Als eten moeilijk gaat

Eten is niet alleen levensnoodzakelijk, maar ook een sociaal gebeuren. Je kind leert stap voor stap de nodige vaardigheden hiervoor: leren eten met een lepel, wennen aan verschillende smaken, flink aan tafel zitten, niet gooien met eten, rustig praten aan tafel, … Een hele opdracht en dat verloopt niet altijd even vlot. 

Als ouder ben je bezorgd over de gezondheid en ontwikkeling van je kind . Als je kind niet goed eet legt dat veel druk op jou als ouder en je gezin. Het is begrijpelijk dat je alles probeert om je kind toch aan het eten te krijgen. Soms gaan de eetproblemen hierdoor ongewild nog verder escaleren, waardoor de spanning in je gezin toeneemt. Je kind dwingen op te eten is nooit een oplossing maar creëert eerder problemen dan ze op te lossen. 

Als ouder kan je op een aantal zaken letten:

  • Een juiste techniek van voeding geven kan onaangename ervaringen voor je kind vermijden, zowel bij borstvoeding als flesvoeding.
  • De overgang naar vaste voeding is vaak een moeilijk moment. 
  • Is de sfeer moeilijk aan tafel of eet je kind eerder selectief dan is het belangrijk om rekening te houden met onderstaande tips. 

Ga snel naar

    Stap voor stap leren eten

    Een baby begint met vloeibare voeding op vraag, leert daarna vaste voeding afhappen van een lepel en schakelt stilaan over naar een gevarieerd menu met 3 hoofdmaaltijden. De meeste vragen of problemen rond eten ontstaan bij overgangen: van melk  naar lepelvoeding, van fijn gemixte lepelvoeding naar meer structuur ... Het is daarom belangrijk dat je alle belangrijke mijlpalen zo veel mogelijk  probeert te volgen. Zo voorkom je  problemen op langere termijn.

    Stukjes (leren) eten

    Geef vanaf 7 maanden per maaltijd een paar dingen die je baby met de vingers kan eten: stukjes kip, stukjes fruit, een roosje broccoli, … Dit stimuleert de fysieke en mentale vaardigheden en geeft je baby zelfvertrouwen. Als je baby moeilijk eet, kan ‘spelen en kennismaken’ met eten een eerste stap zijn naar een oplossing.

    Kokhalzen is een natuurlijke reactie van die kinderen die met stukjes bezig zijn en die nog niet goed weten hoelang ze daar op moeten sabbelen of kauwen vooraleer dat stukje klein genoeg is om dat in te slikken. Deze reflex brengt de voeding terug vooraan in de mond als het te groot was. Geef niet te vlug op, probeer elke dag opnieuw. Wees ontspannen als je kind zijn eerste pogingen onderneemt om te leren kauwen. Leren eten is ontdekken hoelang je moet sabbelen vooraleer je iets kan doorslikken. Geleidelijk aan verplaatst de kokhalsreflex zich naar achteren inde mond. Je kind leert dan ook beter aanvoelen wanneer het eten voldoende gekauwd is om door te slikken. Lukt het niet zo goed met de brokjes:

    • Probeer dan of je kind er klaar voor is en flink rechtop kan zitten.
    • Laat je kind zelfstandig vaste voeding ontdekken.
    • Geef gestoomde groenten (bv. gestoomde aardappel in frietvorm gesneden).
    • Maak de overgang in structuur duidelijk. Geef geen homogene voeding met enkele brokjes in verstopt, want zo wordt je kind ‘bedrogen’.
    • Hou brokjes apart en stop ze eens tussen wang en kaakrand. Zo heeft je baby minder de neiging te kokhalzen.
    • Voel je je onzeker, start de vaste voeding op een moment dat je er niet alleen voor staat. 
    • Lees de EHBO-instructies voor als je kind zich echt verslikt.

    Zelf oefenen met een lepel vanaf ongeveer 1 jaar

    Je kind wil zelfstandig eten. Een lepel naar de mond leren brengen zonder onderweg het eten te verliezen, is niet makkelijk! 

    • Laat je kind oefenen
    • Reageer positief als je kind zelf eten opschept en beloon hem of haar met een compliment.
    • Hou eventueel zelf ook een lepel vast om af en toe een hapje bij te geven
    • Lukt het alleen eten beter? Bouw dan het gebruik van de tweede lepel af.
    Wist je dat?

    De mond is een heel gevoelige zone voor een baby. Voortdurend de mond afvegen tijdens de maaltijd, is heel onaangenaam voor je baby. Bovendien geef je hierdoor ook de boodschap aan je kind dat eten vies is, iets dat snel afgeveegd moet worden. Probeer de mond van je kind spelenderwijs proper te maken of laat het hem of haar zelf doen. Zorg ook dat deze momenten geen strijd worden.

