Mijn kindje wordt regelmatig wakker ’s nachts. Wat kan ik hieraan doen?

De eerste jaren verandert er veel in de hoeveelheid slaap die kinderen nodig hebben en of ze al dan niet nog een dutje in de dag kunnen gebruiken. Natuurlijk zijn kinderen heel verschillend. Er zijn er die veel en weinig slaap nodig hebben, er zijn er die lang wakker blijven of heel vroeg uit bed willen. Dikwijls herkennen ouders iets van zichzelf in het slaappatroon van hun kind.

  • Pasgeborenen slapen het grootste deel van de dag. Slaap- en waakperiodes zijn nogal gelijk verdeeld over 24 uur.
  • Baby’s van een zestal weken kunnen soms al 6 uur aan één stuk doorslapen. Geleidelijk aan worden baby’s nog maar 2 tot 3 keer wakker voor voeding.
  • Meer dan de helft van de kinderen van 6 maanden slaapt ’s nachts 6 à 8 uur aan één stuk.
  • Kinderen tussen 1 en 3 jaar slapen ’s nachts gemiddeld 10 tot 12 uur. Het middagdutje neemt af van 2 tot 3 uur naar 1 tot 2 uur.
  • Daarna slapen kinderen tot 6 jaar ongeveer 10 tot 12 uur per nacht, zonder middagdutje.

Natuurlijk zijn kinderen heel verschillend.

Doorslapen?

Het slaappatroon is opgebouwd uit verschillende slaapfases die in elkaar overgaan. Dat is bij kinderen en bij volwassen zo. Baby's maken bijvoorbeeld om de 30 à 45 minuten een overgang naar lichte slaap en kunnen daarbij wakker worden en onrustig zijn, (de ogen openen, zachtjes wenen ...). Nadien vallen ze terug in slaap. Een kind zal zich eens omdraaien, wat harder op zijn fopspeen zuigen of eens kreunen, om dan weer verder te slapen. Sommige kinderen hebben het moeilijk om - als ze wakker worden - weer zelf in slaap te vallen. Dan huilen ze, roepen ze hun ouders ... Doorslapen is dus het weer zelfstandig kunnen inslapen. Een kind dat leert om zelf in slaap te vallen, zal het daarom tijdens de nacht makkelijker hebben.

Hoewel het niet mogelijk is om een baby te doen slapen, kunnen ouders al vanaf de eerste dag dingen doen die het voor de baby makkelijker kunnen maken om in te slapen en een goed slaappatroon te ontwikkelen.  Maar besef dat het slaapgedrag van een volwassene veel verschilt van het slaapgedrag van een baby. Het zelfstandig in- en doorslapen is een ontwikkelingsopgave voor het kind. Dat betekent dat kinderen tijd nodig hebben om ook te leren om zelfstandig in te slapen en om ’s nachts zelfstandig terug door te slapen. Gemiddeld kan je dat pas vanaf 6 maanden verwachten maar er is een grote variatie. Het is dus niet abnormaal als je kindje nog niet doorslaapt.  

In de eerste twee jaar is het dus vrij normaal dat kinderen niet altijd even 'goed' zelfstandig kunnen in -en doorslapen. Bijna alle kinderen slapen wel eens moeilijk, maar meestal gaat dat vanzelf over.