Ga snel naar
Waarom zijn nachtvoedingen belangrijk?
Nachtvoedingen zijn nodig zodat je kind voldoende voeding krijgt en om je melkproductie in stand te houden.
Baby’s drinken niet alleen aan de borst om te eten. Borstvoedingsmomenten bieden ook troost, comfort en nabijheid. Dit helpt zowel je baby als jou om te ontspannen en om gemakkelijker in te slapen. Zo wordt borstvoeding een herkenbare slaaproutine voor je kind. Tegelijk verbeteren de hormonen die je lichaam aanmaakt om borstvoeding te geven, jouw slaapkwaliteit en dat is in deze periode mooi meegenomen.
Hoe vaak en hoe lang?
Nachtvoedingen veranderen geleidelijk naarmate je baby groeit. Tegelijk verschillen kinderen veel, en volgt elk kind daarin zijn eigen ritme.
In de eerste 3 à 4 maanden is bij baby’s het dag-nachtritme nog in ontwikkeling en vraagt je kind vaak voeding, ook ‘s nachts. De nachtvoedingen helpen je baby ook bij het vinden van rust en het terug in slaap vallen ’s nachts.
Door vanaf het begin rustbrengers zoals strelen, sussen en zingen te combineren met de borstvoeding, raakt je kind hiermee vertrouwd en kunnen deze slaapassociaties ook los van borstvoeding helpen bij het ontspannen en geborgen in slaap vallen.
Tussen 4 en 6 maanden gaan veel baby’s ‘s avonds vaker borstvoeding vragen (clustervoedingen). Ze hebben meer behoefte aan nabijheid om alle prikkels van overdag te verwerken. Tegelijk ervaren veel moeders een wat lagere melkproductie tegen de avond, maar legere melkklieren produceren vetrijkere melk. Zo krijgt de baby na enkele clustervoedingen melk met een hoger vetgehalte en laten sommige baby’s al iets meer tijd tussen de voedingen ‘s nachts. Hierbij zijn grote verschillen tussen baby’s, dus op vraag voeden blijft belangrijk.
Vanaf 6 maanden krijgt je kind naast moedermelk ook vaste voeding. De behoefte aan voeding ‘s nachts zal heel geleidelijk aan afnemen, maar nachtvoedingen kunnen voor sommige kinderen nog een hele tijd nodig zijn om voldoende voeding binnen te krijgen, of uit behoefte aan comfort of nabijheid. Tegelijk bouwen baby’s ervaring op in op andere manieren in slaap vallen, zodat het vragen om nachtvoeding voor comfort ook evolueert.
Het moment waarop een kind geen nachtvoeding meer vraagt, verschilt van kind tot kind. Bij sommigen neemt de vraag spontaan af, terwijl anderen langer om nachtvoedingen blijven vragen.
Hoe omgaan met nachtvoedingen?
- Nachtvoedingen zijn normaal en horen erbij. Zeker in de periode dat je kind nog hoofdzakelijk moedermelk krijgt, kan je nachtvoedingen niet zomaar afbouwen. Het is belangrijk om je kind op vraag te blijven voeden, opdat het voldoende voeding krijgt en je melkproductie in stand gehouden wordt. Dat mag je best heftig vinden.
Moedermelk verteert sneller dan flesvoeding, waardoor borstgevoede baby’s in de eerste maanden vaker om voeding vragen. Nachtvoedingen zijn heel normaal en betekenen niet dat er ‘iets mis’ is met de melk of met de baby
- 's Nachts liggend in bed voeden kan helpen om jezelf en je baby beter te ontspannen en makkelijker terug in te slapen. Na de borstvoeding leg je je kind terug in het eigen bedje. Het is belangrijk dat slapen veilig verloopt.
- Het is een goed idee om overdag wat rust in te halen door bijvoorbeeld een middagdutje te doen, als dat lukt. Je kan afspreken met je partner over wie de baby ‘s nachts verschoont en wie ‘s ochtends kan uitslapen. Je kan zelf vroeger naar bed gaan en vragen aan je partner om je baby naar jou te brengen voor een voeding. Ben je alleenstaande moeder, dan kan je misschien iemand vragen om af en toe te komen inslapen en zorgtaken over te nemen?
- Daarnaast kan zoeken naar de meest comfortabele houding om borstvoeding te geven, waarbij zowel jij als je baby voldoende ondersteund zijn, van elke borstvoeding een rustmoment maken.
