Vaste voeding

Veelgestelde vragen en antwoorden over vaste voeding.

  • Baby’s en jonge kinderen zijn kwetsbaarder. Daarom zijn de toegelaten hoeveelheden bestrijdingsmiddelen in babyvoeding soms tot 5000 keer lager dan in gewone voeding. Deze normen zijn gebaseerd op uitgebreide studies en het voorzorgsprincipe van de Europese Unie omwille van de onzekerheid over de langetermijneffecten van bestrijdingsmiddelen. 

    Een Nederlands cosumentenprogramma onderzocht of potjesvoeding gezonder is dan zelfgemaakte voeding, omwille van die strenge normen voor bestrijdingsmiddelen. Sommige fabrikanten zeggen namelijk dat hun groenten van 'babyvelden' komen - velden speciaal voor babyvoeding, ver van industrie en verkeer. Maar in de praktijk blijkt dit vooral een marketingterm te zijn. Er is geen officiële definitie voor een babyveld. 

    Lees meer tips voor potjesvoeding

    Is het veilig om zelf babyvoeding te maken?

    Ja, absoluut. Ook groenten en fruit moeten aan strikte regels voldoen. Zelf koken heeft voordelen:

    • Je baby leert verschillende smaken en texturen kennen
    • Je kan makkelijker variëren met ingrediënten: soorten groenten en fruit, maar ook aankopen op verschillende plaatsen (markt, supermarkt, biozaak ...)

    Je kan kiezen voor biologische producten, maar het is geen must. Biologische voeding bevat meestal geen resten van bestrijdingsmiddelen. Toch is biologische voeding niet altijd verkrijgbaar of financieel betaalbaar. Daarom is er geen algemene aanbeveling om uitsluitend bio te gebruiken. 

  • De aanbevolen dagelijkse hoeveelheden kunnen verschillen tussen landen en autoriteiten op het gebied van voeding. Dat komt door:

    • verschillen in voedingsgewoonten
    • verschillende interpretaties van gegevens
    • gebruik van andere marges of andere waarden over de opname van vitamines en mineralen
    • andere reglementering
    • culturen

    Terwijl er op Europees niveau wordt gestreefd naar zoveel mogelijk uniformiteit blijft dit op het vlak van de voedingsaanbevelingen moeilijk. De specifieke voedingsgewoonten verschillen per land en per regio. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat voedingsgewoonten deels zijn ingebed in tradities en lokale culturen. Om tot een efficiënt voedings- en gezondheidsbeleid en een effectieve voedingsvoorlichting te kunnen komen moet hiermee rekening worden gehouden. In Frankrijk worden aardappelen bijvoorbeeld tot de groenten gerekend terwijl aardappelen in België worden  beschouwd als een basisonderdeel van de klassieke warme maaltijd en in het bijzonder als een goede bron van complexe koolhydraten.

    Het is bij de opstelling van de voedingsaanbevelingen bovendien belangrijk dat rekening wordt gehouden met het werkelijke voedselconsumptiepatroon van de bevolking. Dit om te vermijden dat de voedingsaanbevelingen een niet werkbaar instrument worden.

  • De HGR heeft gewezen op de risico’s van arseen in babyvoeding. Vooral rijst(producten) bevatten een hoge concentratie aan arseen. Arseen is één van de meest voorkomende zware metalen en kan de menselijke gezondheid ernstig schaden, zowel na acute als na chronische blootstelling. Chronische blootstelling aan arseen is voornamelijk het gevolg van natuurlijk gecontamineerd drinkwater en natuurlijk gecontamineerde voedselbronnen. We bundelen hieronder enkele belangrijke tips voor het eten van rijst:.

