Borstvoedingsverlof

Profylactisch borstvoedingsverlof
Als een werkneemster borstvoeding geeft, kan haar tijdelijk verboden worden bepaalde werkzaamheden uit te oefenen die erkend zijn als gevaarlijk. De arbeidsgeneesheer, of een andere geneesheer indien de werkgever geen arbeidsgeneesheer heeft, kan werkzaamheden verbieden die een gevaar voor de gezondheid van de werkneemster of van het kind vormen omwille van specifieke omstandigheden eigen aan de onderneming of aan de gezondheidstoestand van de werkneemster. Indien mogelijk wordt de werkneemster ertoe aangezet tijdelijk andere taken uit te voeren. Indien dit niet mogelijk is, zal ze haar werk moeten onderbreken zolang het gevaar voor haar gezondheid of die van haar kind aanhoudt. In dat geval spreekt men van profylactisch verlof.

Als de werkneemster die borstvoeding geeft geen ander werk kan verrichten, geniet ze van een vergoeding in het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering of de beroepsziekteverzekering. Tijdens deze periode is de werkgever geen loon verschuldigd. De uitvoering van de arbeidsovereenkomst blijft geschorst.

Borstvoedingsverlof dat individueel wordt toegestaan
Dit is een gunst (geen recht) van de werkgever of waarop de moeder recht heeft op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO).

Het gaat in principe om onbezoldigd verlof, waarvan de duur volgens afspraak of volgens inhoud van de CAO bepaald wordt.

Vraag naar de voorwaarden en mogelijkheden bij je ziekenfonds en werkgever.