    Minder eten vanaf 1 jaar

    Vanaf 1 jaar groeit je kind minder snel waardoor hij of zij minder eet. Zolang je kind goed groeit en het actief is, is er geen reden tot ongerustheid.

    Afkeer voor bepaalde voeding vanaf ongeveer 1 jaar

    Je kind ontdekt dat hij of zij bepaalde dingen helemaal niet lekker vindt. Bovendien wijst je kind nu vaak nieuwe voeding af en heeft hij of zij tijd nodig om nieuwe dingen te leren eten. Rond 2 jaar bereikt afkeer voor nieuwe voeding een hoogtepunt bij de meeste kinderen. Dit heet voedselneofobie en maakt deel uit van de normale ontwikkeling van elk kind. Niet elk kind heeft er evenveel last van. Het kan ook variëren met de leeftijd. 

    Wist je dat?

    Kinderen moeten smaken leren appreciëren. Ze hebben een voorkeur voor zoet en zoute smaken en een aangeboren afkeer van bittere en zure smaken. Dit heeft een evolutionair voordeel: de aangeboren afkeer van deze smaken behoedt de baby of peuter om zaken te eten die slecht zijn voor hem of haar. Daarom vinden ze groenten en fruit die bitter of zuur smaken meestal niet lekker. Experimenteren met eten is een goede manier om kinderen vertrouwd te maken met allerlei voedingsmiddelen. 

    Leren eten met een vork vanaf 18 maanden

    Je kind kan een vork beginnen gebruiken om te eten. Stukjes opprikken en afhappen lukt al aardig, al blijft het vaak nog lastig. Je kind zal een vork in zijn of haar volle vuist houden en daarom is het nog moeilijk om de vork naar zijn of haar mond te brengen. Eten met mes en vork kan pas vanaf 6 à 7 jaar.

    Peuter beslist zelf hoeveel hij of zij eet

    Je peuter leert zijn of haar eigen wil kennen. Jij bepaalt wat je kind eet, maar je kind bepaalt hoeveel hij of zij eet. Je peuter merkt dat hij of zij veel aandacht krijgt als hij of zij weinig of kieskeurig eet. Geef als ouder zelf het goede voorbeeld. Zo moedig je je kind aan om zelf ook te proeven als hij of zij iets niet lust. 

    Voedingsmijlpalen en tips van experten

    "Leren eten is ontdekken hoelang je moet sabbelen vooraleer je iets kan doorslikken." Logopedisten Indra Lens en Charlotte Scheerens en kinderdiëtiste Lobke Husson onderscheiden enkele voedingsmijlpalen voor de leeftijd van 1 jaar en delen tips om die vlot te overbruggen. 

    Lees het artikel

    In welke situaties komen eetproblemen vaker voor?

    • bepaalde ontwikkelingsmomenten: angst voor nieuwe voedingsmiddelen, controle willen houden tijdens peuterpuberteit
    • eerdere negatieve ervaring met eten: bv. verslikken, dwang ervaren hebben tijdens het eten.
    • baby's die te vroeg geboren werden en of langdurig sondevoeding hebben gekregen: 
      Tijdens hun verblijf in het ziekenhuis hebben zij veel onaangename prikkels in de mondstreek gekregen: het plaatsen van een tube of maagsonde, het wegzuigen van slijmen, ...Mogelijk hebben ze de zuigvaardigheden nog niet ontwikkeld. 
    • baby's met aangeboren afwijkingen (bijvoorbeeld een lipspleet of verhemeltespleet), aangeboren hart- en longaandoeningen of neurologische problemen: 
      Bij aangeboren afwijkingen kunnen er problemen met zuigen of coördinatie van zuigen-slikken-ademen voorkomen.
    • baby’s met regulatieproblemen:
      Regulatie is de vaardigheid om tot een ‘normale’ of evenwichtige toestand te komen wanneer we uit balans worden gebracht. Regulatieproblemen kunnen zich voordoen op meerdere vlakken, waaronder bij het eten bijvoorbeeld ontwikkelen van een eetritme, aangeven van honger- en verzadiging, zich eigen maken van nieuwe technieken en overgaan naar andere smaken en structuren.

    Vaak voorkomende eetproblemen

    Als ouder kan je je om diverse redenen zorgen maken over het eetgedrag van je kind. Misschien heeft het een moeilijke start gehad of verloopt de overgang naar een andere vorm van voeding moeilijk. Soms verloopt het eten op zich moeilijk of maak je je zorgen over het eetpatroon bv. eenzijdig eten. Bij peuters kan ook het verloop van de maaltijd een bron zijn van zorgen.