    Aanbevelingen voor baby’s en peuters

    • Zorg dat baby's een gevarieerde en evenwichtige voeding krijgen en vervang zetmeelbronnen dus niet enkel door vaste voedingsmiddelen op basis van rijst.
    • Kook rijst in een voldoende grote hoeveelheid water (6 keer zoveel water als rijst) en giet het kookwater weg alvorens de rijst op te dienen. Beperk tot 1 keer per week.
    • Geef niet regelmatig rijstkoeken als snack. Varieer dus voldoende met andere gezonde tussendoortjes. Het is moeilijk om te zeggen welke hoeveelheid men wel of niet elke dag van rijstproducten, zoals rijstwafels, kan eten of geven. Dit hangt ook af van het totale voedingspatroon. 
    • Vervang borstvoeding, flesvoeding of koemelk niet door rijstdranken. Raadpleeg een arts of diëtist over geschikte alternatieven voor koemelk voor kinderen met een allergie of intolerantie.
    • Op rijst gebaseerde kindermelen en -granen worden afgeraden voor pasgeborenen aangezien zij nog volop in ontwikkeling zijn en daardoor extra gevoelig zijn. Voor oudere kinderen kunnen rijstvlokken en kindermelen o.b.v. rijst wel deel uit maken van een gevarieerde, evenwichtige voeding. Kindermelen en -granen in de fruit- en groentepap zijn ook niet altijd noodzakelijk.
    • Andere specifieke kinderproducten zoals koekjes die op basis van rijst zijn gemaakt zullen telkens hogere concentraties arseen bevatten dan andere graan-gebaseerde koekjes. Er is wel een strengere Europese reglementering voor arseen in kinderproducten. Eenmalig dergelijke koekjes geven kan geen kwaad, maar dagelijkse toediening wordt afgeraden. Anderzijds is het beter je kind elke dag fruit of een gezond tussendoortje te geven dan enkel (rijst)koekjes als tussendoortje want deze zijn ook vaak gezoet.
  • Er bestaan knijpzakjes met fruit, groentepuree of volledige maaltijden, soms aangevuld met granen of zuivel. Daarnaast zijn er allerlei producten op de markt waarmee je fruit of groenten op een andere manier kunt aanbieden dan met een lepel of uit het vuistje, zoals sabbelzakjes en fruitspenen. Ze lijken een handig alternatief en winnen zelfs regelmatig projectprijzen. Maar zijn ze ook een goede keuze voor je kind? Begin 2019 verscheen hierover het onderbouwde artikel "Complementary foods in baby food pouches: position statement".

    Enkele belangrijke bevindingen uit dit artikel:

    1. Een gezonde voeding, van jongs af aan.
      Knijpzakjes bevatten veel energie. Knijpzakjes met fruit bevatten vaak veel suiker, meestal van nature aanwezige fruitsuikers, en smaken zoet. Kinderen die op jonge leeftijd vaak zoete voedingsmiddelen krijgen, ontwikkelen vaker een voorkeur voor zoete smaken. Daardoor kan het moeilijker worden om andere smaken te leren waarderen. Regelmatig gebruik houdt bovendien risico’s in, zoals een onevenwichtige inname van voedingsstoffen en een verhoogd risico op tandbederf en overgewicht.
    2. Een gezond voedingspatroon: je tanden zijn je dankbaar.
      Door het langdurig zuigen of sabbelen krijgen de tanden geen rust. Daardoor kunnen ze niet herstellen van de zuurstoot na het eten. Dit kan tandbederf in de hand werken.
    3. Variatie bovenal.
      Via knijpzakjes maakt je kind kennis met minder verschillende smaken en texturen. Kinderen die later nieuwe smaken leren kennen, hebben vaker voedingsmoeilijkheden. Ze eten op latere leeftijd ook vaak minder fruit en groenten.
    4. Benut de gevoelige periodes in de mondmotorische ontwikkeling.
      Door aan knijpzakjes te zuigen, blijft je kind langer vasthouden aan het primaire zuigpatroon. Daardoor kan het moeilijker worden om te eten met een lepel of om stukjes voeding te leren eten.
    5. Voeden is een moment van interactie tussen ouder-kind.
      Voeding aanbieden met een lepel of uit de hand stimuleert de interactie tussen ouders/opvoeders en kinderen. Dit bevordert het wederzijds luisteren en in dialoog gaan met elkaar. Hongersignalen worden ook gemakkelijk herkend.
    6. Ook de portemonnee doet mee.
      Knijpzakjes zijn vaak duurder dan de klassieke fruitpotjes.
    7. Verslikkingsgevaar.
      Er bevinden zich kleine deeltjes (o.a. het schroefdopje) aan de verpakking waardoor er verslikkingsgevaar kan zijn.

