Van liggen tot lopen

Je pasgeboren baby ligt de hele dag en kan zijn of haar hoofd nog niet opheffen of draaien. Je kindje heeft nog geen controle over de bewegingen van zijn of haar armen en benen. Een jaar later kan je baby al kruipen of zelfs lopen. Je kind kan zijn of haar hoofd bewegen zoals hij of zij zelf wil, grijpen, dingen vasthouden, met de beentjes heen en weer wiegen ... Je kind doet dit in kleine stapjes en met de hulp van de ouders.

Ga snel naar

    Hoofd optillen

    Als je pasgeboren baby op zijn of haar rug ligt, zal zijn of haar hoofd altijd zijwaarts gekeerd liggen.

    Naarmate de nekspieren sterker worden, leert je baby:

    • recht naar omhoog te kijken als hij of zij op de rug ligt
    • zijn of haar hoofd op te tillen als hij of zij op de buik ligt
    • zijn of haar hoofd al een tijdje rechtop te houden (rond 3 maanden).

    De grove motoriek van je baby op 0 - 2 maanden

    Link naar video: Kijk ik Groei! - de grove motoriek van je baby op 0-2 maanden
    Kijk ik Groei! - de grove motoriek van je baby op 0-2 maanden

    De grove motoriek van je baby op 2 - 4 maanden

    Link naar video: Kijk ik Groei! - de grove motoriek van je baby op 2-4 maanden
    Kijk ik Groei! - de grove motoriek van je baby op 2-4 maanden

    Rollen

    Je kind leert gemiddeld op 4 à 5 maanden om zich op zijn of haar zij te rollen. Enkele weken later kan je kind zelfstandig omrollen van de buik naar de rug.

    De meeste kinderen leren eerst van buik naar rug te rollen en daarna van rug naar buik. Het is belangrijk dat je daarbij voor voldoende buikligtussendoortjes zorgt. 

    Als je kind in staat is om zich van de rug naar de buik te rollen, ligt hij of zij niet zo vaak meer op de rug.

    De buikligging is een goede positie om zich te leren verplaatsen.

    De grove motoriek van je baby op 4 - 6 maanden

    Link naar video: Kijk ik Groei! - De grove motoriek van je baby op 4 tot 6 maanden
    Kijk ik Groei! - De grove motoriek van je baby op 4 tot 6 maanden

    Zitten met steun

    Heel wat baby’s kunnen al rond 3 à 6 maanden even zitten met steun in de rug. Ze houden hierbij hun hoofd al goed in balans.

    Rond 6 maanden vinden heel wat baby’s het leuk om vanuit rugligging met de handen overeind te worden getrokken. Je kind zal zijn of haar hoofd zelf rechtop houden, zijn of haar rug krommen en zelf flink meetrekken.

    De meeste baby’s leren stevig zitten rond 6 à 9 maanden, zeker met enige steun.

    Forceer je kind niet door het (met steun) lang te laten zitten.

     

    Zitje om zonder hulp rechtop te zitten

    Er is geen enkele reden om een baby van een paar maanden zelfstandig rechtop te zetten als hij of zij dit nog niet uit zichzelf kan. Dit kan zelfs negatieve gevolgen hebben voor de ontwikkeling van bijvoorbeeld rug en heupen.

    Rechtop zitten kan bij kleine baby's natuurlijk wel even op schoot, bijvoorbeeld tijdens een voeding, maar daarbij ondersteun je de rug, nek en het hoofd.

    Als je kind rechtop kan zitten, kan je een zitje gebruiken. Gebruik dit met mate, want afwisseling en beweging blijven belangrijk.  

     

    Gebruik zitjes op een veilige manier

    Zitjes, die licht en vlot hanteerbaar zijn, worden vaak op onveilige plaatsen gezet, bijvoorbeeld bovenop de tafel. Dit verhoogt het risico op vallen. Gebruik ze dus steeds onder toezicht en best op de grond.

    Alleen zitten

    Meestal leert een kind eerst met en vervolgens zonder steun zitten rond 6 à 11 maanden. Je kind kan zijn of haar hoofd hierbij mooi in balans houden en met gestrekte rug zitten.

    Terwijl je kind zit, kan hij of zij spelen met speelgoed.

    Kinderen vinden het ook fijn om mee aan tafel te zitten in de kinderstoel.

    Kruipen

    1. Veel kinderen beginnen vanaf 5 à 8 maanden kleine voorwaartse bewegingen te maken. Ze maken schuifbewegingen terwijl ze op hun buik liggen. Dit is de voorloper van echt kruipen.
    2. Vanaf 6 à 9 maanden verplaatst een kind zich op een of andere wijze: schuivend op de buik, kruipend op handen en knieën of schuivend op het zitvlak.
    3. De meeste kinderen gebruiken eerst de ‘tijgersluipgang’. Hierbij blijft de buik in contact met de vloer, terwijl de armen en de benen bewegen om vooruit te komen.
    4. Geleidelijk wordt deze manier van kruipen vervangen door kruipen op handen en knieën, waarbij de buik los is van de vloer. Het kruipen gaat steeds sneller en ook tijdens het spelen zal je kind kruipen.

