Vaccineren in specifieke situaties

Waar moet je rekening mee houden als je zwanger bent? En kan je kind gevaccineerd worden als hij of zij ziek is of te vroeg geboren is? Kan je vaccinaties inhalen? En wat als je op reis wil naar het buitenland? 

Ga snel naar

    Wat met vaccinatie en zwangerschap?

    Bij vaccinatie van zwangere vrouwen worden deze drie factoren in overweging genomen:  

    1. Wat is de kans dat de onbeschermde zwangere vrouw in contact komt met de ziekte?
    2. Wat zijn de risico’s voor de (ongeboren) baby of de mama als ze de ziekte oplopen?
    3. Wat zijn de risico’s voor de (ongeboren) baby verbonden aan het vaccin?

    Heb je een kinderwens? Ga als toekomstige mama al vóór de zwangerschap na met je arts of gynaecoloog welke kinderziekten je vroeger doormaakte en welke vaccinaties je in het verleden kreeg. Zo kunnen ontbrekende vaccins tijdig worden toegediend.

    Levende afgezwakte vaccins of dode vaccins bij zwangerschap

    Vaccinatie met vaccins die levende afgezwakte virussen of bacteriën bevatten, wordt vermeden tijdens de zwangerschap. Er is een (theoretisch) risico op infectie en passage door de placenta, waardoor de ongeboren baby kan aangetast worden. Als er toch een levend afgezwakt vaccin toegediend wordt, is dat geen reden om een zwangerschap te beëindigen.

    Voor vaccinatie met vaccins die dode virussen of bacteriën bevatten is er geen bewijs dat dit toxische effecten heeft of misvormingen geeft bij je baby. 

    Griepvaccin bij zwangerschap

    Tijdens de zwangerschap is de mama vatbaarder voor griep en de complicaties ervan, zoals koorts en longontsteking, die gevolgen kunnen hebben voor je kind. Een zwangere vrouw loopt ook (tot 7 keer) meer kans in het ziekenhuis te belanden door griep dan iemand die niet zwanger is. Een zware griep tijdens de zwangerschap kan de gezondheid van de baby ernstig aantasten, met als mogelijke gevolgen vroeggeboorte, verminderd geboortegewicht, pril zwangerschapsverlies en overlijden van de baby kort na de geboorte.

    Vaccinatie tegen de griep tijdens de zwangerschap zorgt ervoor dat de mama veel minder risico loopt om ziek te worden. Bovendien krijgt de baby via de placenta afweerstoffen waardoor hij of zij bescherming krijgt. Het vaccin is veilig voor de zwangere vrouwen en mama's die borstvoeding geven. Dat is in verschillende studies aangetoond. 

    Een griepvaccin bevat dood virus en de Hoge Gezondheidsraad beveelt dit aan voor zwangere vrouwen, ongeacht de fase van de zwangerschap.

    Laat een griepvaccin bij voorkeur tussen half oktober en half november toedienen, vóór de start van het griepseizoen. 

    Zwangere vrouwen die allergisch zijn voor kippeneiwit mogen zich niet laten inenten.

    Hepatitis B-vaccin bij zwangerschap

    Sommige mensen zijn besmet met hepatitis B zonder het te weten. Je laat dit best testen. Als een zwangere vrouw het hepatitis B-virus in zich heeft, is het cruciaal om zo snel mogelijk maatregelen te nemen om de baby bij de geboorte te beschermen (waaronder een vaccinatie binnen de 12 uur na de geboorte).

    Bofvaccin bij zwangerschap

    Tijdens de zwangerschap worden in principe geen levend verzwakte vaccins, zoals het mazelen-bof-rubellavaccin toegediend. De kans de je bof doormaakt tijdens de zwangerschap hangt af van het feit of je al dan niet immuniteit hebt opgebouwd door vaccinatie of een bofinfectie. Zwangere vrouwen hebben bij het doormaken van bof in het eerste trimester een licht verhoogd risico op een miskraam.

    Kinkhoestvaccin bij zwangerschap

    De antistoffen tegen kinkhoest dalen en verdwijnen zelfs 5 tot 10  jaar na de laatste kinkhoestvaccinatie. Ook na het doormaken van een natuurlijke kinkhoestinfectie is een levenslange immuniteit tegen de ziekte niet gegarandeerd. Bij een kind is kinkhoest ernstig en zelfs dodelijk.

