Flesvoeding

Veelgestelde vragen en antwoorden over flesvoeding.

  • De aanbevolen dagelijkse hoeveelheden kunnen verschillen tussen landen en autoriteiten op het gebied van voeding. Dat komt door:

    • verschillen in voedingsgewoonten
    • verschillende interpretaties van gegevens
    • gebruik van andere marges of andere waarden over de opname van vitamines en mineralen
    • andere reglementering
    • culturen

    Terwijl er op Europees niveau wordt gestreefd naar zoveel mogelijk uniformiteit blijft dit op het vlak van de voedingsaanbevelingen moeilijk. De specifieke voedingsgewoonten verschillen per land en per regio. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat voedingsgewoonten deels zijn ingebed in tradities en lokale culturen. Om tot een efficiënt voedings- en gezondheidsbeleid en een effectieve voedingsvoorlichting te kunnen komen moet hiermee rekening worden gehouden. In Frankrijk worden aardappelen bijvoorbeeld tot de groenten gerekend terwijl aardappelen in België worden  beschouwd als een basisonderdeel van de klassieke warme maaltijd en in het bijzonder als een goede bron van complexe koolhydraten.

    Het is bij de opstelling van de voedingsaanbevelingen bovendien belangrijk dat rekening wordt gehouden met het werkelijke voedselconsumptiepatroon van de bevolking. Dit om te vermijden dat de voedingsaanbevelingen een nietwerkbaar instrument worden.

  • Vocht is onmisbaar voor het lichaam. Dit geldt ook voor kinderen.

    Maar: de eerste 6 maanden heeft de baby alleen melkvoeding (borst- of kunstvoeding) nodig. Extra drank vermindert de eetlust waardoor je baby geen melkvoeding zal drinken.
    Bij borstvoeding zorgt extra drank voor een verstoring van de melkproductie.

    Na de leeftijd van 6 maanden drinkt je baby per dag nog minstens een halve liter melkvoeding of borstvoeding op vraag. Naast de vaste voeding die vocht bevat, heeft je baby ook nood aan extra drinken, zeker bij warm weer. Vaker aanleggen kan bij borstvoeding tegemoet komen aan die extra behoefte. Een beetje water geven kan ook.

    Kies bij voorkeur plat, mineraalarm water.

  • De meeste moeders kiezen ervoor hun pasgeboren baby de eerste tijd uitsluitend borstvoeding te geven. Maar wat als de melkproductie niet op gang komt? Of het afkolven niet altijd mogelijk is. Kun je borst- en kunstvoeding combineren? Lactatiekundige bij Kind en Gezin, Christel Geebelen, stond Libelle Mama hierover te woord.

  • Elk kind en situatie is anders en moet individueel benaderd worden. Verschillende redenen kunnen aan de basis liggen van het plots weigeren van flesvoeding. Als medische problemen uitgesloten zijn, kan het misschien zijn dat je kindje zijn melkvoeding of flesje 'beu' is.

    Enkele tips:

    • Probeer eens een grotere speen.
    • Misschien lukt het wel als iemand anders de fles geeft? Misschien lukt het wel bij oma of opa?
    • Uit een beker drinken is een nieuwe ontdekking en kan een nieuwe manier zijn om melkvoeding gedeeltelijk aan te brengen. Tussen 15 en 18 maanden is de beste leeftijd om ook de melkvoeding geleidelijk aan in een open beker te geven.
    • Eet je kind al brood, laat dan wat brood weken in de melk of maak een papje van de melkvoeding met kindermelen of -granen. Je kindje kan ook proberen om dit met een lepel zelf te eten.
    • Als het echt de melk niet lust, kan het veranderen van melkvoeding soms helpen.

    Bespreek met je verpleegkundige de mogelijke oplossing.

