In drie stappen naar een visie op buitenspelen

Kris Van Ingelghem is speelgroenexpert bij Good Planet. Hij geeft lezingen, vorming en begeleiding op maat van scholen en andere organisaties die hun buitenruimte willen vergroenen. 

De school van zijn eigen kinderen kreeg dankzij Kris Van Ingelghem een van de eerste groene speelplaatsen in Vlaanderen. Dat is intussen 15 jaar geleden. Zijn kinderen zijn al lang van de schoolbanken af en de bomen zijn volgroeid. De tuin is nu een rijke, groene biotoop waar achter elke tak een speelkans verborgen zit. Je zou kunnen denken dat Kris zijn taak dus volbracht is, maar hij is nog steeds de bezieler van de heemtuin Hertog Karel. Want een ziel is wat zo’n tuin nodig heeft. We deden een babbel met Kris midden in zijn habitat en kregen er een uitgebreide rondleiding.

Onze belangrijkste vraag was: hoe krijg je die ziel in de tuin? Niet elke organisatie heeft zo’n groene jongen rondlopen die schijnbaar met gemak zijn enthousiasme overdraagt aan een volledig team, de ouders, de onderhoudsploeg, de poetsvouw en de kinderen. Volgens Kris begint het allemaal bij een duidelijke visie op buiten spelen. 

De kinderen, dat is eenvoudig, die moet je niet overtuigen. Zij zijn de echte speelexperts en de beste adviseurs die je kan raadplegen om je visie op buiten spelen vorm te geven. Het zijn vooral die andere partners die vanaf het begin betrokken moeten zijn. Kris vertelt hoe je als school of kinderopvang een gedragen visie op buiten spelen kan ontwikkelen. 

Foto Kris Van Ingelghem

Stap 1: Reflecteer

Lijst de belangrijkste punten op.

  • Wat betekent buiten spelen voor jou en je team?
  • Hoe past dat in jouw opdracht van zorg en opvoeding?
  • Wat levert het op voor de kinderen en voor jezelf?

Het kan helpen om je algemene pedagogische visie erbij te nemen en aan te duiden waar je linken ziet met buiten spelen. Je zal merken dat je daar al heel wat aanknopingspunten kan vinden. Dat kan je gaan verfijnen. Zo krijg je niet iets totaal nieuw, maar iets dat voor iedereen herkenbaar is. 

Dan kan je je afvragen in hoeverre je daar al iets mee doet.

  • Waar liggen de prioriteiten?
  • Is het al voldoende in je dagelijks manier van werken aanwezig?
  • Wat kan nog verbeteren

Stap 2: Schrijf

Schrijf op een blaadje neer wat de essentie is zonder al concreet te willen invullen hoe je dat in je werking of buitenruimte vorm geeft. Dat hoeft geen boek te zijn. Een half A4 blaadje is misschien genoeg.

Gebruik dat als intern en extern communicatiemiddel.

  • Het is een houvast om jezelf en je team regelmatig te herinneren aan jullie visie op buiten spelen.
  • Een handig hulpmiddel om aan ouders te tonen waar je voor staat, bij aanwerving van nieuwe medewerkers, bij het nemen van beleidsbeslissingen. Zo kan je bij alles wat je doet of beslist aftoetsen of het wel past bij jullie visie.

Stap 3: Doe

Bekijk welke praktische aanpassingen er nodig zijn in functie van de visie.

Misschien is het niet nodig om meteen de hele buitenruimte om te ploegen, je kan ook met hele simpele dingen beginnen. Dat geldt ook voor activiteiten die je plant: begin met de simpele dingen, want als je teveel materiaal en voorbereiding nodig hebt, dan komt het er toch niet van. 

Zoals bijvoorbeeld kleuterjuf Marina. Zij nam zich vorig jaar voor om elke vrijdag met haar klas gewoon een volledige dag naar buiten te gaan. Ze wist niet waar ze aan begon op dat moment. Ze had op voorhand geen strak plan van hoe ze dat concreet zou aanpakken. Ze deed het gewoon. En gaandeweg ondervond ze wat ze nodig had. Heel snel heeft ze haar draai daarin gevonden. Ze documenteert wat ze doet op haar blog en krijgt daarop heel enthousiaste reacties van ouders. Dat stimuleert ook de andere leerkrachten om hetzelfde te doen. 

En zo ben je vertrokken. Je zal misschien af en toe je visie wat moeten bijsturen als je merkt dat je je beleid niet helemaal afgestemd krijgt. Dat mag ook. Niets is in steen gebeiteld.

Het is alleen belangrijk dat je iedereen hierbij betrekt: niet alleen de kinderbegeleiders of de leerkrachten, maar ook de tuinman die moet weten wat hij wel of niet mag snoeien, de poetsvrouw die de gang misschien wat vaker moet vegen, de ouders die sneller een volle wasmand hebben, …

Wist je dat?

Als ik na mijn babbel met Kris nog even alleen in de heemtuin rondloop ontmoet ik een van de speelexperten die de heemtuin maken tot wat hij is. Ze schaaft met haar tong uit de mond rode bakstenen over een versleten kokosmat. Gemengd met wat water krijg je een overheerlijke rode modderpap.

Ik herzie mijn mening. Niet Kris is de bezieler van deze tuin, het zijn de kinderen. Want Kris zou dit soort activiteit zelf ook niet bedenken. Maar hij heeft er samen met het team van de school wel voor gezorgd dat er een visie is die maakt dat een oude kokosmat en een restje bakstenen niet meteen verbannen worden naar het containerpark, terwijl ze in kinderhanden nog van onschatbare waarde zijn.