Gezondheid

Veelgestelde vragen en antwoorden over gezondheid.

  • Wanneer de verpleegkundige (of gezinsondersteuner) een medisch probleem vermoedt, wordt het kind altijd verwezen naar de behandelend arts.

    Heeft het kind een afspraak op een consultatiebureau binnen korte termijn, dan kan het advies van de consultatiebureau-arts gevraagd worden. Gaat het om een dringend op te volgen probleem, dan kan niet gewacht worden op een afspraak op consultatiebureau en wordt onmiddellijk naar de behandelend arts verwezen.

    Vanuit de preventieve setting van Kind en Gezin gebeuren dus geen rechtstreekse verwijzingen naar een alternatieve genezer, zoals een osteopaat, noch door de verpleegkundige noch door de arts op consultatiebureau.

  • Een kind dat verkouden is, koorts maakt, antibiotica inneemt en dat niet ernstig ziek is, mag gevaccineerd worden. Om te vermijden dat het andere kinderen zou besmetten op het consultatiebureau, raden we aan om de regels van hygiëne en afstand zeer strikt toe te passen. Dit is nog belangrijker geworden sinds de corona-pandemie. Wanneer je kind niet toegelaten symptomen heeft, bel de Kind en Gezin-Lijn op 078/150100 om te verwittigen dat je niet op je afspraak zal zijn. Ze plannen dan zo snel mogelijk een nieuwe afspraak.


    Toegelaten in consultatiebureau *

    • Lichte verkoudheid : neusloop en hoestje zonder koorts
    • Gulpje teruggeven, braken als gevolg van gekende reflux
    • Gekende chronische hoest (bij hyper-reactieve luchtwegen)    
    • Chronisch lossere stoelgang of éénmalig waterige  stoelgang

    Niet toegelaten in consultatiebureau

    • Plots optredende hoest met ademhalingsmoeilijkheden
    • Ademhalingsmoeilijkheden
    • Plotse verandering van stoelgangspatroon met 2 of meer waterige stoelgangen per dag
    • Braken met bloed of herhaaldelijk braken (geen reflux)
    • Plotse huiduitslag of blaasjes

    *Aanbevelingen om naar de opvang te gaan, verschillen van deze voor het consultatiebureau.

  • Sommige onderzoekers vermoeden een verband, maar er is momenteel geen bewijs dat zwemmen in de publieke zwembaden astma veroorzaakt.

    De Hoge Gezondheidsraad ontmoedigt om met baby's jonger dan 1 jaar in zwembaden zwemmen.

    Zwemmen met kinderen ouder dan 1 jaar wordt nog steeds aanbevolen, zelfs in het geval van astma. Voor hen wegen de voordelen van zwemmen in goede hygiënische omstandigheden in gecontroleerde zwembaden sterker door dan het risico van toxiciteit verbonden aan chloor en zijn bijproducten.

    Lees meer over veilig in en aan het water. 

  • Een beetje zon is goed voor iedereen. Ultraviolette(uv)-stralen zorgen ervoor dat ons lichaam de noodzakelijke vitamine D aanmaakt. Vitamine D zorgt voor kalkopname, nodig voor de opbouw van stevige beenderen. 

    Pas wel op voor te veel zon en dus te veel uv-stralen. Dit is schadelijk en kan zonnebrand veroorzaken. 

    Bij kinderen onder de 10 jaar is de huid heel kwetsbaar. De schadelijke uv-stralen dringen er makkelijk door. Het lichaam van een kind herstelt minder vlot dan dat van een volwassene. De schade stapelt zich op. Dit vergroot de kans op huidkanker (o.a. melanoom) op latere leeftijd.

    Lees meer over bescherming tegen de zon en warmte

  • Als de verpleegkundige (of gezinsondersteuner) een medisch probleem vermoedt, wordt je kind altijd doorverwezen naar de behandelend arts.

    Heeft je kind een afspraak op een consultatiebureau binnen korte termijn, dan kan je advies aan de consultatiebureau-arts vragen. Gaat het om een dringend op te volgen probleem, wacht dan niet op een afspraak op consultatiebureau en contacteer onmiddellijk je behandelend arts.

    Vanuit de preventieve setting van Kind en Gezin gebeuren dus geen rechtstreekse verwijzingen naar een alternatieve genezer, zoals een osteopaat, noch door de verpleegkundige noch door de arts op consultatiebureau.

  • Bij milde ziektesymptomen is het moeilijk om te weten wanneer een kind wel of niet naar de opvang mag komen. Dit is nog moeilijker geworden door corona. We willen kinderen alle kansen geven. Daarom is het belangrijk voor hun ontwikkeling en welzijn dat ze naar de opvang kunnen. Onderstaande afffiche geeft weer welke symptomen toegelaten zijn in de kinderopvang.

    Wanneer naar de opvang

     

  • Maak je niet onmiddellijk zorgen als je baby een paar dagen overslaat met zijn of haar ontlasting. Het stoelgangpatroon is immers sterk verschillend bij baby's en wordt beïnvloed door de voeding (en voeding van de mama bij borstvoeding). Een verandering van stoelgangspatroon kan ontstaan als er veranderingen in de voeding worden aangebracht: veranderen van kunstvoeding, voeding van de mama bij borstvoeding of het introduceren van nieuwe groenten of fruit in de vaste voeding.

    Raadpleeg een arts als de stoelgang erg vast is van structuur, als je kind erg huilt en pijn vertoont of als er klachten optreden zoals braken, koorts, slechte gewichtsevolutie of voedselweigering.

    Voeg géén suiker, meel, olie of wat dan ook toe aan de melkvoeding en experimenteer niet zelf met medicatie, glycerinesuppo's of andere laxeermiddelen.