Ga snel naar
Teelbal(len)
- Niet ingedaalde teelbal(len) of cryptorchide teelbal
Tijdens de zwangerschap ontwikkelen jongetjes in de buikholte teelballen. Ongeveer één maand voor de geboorte dalen de teelballen via de lies in de balzak. Soms gebeurt dit niet en blijft er één bal, of zelfs beide in de buikholte of lies zitten. Wanneer dit gebeurt is er sprake van een niet-ingedaalde teelbal. Bij een niet ingedaalde zaadbal is het balletje niet in het zakje of kan niet in het zakje gebracht worden op een leeftijd van een half jaar.
De consultatiebureau-arts bij Kind en Gezin zal controleren of de teelballen zijn ingedaald.
Om problemen van bijvoorbeeld onvruchtbaarheid op latere leeftijd te voorkomen, kan het zijn dat er een operatie nodig is om de teelbal operatief in de balzak te brengen.
- Ascenderende teelbal
Bij een ascenderende teelbal was de teelbal vroeger wel ingedaald in de balzak, maar zit nadien niet meer op de juiste plaats. De teelbal blijft dan hoger zitten en kan niet meer (of niet blijvend) in de balzak gebracht worden. Dat gebeurt meestal doordat de teelbal of de zaadstreng onvoldoende meegroeit.
Een ascenderende teelbal vraagt opvolging door een arts, omdat een teelbal die te lang buiten de balzak blijft op termijn problemen kan geven. Daarom is het belangrijk om dit tijdig op te sporen en, indien nodig, verder te laten onderzoeken.
- Retractiele teelbal
Bij een retractiele teelbal zit de teelbal soms niet in de balzak, maar kan hij er wél makkelijk in gebracht worden en blijft daar. De teelbal wordt dan tijdelijk, bijvoorbeeld bij kou, spanning of schrik, door een normale spierreflex omhoog getrokken. Dit is op zich niet schadelijk en komt vooral voor bij jonge kinderen.
Meestal is geen behandeling nodig, maar wel opvolging.
Afwijking van de plasopening (hypospadie)
Hypospadie is een aangeboren afwijking van de penis, waarbij de plasopening zich niet op de top van de penis bevindt, maar aan de onderkant van de eikel, halverwege of aan de basis van de penis.
Volg het advies van je behandelend arts.
Verkleefde of vernauwde voorhuid (fimosis)
Bij een verkleefde voorhuid zijn verklevingen tussen de voorhuid en de eikel. Dit gaat altijd vanzelf voorbij.
Bij een vernauwde voorhuid is de voorhuid vernauwd. Dit komt vaak voor in de eerste drie levensjaren, soms langer. Ook een vernauwde voorhuid gaat doorgaans vanzelf voorbij. Enkel bij problemen, zoals ernstige herhaalde lokale infecties van de voorhuid of herhaalde urineweginfecties zonder andere oorzaak, is behandeling nodig.
Zorg voor goede hygiëne van de voorhuid.
Waar let je op?
- Was de penis en de voorhuid met water en een parfumvrije wasgel.
- Reinig tot zover de voorhuid naar achter kan, zonder te forceren. Probeer verklevingen of vernauwing niet los te maken.
- Ondersteun je peuter om spelenderwijs zelf de penis en de voorhuid te wassen.
- Leer je peuter na het plassen de voorhuid droog te deppen zodat er geen urine achter blijft.