Een inclusieve kinderopvang doen slagen doe je samen. Jij als ouder, je kind en de kinderopvang werken samen om ervoor te zorgen dat alles zo goed mogelijk verloopt.
Voor de start van de opvang
Vermeld dat er aanpassingen nodig zijn of je bezorgdheden hebt. Bespreek met de opvang welke extra zorgen nodig zijn.
- Deel je ervaringen met je kind zoveel mogelijk met de kinderbegeleiders. Dat helpt hen goed in te spelen op wat je kind nodig heeft, bijvoorbeeld hoe je je kind troost, laat slapen of eten geeft.
- Verpleegkundige handelingen (sondevoeding, diabetes …) zijn onder bepaalde omstandigheden mogelijk. De kinderopvang zal daarvoor een opleiding moeten volgen. Breng de opvang in contact met de arts of verpleegkundige van wie jij de opleiding kreeg.
- Specifiek materiaal op maat van je kind of klein materiaal kan extra ondersteunend zijn. Maak afspraken over het gebruik of eventuele aankoop ervan door de opvang.
- Op doktervoorschrift kan de kinderopvang dieetaanpassingen opvolgen in de opvang. Als dat niet mogelijk is, kan je zelf voor een (deel van) de maaltijd zorgen.
De opvang houdt rekening met je kind, maar biedt zelf geen gespecialiseerde zorg zoals een kinesist, logopedist of verpleegkundige dat doen.
Kennismaken en starten in de opvang
Vraag een gesprek aan met de kinderopvang over de ondersteuningsnoden van je kind. Jij kent de noden van je kind, het team of de onthaalouder kent de mogelijkheden binnen de opvang. Door samen na te denken kom je tot goede oplossingen.
Maak gebruik van wennen. Dat is voor elk kind en elke ouder nodig om zich goed te kunnen voelen, maar nog belangrijker wanneer er extra noden zijn.
- Bespreek of er extra wenmomenten mogelijk zijn als je dat nodig hebt.
- Bespreek een geleidelijke opstart als je dat nodig hebt, zodat je kind, jijzelf en de opvang tijd hebben om te ontdekken wat er werkt.
Geef de kinderopvang tijd om uit te proberen en te evalueren.
- Stel je vragen aan begeleiders, en laat hen ook vragen aan jou stellen.
- Breng- en haalmomenten zijn ideaal voor korte gesprekken. Wil je samen in gesprek gaan hoe jij, je kind en het team de eerste weken hebben ervaren? Spreek dan af op een rustiger moment.
Je kind groeit en ontwikkelt volop in deze fase, en dus wijzigt ook de ondersteuningsnood.
- Blijf daarom regelmatig aftoetsen hoe alles loopt in de kinderopvang en of er extra ondersteuning nodig is.
- Inzichten van de kinderopvang zijn zinvol voor de opstart in de kleuterklas of in het eventuele diagnostische traject. Bespreek hoe je hun kennis en ervaring met je kind verder kan meenemen als hulp.
Wie kan je hierbij helpen?
Goede communicatie over wat er nodig is en hoe de opvang kan slagen is niet gemakkelijk. Neem eventueel een vertrouwenspersoon bij de hand die je hierbij helpt:
- Je thuisbegeleider als je die al hebt.
- Globale Individuele Ondersteuning kan je ondersteunen bij de opstart in de kinderopvang.
- Ouderverenigingen en het Steunpunt voor Inclusie.
- Je kan steeds terecht bij je contact uit je Kind en Gezin-team of bij de Kind en Gezin-Lijn.
Wat als het moeilijk loopt?
Het kan een uitdaging zijn voor het team om de nodige aanpassingen te doen in de dagelijkse werking. De opvang ervaart dan nood aan extra ondersteuning.
Wie kan de opvang helpen?
- Het team van de kinderopvang wordt ondersteund door de verantwoordelijke en pedagogisch coach. Zij bewaken de kwaliteit in de opvang en het welbevinden van elk kind.
- De Centra Inclusieve Kinderopvang hebben zelf veel ervaring met inclusie en bieden ondersteuningstrajecten en vorming aan kinderopvangteams en onthaalouders. Ze kunnen ook in de opvang komen observeren.
- Thuisbegeleiding, Globale Individuele Ondersteuning, (privé)-therapeuten … kunnen zeker op bezoek komen in de opvang en met het team oplossingen op maat verkennen. Ze kunnen ook een handicapspecifieke vorming volgen.
- Opgroeien heeft een subsidie voor inclusieve opvang als de opvang aantoont dat er voor de opvang van je kind een grotere ondersteuning of meer middelen nodig zijn.
Voelt je kind zich niet goed in de opvang?
Vraag een gesprek met de opvang. Kies een rustig moment voor jezelf en voor de begeleiders. Denk vooraf na wat je wil bespreken: Wat zijn je bezorgdheden? Waar heeft de opvang het moeilijk mee? Wat zijn mogelijke oplossingen? Breng eventueel een vertrouwenspersoon of (sociaal) tolk mee.
Je kan altijd terecht bij je contact uit je Kind en Gezin-team of bij de Kind en Gezin-Lijn.