Verlofmogelijkheden in de privésector

In de privésector bestaan er verschillende soorten verlof om het leven en werk aan te passen aan de nieuwe gezinssituatie. 

Ga snel naar

    Geboorteverlof

    Geboorteverlof telt 15 dagen (vanaf 1 januari 2021), te nemen binnen de 4 maanden volgend op de dag van de geboorte

    Het geboorteverlof kan opgenomen worden door:

    • ofwel de vader
    • ofwel de meeouder (hier de meemoeder)
    • ofwel de samenwonende partner van het heterokoppel die het kind niet wettelijk erkent.

    De eerste 3 dagen behoud je het volledige loon, betaald door de werkgever. De daaropvolgende 12 dagen krijg je een uitkering van het ziekenfonds van 82% van het begrensde brutoloon. Van dit bedrag houdt het ziekenfonds een bedrijfsvoorheffing in.

    Dien een aanvraag in bij de werkgever en het ziekenfonds

     

    Cumul- en voorrangsregeling

    Het geboorteverlof kan slechts eenmaal opgenomen worden voor één en hetzelfde kind. De vrouw die moederschapsverlof geniet, heeft geen recht op geboorteverlof.

    De wet voorziet een voorrangsregeling. De werknemer waarvan de afstamming wettelijk vaststaat heeft voorrang.

    Staat het wettelijk afstammingsrecht niet vast, dan komt dit recht in dalende volgorde toe aan de werknemer die op het ogenblik van geboorte:

    • gehuwd is met de mama
    • wettelijk samenwoont met de mama en bij wie het kind zijn of haar hoofdverblijfplaats heeft. Deze persoon mag geen bloedverwant in rechte lijn, broer of zus zijn
    • sedert een onafgebroken periode van drie jaar voorafgaand aan de geboorte op permanente en affectieve wijze samenwoont met de mama en bij wie het kind zijn of haar hoofdverblijfplaats heeft. Deze persoon mag geen bloedverwant in rechte lijn, broer of zus zijn.

    Deze cumul- en voorrangsregeling geldt ook bij omzetting van moederschapsverlof in vaderschapsverlof en meeouderschapsverlof.

    Gevolgen adoptieverlof

    Het recht op verlof bij geboorte wordt in mindering gebracht van eventueel later te nemen adoptieverlof, als het gaat over hetzelfde kind. 

    Bewijs van partnerschap

    Als je als meeouder geen juridische band met het kind kan aantonen, heb je een bewijs van partnerschap met de ouder waarvan de afstamming vaststaat en bij wie het kind zijn of haar hoofdverblijfplaats heeft nodig. Dit bewijs van partnerschap kan worden geleverd door:

    • de huwelijksakte
    • een bewijs van wettelijke samenwoning
    • een uittreksel uit het bevolkingsregister waaruit de inschrijving op hetzelfde adres blijkt gedurende minstens drie onafgebroken jaren voorafgaand aan de geboorte

    Adoptieverlof

    Elke ouder heeft recht op 6 weken adoptieverlof voor een minderjarig kind. Meer info op www.werk.belgie.be.

    Familiaal verlof of verlof om dwingende reden

    Dit verlof wordt geregeld in een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) voor het hele bedrijf of in een individueel akkoord tussen werknemer en werkgever. In principe is dit verlof onbezoldigd, maar voor de sociale zekerheid is het gelijkgesteld met dienstactiviteit.

    Een werknemer heeft het recht om van het werk afwezig te zijn om dwingende redenen. Verwittig je werkgever zo snel mogelijk.

    • Als er zich een dwingende reden voordoet, heb je het recht om afwezig te blijven voor de tijd dat je tussenkomst vereist is
    • Per jaar kan je zo maximum 10 dagen opnemen. Als je deeltijds werkt, wordt dit maximum aantal dagen herleid volgens de arbeidsregeling.

    Een dwingende reden is een niet te voorziene gebeurtenis, die los staat van het werk en die een dringende en noodzakelijke tussenkomst vereist. Die reden geeft recht op afwezigheid voor zover de tussenkomst niet mogelijk zou zijn als je blijft werken.

    • Ziekte, ongeval of hospitalisatie van je partner of van een familielid, als deze persoon met jou onder hetzelfde dak woont. 
    • Ziekte, ongeval of hospitalisatie van je (schoon)kind of (schoon)ouder, zelfs als deze persoon niet met jou samenwoont. 
    • Een ernstige, materiële beschadiging aan bezittingen, zoals schade aan een woning door brand of natuurramp.
    • Het bevel tot verschijning in persoon in een rechtszitting wanneer men partij is in het geding.

