Ga snel naar
Teelbal(len)
- Niet ingedaalde teelbal(len) of cryptorchide teelbal(len)
Tijdens de zwangerschap ontwikkelen jongetjes in de buikholte teelballen. Ongeveer één maand voor de geboorte dalen de teelballen via de lies in de balzak. Soms gebeurt dit niet en blijft er één bal, of zelfs beide in de buikholte of lies zitten. Wanneer dit gebeurt is er sprake van een niet-ingedaalde teelbal. Bij een niet ingedaalde zaadbal is de teelbal niet in de balzak of kan niet in de balzak gebracht worden.
Ingedaalde teelballen zijn onder andere belangrijk voor een optimale vruchtbaarheid. De consultatiebureau-arts bij Kind en Gezin volgt daarom in de eerste levensmaanden op of de teelballen ingedaald zijn. Als een of beide teelballen nog steeds niet zijn ingedaald op het consult van 16 weken wordt je kind verwezen naar de kinderarts.
- Ascenderende teelbal
Bij een ascenderende teelbal was de teelbal vroeger wel ingedaald in de balzak, maar zit nadien niet meer op de juiste plaats. De teelbal blijft dan hoger zitten en kan niet meer (of niet blijvend) in de balzak gebracht worden. Dit kan gevolgen hebben op onder andere de vruchtbaarheid.
De consultatiebureau-arts bij Kind en Gezin volgt dit op consult 15 maandenop. Bij een ascenderende teelbal wordt je kind verwezen naar de kinderarts.
- Retractiele teelbal
Bij een retractiele teelbal zit de teelbal soms niet in de balzak, maar kan hij er wél makkelijk in gebracht worden en blijft daar. De teelbal wordt dan tijdelijk, bijvoorbeeld bij kou, spanning of schrik, door een normale spierreflex omhoog getrokken. Dit is op zich niet schadelijk en komt vooral voor bij jonge kinderen.
Behandeling is niet nodig, maar wel jaarlijkse opvolging bij je huis-of kinderarts omdat een retractiele teelbal zich kan ontwikkelen tot een ascenderende teelbal.
Afwijking van de plasopening (hypospadie)
Hypospadie is een aangeboren afwijking van de penis, waarbij de plasopening zich niet op de top van de penis bevindt, maar aan de onderkant van de eikel, halverwege of aan de basis van de penis.
De diagnose wordt bij de geboorte gesteld. Volg het advies van je arts.
Verkleefde of vernauwde voorhuid (fimosis)
Bij een verkleefde voorhuid zijn verklevingen tussen de voorhuid en de eikel. Dit gaat altijd vanzelf voorbij.
Bij een vernauwde voorhuid is de voorhuid vernauwd. Dit komt vaak voor in de eerste drie levensjaren, soms langer. Ook een vernauwde voorhuid gaat doorgaans vanzelf voorbij. Enkel bij problemen, zoals ernstige herhaalde lokale infecties van de voorhuid of herhaalde urineweginfecties zonder andere oorzaak, is behandeling nodig.
Zorg voor goede hygiëne van de voorhuid.
Waar let je op?
- Was de penis en de voorhuid met water en een parfumvrije wasgel.
- Reinig tot zover de voorhuid naar achter kan, zonder te forceren. Maak verklevingen of vernauwing niet los.
- Ondersteun je peuter om spelenderwijs zelf de penis en de voorhuid te wassen.
- Leer je peuter na het plassen de voorhuid droog te deppen zodat er geen urine achter blijft.