Steviolglycosiden (beter bekend als Stevia) zijn extracten uit de blaadjes van de steviaplant, een plant uit Zuid-Amerika. Deze zoetstof:

  • is 200 tot 300 keer zoeter dan gewone suiker
  • heeft geen effect op de bloedsuikerspiegel en is daarom geschikt voor mensen met diabetes
  • is tandvriendelijk
  • is van natuurlijke oorsprong (niet synthetisch zoals aspartaam of cyclamaten)
  • is veel duurder dan suiker
  • heeft een bittere, drop-achtige nasmaak die niet door iedereen geapprecieerd wordt. De bitterheid neemt af als stevia wordt gemengd met suikers zoals sacharose, fructose of glucose.
  • levert geen calorieën. Producten waarin stevia is verwerkt, bevatten wel calorieën omdat in het algemeen maar een derde van de suiker vervangen kan worden door stevia omwille van de bittere nasmaak. Producten gezoet met Stevia hebben wel vaak tot 30% minder calorieën dan vergelijkbare producten.
  • is hittestabiel dus ook geschikt voor gekookte en gebakken producten. 

Stevia mag sinds 2011 in de Europese Unie gebruikt worden. Het is een veilige zoetstof zolang het gebruik onder de aanvaardbare dagelijkse inname blijft. Het is niet omdat stevia uit planten gehaald wordt en dus 'natuurlijk' is, dat het onbeperkt kan gebruikt worden. De aanvaardbare dagelijkse inname is op advies van de European Food Safety Authority (EFSA) vastgelegd op 4 mg/kg lichaamsgewicht per dag. In de Europese wetgeving staat voor welke producten het gebruik is toegestaan: in light frisdranken en light bier, yoghurtdranken, ijs, desserts, vruchtennectar, confituur, snoep, chocolade, kauwgom, salades, soepen, sauzen en tafelzoetstoffen. Het is wettelijk verplicht de aanwezigheid te vermelden in de ingrediëntenlijst op het etiket. Voor voedingsmiddelen met steviolglycosiden moet er staan: 'zoetstof: steviolglycosiden' of 'zoetstof: E960'. 

Bij kinderen wordt de aanvaardbare dagelijkse inname sneller bereikt. We raden voor kinderen het gebruik van (kunstmatige) zoetstoffen, ook stevia, af.

 

Zwangerschap en geboorte Vaste voeding Thema's van Kind en Gezin

De kinderopvang gebruikt het etiket van de apotheker op de originele verpakking van het geneesmiddel met vermelding van de naam van de voorschrijvende arts. Dit is essentieel voor een correcte toediening.

Is toediening van het geneesmiddel in de opvang noodzakelijk en ontbreekt de naam van de voorschrijvende arts op het etiket? Verwijs de ouders naar de apotheek om de ontbrekende info op het etiket te vervolledigen. 

Kinderopvang voor professionelen

De huidige vaccins zijn veel zuiverder dan vroeger. Per vaccin bevatten ze minder lichaamsvreemde stoffen. Alle huidig aanbevolen vaccins in Vlaanderen bevatten in totaal een 60-tal antigenen tegenover 3.000 in 1980. Antigenen zijn lichaamsvreemde stoffen die het immuunsysteem aanzetten om antistoffen aan te maken om die antigenen onschadelijk te maken. Een kind gebruikt op een vaccinatiemoment slechts 0,1% van de capaciteit van zijn afweersysteem.

Ook het aantal prikjes is verminderd door het gebruik van combinatievaccins.

Vaccineren

Als de verpleegkundige (of gezinsondersteuner) een medisch probleem vermoedt, wordt je kind altijd doorverwezen naar de behandelend arts.

Heeft je kind een afspraak op een consultatiebureau binnen korte termijn, dan kan je advies aan de consultatiebureau-arts vragen. Gaat het om een dringend op te volgen probleem, wacht dan niet op een afspraak op consultatiebureau en contacteer onmiddellijk je behandelend arts.

Vanuit de preventieve setting van Kind en Gezin gebeuren dus geen rechtstreekse verwijzingen naar een alternatieve genezer, zoals een osteopaat, noch door de verpleegkundige noch door de arts op consultatiebureau.

Gezondheid

Bij milde ziektesymptomen is het moeilijk om te weten wanneer een kind wel of niet naar de opvang mag komen. We willen kinderen alle kansen geven. Daarom is het belangrijk voor hun ontwikkeling en welzijn dat ze naar de opvang kunnen. Onderstaande afffiche geeft weer welke symptomen toegelaten zijn in de kinderopvang.

affiche wanneer kan een kind naar de opvang Gezondheid Kinderopvang

Maak je niet onmiddellijk zorgen als je baby een paar dagen overslaat met zijn of haar ontlasting. Het stoelgangpatroon is immers sterk verschillend bij baby's en wordt beïnvloed door de voeding (en voeding van de mama bij borstvoeding). Een verandering van stoelgangspatroon kan ontstaan als er veranderingen in de voeding worden aangebracht: veranderen van kunstvoeding, voeding van de mama bij borstvoeding of het introduceren van nieuwe groenten of fruit in de vaste voeding.