    Om kinderen te beschermen geeft de Hoge Gezondheidsraad van België volgend advies over kinkhoestvaccinatie bij volwassenen: de toediening van één combinatievaccin (difterie, tetanus en kinkhoest voor volwassenen) wordt aangeraden, ongeacht de voorgeschiedenis van een (volledige of onvolledige) kinkhoestvaccinatie, en zeker voor wie in contact komt met baby's volgens het principe van de ‘cocoonvaccinatie’ (bv. jonge of toekomstige ouders, grootouders en hun naaste familiecontacten, het verzorgend personeel van pediatrische diensten, materniteiten en kinderdagverblijven en onthaalmoeders van jonge kinderen).

    Een kinkhoestvaccinatie bevat geen levende bacteriën of virussen en wordt aanbevolen voor zwangere vrouwen tussen week 24 en week 32 van elke zwangerschap, ongeacht of je voordien een herhalingsinenting kreeg. 

    Bij vaccinatie tijdens de zwangerschap maakt de mama antistoffen tegen kinkhoest aan en deze worden via de placenta (moederkoek) doorgegeven aan de baby. Op die manier is je kind al van bij de geboorte beschermd tegen kinkhoest.

    Als de vaccinatie niet tijdens de zwangerschap wordt gegeven, wordt ze zo snel mogelijk na de bevalling toegediend. 

    Daarnaast blijft ‘cocoonvaccinatie’ voor partner en andere adolescenten en volwassenen die met de baby in contact komen zeker aanbevolen. Deze ‘cocoonvaccinatie’ wordt best uitgevoerd een paar weken voor de bevalling.

    Een apart vaccin alleen tegen kinkhoest is niet beschikbaar in België. Het vaccin Boostrix® beschermt niet alleen tegen kinkhoest maar tegelijk ook tegen tetanus (klem) en difterie (kroep). 

    Er zijn geen contra-indicaties voor de toediening van het vaccin, tenzij je een aangetoonde allergie voor het vaccin hebt vertoond.

    Wist je dat?

    De Vlaamse overheid stelt combinatievaccins tegen tetanus (klem), difterie (kroep) en kinkhoest gratis ter beschikking om zwangere vrouwen te vaccineren en om een herhalingsinenting toe te dienen aan volwassenen.

    Wat met vaccinatie als je kind te vroeg geboren is?

    Ook bij vroeggeboren baby's (prematuren) wordt er op 8 weken gestart met de vaccinaties. Om medische redenen kan van het vaccinatieschema afgeweken worden.

    Te vroeg geboren baby's hebben minder antistoffen van hun moeder meegekregen, aangezien het transport van antistoffen vooral toeneemt na de 35ste week. 

    Kinderen geboren na een zwangerschapsduur van minder dan 37 weken hebben een verhoogd risico op infecties. Zij krijgen daarom:

    • een extra dosis van het pneumokokkenvaccin op 12 weken
    • de vaccins die normaal op 15 maanden voorzien zijn, krijgen zij vervroegd op 13 maanden.

    Wat met vaccinatie en ziekte?

    Er zijn weinig medische redenen om je kind niet te vaccineren.

    • Heeft je kind een verkoudheid, lichte koorts of neemt je kind antibiotica, dan mag je kind gevaccineerd worden
    • Heeft je kind iets ernstigers, dan overlegt de arts met de ouders of de vaccinatie moet worden uitgesteld. In uitzonderlijke gevallen zal de arts afzien van een vaccinatie (bv. bij immuniteitsproblemen).
    • Kinderen die om medische redenen niet gevaccineerd worden, moeten kunnen profiteren van de groepsimmuniteit door een hoge vaccinatiegraad bij de rest van de bevolking.
    • Als je kind al rodehond of bof heeft gehad, wordt je kind toch nog gevaccineerd tegen deze ziekten. Zo wordt de weerstand nog versterkt, zonder bijkomend risico. Het is namelijk niet altijd duidelijk of een kind wel echt rodehond of bof heeft gehad. Enkel een bloedtest kan dit uitwijzen. De test is pijnlijker en duurder dan het vaccin.

    Wat met vaccinatie en allergie, eczeem, hooikoorts of astma?

    Een kind met allergie, eczeem, hooikoorts of astma mag gevaccineerd worden. Je kind bouwt dagelijks automatisch afweerstoffen op tegen nieuwe lichaamsvreemde stoffen, dus ook tegen vaccinaties.

    Tot nu toe is er geen bewijs dat vaccinaties aanleiding geven tot allergie of een bestaande allergie verergeren.

