Toolbox - Hoe omgaan met bepaalde situaties en gedrag van jouw kind?

Uiteraard is ieder kind anders en is de omgeving en situaties waarin je als ouder je kind opvoedt ook verschillend van andere ouders. Een bepaalde aanpak zal beter bij jou, kind en situatie passen dan andere suggesties. Belangrijk hierin is, dat je vertrouwen in jezelf hebt als ouder, dat je zelf je doelen voorop stelt en zelf een bepaalde aanpak kiest. Een belangrijk basisprincipe is, samen (met je partner en met je kind) jullie uniek gezinsproject vormgeven!

Actief luisteren en praten met kinderen

Onderzoek toont aan dat kinderen van wie de ouders actief luisteren en praten sneller evolueren in hun taalontwikkeling en andere ontwikkelingsdomeinen.

Het helpt jonge kinderen ook om om te gaan met hun emoties. Jonge kinderen kunnen gefrustreerd geraken omdat ze een aantal zaken wel willen maar nog niet kunnen. De frustraties kunnen daarbij hoog oplopen vooral als ze zich niet goed genoeg verbaal uitdrukken, ze kunnen dan bijvoorbeeld bijten of een driftbui hebben. Als ouder kan je hen helpen door te herhalen en het helpen te verwoorden, zelfs bij baby’s. Dit laat niet alleen de spanning afnemen, maar maakt dat ze zich ook gerespecteerd en getroost voelen.

Maak je huis kindvriendelijk

Een baby en peuter verkent actief zijn of haar omgeving. Een opgroeiend kind heeft ruimte nodig om zich te kunnen ontwikkelen.

Door je huis veilig te maken en de kostbaarste spullen op te bergen of voor je kind af te schermen, zorg je ervoor dat je kind veilig zijn of haar omgeving kan verkennen. Dit zorgt er bovendien voor dat je je als ouder niet gek moet rennen uit vrees dat je kind iets stuk zal maken of zich zal verwonden.

Beloftes en je houden aan afspraken (vooral bij 2 tot 12 jaar)

Door beloftes na te komen en afspraken te respecteren, leert je kind jou te vertrouwen en respect voor je te hebben. Dus als je belooft een spelletje te spelen dan verwacht je kind dat je dit ook zal doen.

Voorspelbaar zijn legt ook een basis voor vertrouwen en veiligheid. Voorspelbaar zijn betekent ook dat ouders best niet dreigen met iets dat ze toch niet kunnen of zullen doen: "Als je nu jouw jasje niet aantrekt, ga je nooit meer mee met papa!". Kinderen merken op den duur dat zo'n dreigementen toch niet worden uitgevoerd. Waarom dan meteen gehoorzamen?

Consequent zijn

Voorspelbaarheid betekent niet alleen dat je doet wat je zegt maar ook dat je als ouder niet toegeeft als het kind blijft zeuren. Door toe te geven als een kind zeurt, leer je hem of haar om dit meer te doen.

‘Neen’ betekent ‘neen’ en niet ‘misschien’. Zeg dus geen neen, tenzij je het meent en pas ook je intonatie aan. Als je ‘neen’ zegt en dan toegeeft, zal je kind de volgende keer nog harder zeuren in de hoop weer geluk te hebben.

Afleiden

Vaak is het niet nodig om met je kind in strijd te gaan, maar helpt het dat je je kind op andere gedachten brengt door iets interessants te laten zien of iets prikkelends te zeggen. Ga voor jezelf maar eens na hoeveel keer dat je je kind spontaan afleidt op een dag en hoeveel strijdpunten je zo ontmijnt.

Negeren (1 tot 7 jaar)

Gedrag dat ouders als storend ervaren, is ook vaak aangeleerd. Als kinderen ervaren dat ouders reageren op zeuren, lelijke woorden, roepen (om aandacht te krijgen) … leren ze dat dergelijk gedrag effect heeft. Ze gaan dit ook vaker doen want het levert resultaat op.