    Op vraag van de werkgever moet je het bestaan van de dwingende reden bewijzen.

    Ouderschapsverlof

    Je kunt als ouder voor een bepaalde periode je loopbaan onderbreken om voor een kind te zorgen.

    • Het ouderschapsverlof is een recht voor de meeste werknemers.
    • Per kind heeft iedere ouder recht op ouderschapsverlof zolang het kind de leeftijd van 12 jaar nog niet bereikt heeft.
    • Het ouderschapsverlof kan niet tussen de ouders onderling (geheel of gedeeltelijk) worden doorgegeven.

    Ook bij adoptie bestaat het recht op ouderschapsverlof tot de leeftijd van 12 jaar.

    Kind met fysieke of mentale beperking

    Als je kind een mentale of fysieke beperking of aandoening heeft, kan je ouderschapsverlof opnemen tot je kind max. 21 jaar is. Je kunt onder bepaalde voorwaarden ook effectief uitkeringen ontvangen als je ouderschapsverlof opneemt voor een kind dat ouder is dan 12 jaar. 

    Het ouderschapsverlof kan je op een van de volgende manieren opnemen:

    • Elke werknemer (voltijds of deeltijds tewerkgesteld) kan 4 maanden de uitvoering van zijn of haar arbeidsovereenkomst volledig schorsen. Je neemt dan voltijds ouderschapsverlof. Je kunt dit opsplitsen in periodes van 1 maand (algemene regel) of 1 week* (met akkoord werkgever, geen recht) of veelvoud daarvan. 
    • Elke voltijds tewerkgestelde werknemer kan 8 maanden zijn of haar arbeidsprestaties halftijds voortzetten. Je kunt dit opsplitsen in periodes van 2 maanden (algemene regel) of 1 maand* (met akkoord werkgever, geen recht) of veelvoud daarvan.
    • Elke voltijds tewerkgestelde werknemer kan 20 maanden zijn of haar arbeidsprestaties met één vijfde verminderen. Je kunt dit opsplitsen in periodes van 5 maanden of veelvoud daarvan.
    • Elke voltijds tewerkgestelde werknemer kan 40 maanden zijn of haar arbeidsprestaties met één tiende verminderen. Je kunt dit opsplitsen in periodes van 10 maanden of veelvoud daarvan (met akkoord werkgever, geen recht).

    Tijdens het ouderschapsverlof kan je een maandelijkse onderbrekingsuitkering krijgen van de RVA. Om die uitkering te krijgen, moet onder andere je werkgever voldoen aan toegangsvoorwaarden. Voor de 4de maand volledige onderbreking voor een kind geboren vóór 08 maart 2012 (of het equivalent van een halftijdse, 1/5 of 1/10 onderbreking), ontvang je geen uitkeringen van de RVA. En dat ongeacht of je voor hetzelfde kind al uitkeringen ontving in eerdere ouderschapsverlofperiodes. 

    Informeer bij je werkgever om te weten op welke vormen van ouderschapsverlof je recht hebt, onder welke toegangsvoorwaarden ...

    Tijdskrediet

    Tijdskrediet past binnen de reglementering op loopbaanonderbreking en biedt de mogelijkheid om meer vrije tijd te hebben om bv. voor je gezin te zorgen. Je kunt dit enkel opnemen als je in de privésector werkt. 

    Ongeacht de leeftijd, biedt het algemeen stelsel van het tijdskrediet de mogelijkheid om prestaties tijdelijk te schorsen of te verminderen. Het algemeen stelsel voorziet 3 vormen van tijdskrediet:

    1. fulltime onderbreking
    2. vermindering tot halftime
    3. 1/5-loopbaanvermindering

    Je werkgever moet voldoen aan verschillende toegangsvoorwaarden.

    Als je aan de voorwaarden voor de toekenning van een uitkering voldoet, krijg je een maandelijks vervangingsinkomen. Dit wordt betaald door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA).

    Meer info vind je op de website van de RVA en de website van FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

    Aanmoedigingspremie

    Werk je in een bedrijf uit de privésector dat in het Vlaamse Gewest ligt, dan heb je recht op een aanmoedigingspremie als je zorgkrediet (bv. bij ouderschapsverlof) neemt. De bedragen variëren naargelang het verlof en je arbeidsstelsel. Lees meer over de aanmoedigingspremie zorgkrediet

    De Vlaamse aanmoedigingspremie in de openbare sector wordt geïntegreerd in het Vlaams zorgkrediet. Er worden geen aanmoedigingspremies openbare sector meer toegekend voor periodes die starten op 2 september 2016 of later. Voor lopende dossiers voor periodes die starten vóór 2 september 2016 wijzigt er niets.