Door geen alcohol te drinken, niet te roken of te vapen en geen cannabis of andere drugs te gebruiken, geef je je kind zonder twijfel de beste start. Alcohol en drugs worden via de moedermelk doorgegeven. Wanneer je rookt of vapet komen nicotine en andere schadelijke stoffen in de moedermelk terecht. Ook met geneesmiddelen moet je opletten.
Alcohol
Alcohol gebruiken als je borstvoeding geeft, kan invloed hebben op het functioneren van je baby en op je borstvoeding. Alcohol kan het slaappatroon, de groei en ontwikkeling van je baby nadelig beïnvloeden, zorgt voor een minder goede toeschietreflex en verandert de geur van moedermelk.
- In de eerste 3 maanden na de geboorte vermijd je alcohol beste helemaal. Je baby is in deze periode extra gevoelig voor de nadelige effecten van alcohol. De hersenen zijn in volle ontwikkeling en de baby kan alcohol nog onvoldoende afbreken.
- Na de eerste 3 levensmaanden blijft het de voorkeur om alcohol zoveel mogelijk te vermijden. Wil je toch eens een glaasje drinken? Hou dan rekening met deze tips om de blootstelling aan alcohol voor je baby te beperken:
- Hou alcohol voor speciale gelegenheden.
- Kies drank met een laag alcoholgehalte.
- Drink slechts 1 glas of een kleinere portie en wissel af met water.
- Eet voor en tijdens het drinken van alcohol.
- Drink alcohol meteen na een borstvoeding en wacht na één consumptie minstens 2 uur met het geven van borstvoeding. Per extra consumptie wacht je 2 uur langer. Heeft je baby intussentijd honger, geef dan moedermelk die je afkolfde op een ander moment.
- Moedermelk die je afkolft terwijl je onder invloed bent van alcohol, geef je niet aan je kind.
Roken en vapen
Ook als je rookt, vapet of nicotineproducten gebruikt, blijft borstvoeding geven een waardevolle keuze voor je baby.
Roken en vapen kan borstvoeding echter minder vlot doen verlopen en de gezondheid van je kind schaden. Nicotine en andere schadelijke stoffen komen via de moedermelk bij je baby terecht. Passief meeroken heeft hetzelfde effect. Roken remt bovendien je melkproductie af en kan een toeschietreflex belemmeren, waardoor je melk minder goed kan stromen. Hierdoor kan je kind mogelijk minder goed groeien. Stoppen met roken of vapen is de veiligste keuze als je borstvoeding geeft.
De voordelen van borstvoeding wegen nog altijd op tegen de nadelen van het roken of vapen. Ook als je rookt of vapet, biedt borstvoeding meer gezondheidsvoordelen voor je baby dan kunstvoeding. Omdat roken of vapen invloed kan hebben op je melkproductie, is het belangrijk om de groei van je kind goed te laten opvolgen.
Rook of vape nooit in de nabijheid van een baby. Rook niet vlak voor of tijdens, maar meteen na het geven van borstvoeding of afkolven. De concentratie van nicotine en andere schadelijke stoffen in moedermelk neemt immers geleidelijk af na het roken of vapen. Zo beperk je de blootstelling bij je baby.
Wil je stoppen met roken, maar lukt volledig stoppen nog niet? Dan kunnen nicotinevervangers een goede tussenstap zijn: kies bij borstvoeding bij voorkeur voor een kortwerkend middel met een laag nicotinegehalte en gebruik het meteen na de borstvoeding. Pleisters vermijd je beter omdat ze continu nicotine vrijgeven aan je lichaam. Gebruik je ze toch, kies dan een lage dosis en verwijder de pleister ’s nachts. Bespreek het gebruik van nicotinevervangers bij borstvoeding met je arts.
Cannabis (en andere drugs)
Bij gebruik van drugs, zoals cannabis, maar ook heroïne, cocaïne, lsd en XTC en zelfs vluchtige snuifmiddelen zoals lachgas, komen schadelijke stoffen via de moedermelk in het lichaam van de baby terecht.
THC, de werkzame stof in cannabis, is tot 6 dagen na een eenmalig gebruik in moedermelk terug te vinden. Bij de baby kan dit schade veroorzaken aan het centrale zenuwstelsel, waar onder de hersenen. De precieze effecten van blootstelling voor de baby op lange termijn zijn nog niet gekend. Daarnaast kan je baby afhankelijk worden van je eigen druggebruik. Druggebruik tijdens de borstvoeding wordt sterk afgeraden.
In sommige situaties kan borstvoeding helpen bij het geleidelijk aan afbouwen van de afhankelijkheid van je baby en zo de ontwenningsverschijnselen van je baby verminderen. Stop daarom niet zomaar op eigen houtje en zonder hulp met borstvoeding. Gebruik je drugs, spreek er dan over met je arts, je vroedvrouw, je verpleegkundige van Kind en Gezin of wend je tot een gespecialiseerde centrum.