Als de verpleegkundige (of gezinsondersteuner) een medisch probleem vermoedt, wordt je kind altijd doorverwezen naar de behandelend arts.

Heeft je kind een afspraak op een consultatiebureau binnen korte termijn, dan kan je advies aan de consultatiebureau-arts vragen. Gaat het om een dringend op te volgen probleem, wacht dan niet op een afspraak op consultatiebureau en contacteer onmiddellijk je behandelend arts.

Vanuit de preventieve setting van Kind en Gezin gebeuren dus geen rechtstreekse verwijzingen naar een alternatieve genezer, zoals een osteopaat, noch door de verpleegkundige noch door de arts op consultatiebureau.

Gezondheid

Bij milde ziektesymptomen is het moeilijk om te weten wanneer een kind wel of niet naar de opvang mag komen. We willen kinderen alle kansen geven. Daarom is het belangrijk voor hun ontwikkeling en welzijn dat ze naar de opvang kunnen. Onderstaande afffiche geeft weer welke symptomen toegelaten zijn in de kinderopvang.

affiche wanneer kan een kind naar de opvang Gezondheid Kinderopvang

Maak je niet onmiddellijk zorgen als je baby een paar dagen overslaat met zijn of haar ontlasting. Het stoelgangpatroon is immers sterk verschillend bij baby's en wordt beïnvloed door de voeding (en voeding van de mama bij borstvoeding). Een verandering van stoelgangspatroon kan ontstaan als er veranderingen in de voeding worden aangebracht: veranderen van kunstvoeding, voeding van de mama bij borstvoeding of het introduceren van nieuwe groenten of fruit in de vaste voeding.

Raadpleeg een arts als de stoelgang erg vast is van structuur, als je kind erg huilt en pijn vertoont of als er klachten optreden zoals braken, koorts, slechte gewichtsevolutie of voedselweigering.

Voeg géén suiker, meel, olie of wat dan ook toe aan de melkvoeding en experimenteer niet zelf met medicatie, glycerinesuppo's of andere laxeermiddelen.

Gezondheid Zindelijkheid

In de media verschijnen soms publicaties waarin beweerd wordt dat vaccins bij kinderen oorzaak zijn van bepaalde aandoeningen. Zo dacht men in het Verenigd Koninkrijk dat er een verband was tussen het mazelen-bof-rodehond-vaccin en autisme of de ziekte van Crohn (chronische darmziekte). In Frankrijk meende men een verband te zien tussen het hepatitis B-vaccin en multiple sclerose.

Telkens gaat het om ziekten waarvan de oorzaak (nog) niet gekend is. Op basis van veelvuldig wetenschappelijk onderzoek werd het ‘vermeende’ oorzakelijk verband tussen vaccineren en een dergelijke aandoening steeds van tafel geveegd. 

Lees meer over vaccinaties en het belang ervan

Vaccineren

De antistoffen tegen kinkhoest dalen en verdwijnen zelfs 5 tot 10  jaar na de laatste kinkhoestvaccinatie. Ook na het doormaken van een natuurlijke kinkhoestinfectie is een levenslange immuniteit tegen de ziekte niet gegarandeerd. Hierdoor ontstaat een groter wordende groep van adolescenten en volwassenen die onvoldoende of niet meer beschermd zijn. Zij maken de ziekte zelf door of geven ze door aan baby's die nog niet (volledig) gevaccineerd zijn. Bij een kind is kinkhoest ernstig en zelfs dodelijk.

Om die groep van kinderen te beschermen is het belangrijk dat alle volwassenen zich laten vaccineren.

De Hoge Gezondheidsraad van België geeft over kinkhoestvaccinatie bij volwassenen de volgende aanbeveling: Voor alle volwassenen wordt de toediening van één dosis dTpa (gecombineerd vaccin tegen difterie, tetanus, kinkhoest voor volwassenen) aanbevolen, ongeacht de voorgeschiedenis van een (volledige of onvolledige) kinkhoestvaccinatie, en zeker diegenen die in contact komen met baby's volgens het principe van de ‘cocoonvaccinatie’ (bv. jonge of toekomstige ouders, grootouders en hun naaste familiecontacten alsook het verzorgend personeel van pediatrische diensten, materniteiten en opvangvoorzieningen van baby's en peuters).

Cocoonvaccinatie is het vaccineren van de personen in de nabije contactomgeving van baby's.

Daarnaast beveelt de Hoge Gezondheidsraad kinkhoestvaccinatie ook aan voor iedere zwangere vrouw tussen week 24 en week 32 van de zwangerschap en dit bij elke zwangerschap, ongeacht of de vrouw voordien een herhalingsinenting kreeg.

Op die manier maakt de aanstaande moeder antistoffen tegen kinkhoest aan, die ze via de placenta doorgeeft aan het ongeboren kind. Zo is de baby vanaf de geboorte beschermd in afwachting dat hij of zij zelf antistoffen tegen kinkhoest aanmaakt door de vaccinaties.

Vanaf 1 juli 2014 stelt de Vlaamse overheid combinatievaccins tegen tetanus, difterie en kinkhoest gratis ter beschikking om zwangere vrouwen te vaccineren en om een herhalingsinenting toe te dienen aan volwassenen.

Als de vaccinatie niet tijdens de zwangerschap wordt gegeven, wordt ze zo snel mogelijk na de bevalling toegediend als onderdeel van de cocoonstrategie.

