan op het kind en het ouderschap en handvatten om post-partumdepressie bespreekbaar te maken met ouders.

Wat?

Een post-partumdepressie begint meestal binnen de 6 weken na de bevalling en vertoont gelijkenissen met andere vormen van depressies. Niet enkel na een geboorte, maar ook na een miskraam of abortus kan het voorkomen. Naast de moeder kan ook haar partner een post-partumdepressie doormaken.

Signalen

Signalen die tot een jaar na de geboorte kunnen wijzen op een post-partumdepressie zijn:

  • somberheid en pessimistische gedachten
  • gebrek aan interesse en initiatief
  • weinig plezier beleven aan het kindje
  • geen 'moedergevoel' of juist overbezorgd om het kindje
  • extreme vermoeidheid en lusteloosheid
  • huilbuien
  • prikkelbaarheid en agressieve uitvallen (schelden, verwijten,…)
  • concentratieproblemen, verwardheid en vergeetachtigheid
  • slapeloosheid of juist een extreem sterke behoefte aan slaap
  • gebrek aan eetlust of overdreven eetlust
  • weinig zelfvertrouwen
  • het gevoel vanbinnen dood of leeg te zijn
  • gevoelens van machteloosheid, waardeloosheid, wanhoop, schuld, angst en een sterke neiging tot piekeren
  • meer algemene klachten zoals hoofdpijn, duizeligheid en misselijkheid
  • problemen om de taken van alledag te verrichten
  • gedachten rond dood en zelfmoord

Wat doen?

  • neem de klachten ernstig
  • probeer te aanvaarden dat het niet voelt zoals je zou willen. 
  • praat met je omgeving over gevoelens en zorgen, ook al is dat niet makkelijk
  • je hoeft geen 'perfecte' ouder te zijn, het is normaal dat je al zoekend leert, met vallen en opstaan.
  • laat steun uit je directe omgeving toe van mensen door wie je je graag laat omringen (partner, vrienden, familie, ...): hulp in het huishouden, bij de zorg voor je kindje, ... Ook diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg kunnen je helpen.    
  • neem tijd en rust (met en zonder het kindje)
  • zoek professionele hulp bij ongerustheid of als de klachten langer dan 10 à 14 dagen na de bevalling aanhouden. Vraag raad aan je verpleegkundige, arts of vroedvrouw, die zo nodig kunnen doorverwijzen naar gespecialiseerde hulpverlening.
Tips voor de omgeving
  • Praat met haar over haar gevoelens en gedachten en help haar om zich er minder schuldig over te voelen.
  • Praat de depressieve gevoelens niet 'weg'. Begrip, medeleven en de bereidheid om echt te luisteren zijn het belangrijkst.
  • Stel haar gerust dat dit voorbij gaat, dat ze zich, met de nodige ondersteuning, beter zal gaan voelen.
  • Overleg welk deel van de zorg voor het kind en voor het huishouden kan overgenomen worden zodat ze ruimte krijgt om voor zichzelf te zorgen.
  • Neem agressieve uitvallen niet persoonlijk. Bedenk dat wanneer ze zich bij iemand durft te uiten, ze zich veilig voelt.
  • Overleg met de verpleegkundige van Kind en Gezin, arts of vroedvrouw bij ongerustheid of als de klachten langer dan 10 à 14 dagen na de bevalling aanhouden.
  • Zorg voor elkaar, ondersteun de band tussen haar en de baby en aanvaard ook zelf steun als het te veel wordt.

Duur

Om te voorkomen dat de klachten langdurig blijven aanslepen is het van belang de signalen zo snel mogelijk te herkennen en vroegtijdig hulp te zoeken. Onbehandeld kan een post-partumdepressie jaren duren.

Mogelijke behandelingen

Als de diagnose van post-partumdepressie wordt gesteld, zijn er verschillende behandelingen mogelijk. Het kan gaan om gesprekstherapie, medicatie, contacten met lotgenoten, … naargelang de noden van de moeder en haar gezin. De partner zal - indien aanwezig - actief betrokken worden bij de behandeling zodat het gezin verbonden blijft.

Men kan voor behandeling terecht bij de huisarts, in een centrum voor geestelijke gezondheidszorg, bij een zelfstandige psycholoog, psychotherapeut, psychiater of in een psychiatrische afdeling van een ziekenhuis. In de moeder- en babyeenheden van psychiatrische ziekenhuizen kan men terecht voor ambulante zorg, dagbehandeling of opname van de moeder samen met het kind.

Post-partumpsychose

Eerder uitzonderlijk is er sprake van een post-partumpsychose (1-2/1000 bevallen vrouwen). Een post-partumpsychose is een ernstige aandoening die doorgaans binnen 1 week na de bevalling ontstaat. De moeder haar contact met de werkelijkheid is ernstig verstoord. Ze maakt een vreemde indruk op haar omgeving. De moeder leeft in haar eigen werkelijkheid en ziet bv. beelden of hoort stemmen die er voor anderen niet zijn. Haar denken is verward, onsamenhangend en moeilijk te sturen. Ze gaat anders praten en reageren. Een psychose wordt vaak voorafgegaan door een neiging tot isoleren, achterdocht, schuw of angstig gedrag en concentratieproblemen. Het is een psychiatrische noodsituatie die doorgaans onmiddellijke opname vereist omwille van het gevaar voor moeder en kind.

Postnatale depressie