Vaak volstaat het om dit gedrag te negeren om dit leereffect tegen te gaan. Negeren is niet altijd makkelijk. Als een ouder uiteindelijk toch reageert omdat hij of zij het beu is, leert het kind dat de aanhouder wint.

Negeren is ook een aanpak dat gericht is op een gedrag dat je als ouder als storend ervaart. Je negeert niet je kind als persoon. Dit betekent dat negeren slechts zeer beperkt (voor storend gedrag zoals hierboven beschreven) mag worden gebruikt en waarbij het gezinsklimaat warm en ondersteunend is.

Keuze geven

Kinderen hebben een eigen wil. Zij willen ook graag controle houden over wat ze doen of niet. Je zal merken dat je veel minder strijd met je kind moet aangaan als je hem of haar 2 keuzemogelijkheden geeft (meer keuzes is verwarrend voor kleine kinderen). Jij bepaalt dus welke 2 keuzes je aanbiedt, je kind kiest!

Bijvoorbeeld: ‘Wil je straks voor het feestje je groene of je blauwe rok aandoen?’ Jij beslist dus dat het een rok wordt, je kind kiest welke kleur. 

Dagelijkse rituelen

Zorg ervoor dat terugkerende situaties zoals opstaan, gaan slapen, afhalen aan kinderopvang/school …op eenzelfde manier verlopen voor je kind. Ze bestaan uit een vaste volgorde van gewoontes. Zo worden de situaties voorspelbaar en geven ze houvast aan je kind. Laat ze ook niet te lang duren, 10 tot 15 minuten is genoeg.

Jezelf en je gezin organiseren

Laten helpen of een opdrachtje geven. Ook voor situaties die je als lastig ervaart (bijvoorbeeld: boodschappen doen) kan het helpen om op voorhand na te denken hoe je dit kan organiseren. Wat verwacht je van je kind? Mag je kind meehelpen als hij of zij dit al kan? Wat ga je zeggen tegen je kind als hij of zij de gemaakte afspraken nakomt? Wat ga je doen als het toch moeilijker loopt?

Time-out of even apart gaan (2 tot 10 jaar)

Sommige situaties zijn lastig voor ouders en/of kind. Als de situatie uit de hand zou kunnen lopen kan het voor ouder en kind beter zijn om even een gescheiden moment in te lassen. Deze aanpak kan pas goed worden toegepast binnen een warme, liefdevolle relatie tussen ouder en kind.  Als dit vaak en te pas en te onpas wordt toegepast waarbij er vaker wordt gestraft kan dit voor je kind als een afwijzing worden ervaren.

Een time-out is bedoeld om iedereen de kans te geven weer tot rust te komen. Leg je kind op voorhand uit wat hij of zij kan verwachten bij een time-out: leg uit voor welk specifiek gedrag time-out zal worden toegepast en overloop dit met je kind. Leg de regels uit.

Na de time-out is het niet zinvol om nog over het incident te praten. Maak het weer goed met je kind en help je kind om weer tot spel te komen erna.

De ruimte van de time-out moet veilig zijn en prikkelarm.

Korte time-outs zijn doeltreffender dan langere. Als richtlijn gaan ouders vaak uit van één minuut per leeftijdsjaar en maximum 5 minuten voor kinderen tussen 5 en 10 jaar.

Vaak voorkomende problemen met time-outs:

  • Het kind beslist zelf wanneer de time-out voorbij is.
  • De time-out wordt niet consequent gebruikt of te pas en te onpas.
  • Het kind mag uit de time-out als gevolg van dwingend gedrag.

Bij sommige kinderen kan time-out niet aangewezen zijn door een bepaalde ontwikkelingsproblematiek (angststoornissen bijvoorbeeld). Soms helpt het wanneer jij je kind op een veilige plaats laat en zelf even de ruimte verlaat.