    Eetproblemen zijn vaak terug te brengen tot volgende categoriën:

    • Knoeien aan tafel, spelen met eten
    • Niet aan tafel willen komen 
    • Voorkeur voor of weigeren van bepaalde  soorten voedsel, bv. geen brokjes, geen groenten, enkel zoetigheid
    • Weinig eten
    • Niet zelfstandig willen eten

    Sommige van deze vaak voorkomen problemen kunnen samenhangen met de ontwikkelingsfase van je kind. Onderstaande tips kunnen je op weg helpen.

    1. Vertrouw op het honger- en verzadigingsgevoel van je kind. Luister naar de signalen van je kind en zorg ervoor dat eten geen obsessie wordt. 
    2. Rond de leeftijd van 18 maanden komt je kind in een moeilijkere fase van eten terecht: je kind heeft minder behoefte aan eten en vindt het niet eenvoudig om nieuwe dingen te leren eten. In deze fase wil je peuter ook meer zelf bepalen. Ga hier zo rustig mogelijk mee om en geef niet altijd toe. Een nieuwe smaak zal niet onmiddellijk lukken, maar je kind moet wel een beetje proeven, bijvragen mag en niet eten aan tafel is geen tussendoortje straks.
    3. De regelmatige opvolging van de groei en het gewicht van je kind helpen inschatten of je kind voldoende eet. Een kind dat voldoende eet volgt zijn of haar gewichts- en groeicurve. Door ziekte kan het gewicht uiteraard even dalen. De arts schat de evoluties op de curve mee in en geeft aan als hij de situatie zorgwekkend vindt.
    4. Ben je ongerust? Schrijf gedurende een paar dagen op wat je kind eet, hoeveel, wanneer en in welke omstandigheden. Bespreek de observaties met de verpleegkundige of arts. Misschien wordt er een patroon duidelijk. 

    Tips voor tafelplezier

    Tafelmomenten zijn in heel wat gezinnen met jonge kinderen moeilijke momenten. Met deze tips kan je vermijden dat je in strijd geraakt met je kind.

    Een goede voorbereiding

    1. Ga op tijd aan tafel, voordat je kind lastig of huilerig wordt van de honger.
      Moet je de maaltijd toch nog wat uitstellen? Geef je kind dan vooraf iets kleins te eten (bijvoorbeeld kerstomaatjes, een stukje wortel). Hou er rekening mee dat je kind vaak later inslaapt of onrustiger slaapt als hij of zij te laat eet.
    2. Eet zoveel mogelijk elke dag op dezelfde tijdstippen.
      In het ideale geval zijn er 3 maaltijden en een tussendoortje ‘s morgens en ‘s namiddags.
    3. Eet samen en geef het goede voorbeeld.
      Zo leert je kind van het gedrag van de anderen. Ziet je kind dat je altijd met andere dingen bezig bent tijdens het eten, dan kan je moeilijk verwachten dat hij of zij speelgoed opzij laat liggen tijdens de maaltijd. Eten eerst de kleinsten aan tafel, hou ze dan gezelschap.
    4. Bepaal een vaste duur voor de maaltijden. 
      20 tot 30 minuten is voor een kind voldoende.
    5. Maak duidelijke regels en afspraken.
      Bepaal de plaats en het tijdstip van de maaltijd. Zo leert je kind dat hij of zij niet de hele dag door kan eten.
    6. Laat je kind kiezen uit beperkte mogelijkheden. 
      Geef bijvoorbeeld 2 soorten groenten waaruit je kind kan kiezen. 
    7. Laat je kind helpen bij het klaarmaken van de maaltijd.
      Vind je kind het fijn om jou te helpen? Stimuleer dit dan. Zo boost je het zelfvertrouwen en eetplezier van je kind. Hou altijd voldoende toezicht. 
    8. Zet alles klaar voordat je kind aan tafel gaat.
      Zo moet je kind niet onnodig wachten en zal hij of niet protesteren. 
    9. Waarschuw je kind vooraf dat het eten bijna klaar is. 
      Zo weet je kind wanneer het tijd is om zijn of haar spel af te ronden. 
    10. Geef je kind ruimte om te oefenen.
      Een diep bord en een grote plastic mat onder de stoel kunnen handig zijn om veel opruimwerk te vermijden. 
    11. Zorg voor een leuke sfeer aan tafel. 
      Een poppenbordje of extra leuke presentatie van het eten kan zorgen voor een leuke sfeer. 