- Belangrijk is dat je aangeeft wanneer je hulp kan gebruiken en dat je toelaat dat anderen voor jou en je baby zorgen als jij daar nood aan hebt. Zoeken naar wat jou rust en steun geeft is waardevol, voor jou én je baby.
Nachtvoedingen en mondgezondheid
Er is bezorgdheid dat frequente nachtvoedingen het risico op tandbederf zouden verhogen na de leeftijd van 12 maanden. ‘s Nachts vormen kinderen minder speeksel dan overdag en ze slikken minder vaak. Zo kan er na een nachtvoeding gemakkelijker melk in de mond aanwezig blijven. Dit zou de kans op tandbederf kunnen verhogen.
Een goede mondhygiëne en mondvriendelijke voeding zijn belangrijk om tandbederf te voorkomen. Experten raden ook aan om nachtvoedingen na de eerste verjaardag af te bouwen om tandbederf te voorkomen. Zij ervaren in praktijk dat kindjes die frequent nachtvoedingen krijgen, soms ernstig tandbederf hebben.
Er is nog veel onduidelijkheid over de rol van (nachtelijke) borstvoeding bij tandbederf. Vraagt je kind ‘s nachts heel frequent de borst als hulp bij het inslapen, dan kan het nuttig zijn om een aantal borstmomentjes te vervangen door andere rustbrengers.
Nachtvoedingen afbouwen?
Voelen de vele nachtvoedingen slopend aan en heb je nood aan meer nachtrust? Vraagt je baby bij elk wakker moment de borst en wil je je baby helpen om ook op een andere manier weer in slaap te vallen?
Weet dat nachtvoedingen afbouwen niet betekent dat je meteen met alle nachtvoedingen moet stoppen als jij en je baby daar niet klaar voor zijn. Als je de nachtvoedingen iets meer kan spreiden, kan dat helpen om rust te brengen in de nacht, terwijl de nabijheid en het troosten behouden blijven en je melkproductie voldoende blijft.
Schommelt je melkproductie erg of heeft je kind nog veel behoefte aan nabijheid, neem dan zeker voldoende tijd om de nachtvoedingen af te bouwen.
Wat kan je doen om nachtvoedingen af te bouwen?
- Door ervoor te zorgen dat je kind overdag voldoende voeding krijgt, kan je voorkomen dat het ‘s nachts extra voeding vraagt om gemiste voeding overdag te compenseren.
- Afhankelijk van de leeftijd en de behoefte van je kind kan je proberen om de nachtvoedingen meer te spreiden. Je kan je kind ‘s avonds sneller na elkaar aanleggen (clustervoeden) en een laatste keer net voordat jij naar bed gaat. Probeer voor en na een langere pauze verder op vraag te voeden. Zo blijft je melkproductie beter op peil en zorg je ervoor dat je kind voldoende voeding krijgt.
- Je kan ‘s nachts even wachten voor je je kind voedt, en eerst kijken of andere vormen van troost en rustbrengers, zoals een hand op de buik, sussen, strelen met de hand of met een knuffeldoekje, helpen om terug in slaap te vallen. Als je kind dan snel weer rustig wordt, lukt het misschien om wat langer te slapen tussen de nachtvoedingen in.
- Vraagt je kind vaak de borst als hulp bij het inslapen? Dit herken je doordat je kind slechts korte tijd zuigt aan de borst en meteen weer inslaapt. Je kan tijdens de borstmomentjes ook andere rustbrengers toevoegen, zoals strelen, sussen, knuffeldoekje, licht gedimd houden ... Zo leert je kind naast de borst ook andere slaapassociaties kennen die helpen bij het inslapen. Dit helpt je kind ook om op een geborgen manier in te slapen, wanneer je als mama niet in de buurt bent om de borst te geven. Bijvoorbeeld bij andere zorgfiguren of in de kinderopvang.
Een fles voor het slapengaan?
Vaak krijg je goed bedoeld advies om flesvoeding te geven opdat je kind sneller zou doorslapen. Borstvoeding vervangen door een kunstvoeding of afgekolfde moedermelk indikken geven geen garantie op doorslapen.
Daarnaast zijn er ook nadelen als je naast borstvoeding nog andere melkvoeding geeft. Je melkproductie zal dalen doordat je kind minder aan de borst drinkt. Door kunstvoeding en het indikken van moedermelk verandert de darmflora. Bij uitsluitend borstvoeding stimuleert de unieke samenstelling ervan de vertering en bescherming tegen infecties.
Weet dat doorslapen een groeiproces is. Door je kind de nodige tijd en steun te geven bouw je slaapgewoontes op die helpen bij het geleidelijk meer zelf in- en doorslapen.