    Besluit

    Deze zakjes zijn praktisch en handig om mee te nemen. Maar puree of vloeistof uit knijpzakjes of fruitspenen geef je best maar af en toe aan je kind. Baby's en peuters hebben nood aan een variatie aan voedingsmiddelen, smaken en texturen. Die leren ze het best kennen via een lepel of door stukjes voeding te eten, rekening houdend met hun ontwikkelingsfase. 

    Geef bij voorkeur een thuisbereide evenwichtig samengestelde voeding zonder toegevoegde suiker en een hoog gehalte aan noodzakelijke voedingsstoffen. ‘Vaste voeding’ geven in drinkbare vorm is niet aan te bevelen. Gepureerde voeding geef je daarom bij voorkeur met een lepel en niet via een knijpzakje.

    Bij ernstige voedingsproblemen kan een arts of andere zorgverlener het gebruik van deze gadgets soms aanraden. Het is belangrijk dat de ouders in dat geval het advies van hun behandelend arts volgen.

  • Vocht is onmisbaar voor het lichaam. Dit geldt ook voor kinderen.

    De eerste 6 maanden heeft een kind alleen melkvoeding (borst- of flesvoeding) nodig. Melkvoeding bevat voldoende vocht om aan de vochtbehoefte tegemoet te komen. Water (of andere drank) is niet nodig en zou de eetlust kunnen verminderen waardoor je kindniet voldoende melkvoeding zal drinken. Bij borstvoeding kan water (of extra drank) bovendien de melkproductie verminderen.

    Eet je kind al goed vaste voeding, dan mag het na die vaste voeding enkele slokjes drinken. Je kan kiezen voor water of bij borstgevoede kinderen voor moedermelk. Zo zorg je voor behoud van een goede melkproductie.  

    Na de leeftijd van 6 maanden drinkt je kind nog borstvoeding op vraag of minstens een halve liter flesvoeding per dag. 

    Naast de vaste voeding die ook vocht bevat, kan je je kind tussendoor of na de vaste voeding water aanbieden. Zo leert je kind de smaak van water kennen. Ook is het een kans om te leren drinken uit een open beker.

    Na de leeftijd van 12 maanden is water (of andere drank) noodzakelijk om te voldoen aan de vochtbehoefte.

    Kies bij voorkeur plat, mineraalarm water. 

    • Lees meer informatie over andere dranken, zoals fruitsap, thee, koffie of frisdrank.
  • Steviolglycosiden (beter bekend als Stevia) zijn extracten uit de blaadjes van de steviaplant, een plant uit Zuid-Amerika. Deze zoetstof:

    • is 200 tot 300 keer zoeter dan gewone suiker
    • heeft geen effect op de bloedsuikerspiegel en is daarom geschikt voor mensen met diabetes
    • is tandvriendelijk
    • is van natuurlijke oorsprong (niet synthetisch zoals aspartaam of cyclamaten)
    • is veel duurder dan suiker
    • heeft een bittere, drop-achtige nasmaak die niet door iedereen geapprecieerd wordt. De bitterheid neemt af als stevia wordt gemengd met suikers zoals sacharose, fructose of glucose.
    • levert geen calorieën. Producten waarin stevia is verwerkt, bevatten wel calorieën omdat in het algemeen maar een derde van de suiker vervangen kan worden door stevia omwille van de bittere nasmaak. Producten gezoet met Stevia hebben wel vaak tot 30% minder calorieën dan vergelijkbare producten.
    • is hittestabiel dus ook geschikt voor gekookte en gebakken producten. 