Raadpleeg een arts als de stoelgang erg vast is van structuur, als je kind erg huilt en pijn vertoont of als er klachten optreden zoals braken, koorts, slechte gewichtsevolutie of voedselweigering.

Voeg géén suiker, meel, olie of wat dan ook toe aan de melkvoeding en experimenteer niet zelf met medicatie, glycerinesuppo's of andere laxeermiddelen.

Gezondheid Zindelijkheid

In de media verschijnen soms publicaties waarin beweerd wordt dat vaccins bij kinderen oorzaak zijn van bepaalde aandoeningen. Zo dacht men in het Verenigd Koninkrijk dat er een verband was tussen het mazelen-bof-rodehond-vaccin en autisme of de ziekte van Crohn (chronische darmziekte). In Frankrijk meende men een verband te zien tussen het hepatitis B-vaccin en multiple sclerose.

Telkens gaat het om ziekten waarvan de oorzaak (nog) niet gekend is. Op basis van veelvuldig wetenschappelijk onderzoek werd het ‘vermeende’ oorzakelijk verband tussen vaccineren en een dergelijke aandoening steeds van tafel geveegd. 

Lees meer over vaccinaties en het belang ervan

Vaccineren

De antistoffen tegen kinkhoest dalen en verdwijnen zelfs 5 tot 10  jaar na de laatste kinkhoestvaccinatie. Ook na het doormaken van een natuurlijke kinkhoestinfectie is een levenslange immuniteit tegen de ziekte niet gegarandeerd. Hierdoor ontstaat een groter wordende groep van adolescenten en volwassenen die onvoldoende of niet meer beschermd zijn. Zij maken de ziekte zelf door of geven ze door aan baby's die nog niet (volledig) gevaccineerd zijn. Bij een kind is kinkhoest ernstig en zelfs dodelijk.

Om die groep van kinderen te beschermen is het belangrijk dat alle volwassenen zich laten vaccineren.

De Hoge Gezondheidsraad van België geeft over kinkhoestvaccinatie bij volwassenen de volgende aanbeveling: Voor alle volwassenen wordt de toediening van één dosis dTpa (gecombineerd vaccin tegen difterie, tetanus, kinkhoest voor volwassenen) aanbevolen, ongeacht de voorgeschiedenis van een (volledige of onvolledige) kinkhoestvaccinatie, en zeker diegenen die in contact komen met baby's volgens het principe van de ‘cocoonvaccinatie’ (bv. jonge of toekomstige ouders, grootouders en hun naaste familiecontacten alsook het verzorgend personeel van pediatrische diensten, materniteiten en opvangvoorzieningen van baby's en peuters).

Cocoonvaccinatie is het vaccineren van de personen in de nabije contactomgeving van baby's.

Daarnaast beveelt de Hoge Gezondheidsraad kinkhoestvaccinatie ook aan voor iedere zwangere vrouw tussen week 24 en week 32 van de zwangerschap en dit bij elke zwangerschap, ongeacht of de vrouw voordien een herhalingsinenting kreeg.

Op die manier maakt de aanstaande moeder antistoffen tegen kinkhoest aan, die ze via de placenta doorgeeft aan het ongeboren kind. Zo is de baby vanaf de geboorte beschermd in afwachting dat hij of zij zelf antistoffen tegen kinkhoest aanmaakt door de vaccinaties.

Vanaf 1 juli 2014 stelt de Vlaamse overheid combinatievaccins tegen tetanus, difterie en kinkhoest gratis ter beschikking om zwangere vrouwen te vaccineren en om een herhalingsinenting toe te dienen aan volwassenen.

Als de vaccinatie niet tijdens de zwangerschap wordt gegeven, wordt ze zo snel mogelijk na de bevalling toegediend als onderdeel van de cocoonstrategie.

In geval de zwangere vrouw tijdens de zwangerschap werd ingeënt of deze inenting onmiddellijk na de bevalling gepland is, blijft ‘cocoonvaccinatie’ voor partner en andere adolescenten en volwassenen die met de baby in contact komen zeker aanbevolen. Deze ‘cocoonvaccinatie’ wordt best uitgevoerd een paar weken voor de bevalling.

Een apart vaccin alleen tegen kinkhoest is niet beschikbaar in België. Er wordt gebruik gemaakt van een combinatievaccin. Dit combinatievaccin beschermt niet alleen tegen kinkhoest maar tegelijk ook tegen tetanus (klem) en difterie (kroep).

Er zijn geen contra-indicaties voor de toediening van het vaccin, tenzij je een aangetoonde allergie voor het vaccin hebt vertoond.

Lees meer over vaccinatie

Vaccineren Thema's van Kind en Gezin

Onderzoek wees uit dat vaccineren geen verhoogd risico is voor het ontstaan van allergie of astma. Kinderen die allergisch reageren op kippeneiwit mogen de vaccins krijgen die opgenomen zijn in het aanbevolen schema, waaronder ook het mazelen-bof-rodehond-vaccin.

Vaccineren
Abonneer op