    De grove motoriek van je baby op 6 - 8 maanden

    Link naar video: Kijk ik Groei! - De fijne motoriek van je baby op 6 tot 8 maanden
    Kijk ik Groei! - De fijne motoriek van je baby op 6 tot 8 maanden

    De grove motoriek van je baby op 8 - 12 maanden

    Link naar video: Kijk ik Groei! - de grove motoriek van je baby op 8-12 maanden
    Kijk ik Groei! - de grove motoriek van je baby op 8-12 maanden

    Staan

    Als je je kind van 6 à 9 maanden bij de armen vasthoudt, kunnen zijn of haar beentjes zijn of haar gewicht even dragen.

    Veel kinderen vinden ‘springen’ leuk. Hou je kind in staande positie onder zijn of haar armen vast, dan laat je kind zich door zijn of haar knieën zakken en zet zich dan weer af door zijn of haar benen en heupen te strekken.

    Sommigen baby’s trekken zich rond 9 maanden al op tot stand. Als je baby dit doet, beweegt hij of zij zich eerst van zitten naar knielen. Dan grijpt je baby iets vast en trekt hij of zij zich recht. Je baby begint op dat moment ook zijwaarts langs de meubels te schuifelen.

    Je kind zal leren om van de vloer af helemaal alleen rechtop te gaan staan rond 12 à 18 maanden.

    De grove motoriek van je kind op 12 - 18 maanden

    Link naar video: Kijk ik Groei! - de grove motoriek van je kind op 12-18 maanden
    Kijk ik Groei! - de grove motoriek van je kind op 12-18 maanden

    Lopen

    1. De meeste kinderen leren lopen aan de hand tussen 8 en 15 maanden.
    2. Gemiddeld zet een kind zijn of haar eerste losse stapjes rond 14 à 15 maanden.
    3. De leeftijd waarop een kind zelfstandig begint te stappen, verschilt enorm. Het is niet abnormaal als je kind pas alleen loopt als hij of zij 18 maanden is. Zelfstandig lopen vóór de eerste verjaardag is eerder een uitzondering.

    In het begin heeft je kind een starre lichaamshouding. Het lopen van een peuter wordt gekenmerkt door een ‘dribbelgang’. Hij of zij waggelt wijdbeens met gebogen knieën en ellebogen. Je kind loopt met korte stapjes en kan nog niet stappen over hindernissen.

    Als je kind een tijd geoefend heeft en steeds beter zijn of haar evenwicht kan bewaren, leert hij of zij ook een paar stapjes zijwaarts en achteruit te lopen, een bal vooruit te schoppen en aan een hand de trap op te lopen.

    Wanneer je kind zelfstandig zijn of haar eerste stapje heeft gezet, zal je kind heel veel dingen willen doen waarbij hij of zij dat kan gebruiken. Je kind zal dingen duwen, dingen achter zich aan trekken, dingen verplaatsen ...

    Vanaf ongeveer  18 maanden ontwikkelt je peuter een beter evenwicht, wordt hij of zij behendiger, leert je peuter rennen, op stoelen klimmen, fietsen op een loopfiets, op een driewieler rijden, met een bal spelen, springen …

    De grove motoriek van je kind op 18 - 24 maanden

    Link naar video: Kijk ik Groei! - de grove motoriek van je kind op 18-24 maanden
    Kijk ik Groei! - de grove motoriek van je kind op 18-24 maanden

    De grove motoriek van je kind op 24 - 36 maanden

    Link naar video: Kijk ik Groei! - de grove motoriek van je kind op 24-36 maanden
    Kijk ik Groei! - de grove motoriek van je kind op 24-36 maanden

    Hoe de grove motoriek stimuleren?

    Om te leren rollen, zitten, kruipen … heeft je baby ruimte en afwisseling nodig: 

    • Laat je baby niet de hele tijd in een draagstoel of relax zitten of in bed liggen. Wissel af door hem op een mat of dekentje op de grond te leggen of op de schoot te houden.
    • Een peuter heeft ruimte nodig om te leren lopen, een beter evenwicht te krijgen, te leren rennen ... Ravotten in de tuin of op een speelplein in de buurt zijn goed voor de grove motoriek.
    • Stimuleren betekent niet alleen kansen geven om te oefenen. Stimuleren betekent je kind aanmoedigen en hem of haar complimentjes geven op wat hij of zij probeert of kan.
    • Forceer je kind niet. Hou rekening met zijn of haar tempo. Je kind kan pas iets nieuws bijleren als hij of zij eraan toe is en zijn of haar spieren sterk genoeg zijn.

    Twijfels of vragen? Wij staan voor je klaar!

    Het gebeurt dat een kind vergeleken wordt met andere kinderen, broers of zussen. Sommige verschillen kunnen verontrustend zijn. Bespreek je ongerustheid met de behandelend arts of verpleegkundige. Zij bekijken of er al dan niet problemen zijn.