    Neem wel voorzorgen. Vertel de arts altijd hoe je kind reageerde op de vorige vaccinatie en voor welke stoffen je kind overgevoelig of allergisch is.

    Opgelet: Als je kind eerder een allergische reactie vertoonde na een vaccinatie of op een bestanddeel dat in een vaccin zit, moet je dit bespreken met je arts. 

    Wat met vaccinatie en hiv?

    1. Je kind is besmet met het hiv-virus
      Vaccineren is toegestaan, omdat hiv-besmetting geen ziekte betekent. De arts beoordeelt of de weerstand van het kind al dan niet verminderd is. Daarmee moet rekening worden gehouden bij vaccinatie en om de bescherming na vaccinatie te beoordelen. 
    2. Je kind is nog geen 6 maanden en de mama is seropositief
      Alle kinderen, ook als diagnose nog niet bekend is, volgen het basisvaccinatieschema. Als blijkt dat je kind seropositief is, zal de arts indien nodig het vaccinatieschema aanpassen. 

    Wat met vaccinatie voor verblijf in het buitenland?

    Als je een reis plant naar tropische streken of naar gebieden met een verhoogd risico op bepaalde infecties, moet je rekening houden met aanbevolen of verplichte vaccinaties. Voor sommige landen heb je een vaccinatieattest nodig.

    Sommige landen vragen een internationaal vaccinatiecertificaat  als je daar gaat wonen. Je kunt dit door je behandelend arts of de arts van het consultatiebureau laten invullen. 

    Extra aandacht voor mazelen

    De mazelen zijn in opmars op plaatsen in Europa waar de vaccinatiegraad de laatste jaren afgenomen is. Dat kan gevaarlijk zijn als je niet gevaccineerd bent. Het is belangrijk dat je goed beschermd bent vóór je vertrekt: 

    • Ga je op reis met je baby, dan kan er een extra mazelenvaccin gegeven worden in het consultatiebureau vanaf de leeftijd van 6 maanden. Vraag aan de consultatiebureau-arts of verpleegkundige voor welke landen dit aanbevolen is.
    • Check als ouder vóór vertrek je vaccinaties.
    Link naar video: Opmars mazelen
    Opmars mazelen

    Wat met vaccineren tijdens een hittegolf?

    Ook tijdens erg warme dagen is het belangrijk dat je kind tijdig zijn of haar vaccinaties krijgt als bescherming tegen infectieziekten. 

    Enkel tips bij vaccinatie tijdens warme dagen

    1. Hou je kind binnen of zeker in de schaduw
    2. Hou je kind goed in het oog. Merk je dat je kind zich anders gedraagt, neem dan de temperatuur.
    3. Laat je kind extra drinken. Geef ze drinken vóór ze dorst hebben, een kind heeft pas dorst als hij of zij al licht uitgedroogd is.
    4. Laat je kind meer rusten.
    5. Heeft je kind tekenen van uitdroging (minder plasluiers, geen tranen, rusteloos zijn of erg slaperig zijn, huidplooien die je niet kan glas strijken) contacteer dan onmiddellijk je behandelend arts.

    Lees er alles over op 'Bescherming tegen zon en warmte'

    Kan je vaccinaties inhalen?

    De Hoge Gezondheidsraad van België geeft deze basisregels bij inhaalvaccinaties: 

    • Als het niet duidelijk is of je vaccinaties gekregen hebt, word je als niet gevaccineerd beschouwd. Dit krijgt de voorkeur eerder dan (foutief) te geloven dat je beschermd bent. Je vaccinaties worden dan vanaf nul opgestart volgens het basisvaccinatieschema. 
    • Als er (betrouwbare) vaccinatiegegevens beschikbaar zijn, leg je deze voor aan een arts en worden ze vergeleken met het basisschema. Als er vaccinaties ontbreken, krijg je deze nog toegediend.
    • Is het vaccinatieschema onderbroken, dan moet je niet de hele reeks vaccins vanaf nul krijgen of bijkomende dosissen krijgen. Je krijgt de ontbrekende dosissen toegediend, rekening houden met het minimuminterval tussen twee dosissen. 

    De kwaliteit van de immuniteit na vaccinatie hangt af van:

    1. de vereiste minimumleeftijd bij de eerste dosis
    2. het minimuminterval tussen 2 dosissen
    3. het aanbevolen totale aantal dosissen, inclusief 1 herhalingsdosis voor bepaalde vaccins.