Verlies van een kind


Een miskraam of doodgeboren kind

Miskraam

Een miskraam is de geboorte van een dood kindje voordat een geboortegewicht van meer dan 500 gram werd bereikt.

Symptomen van een miskraam zijn vergelijkbaar met (hevige) maandstonden:

  • vaginaal bloedverlies
  • kramperig gevoel of pijn in de buik

Op het tijdstip van de maandstonden wordt een miskraam vaak niet herkend als een miskraam.

Wat kan de mama doen bij een miskraam?

  • Bel bij bloedverlies tijdens de zwangerschap onmiddellijk de arts of vroedvrouw.
  • Ga liggen of zitten om de krampen beter op te vangen.
  • Verlicht de pijn door het aanbrengen van warmte tegen de rug of op de onderbuik.
  • Zorg ervoor dat je niet alleen bent.

Oorzaken van een miskraam

Meestal heeft het kindje een afwijking, andere mogelijke oorzaken:

  • Er is iets misgelopen bij de innesteling van de vrucht in de baarmoeder.
  • De baarmoeder heeft een afwijking.
  • Er is een hormonale stoornis.
  • Er is een infectie.
  • De mama heeft een ziekte.

Een arts kan mogelijk de oorzaak achterhalen.


Doodgeboren kind

Men spreekt van een doodgeboren kind vanaf een geboortegewicht van 500 gram of, indien het gewicht niet gekend is, geboren na een zwangerschap van min. 22 weken of met een daarmee overeenstemmende lichaamslengte van min. 25 cm.

Officiële regelingen bij een doodgeboren kind

Een kindje dat minder dan 6 maanden werd gedragen kan begraven worden op een voorbehouden perceel op de begraafplaats van de gemeente waar de ouders wonen of van de gemeente waar het kindje geboren is.
Een crematie is ook mogelijk, waarbij de ouder(s) de as kan/kunnen laten begraven of uitstrooien.

De aangifte van een doodgeboren kind is verplicht vanaf een zwangerschapsduur van 180 dagen (26 weken of 6 maanden). Werd het kind geen 6 maanden gedragen, dan is de aangifte niet verplicht. Dit is niet van toepassing wanneer het kind leefde op het ogenblik van de geboorte, maar overleed vooraleer de geboorte werd aangegeven. In dit geval wordt een geboorte- en overlijdensakte opgemaakt en geen akte van aangifte van een levenloos kind.

De aangifte van een levenloos kind wordt gedaan bij de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de overlijdensplaats. De akte wordt ingeschreven in het register van de akten van overlijden. De toekenning van een voornaam voor het kindje mag, maar is geen verplichting.


Je kan terecht bij de Burgerlijke Stand van de gemeente, de sociale of pastorale dienst van het ziekenhuis, een psycholoog, een begrafenisondernemer, …

Het verwerken van het verlies van een kindje

Hoe er wordt omgegaan met het verlies van een kindje, is een heel persoonlijke keuze. Volgende handvatten kunnen het rouwproces misschien ondersteunen:

  • Rustig afscheid nemen kan door het kindje vast te houden, kleertjes aan te trekken, mee te nemen naar de kamer, een afscheidsritueel, ...
  • Herinneringen, zoals een voetafdruk, handafdruk, haarlok, foto's, … kunnen misschien helpen om het verlies te verwerken. Vaak kunnen ze bewaard worden in het ziekenhuis en kunnen ouders ze ook later nog komen halen als zij dit wensen.
  • Het kennen van gegevens als lengte, gewicht, ... helpen het bestaan van het kind te concretiseren.
  • Het is aan te raden het kindje toch te zien. Misschien wordt anders een beeld gevormd dat erger is dan de realiteit.
  • Het is erg belangrijk dat je over je gevoelens praat, ook al verwerkt iedereen het verdriet op zijn manier. Luister naar je partner en probeer mekaar te steunen.
  • Praat met vrienden, familie en buren over het kindje. Vaak praat niemand erover wat het verdriet alleen maar erger maakt. Ouders, grootouders, broertjes en/of zusjes, peter, meter, ... hebben recht om te rouwen, om over het kindje te spreken, ...
  • Bescherm jezelf. De omgeving zal misschien, denkend te helpen, kwetsende dingen zeggen. Neem het hen niet kwalijk. Het gebeurt misschien zonder het te beseffen.
  • Rouwen is niet gelijk aan vergeten. Het is leren houden van en leven doorheen de afwezigheid.
  • Je kan ook contact opnemen met een zelfhulpgroep van ouders die een soortgelijke situatie hebben meegemaakt (zie 'meer weten' onderaan deze pagina).