Fruit

Ga snel naar

    illustratie fruit: peer, banaan, druiven, aardbei, appel, kers

    Welk fruit?

    Makkelijke starters: aardbei, abrikoos, appel, banaan, braambes, citrusvrucht, framboos, kiwi, lychee, mango, meloen, papaya, peer, pepino, perzik, pruim, ramboetan, sharonvrucht

    Moeilijker wegens pitjes, velletjes of hardere structuren: ananas , bessen, blauwe bosbes, cactusvijg, druif, granaatappel, kers, kruisbes, passievrucht, physalisbes, rabarber (bereid), sterfruit, veenbes, vijg

    • Varieer, zeker in het begin, met zacht, rijp en zoet fruit. Geef een fruitsoort apart of combineeren verschillende soorten. Gaat dat goed? Probeer dan ook andere soorten. 
    • Kijk naar wat je kind motorisch al kan. Is je kind nog niet klaar voor een bepaalde fruitsoort? Wacht dan nog even. 
    • Kies bij voorkeur seizoensfruit. Dat is vaak goedkoper en beter voor het milieu.

    Starten

    Er is geen vaste hoeveelheid die elk kind moet eten. De eetlust en voedingsbehoeften verschillen van kind tot kind en van dag tot dag. Kijk daarom naar de honger- en verzadigingssignalen van je kind.

    1. Start met enkele lepeltjes gepureerd fruit. Zo leert je kind nieuwe smaken en texturen kennen. Geef ze voor, na of tussen borst-of flesvoeding.
    2. Volg het tempo van je kind. Kijk naar wat het motorisch al kan. Lukt een bepaalde fruitsoort nog niet? Wacht dan nog even.
    3. Bouw geleidelijk op. Geeft je kind aan dat het klaar is voor meer? Dan kan je een grotere portie fruit geven.
    4. Vanaf 6 maanden kan je naast voeding van de lepel ook stukjes rijp, zacht fruit aanbieden.
    5. Vanaf 12 maanden geef je in een gezond voedingspatroon fruit als tussendoortje

    Hoe bereid je fruit?

    Fruit voorbereiden

    1. Spoel het fruit in koud water tot het spoelwater zuiver is.
    2. Verwijder de pel, schil en/of pit(ten). Verwijder verlepte en dorre delen.

    Fruit bereiden

    Voor een fruitpap

    1. Snij het fruit in grote gelijke delen.
    2. Maak het fruit fijn met een rasp of met een vork. 
    3. Ga vanaf 8 maanden geleidelijk aan van fijn (geplet) naar grover (geprakt) voedsel.
    Moet je koek of meel toevoegen?

    Je hoeft geen koek of meel aan fruit toe te voegen. Is de fruitpap stevig genoeg? Dan kan je zo geven. Banaan en mango maken fruitpap bijvoorbeeld vanzelf dikker. 

    Is de fruitpap te vloeibaar en moeilijker om af te happen? Kies bij voorkeur voor ongezoete kindermelen, -vlokken, of -granen. 

    Gebruik niet dagelijks kinderkoek. Zo vermijd je de gewoonte om bij stukjes fruit, ook een koek te geven. Dat is niet nodig.

    Maak fruit fijn met een rasp

    Maak fruit fijn met een rasp

    maak fruit fijn met een vork

    Maak fruit fijn met een vork

    Voor stukjes

    Vanaf 6 maanden kan je naast fruitpap ook stukjes zacht, rijp fruit aanbieden. 

    • Maak stukken die je kind makkelijk kan vastnemen, zoals een reepje banaan, een maanvormig partje rijpe meloen of kiwi.
    • Het fruit moet zo zacht zijn, dat je kind het tussen de tong en het verhemelte kan malen of pletten
    • Geef geen kleine, harde of schijfvormige stukken, zoals rauwe appel, druiven, kerstomaatjes of noten. Zo verklein je het risico op verslikken.

    Bewaren

    • Geef het fruit meteen na het klaarmaken. Zo blijven smaak en vitamines het best behouden. Bewaar geen restjes voor de volgende dag of vries ze niet in.
    • Moet je het fruit toch vooraf klaarmaken? Bewaar het afgedekt in een glazen bokaal of voedingspotje in de koelkast en geef het nog dezelfde dag. 

    Je hoeft niet te kiezen tussen stukjes en lepelvoeding. Wissel beide af. Zo kan je kind op verschillende manieren smaken en texturen ontdekken.

    Sigrid, expert voeding Kind en Gezin

    quote-mark
    Link naar video: Fruit: van fijn geplet tot stukjes #baby #fruitpap #fruit #vastevoeding #food
    Fruit: van fijn geplet tot stukjes #baby #fruitpap #fruit #vastevoeding #food

    Tips voor een geslaagde fruitmaaltijd

    • Wissel af met fruit. Zo leert je kind verschillende smaken kennen en krijgt het verschillende voedingsstoffen binnen.
    • Geef ook eens één fruitsoort apart. Zo leert je kind de smaak goed kennen.
    • Bied een nieuwe fruitsoort enkele dagen na elkaar aan voordat je weer verder varieert. Zo is het snel duidelijk of je kind de fruitsoort lust.
    • Kies niet altijd de traditionele combinatie van appel, sinaasappel en banaan. Fruitsoorten verschillen in voedingsstoffen. Kiwi, sinaasappel en mandarijn bevatten bijvoorbeeld veel vitamine C. Appelen, peren en pruimen bevatten bijna geen vitamine C. De teeltwijze en het seizoen kunnen ook voor schommelingen zorgen.
    • Kies bij voorkeur vers fruit. Fruit uit blik of bokaal of (gevitamineerde) vruchtensiropen zijn niet schadelijk voor je kind, maar vaak is er veel suiker aan toegevoegd. Kies je er toch voor? Neem dan de varianten zonder toegevoegde suiker, bijvoorbeeld 'op eigen sap'.
    • Voeg geen suiker of andere zoetmiddelen toe. Zo leert je kind de pure smaak van fruit kennen en went het niet onnodig aan zoet.
    • Voeg geen yoghurt of plattekaas toe. Die bevatten veel eiwitten en die belasten de nieren van je baby. Dat is ook zo bij de diverse kaasjes speciaal voor kinderen. Borst- of flesvoeding levert voldoende eiwitten.

    Wijzer 'Aan tafel'

    De wijzer 'Aan tafel' helpt je op weg met de start van vaste voeding. Hij biedt een overzicht van lekker variatie, met aandacht voor het tempo van elk kind. Niet de leeftijd staat centraal, maar wel wat je kindje motorisch al kan en nog niet kan. Je ontdekt er verschillende manieren om fruit en groenten aan te bieden én wat er naast groenten nog op een bord kan liggen. Daarnaast vind je korte infoblokjes over samen eten, de gouden regel, proeven, rust aan tafel … Want minstens zo belangrijk als wát je geeft, is dat eten een ontspannen en gezellig moment wordt.