In geval de zwangere vrouw tijdens de zwangerschap werd ingeënt of deze inenting onmiddellijk na de bevalling gepland is, blijft ‘cocoonvaccinatie’ voor partner en andere adolescenten en volwassenen die met de baby in contact komen zeker aanbevolen. Deze ‘cocoonvaccinatie’ wordt best uitgevoerd een paar weken voor de bevalling.

Een apart vaccin alleen tegen kinkhoest is niet beschikbaar in België. Er wordt gebruik gemaakt van een combinatievaccin. Dit combinatievaccin beschermt niet alleen tegen kinkhoest maar tegelijk ook tegen tetanus (klem) en difterie (kroep).

Er zijn geen contra-indicaties voor de toediening van het vaccin, tenzij je een aangetoonde allergie voor het vaccin hebt vertoond.

Lees meer over vaccinatie

Vaccineren Thema's van Kind en Gezin

Onderzoek wees uit dat vaccineren geen verhoogd risico is voor het ontstaan van allergie of astma. Kinderen die allergisch reageren op kippeneiwit mogen de vaccins krijgen die opgenomen zijn in het aanbevolen schema, waaronder ook het mazelen-bof-rodehond-vaccin.

Vaccineren

Er kunnen inderdaad bepaalde stoffen ontstaan die voor de mens mogelijk schadelijk kunnen zijn. Bij het frituren van aardappelproducten zoals frieten (als ze bruin worden) en chips gaat het dan over acrylamide. Als je eten laat aanbranden ontstaan polycyclische aromatische koolwaterstoffen.

Acrylamide is een stof die in kleine hoeveelheden kan ontstaan wanneer zetmeelrijke producten zoals aardappelen en granen aan hoge temperaturen worden verhit. Het is het gevolg van een normaal bakproces. Het is onmogelijk om acrylamide uit je voeding weg te laten aangezien het in zoveel producten aanwezig is. Gefrituurde aardappelproducten leveren de belangrijkste bijdrage, maar ook koffie, brood, ontbijtgranen, koekjes, chips ... dragen er aan bij.

Je kan wel bepaalde stoffen zoveel mogelijk proberen te vermijden door gevarieerd te eten en niet te veel van deze producten te eten. 

Enkele tips

  • Eet gevarieerd
  • Bak aardappelproducten niet te bruin
  • Zorg dat er geen zwarte randjes of korstjes ontstaan of snij ze weg
  • Frituur op 175°C en niet te lang
  • Volg de aanwijzingen op de verpakkingen van de aardappelproducten
Vaste voeding

Het is best mogelijk dat er eens een periode komt dat je baby fruitpap weigert. Vaak is dit van voorbijgaande aard. Fruit is wel een noodzakelijk voedingsmiddel en daarom komt het er dan op aan als ouder of opvoeder wat creatief te zijn.

Varieer zoveel mogelijk in de soorten fruit, maak verrassende combinaties, probeer eens een potje fruit, één fruitsoort apart, fruit lichtjes stoven, ... Afhankelijk van de leeftijd van de baby kan je ook eens een stukje zacht fruit geven waarop kan gesabbeld worden of een fruitpap maken zonder koek.

Voeg beter geen yoghurt of platte kaas toe aan een fruitpap, want die zijn niet geschikt voor jonge kinderen wegens de vaak hoge eiwitaanbreng.

Vaste voeding

Het is belangrijk om eerst en vooral uit te zoeken wat je kind niet leuk vindt aan haren wassen: is het uit angst? is het door het water? is het omwille van het gevoel van de schuim? ... Heel wat kinderen vinden de sproeier niet leuk, omdat die op de een of andere manier een bepaalde angst oproept. Een peuter is vaak ook bang doordat hij of zij niet helemaal begrijpt wat er allemaal gebeurt.

Toon begrip voor de angsten van je kind, maar leer het er ook stapsgewijs mee om te gaan. Kinderen moeten weten dat de angst voorbij gaat, maar ook dat ze soms zelf oplossingen kunnen vinden om hun angst te overwinnen. Rond de leeftijd van 5 à 6 jaar kan een kind ook begrijpen dat haren wassen om een rationele reden gebeurt (om het gezond te houden).

Tips

  1. Kondig duidelijk aan je peuter aan dat het badtijd is en dat vandaag de haartjes zullen gewassen worden. 
  2. Beschrijf en overloop alle stappen die er bij dit haren wassen zullen gebeuren. Dat geeft duidelijkheid aan je kind, hij of zij weet waaraan zich te verwachten.
  3. Als je kind in bad zit, beschrijf dan nog elke handeling.
  4. Hou het wassen zo kort mogelijk en gebruik niet-prikkende shampoo.
  5. Je kan je kind eventueel de keuze laten: aan het begin van de badtijd de haren wassen of eerst spelen en dan haren wassen.
  6. Misschien vindt je kind het minder erg als je samen in bad of onder de douche gaat?
  7. Je kind kan de haren eventueel zelf nat maken.
  8. Als het vooral een probleem van shampoo in de ogen blijkt te zijn, kan een duikbrilletje de oplossing zijn.
  9. Beloon je kind op het einde, als het (redelijk) vlot gegaan is door samen een leuk spelletje te spelen.

Meer informatie bij dagelijkse verzorging en gedrag en opvoeding

Opvoeding Dagelijkse verzorging
Abonneer op