Nee, het resultaat 'refer' bij de gehoortest betekent niet dat je baby zeker doof is. De gehoortest screent op gehoorverlies vanaf 35dB nHL (normaal gehoorniveau). In het referentiecentrum voor diagnostiek gaan de audioloog en de neus-, keel- en oorarts (NKO-arts) verder na wat er precies aan de hand is. 

  • Soms is er tijdelijk gehoorverlies door hardnekkig vocht achter het trommelvlies, waardoor je baby minder goed hoort. Soms zijn trommelvliesbuisjes nodig om de oortjes ‘vrij’ te maken.
  • Soms gaat het om een blijvend (permanent) gehoorverlies. Dat kan verschillende oorzaken hebben, vaak genetisch. Het gehoorverlies kan licht tot ernstig zijn, aan één of beide oortjes. 

Het team van het referentiecentrum onderzoekt alles zorgvuldig en bespreekt met jou welke stappen nodig zijn voor de beste ondersteuning van je baby.

Contactmomenten

Ik merk dat mijn baby schrikt als er iets valt of een deur dichtslaat. Toch kwam er een doorverwijzing uit de gehoortest omdat er misschien een gehoorprobleem is. Hoe kan dat?

De gehoortest spoort gehoorverlies op vanaf 35dB nHL (normaal gehoorniveau). Dat betekent dat er lichte gehoorverliezen worden opgespoord. Je baby kan dus wel reageren op luide geluiden, maar zal zachte geluiden – zoals wanneer je zachtjes praat – misschien niet goed horen. Voor een goede taal- en spraakontwikkeling is het belangrijk dat je kind alle geluiden kan horen, ook de zachte. Daarom is verder onderzoek nodig om te weten hoe goed je baby precies hoort. 

Contactmomenten

Voor een evaluatie van de zorgnood gebruikt Opgroeien enkel de informatie die ouders bezorgden via Mijn Opgroeien. De keuze voor een gesprek tussen ouders en evaluerend arts dooft uit vanaf 19 december 2025. Door deze manier van werken creëert Opgroeien meer gelijkheid voor alle kinderen. De evaluaties verlopen zo meer uniform en sneller

Daarnaast krijgt elke ouder een samenvattend verslag met meer uitleg over de puntenverdeling. We bezorgen deze samenvatting vanaf 30 januari ’26 samen met de resultaatsbrief.

Startte je na 19 december 2025 een aanvraag op? Vroeg je via het formulier voor ouders op Mijn Opgroeien toch een gesprek aan? Team Zoë zal je hierover persoonlijk contacteren.

Evaluatie

Een knuffeldoekje of kleine knuffel kan je baby helpen om rust te vinden.  De knuffel ruikt vertrouwd en voelt zacht aan, waardoor je baby zich makkelijker veilig en geborgen voelt. Dat kan helpen bij ontspannen, troosten en in slaap vallen.

Vanaf een jonge leeftijd kan een baby het fijn vinden iets zachts vast te houden. Later wordt het doekje een herkenbaar troostobject dat helpt bij spannende momenten, nieuwe situaties of bij het slapen. Het geeft houvast en maakt overgangen voorspelbaarder.

Een knuffeldoekje met de vertrouwde geur van thuis kan voor je kind een stukje geborgenheid vormen dat overal mee naartoe kan.

Een knuffeldoekje kan helpen om:

  • te kalmeren en emoties te reguleren: een doekje voelen of vasthouden helpt je baby tot rust te komen. De vertrouwde geur en zachte textuur geven extra troost, vooral voor jonge baby's die veel nieuwe indrukken verwerken.
  • een vertrouwd ritueel te creëren: door het doekje steeds bij rustmomenten of bij het slapen te gebruiken, leert je baby dat dit een teken is om te ontspannen en dat het tijd is om te slapen.  
  • overgangen makkelijker te maken: een knuffeldoekje kan houvast geven bij het in slaap vallen, een dutje doen in een nieuwe omgeving of wennen aan de opvang
  • troost te bieden: een knuffeldoekje kan je baby helpen zich veilig en gerustgesteld te voelen wanneer die zich niet goed voelt, bijvoorbeeld door ziekte, vermoeidheid of spanning, of wanneer jij er even niet bent.  
  • zelfregulatie te ondersteunen: door te voelen, vasthouden of sabbelen op het doekje kan je baby zichzelf stapje voor stapje leren kalmeren.

Niet elk kind ontwikkelt een gehechtheid aan een knuffel of doekje, dat is heel individueel. Sommige baby's vinden al vanaf jonge leeftijd troost in een doekje, anderen hebben er minder behoefte aan.  