    Stevia mag sinds 2011 in de Europese Unie gebruikt worden. Het is een veilige zoetstof zolang het gebruik onder de aanvaardbare dagelijkse inname blijft. Het is niet omdat stevia uit planten gehaald wordt en dus 'natuurlijk' is, dat het onbeperkt kan gebruikt worden. De aanvaardbare dagelijkse inname is op advies van de European Food Safety Authority (EFSA) vastgelegd op 4 mg/kg lichaamsgewicht per dag. In de Europese wetgeving staat voor welke producten het gebruik is toegestaan: in light frisdranken en light bier, yoghurtdranken, ijs, desserts, vruchtennectar, confituur, snoep, chocolade, kauwgom, salades, soepen, sauzen en tafelzoetstoffen. Het is wettelijk verplicht de aanwezigheid te vermelden in de ingrediëntenlijst op het etiket. Voor voedingsmiddelen met steviolglycosiden moet er staan: 'zoetstof: steviolglycosiden' of 'zoetstof: E960'. 

    Bij kinderen wordt de aanvaardbare dagelijkse inname sneller bereikt. We raden voor kinderen het gebruik van (kunstmatige) zoetstoffen, ook stevia, af.

     

  • Vanaf 18 maanden kan een kindje geleidelijk aan hetzelfde als de rest het gezin mee-eten. Leer van jongs af gezonde voedingsprincipes aan. Dit kan makkelijk aan de hand van de voedingsdriehoek. Te veel vetten, suikers en zout, overslaan van ontbijt ... leidt tot overgewicht, tandbederf, hoge bloeddruk ...

  • Er kunnen inderdaad bepaalde stoffen ontstaan die voor de mens mogelijk schadelijk kunnen zijn. Bij het frituren van aardappelproducten zoals frieten (als ze bruin worden) en chips gaat het dan over acrylamide. Als je eten laat aanbranden ontstaan polycyclische aromatische koolwaterstoffen.

    Acrylamide is een stof die in kleine hoeveelheden kan ontstaan wanneer zetmeelrijke producten zoals aardappelen en granen aan hoge temperaturen worden verhit. Het is het gevolg van een normaal bakproces. Het is onmogelijk om acrylamide uit je voeding weg te laten aangezien het in zoveel producten aanwezig is. Gefrituurde aardappelproducten leveren de belangrijkste bijdrage, maar ook koffie, brood, ontbijtgranen, koekjes, chips ... dragen er aan bij.

    Je kan wel bepaalde stoffen zoveel mogelijk proberen te vermijden door gevarieerd te eten en niet te veel van deze producten te eten. 

    Enkele tips

    • Eet gevarieerd
    • Bak aardappelproducten niet te bruin
    • Zorg dat er geen zwarte randjes of korstjes ontstaan of snij ze weg
    • Frituur op 175°C en niet te lang
    • Volg de aanwijzingen op de verpakkingen van de aardappelproducten
  • Het is best mogelijk dat er eens een periode komt dat je baby fruitpap weigert. Vaak is dit van voorbijgaande aard. Fruit is wel een noodzakelijk voedingsmiddel en daarom komt het er dan op aan als ouder of opvoeder wat creatief te zijn.

    Varieer zoveel mogelijk in de soorten fruit, maak verrassende combinaties, probeer eens een potje fruit, één fruitsoort apart, fruit lichtjes stoven, ... Afhankelijk van de leeftijd van de baby kan je ook eens een stukje zacht fruit geven waarop kan gesabbeld worden of een fruitpap maken zonder koek.

    Voeg beter geen yoghurt of platte kaas toe aan een fruitpap, want die zijn niet geschikt voor jonge kinderen wegens de vaak hoge eiwitaanbreng.