Geboorteverlof

Het geboorteverlof kan opgenomen worden door:

  • ofwel de vader
  • ofwel de meeouder (hier de meemoeder)
  • ofwel de samenwonende partner van het heterokoppel die het kind niet wettelijk erkent

Voorwaarden

De werknemer moet het geboorteverlof opnemen binnen een periode van vier maanden na de bevalling.


Cumul- en voorrangsregeling

Het geboorteverlof kan slechts eenmaal opgenomen worden voor één en hetzelfde kind. De vrouw die moederschapverlof geniet, heeft geen recht op
geboorteverlof. De wet voorziet een voorrangsregeling.

De werknemer waarvan de afstamming wettelijk vaststaat heeft voorrang.

Staat het wettelijk afstammingsrecht niet vast, dan komt dit recht in
dalende volgorde toe aan de werknemer die op het ogenblik van geboorte:

  • gehuwd is met de moeder.
  • wettelijk samenwoont met de moeder en bij wie het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft. Deze persoon mag geen bloedverwant in rechte lijn, broer of zus zijn.
  • sedert een onafgebroken periode van drie jaar voorafgaand aan de geboorte op permanente en affectieve wijze samenwoont met de moeder en bij wie het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft. Deze persoon mag geen bloedverwant in rechte lijn, broer of zus zijn.

Deze cumul- en voorrangsregeling geldt ook in geval van omzetting van moederschapsverlof in vaderschapsverlof.


Bewijs

Als de meeouder geen juridische band met het kind kan aantonen, wordt er gevraagd naar een bewijs van partnerschap met de ouder waarvan de afstamming vaststaat en bij wie het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft. Dit bewijs van partnerschap kan worden geleverd door:

  • de huwelijksakte
  • een bewijs van wettelijke samenwoning
  • een uittreksel uit het bevolkingsregister waaruit de inschrijving op hetzelfde adres blijkt gedurende minstens drie onafgebroken jaren voorafgaand aan de geboorte

Gevolgen adoptieverlof

Het recht op verlof bij geboorte wordt in mindering gebracht van eventueel later te nemen adoptieverlof indien het betrekking heeft op hetzelfde kind.


Verlies van een kind

Wordt je kindje levend geboren, of levensloos vanaf een zwangerschapsduur van 180 dagen, blijft het recht op geboorteverlof bestaan.