  • Hou er rekening mee dat een kindje tijd nodig heeft om op andere manieren te leren drinken. Dwingen heeft een averechts effect en vermijd je beter. Blijf zelf rustig en biedt een fles aan als je kindje ontspannen is. Enkele tips die kunnen helpen:

    • Verwacht niet onmiddellijk succes, het is heel normaal dat je kindje even moet wennen aan de nieuwe ervaring.
    • Gebruik de eerste keren vers afgekolfde melk, zodat er geen smaakverschil is.
    • Laat iemand anders, die rustig en ontspannen is, de fles geven terwijl mama niet in de buurt is.
    • Bied het flesje aan bij de eerste hongersignalen of iets eerder dan het gebruikelijke voedingsmoment: een te hongerige baby raakt sneller overstuur.
    • Duw de speen niet in het mondje, maar laat je baby zelf aanhappen.
    • Leid je baby af en maak hem of haar weer rustig door rond te wandelen, te wiegen, zacht te zingen of te praten.
    • Kies een andere voedingshouding of voed je baby in de draagzak of terwijl hij of zij in een relaxstoeltje zit.
    • Probeer eens een andere speen uit: een andere vorm, ander materiaal… of dompel het speentje eventueel eerst in moedermelk.
    • Blijf geduldig en forceer niet. Als je baby enkele keren weigert en overstuur raakt, probeer dan een uurtje later opnieuw. Als je baby blijft weigeren, biedt dan niet onmiddellijk de borst aan.
    • Als het de bedoeling is om de borstvoeding gedeeltelijk of volledig af te bouwen: bied dan verschillende dagen na elkaar, steeds op hetzelfde tijdstip, het flesje aan.
    • Afhankelijk van de leeftijd van je kind kan je andere manieren van voeden overwegen: ingedikt papje, cupje, bekertje…

     

    Twijfels of vragen?

    Als je kindje blijft weigeren of als je echt ongerust bent, kan je advies en ondersteuning aan je verpleegkundige vragen. Soms is een individuele aanpak nodig. Zij zal samen met jou op zoek gaan naar de meest geschikte oplossing die rekening houdt met jouw specifieke situatie.

  • Ja, er wordt aanbevolen alle kinderen dagelijks 400 IE (internationale eenheden) vitamine D te geven, vanaf de geboorte tot en met de leeftijd van 6 jaar. Dit moet het hele jaar door, onafhankelijk van de melkvoeding en de vitamine D-suppletie van de borstvoedende moeder.

    • Geef je baby eten op verzoek. Regelmatig kleine hoeveelheden geven is goed.  
    • Ondersteun de onderkaak en de wangen van je baby. Zo sluiten zijn lippen zich beter rond de speen. 
    • Soms is een groter gat in de speen of een andere fles een oplossing.
    • Verslikt je baby zich vaak, probeer dan een speen met een kleiner gaatje of dik de voeding in. Praat sowieso eerst met je verpleegkundige of arts vooraleer de samenstelling van de voeding te veranderen. 
    • Let extra op een juiste voedingshouding
    • Ademt de baby onregelmatig of zweet hij fel tijdens het eten, raadpleeg dan onmiddellijk een arts.
    • Ga eerst na of je baby echt nog honger heeft. Drinkt hij of zij gewoon te vlug, laat hem dan trager drinken door de speenopening te verkleinen of de dop wat harder aan te schroeven. Wil hij nog zuigen, geef hem dan zijn fopspeen of een knuffeltje. Willen zuigen betekent niet altijd honger hebben.
    • Heeft je baby inderdaad nog honger, geef hem of haar dan iets meer melk.
    • Blijft je baby onverzadigbaar, bespreek dit probleem dan met je arts of verpleegkundige.
    • Verander niet op eigen houtje van soort voeding. 
    • De samenstelling van een voeding heeft weinig invloed op het verzadigingsgevoel. Er iets aan toevoegen helpt ook niet. Vooral de mate waarin de maag gevuld is, bepaalt hoeveel de baby drinkt.
    • Er bestaan heel wat voedingen die aangeprezen worden bij moeilijk te verzadigen baby's. Hiervoor is echter weinig wetenschappelijk bewijs. Voeg zelf geen meel of suiker toe. Hierdoor verandert de evenwichtige samenstelling van de voeding. Zuigelingenvoeding bevat alle voedingsstoffen die het kind nodig heeft.