Mijn kindje plast goed op het potje maar houdt de stoelgang op. Wat kan ik hieraan doen?

Je kan het potje aanbieden op dagelijks terugkerende momenten, zoals:

  • na het opstaan
  • na het eten (ontbijt, middagmaal, vieruurtje en avondmaal)
  • voor het slapen gaan
  • en als je kind er zelf om vraagt

Door de voorspelbaarheid zal je peuter gemakkelijker meewerken. 

Je kan het potje ook aanbieden als je merkt dat het kind pipi of kaka moet doen of er zelf om vraagt.

Praktisch

  • 2 à 5 minuten op het potje is voldoende.
  • Wacht na een plasje 1,5 uur à 2 om het potje terug aan te bieden. Als de luier nog droog is, heb je meer kans dat het kindje nog moet plassen.
  • Een ontspannen zithouding is nodig om op een goede manier te kunnen plassen. Laat een kind met de benen licht gespreid zitten, het slipje tot op de enkels. 
  • Doe het kind gemakkelijke kledij aan.
  • Een boekje erbij, wat vertellen … kan zorgen voor een ontspannen sfeer.
  • Het voorbeeld van anderen kan motiverend werken.
  • Reageert het kind angstig of verzet het zich heftig, wacht dan een aantal weken en start dan opnieuw.

Enkele tips

  • Op de vraag  ‘Kom je op het potje?’ zal een peuter in zijn nee-fase wellicht ‘nee’ antwoorden. Geef daarom liever een duidelijke instructie, zoals ‘Kom, we gaan op het potje!’.
  • Als je tussendoor af en toe aan het kindje vraagt of hij moet plassen, help je hem aandacht te schenken aan het gevoel van druk. 
  • Moedig elk stapje in de goede richting aan. Doe ‘Bravo!’ doen of zing een liedje na even op het potje zitten.
  • Straffen of boos worden helpt niet. Integendeel, het kan druk en spanning zetten op de peuter waardoor het zindelijk worden, bemoeilijkt wordt.
  • Overleg over de aanpak met alle betrokkenen: ouders, opvang, grootouders, kleuterschool, … Je kunt hiervoor het Plaspoort gebruiken. 

Wanneer deze stap?

Als je kindje het aangeeft (je merkt enkele duidelijke rijpheidssignalen) of vanaf 2 jaar.