Lees hier over het veilig gebruik van een knuffel

Slapen

Veel baby’s vallen heerlijk in slaap in je armen. Maar wat doe je als je je baby in zijn bedje wil leggen en meteen wakker schrikt? Deze tips kunnen helpen om dat rustiger te laten verlopen:

Je baby zacht en ondersteund neerleggen  
Wanneer je je baby op zijn rug neerlegt, kan de schrikreflex geactiveerd worden. Dan schieten de armpjes omhoog en wordt je baby wakker. Je kan dit verminderen door je baby op een andere manier neer te leggen:  

  • Houd je baby dicht tegen je aan en buig langzaam voorover in het bedje.
  • Leg je baby langzaam neer. Om de schrikreflex te voorkomen kan je een van deze twee manieren van neerleggen proberen:  
    • Voetjes-eerst: laat eerst de voetjes de matras raken, daarna de billen, de rug en pas als laatste het hoofdje. De omgekeerde volgorde kan je baby doen wakker schrikken.
    • Eerst-op-de-zij: laat eerst de zij van je baby de matras raken, houd armen en benen dicht bij het lijfje en draai dan voorzichtig op de rug.
  • Blijf na het neerleggen nog even contact maken met je handen op de buik en het hoofd. Je aanraking geeft geruststelling. Haal je handen daarna langzaam weg.
  • Het is niet erg als je baby even de ogen opent of beweegt. Je baby voelt je aanwezigheid, hoort je stem en dat stelt gerust. Zachtjes 'sshh' zeggen of je baby wiegen met je hand op de buik helpt vaak om terug in te dommelen.

Je kan deze manier van zacht en ondersteunend neerleggen ook toepassen als je je baby wakker in zijn bedje neerlegt.  

Wachten tot je baby dieper slaapt 
In de eerste maanden slapen baby’s eerst licht en komen pas na ongeveer twintig minuten in een diepere slaap. Als je tot dat moment wacht, is de kans kleiner dat je kleine baby wakker wordt zodra je die neerlegt. Je merkt dat je baby dieper slaapt wanneer de ademhaling rustiger en regelmatiger wordt en het lijfje helemaal ontspant. De 'slappe-armtest' kan helpen: til voorzichtig een armpje op. Hangt het slap naar beneden, dan is je baby in diepe slaap en lukt het slapend neerleggen meestal makkelijker.

Veilig slapen

Het is heel normaal dat baby’s soms onrustig reageren als je hen op de rug in bed legt. Deze tips helpen om je baby rustiger neer te leggen en meer comfort te geven bij het slapengaan.

Voor het neerleggen

  • Gebruik een voorspelbaar slaapritueel: verluieren, slaapzakje aandoen, even knuffelen, licht dimmen, rust in de kamer. Herhaling geeft houvast, helpt je baby ontspannen en maakt de overgang naar slapen makkelijker.  
  • Let op slaapsignalen: wegkijken, wrijven in de ogen, gapen, jengelen ... Leg je baby te slapen bij de eerste tekenen van vermoeidheid. Als je baby te moe is, zal inslapen vaak moeilijker verlopen.
  • Breng je baby eerst tot rust in je armen. Je baby op zijn zij in je armen houden bootst de vertrouwde ronde, gebogen houding na die baby’s kennen van in de buik en kan helpen ontspannen.    
  • Je baby een knuffeldoekje geven bij het slapengaan biedt geborgenheid en houvast.
  • Ontspan en straal zelf rust uit: jouw stemming beïnvloedt je baby. Adem rustig en neem de tijd.

Het neerleggen zelf

Een baby vanuit je armen in bed leggen is best een grote overgang voor je baby.  

  • Om de schrikreflex te voorkomen, kan je je baby zacht en ondersteund neerleggen.
  • De zijligging kan gebruikt worden om te troosten of rust te brengen, maar is geen veilige slaaphouding.  Rugligging is de enige veilige slaaphouding.  
  • Blijf even aanraken: leg een hand op de buik of borst en rond het hoofdje. Dit geeft geborgenheid en helpt je baby wennen aan liggen in het bedje .

Door je baby op deze manier neer te leggen ervaart die een natuurlijke beweging, voelt zich veilig en begrijpt gemakkelijker wat er gebeurt. Dit is een lichaamsgerichte techniek, vooral geschikt voor heel jonge baby’s die snel schrikken.

Rust bieden bij het inslapen

  • Blijf bij je baby als die dat nodig heeft. Help je baby zo ervaren dat het bedje een fijne plek is waar je rustig in slaap kan vallen.  Help je baby ontspannen met een zachte 'sshh'-klank, rustig toespreken, wrijven over het buikje of je baby zachtjes wiegen met je hand.
  • Vertrouwde geuren helpen. Je kan het hoeslaken van het babybed een nacht bij je houden zodat het je geur opneemt of het knuffeldoekje van je baby bij je dragen voordat je het aan je baby geeft bij het slapengaan .
  • Als je baby onrustig blijft: adem rustig, til je baby op en troost in je armen. Probeer opnieuw zodra je baby kalmer is zonder te forceren.  Bedoeling is je baby helpen ervaren dat het bedje een fijne plek is waar je baby zich veilig voelt.  
  • Soms lukt het slapen in het bedje niet, bijvoorbeeld bij dutjes overdag. Je kan dan een slaapje aanbieden in de wandelwagen of draagdoek. Dit geeft je baby rust en kan helpen om later beter in bed te slapen.
  • Wanneer je als ouder steun ervaart en rust kunt vinden, helpt dat je baby ook om rustig te slapen. Je hoeft het niet alleen te doen, zoek hulp, neem tijd voor jezelf, en geef jezelf en je baby de ruimte om rustig te groeien in jullie slaapritueel.

Wanneer het moeilijk blijft.  

Baby’s hebben tijd nodig om aan een slaaproutine te wennen. Blijf voorspelbaar: ritueel, slaapsignalen volgen, je baby de nodige troost en steun bieden.  Maak je je zorgen of worstel je al lang met slapen? Dan kan je terecht bij Kind en Gezin voor extra ondersteuning.

Veilig slapen
Abonneer op