    Aan tafel

    1. Schep niet te veel in één keer op. 
      Zo kijkt je kind niet op tegen een grote berg eten. Je kind kan om een extra portie vragen. 
    2. Reageer positief.
      Beloon je kind met een compliment om hem of haar te stimuleren. Geef een applaus, knuffel of speel een spelletje. 
    3. Zorg voor een rustige omgeving tijdens het eten. 
    4. Respecteer het als je kind zegt dat hij of zij ‘genoeg’ heeft. 
      De eetlust van een kind verschilt van dag tot dag. Soms is het een teken dat het kind ziek wordt, maar evengoed is er niets aan de hand. Neem geen besluit na 1 minder goed eetmoment. Als je je kind dwingt om te eten, raak je al vlug in een machtsstrijd verwikkeld. Eten wordt dan onaangenaam, waardoor je kind nog slechter gaat eten. 
    5. Laat je kind altijd proeven, ook als hij of zij het niet lust. 
      Als je kind iets niet lekker vindt, moet hij of zij het niet volledig opeten. Proeven moet wel, al is het maar een hapje. Als je kind weigert, kan je vragen om het eten enkel in de mond te nemen en nadien eventueel uit de mond te halen met een servetje. Zo raken de smaakpapillen ook gewend aan de smaak en dat helpt je kind het eten te leren lusten. Sommige kinderen vinden het een veel grotere stap om eten in te slikken dan het in de mond te nemen.
    6. Vermijd discussies omdat je kind niet eet.
      Een maaltijd overslaan kan geen kwaad. Geef tussendoor geen snacks of zoete drank. 
    7. Geen broodkorsten eten is geen probleem, maar geef ze in elk geval.
    8. Geef geen extra beleg als beloning.
      Haalt je kind altijd het beleg uit zijn boterham? Geef je kind dan bijvoorbeeld eerst een boterham met beleg dat er niet tussenuit gehaald kan worden, zoals smeerkaas of geplet fruit, en maak de boterham leuker door ze in kleine stukjes of leuke vormpjes te snijden.
    9. Maak afspraken over vlees, groenten en aardappelen.
      Wil je kind enkel vlees eten? Maak dan afspraken. Je kind krijgt bijvoorbeeld nog een klein stukje vlees als het een beetje groenten en aardappelen eet. Het is belangrijk dat je kind evenwichtig eet.
    10. Wees kordaat als je kind met eten gooit. 
      Laat je kind rustig maar kordaat weten dat met eten gooien niet mag. Als je kind na 2 opmerkingen nog niet reageert, zet dan het bord even weg of draai de kinderstoel weg van de tafel.
    11. Geef je kind geen extra aandacht als hij of zij lastig is aan tafel.
      Neem eventueel het bord en de lepel weg en negeer je kind. Wacht tot het probleemgedrag over is, kijk naar je kind en zet het bord en de lepel terug.
    12. Een dessert mag, maar niet als beloning.
      Eet je kind goed en zonder problemen, dan mag je een dessert geven. Gebruik een dessert echter niet als stok achter de deur om je kind te laten eten. Want dan gaat je kind om de verkeerde reden eten. Je kind krijgt zo namelijk de boodschap dat eten iets 'vies' is, omdat hij of zij er een beloning voor krijgt.
    Wist je dat?

    De smaak van een kind is volop in ontwikkeling. Een kind moet soms 10 tot 15 keer proeven alvorens een kind iets lust. Vandaag geen snijboontjes, wil niet zeggen ‘nooit snijboontjes’. Probeer later gewoon eens opnieuw en bied alles aan wat je zelf eet.

    Wanneer hulp vragen?

    Bovenstaande tips kunnen je al op weg helpen, blijf je met vragen zitten als het eten niet verloopt zoals verwacht, aarzel dan niet contact op te nemen met Kind en Gezin. 

    In een aantal situaties kan je sowieso best verder advies inwinnen:

    • Eten duurt altijd langer dan 30-45 minuten.
    • Je kind is tijdens de voeding erg prikkelbaar.
    • Je kind verslikt zich vaak of heeft het erg benauwd en zweet tijdens de voeding.
    • Je kind blijft weerstand bieden tegen het eten met de lepel.
    • Je kind eet rond de leeftijd van 12 maanden geen brokjes.
    • Je bent bezorgd over de groei of het gewicht.

    Vraag zeker ook advies aan je behandelende arts bij braken, diarree, weigeren om te eten,...

    Herken of vermoed je een eetprobleem bij je kind, dan is het belangrijk om te kijken wat het effect is op de ontwikkeling van je kind en op de gezinssituatie. Afhankelijk van het probleem kan je hiervoor bij verschillende diensten terecht. Verschillende disciplines werken samen zoals je arts, verpleegkundige van Kind en Gezin, logopedist, diëtist, lactatiekundige en psychologische en pedagogische ondersteuning aangewezen. 

    Een logopediste kan ondersteunen als er problemen zijn met slikken en kauwen. Ook als je kindje bv. sondevoeding kreeg of je kind moeilijkheden ondervindt bij overgang naar vaste voeding of grovere structuur van voeding kan je bij hen terecht.